De officier

Indrukwekkende thriller over de gewetensstrijd van een 'reguliere' antisemiet tijdens de Dreyfus-affaire

Menige Nederlandse auteur van politieke of historische thrillers, grondlegger Tomas Ross voorop, stelt zich niet tevreden met de feiten, maar wil die op een geheel nieuwe manier verklaren, bij voorkeur door het onthullen van een grote samenzwering die tot dan toe zorgvuldig geheim werd gehouden door de boven ons gestelden. Hoe vergezochter hoe beter lijkt daarbij soms het devies: waar staat geschreven dat een thriller geloofwaardig moet zijn?

De Engelsman Robert Harris stelde zich bij het schrijven van An Officer and a Spy (in het Nederlands vertaald als De officier) een ander doel. 'Geen van de personages in dit boek is volledig aan mijn fantasie ontsproten', schrijft hij in een noot vooraf, 'en vrijwel alle gebeurtenissen hebben zich op enigerlei wijze ook in de werkelijkheid voorgedaan.' Hij hanteerde weliswaar de vrijheden van de romanschrijver om het verhaal kleur te geven en de hoofdpersonen tot leven te brengen, maar de historische feiten bleven daarbij heilig.

Gezien het onderwerp van zijn boek kon Harris zich dat ook gemakkelijk permitteren. De Dreyfus-affaire, die Frankrijk eind 19de eeuw verscheurde, biedt ook zonder toegevoegde fantasieën al meer samenzweringsfeiten dan een normaal mens kan verzinnen. Een op zichzelf onbeduidend spionagegeval werd door de geheime dienst en de legerleiding met zeldzame incompetentie onderzocht, waarbij de verdenking al snel werd gefocust op de Joodse kapitein Alfred Dreyfus.

Elk bewijs ontbrak, maar dat was ook niet nodig gezien het laaiende antisemitisme dat destijds dominant was in de Franse samenleving. En nadat Dreyfus eenmaal was veroordeeld tot levenslange gevangenisstraf konden de militaire, politieke en juridische autoriteiten onmogelijk meer hun ongelijk erkennen. Alle middelen, hoe onwettig en zelfs misdadig ook, waren gerechtvaardigd ter voorkoming van het immense gezichtsverlies dat een onschuldige Dreyfus zou betekenen.

Robert Harris heeft een effectieve verhaalvorm gekozen door een schijnbare bijrolspeler tot ik-figuur te maken. Georges Picquart, aan het begin van de affaire nog een lagere officier bij de generale staf, werd na Dreyfus' veroordeling benoemd tot hoofd van de militaire inlichtingendienst. In die functie kwam hij - haast zijns ondanks, als reguliere antisemiet - tot de conclusie dat de feiten totaal anders lagen dan het establishment had besloten. Vervolgens besloot hij zich daar niet bij neer te leggen, een beslissing die hemzelf bijna noodlottig zou worden.

Picquarts gewetensstrijd, in combinatie met zijn tactische overwegingen en zijn begrijpelijke drang tot zelfbehoud, geven het verhaal vaart en extra spanning. Wie de affaire-Dreyfus primair associeert met Emile Zola zal zich verbazen, want als J'accuse wordt gepubliceerd zijn we al op viervijfde van het boek.

Dat respect voor de historische feiten hand in hand kan gaan met een verrassende ontknoping bewijst Robert Harris aan het slot. Dreyfus is in 1906 eindelijk gerehabiliteerd, Picquart is inmiddels tot een hoge functie geroepen, en als ze elkaar in die nieuwe situatie ontmoeten, krijgt de geschiedenis een ironische afronding.

In een interview in Vrij Nederland vertelde Robert Harris dat hij zich bij het schrijven van De officier meer heeft laten inspireren door de literaire stijl van Marcel Proust dan door het realisme van Emile Zola. Dat had hij beter niet kunnen doen, want de wijdlopigheid en de overvloed aan details vormen het enige minpunt van deze indrukwekkende thriller.

Uit het Engels vertaald door Paul Witte.






Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden