Componist Anton Bruckner

Concertrecensie Ongehoord Bruckner

De oerversies van Bruckners symfonieën blijken totaal andere muziek ★★★★☆

Componist Anton Bruckner Beeld Alamy Stock Photo

Het Noord Nederlands Orkest houdt de scherpte niet vast in de Achtste, maar de dirigent van het Residentie Orkest houdt het hoofd koel.

Was het onzekerheid? Of was hij juist enorm koppig en perfectionistisch? Mogelijk was het een combinatie van die eigenschappen. In elk geval herschreef de Oostenrijkse componist Anton Bruckner (1824-1896) bijna al zijn werk. De klassieke verklaring is dat hij dacht dat zijn vrienden en de dirigenten die zijn werk uitvoerden, het beter wisten. Aan de andere kant wilde hij gewoon dat zijn symfonieën werden gespeeld en dan moet je soms concessies doen.

Maar hoeveel bedoelingen van de componist gaan dan ten onder? In het Muziekgebouw aan ’t IJ in Amsterdam stond afgelopen weekend dan ook de ‘echte’ Bruckner op. Er klonken Originalfassungen van zijn Derde, Vierde en Achtste symfonie. In de woorden van de initiator van het minifestival, Frank Teunissen, een belezen liefhebber: de eerste versie was zijn laatste wil.

Natuurlijk: in veel gevallen moet je wel heel goed vertrouwd zijn om de verschillen op te merken, maar over het algemeen valt te zeggen dat de oerversies nog contrastrijker en grilliger zijn, van scheurend hard tot fluisterzacht en van volle actie tot volledige stilstand. Dat laatste is kenmerkend voor Bruckner: opbouw van spanning die telkens weer instort.

Wanneer het Noord Nederlands Orkest vrijdag onder leiding van Martin Sieghart de Achtste symfonie inzet, is hun concentratie bijna tastbaar. De oerversie van Bruckners Achtste lijkt oergevoelens in de orkestleden los te maken. De timing van de blazers is onberispelijk, het koper kleurt alle tinten goudbruin en de violen zijn fel en indringend.

Die scherpte houdt het orkest alleen niet vast tot het einde van de symfonie, die anderhalf uur duurt. In de finale worden de trompetsignalen in het majesteitelijke openingsthema overstemd door wat rommelig spelende strijkers. De turbulente tremolo’s die zij constant hebben, moeten op zijn minst elke maatstreep samenkomen, maar aan het eind van de finale lopen ze uit de maat met de houtblazers. Dirigent Sieghart leunt sterk op de concertmeester, die iets te voortvarend inzet.

Zaterdagavond speelt het Residentie Orkest onder leiding van Nicholas Collon de Vierde. In het derde deel – Bruckners zorgenkindje – zijn de verschillen met hoe we het normaal horen het grootst: dit is totaal andere muziek. Zwermende violen met duivels snelle noten, knetterend koper en een bruusk einde. Collon straalt rust uit, ondanks dat hij in zijn toelichting over dit deel zegt dat het ‘manisch’ en ‘angstaanjagend’ is.

Het Muziekgebouw is gemaakt voor grotere ensembles, voor muziek van de 21ste eeuw. Symfonisch repertoire van deze orde hadden ze er nog nooit. Maar de zaal bewijst maar weer eens dat alles daar kan.

Ongehoord Bruckner

Klassiek

★★★★☆

Door het Noord Nederlands Orkest en het Residentie Orkest.

8 en 9/11, Muziekgebouw aan ’t IJ, Amsterdam. Uitzendingen op maandag en dinsdag op Radio 4.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden