De oerpolder

PASSIE, DOEM, ONDERGANG

It Heidenskip (Het Heidenschap) is een polder in zuid-west-Friesland, ten noorden van de Fluessen en ten oosten van het stadje Hindeloopen. Er wonen tegenwoordig nog rond de 350 mensen, en er zijn nog zo'n 25 boerenbedrijven -de teller gaat gestaag omlaag.

Het is er vlak, in It Heidenskip , en de mens is er nooit hartelijk verwelkomd. Ze wilden er wel wonen, maar niet begraven liggen. Als ze even niet opletten, brak een storm de dijken en konden ze weer opnieuw beginnen met het aanleggen van dijken en het droogmalen van het land. Oermannen woonden er in de oerpolder, ze hadden er zulke grote handen, dat ze in de harmonie de klarinet noodgedwongen moesten vervangen door de bugel.

De grootvader van Hylke Speerstra had er aan het begin van de 20ste eeuw een boerderij. Speerstra (1936) is voormalig hoofdredacteur van het weekblad Schuttevaer, het Agrarisch Dagblad en de Leeuwarder Courant. Maar hij is vooral een van Frieslands begenadigdste vertellers.

'De Friese Jan de Hartog' wordt hij door het literaire kliekje dat ze in die provincie ook hebben, wel meesmuilend genoemd. Net als De Hartog is Speerstra de kunstenmakers niet 'literair' genoeg; hij is een verhalenverteller, en dan sta je er slecht op, in Nederland zowel als in Friesland. Bovendien verkoopt hij vermoedelijk te goed om als echte literator te mogen gelden.

Speerstra, die met zijn Friestalige werk in eigen provincie al jarenlang een trouw publiek had, brak in Nederland door met zijn in 2000 uitgekomen boek Het wrede paradijs, waarin hij de levens beschrijft van Friese landverhuizers. Het waren soms huiveringwekkend tragische verhalen van de emigranten in Australië, Nieuw-Zeeland, Zuid-Afrika en Amerika.

Daar hoefde Speerstra niets bij te verzinnen: de werkelijkheid was sprekend genoeg. In zijn volgende project, De oerpolder, lag dat anders. Want daarin wilde Speerstra de een periode tot leven roepen, de 19de eeuw, waarvan het aantal getuigen inmiddels niet al te groot meer was, en hij voornamelijk moest leunen op archieven, dagboeken en oral history, ter aanvulling van zijn eigen fantasie. De oerpolder is zo geschiedenisfictie geworden.

Vooral de oral history is een interessant element. Speerstra interviewde al in 1964 hoogbejaarde (oud-)inwoners van de streek, wier wortels teruggingen tot vrij diep in de 19de eeuw. De zodoende doorgegeven verhalen van de grootouders van díe gesprekspartners reikten tot de napoleontische tijd. Op indirecte wijze, gefilterd door wat de tijd en het menselijk geheugen met verhalen doen, kijken we in De oerpolder toch zo direct als maar kan twee eeuwen terug in de tijd.

De oerpolder is wel vergeleken met het werk van Speerstra's vriend Geert Mak, en met name met diens Hoe God verdween uit Jorwerd. Hoewel in beide boeken de wederwaardigheden van een boerenstreek wordt beschreven, houdt daarmee de gelijkenis ook wel zo'n beetje op. Mak is in 'Jorwerd' veel meer de schrijvende journalist die zich baseert op gesprekken met ooggetuigen en eigen waarneming. Speerstra is de zoekende schrijver die zijn decor zo levensecht mogelijk wil schetsen, maar die ook wel weet dat hij slechts aan de echte rauwe waarheid zal raken.

Hij laat zijn hoofdpersonen praten en denken, hij vormt historische karakters van wie hij namen en flarden van verhalen kent, om tot levende mensen. Is er bij Mak sprake van nostalgie naar verdwenen zaken, bij Speerstra verdwijnt elke vorm van heimwee gaandeweg - door de diepe ellende die hij beschrijft. In It Heidenskip lag de dood voortdurend op de loer en was elk moment van vreugde slechts een intermezzo op weg naar de volgende zware tegenvaller.

Speerstra's teksten zijn magistraal. De oerpolder bestaat uit zeven min of meer losstaande verhalen, waarvan het tweede, 'Ring om de zon', met 170 pagina's ook gemakkelijk als afzonderlijk boek uitgegeven had kunnen worden. In 'Ring om de zon' gaat Speerstra helemaal los, en komen It Heidenskip en zijn bewoners prachtig

tot leven. Dat komt ook door Speerstra's taal. De auteur schreef De oerpolder in het Fries en vertaalde het zelf in het Nederlands. Het karakter van de verhaaltaal die het Fries is, schemert voortdurend door de tekst. Dat geeft De oerpolder precies de sfeer en de afstand tot het moderne Nederlands die het verhaal nodig heeft.

Je hoeft niets met het boerenleven of met Friesland te hebben om toch door deze oerverhalen te worden gegrepen. Speerstra sprak met ruim tweehonderd (voormalige) inwoners van de streek. Uit de namenlijst achter in het boek blijkt dat hij er in veel gevallen net op tijd bij was: het aantal kruisjes achter namen van geïnterviewden is indrukwekkend. Toch wordt De oerpolder nooit een journalistieke of historische reconstructie van een tijd, maar blijft het een verhaal - zulke mooie verhalen van passie en noodlot, van onvermijdelijke doem en ondergang, van worstelende kleine mensen onder het grauwe zwerk, dat het soms is alsof je een van de oude Russen zit te lezen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.