BESPREKING

De NS willen vooruit

Ze rijden niet, of te laat, en in sommige treinen kun je niet eens plassen. Tot zover de klachten. Maar in zijn vormgeving is de NS al decennia een vooruitstrevend bedrijf.

Links: reparatie aan een bord met reizigersinformatie op Amsterdam CS, in 1964. Beeld anp

Heel Nederland was in 2009 boos omdat een nieuw type trein zonder toilet zou gaan rijden. Die wc-loze Sprinter is een goed voorbeeld van een typische NS-rel. Schuimbekkende reizigersclubs. Kamervragen over plas ophouden. Deemoedige NS-woordvoerders. Iedereen vond er wat van, zoals we allemaal een mening hebben over Zwarte Piet of 3-5-2 dan wel 4-3-3.

Die verenigde boosheid is niet zomaar gemopper, schrijft architectuurhistoricus Wouter Vanstiphout in het boek Ontwerpen aan het spoor, dat vorige week is verschenen. 'Het is privatiseringsverdriet.' De Nederlandse Spoorwegen vormen een oer-Hollandse waarde en daarmee in zekere zin een spiegel van het Nederlandse humeur. Als die treinen maar niet op tijd willen rijden, staat dat symbool voor het verlies van onze collectieve waarden aan privatiseringsdrift.

De NS is van ons. Wij zijn het spoor. We mogen er graag op mopperen, maar als je kijkt naar de vormgeving, valt de identiteit van ons treinennet samen met oer-Hollandse waarden. Niets is zo Mondrianesk als een felgele trein die dwars door een geordend slotenpatroon en kaarsrecht door de groene weilanden snijdt.

Die connectie is er altijd geweest. Station Amsterdam CS, uit 1889, is het resultaat van een architectonische zoektocht naar de ware Hollandse stijl. De architect Pierre Cuypers meende met deze mix van neorenaissance en neogotiek de bron van ons Nederlanderschap te vinden in de Gouden Eeuw. In 1934 was er opeens het internationaal geprezen treinstel Diesel III, een typische combinatie van Hollands ingenieursvernuft en functionele vormgeving. En wie de kleine stations uit de jaren zestig van architect Cees Douma ziet, herkent een diep verlangen naar het opsmukloze modernisme, dat ook de Nederlandse stedenbouw van die tijd beheerste.

Rechts: de nieuwe kledinglijn voor treinpersoneel in 1968. Beeld ANP Historisch Archief
Niets is zo Mondrianesk als een felgele trein die dwars door een geordend slotenpatroon en kaarsrecht door de groene weilanden snijdt. Beeld HH

Anderhalf miljoen reizigers

Dagelijks reizen ruim anderhalf miljoen mensen in Nederland met de trein. Natuurlijk zijn dan de interieurs, de spoorboekjes, de reclamecampagnes en zelfs de treinkunst onderdeel van ons collectief geheugen. In Ontwerpen aan het spoor een boek dat is verschenen naar aanleiding van het 175-jarig jubileum van de spoorwegen komen al die vormgevingslijnen bij elkaar. Het is een reünie van treinherinneringen: het schilderij Snijden aan gras, een close-up van een snee in een vinger van Co Westerik, waarvan de reproductie de treincoupé jarenlang opsierde. De Reclamecampagnes voor de Tienertoer, '38 blz/uur', of 'De trein, een andere kijk op de wereld'. En de typische jarentachtig- en jarennegentigstations in Almere en Lelystad met hun spaghetti van draagbuizen, toen het mode was de constructie vooral zichtbaar te maken.


Wat dit overzicht vooral interessant maakt, is dat de NS er misschien een rammelende modus operandi op nahoudt als het gaat over vertrektijden, maar dat het spoor de afgelopen vijftig jaar qua vormgeving een vooruitstrevend bedrijf is geweest. De vormgeving is steeds ter zake en consequent. Het spoor, schrijft hoogleraar design Timo de Rijk, heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan de professionalisering van design.


Het boek neemt de jaren zestig als vertrekpunt, als er een belangrijke designshift plaatsvindt in het denken over het spoor. De eerste aanleiding was de grote treinramp bij Harmelen (1962, 93 doden). De tweede impuls werd gegeven door de concurrentie van het groeiend autogebruik. De NS moest gaan nadenken over zijn imago. En deed dat. Vanaf eind jaren zestig was de NS een van de voorlopers op het gebied van corporate image.


De huisstijl die werd gepresenteerd in 1968 door het bureau Tel Design, met de nog piepjonge grafisch ontwerper Gert Dumbar, is nog altijd een mijlpaal in de Nederlandse geschiedenis van bedrijfsimago's. Dat ontwerp bevatte veel elementen die we vandaag nog zo kenmerkend vinden. De signaalkleur geel voor de trein werd geïntroduceerd en het wissel-pijltjeslogo, dat al bijna vijf decennia fier overeind staat.

Beeld Spoorwegmuseum

Eigen designafdeling

De NS zette in die jaren een eigen designafdeling op. Die bemoeide zich met de architectuur, het ontwerp van de treinstellen, de bewegwijzering, het reclamebeleid en de selectie van de 'kunstwerken'. In 1973 kwam Den Haag CS gereed, het eerste grote station waar integraal de nieuwe huisstijl werd doorgevoerd met de heldere blauw-witte bewegwijzeringsborden. Een grote, moderne reismachine, met enorme hal plus dito klepperbord. En hoog boven je hoofd het glazen doorzicht naar het busstation.

Dit station was ontworpen door Koen van der Gaast, architect bij de NS. In die jaren lag de bulk van het architectonische ontwerpwerk nog bij mensen in eigen dienst. Dat is nu totaal anders. De grote stationsverbouwingen van vandaag kennen klinkende architectennamen van buiten: Rotterdam Centraal is ontworpen door Benthem Crouwel, Meyer en van Schooten en West 8. Breda door Koen van Velsen en Arnhem door Ben van Berkels UN Studio.

Dat de ontwerpers niet meer in dienst zijn, betekent niet dat het ontwerp minder aandacht krijgt. Sinds 2001, na de splitsing van het spoor in de NS en Pro Rail, bestaat het bureau Spoorbouwmeester. Dat voert een overkoepelend beleid, Spoorbeeld gedoopt, en ziet toe op de samenhang in architectuur en vormgeving.

Een reiziger op het nieuwe Rotterdam CS. Beeld Thea van den Heuvel

Zo zie je dat een nieuw station als Rotterdam CS niet alleen een reismachine is: er zijn veel winkels, op de perrons is de draadstalen hufterproof bank vervangen door een aangename houten bank (ontworpen door studio Blom & Moors), er is veel aandacht voor sociale veiligheid en zichtlijnen. En vooral, het nieuwe station is niet een hoekige ingenieursconstructie, maar ingepast in het centrumgebied. In Rotterdam is de reismachine zelf voor de passerende wandelaar grotendeels aan het zicht onttrokken, zodat er een mooi plein ontstaat dat een aanwinst is voor de stad.

Ontwerpen aan het spoor, met teksten van onder anderen Timo de Rijk en Wouter Vanstiphout, NAI010 Uitgevers, 44,50 euro.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden