'De NOS ligt continu onder een vergrootglas'

Na zijn overstap van RTL naar de NOS is het Journaal beslist alerter geworden. Maar die laagdrempelige reportages, moet dat nou?

Marcel Gelauff. Beeld Linda Stullic

Tijdens een interview van anderhalf uur gebruikt Marcel Gelauff (58), hoofdredacteur van NOS Nieuws, drie keer het woord 'fris'. Om het Journaal te beschrijven, 'dat is opgefrist', de keuze voor het bureau in zijn werkkamer te verklaren, 'geel is een frisse kleur', en een nieuwtje toe te lichten: 'Het NOS Journaal krijgt een nieuw decor, omdat de bestaande techniek in de studio aan vervanging toe is en we behoefte hadden aan visuele verfrissing.'

Daarover wil hij pas na enig aandringen meer vertellen. 'Nu hebben Nieuwsuur en het Journaal ieder een eigen decor, als taartpunten op een draaischijf. Vanaf dit najaar gaan we een decor delen, we praten nog over de details.'

Gelauff is deze maand vijf jaar hoofdredacteur van NOS Nieuws, waar ruim vierhonderd redacteuren werken voor onder meer het Jeugdjournaal, nos.nl en het Radio 1 Journaal. Vlaggenschip van NOS Nieuws is het Achtuurjournaal, dat gemiddeld ruim twee miljoen kijkers trekt. Daarmee is het vrijwel dagelijks een van de best bekeken programma's. Dat vindt Gelauff belangrijk, omdat de NOS de taak heeft 'een breed publiek van betrouwbaar, onafhankelijk nieuws te voorzien'.

Het Journaal richt zich nadrukkelijk op iedereen: hoogleraren, ongeschoolden, ouderen én jongeren. Dat resulteert geregeld in laagdrempelige reportages, bijvoorbeeld over extreem weer, die bij een deel van het publiek verkeerd vallen. Sommigen denken met weemoed terug aan Fred Emmer en Joop van Zijl, die gezeten achter een bureau uitlegden wat er in de wereld aan de hand was.

Bent u niet bang dat de NOS haar gezag verspeelt met die luchtige onderwerpen op radio en tv?

'Tot 1989 hadden we een monopolie, dan is het makkelijk om gezag te hebben. Dat is voorbij, aan heimwee heb je niets. In de wet staat dat we nieuws voor iedereen moeten maken. Het zal altijd een gemiddelde zijn, dat is lastig. Maar wat mij betreft hoort een knipoog er ook bij. Als we het Journaal zouden maken zoals tien jaar geleden waren we het lachertje van de week.'

Blendle-oprichter Alexander Klöpping zei in juni dat de NOS de McDonald's van het nieuws is. Hij mist diepgang en urgentie. Raakt die kritiek u?

'Ach, Klöpping roept maar wat. We zijn er in eerste instantie om 24 uur per dag nieuws te brengen, maar maken ook veel achtergrondverhalen. Ik zie zo veel ongefundeerde kretologie voorbijtrekken, vooral op sociale media. De NOS is te links, te rechts, pro-Israël, anti-Israël. Daarom ben ik ook gestopt met Twitter. Ik slaagde er onvoldoende in om uit te leggen wat we doen. Ik zat in een kringetje dat me gijzelde, de groep mensen die twittert is namelijk klein. Ze waren me steeds aan het framen, met termen als staatsomroep. De meeste discussies op Twitter gaan volledig aan de mensen voorbij, dat speelde ook mee.'

De afgelopen weken sprak de Volkskrant met insiders uit het Mediapark, binnen en buiten de NOS. Vriend en vijand prijzen de eerlijkheid van Gelauff; bij hem geldt: what you see is what you get.

Punt van kritiek is zijn geringe aanwezigheid in de media. Een deel van zijn redactie wil dat hij zich nadrukkelijker bemoeit met maatschappelijke discussies en NOS Nieuws beter naar buiten toe vertegenwoordigt. Gelauff zegt dat hij zich wel mengt in het publieke debat. 'De laatste jaren maak ik er meer werk van. Ik spreek op scholen, congressen en universiteiten, sta zo veel mogelijk journalisten te woord en ben sinds twee jaar voorzitter van het Genootschap van Hoofdredacteuren. Misschien bellen media me wel te weinig. Als het kan, reageer ik. Maar het leven wordt niet beter door hard terug te schreeuwen op sociale media.'

Kunt u het debat wel uit de weg gaan, nu het wantrouwen in de journalistiek zo toeneemt?

'Ik vind niet dat ik wegloop van het debat. Het klopt wel dat de toon scherper wordt, mede doordat sommige politici wantrouwen aanwakkeren om stemmen te winnen. De NOS kan zich alleen daartegen verdedigen door vakwerk te leveren en transparant te zijn. Goede journalistiek is belangrijk, de smeerolie van de democratie. In Amerika zie je wat er gebeurt als de publieke omroep een marginale rol speelt: daar staan groepen en media lijnrecht tegenover elkaar.'

Voordat Gelauff hoofdredacteur werd kreeg het Journaal vaak het verwijt dat het minder alert was dan RTL Nieuws - zeker in tijden van crisis. Op dit punt is een grote stap gezet, hij heeft medewerkers ingeprent in geval van twijfel onmiddellijk met meerdere verslaggevers en techniek op pad te gaan. Liever een keer onnodig rijden dan schitteren door afwezigheid.

Je hoort niet meer voortdurend dat RTL Nieuws alerter is dan de NOS.

'Ik denk dat we ons hebben versterkt in scherpe nieuwsverslaggeving as it happens, ja. Een aanslag in Brussel, 's ochtends, meteen beginnen met uitzenden, op al die media. En dat 's middags nog doen, en de volgende dag. Daar zijn we erg in gegroeid, net als in verhalende journalistiek: het nieuws zo vertellen dat je de kijker meer het verhaal in trekt. Dat is ook de reden dat de presentatoren sinds een paar jaar staan in de studio, dat was mijn besluit.'

Radio en tv maken is teamwerk. Gelauffs redacteuren werken veelal in ploegendienst en voor meerdere programma's en platforms tegelijk. NOS Nieuws is een fabriek waar bijna alles draait om het snel produceren van berichten, reportages en achtergrondverhalen voor nos.nl, het Journaal, Teletekst, radioprogramma's, het Jeugdjournaal en NOS op 3. Op een doorsneedag is driekwart van het nieuws een verplicht nummer: plannen van het kabinet, een aanslag, verkiezingen. De redactie doet dit volgens kenners doorgaans niet slecht. Waar meer over wordt geklaagd zijn de Zomercolumn op tv, al dan niet grappige filmpjes op internet en reportages vol 'gewone mensen'.

Veel kritiek komt hierop neer: u gaat te ver door de knieën voor het publiek.

'De NOS ligt continu onder een vergrootglas, we zijn een instituut, zoals de KNVB en de NS. Publieke nieuwsvoorziening is als water uit de kraan: het is er altijd. Je hoort mensen pas als er geen water meer is of de smaak verandert. Dus gaat de discussie altijd over dat ene item dat iemand niet bevalt. Maar deze kritiek herken ik niet.'

Een voorbeeld dan: op Radio 1 vroeg jullie presentator na het Oekraïnereferendum aan Jan Roos van GeenPeil of hij wakker was geworden met een lichte erectie.

'Ik hoorde het en dacht: moet dit nou? Maar Jurgen van den Berg heeft me later uitgelegd waarom hij dat deed. Als presentator zou hij zoiets nooit vragen aan een minister, hij probeert aan te sluiten bij zijn gast. Het grappige is dat hierna het ijs gebroken was en er een goed, informatief gesprek met Roos ontstond.'

Past dit wel in een serieus nieuwsprogramma?

'Zeker. De gemiddelde luisteraar van het Radio 1 Journaal is 62 jaar, je moet met je tijd meegaan om jongere mensen aan te spreken. Maar moeten we het echt over dit soort incidenten hebben?'

Waarom niet?

'We doen zoveel meer. De NOS praat kijkers en luisteraars 24 uur per dag bij. De vluchtelingencrisis volgen we met verslaggevers in Oost Europa, Turkije, Griekenland en Syrië. Mensen onderschatten hoeveel tijd en energie dat kost. Nadenken: vandaag staan we hier, in welk land zijn we morgen? Ik ben trots op wat we doen, maar wat logistiek betreft, ben ik soms jaloers op kranten.'

Al die programma's, al die redacteuren. Heeft u daar wel invloed op?

'Natuurlijk. Ik probeer me elke dag op de redactie te laten zien, zodat ik weet wat er leeft. Van het dagelijkse nieuwsproces ben ik maar beperkt onderdeel. Ik heb vooral invloed door me te richten op de langere termijn en vernieuwing.'

Wat is dan het belangrijkste dat de laatste vijf jaar is veranderd?

'We hebben ons meer geopend, investeren veel in online, experimenteren op Instagram, Snapchat en bij NOS op 3. We maken prachtige scrollverhalen. Toen ik begon was de belangrijkste vraag van de dag: wat doen we in het Achtuurjournaal? Dat vertaalde zich naar onderwerpen op internet. Nu maakt de site zelf keuzen.'

Onder Gelauff is veel geld en energie gestoken in nos.nl en de app, en dat is te merken. Zowel de site als de app is het tweede nieuwsplatform van Nederland, na nu.nl. Een verslaggever die ter plaatse is, stuurt zijn materiaal zo snel mogelijk naar Hilversum, waar internetredacteuren er alvast een verhaal van maken.

Het succes van de site ontlokt wel kritiek over oneerlijke concurrentie, op kosten van de belastingbetaler. Gelauff vindt dat een goede publieke nieuwsvoorziening niet zonder volwaardige website kan. 'Je moet ons wel in staat stellen een breed publiek te bereiken.'

Van krant naar tv

Na zijn opleiding aan de sociale academie begint Marcel Gelauff in 1980 als leerling-journalist bij de Leidse Courant. In 1987 verruilt hij die krant voor het regionale dagblad Gooi- en Eemlander, waar hij vijf jaar chef nieuwsdienst is. Daarna gaat hij naar RTL Nieuws, daar is hij onder meer eindredacteur en chef van de parlementaire redactie. In 2003 stapt Gelauff over naar de NOS, aanvankelijk als adjunct-hoofdredacteur van het Journaal. Sinds juli 2011 is hij hoofdredacteur van NOS Nieuws.

Wat bij de NOS niet goed uit de verf komt, is scoren met onderzoeksjournalistiek, verhalen die boven tafel komen na veel spitwerk. Volgens critici doet RTL Nieuws dat beter, maar Gelauff betwist dat. 'Ze verkopen hun primeurs gewoon beter. Wij maken een beter programma, nemen meer tijd om uit te leggen hoe iets zit. RTL is aardser en oppervlakkiger.'

In september 2015 kwam de NOS wel met een geruchtmakende onthulling: publieke omroepen zouden in 2013 geld hebben ontvangen om het Koningslied onder de aandacht te brengen. De redactie baseerde zich op stukken die bestuursorgaan NPO had verstrekt na een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur. Al snel bleek dat het nieuws niet klopte.

Hoe kon de NOS zo'n canard publiceren?

'Pas na veel verzoeken stuurde de NPO ons een lijst met programma's en kostenposten. DWDD stond erbij, en NPO Radio 2. Hoeveel ze hadden gekregen voor de promotie van het Koningslied was onduidelijk: er stond een streep over het bedrag. De NPO wilde niets meer zeggen, dus trokken we zelf de conclusie dát er was betaald. Uiteindelijk hadden we de VARA moeten bellen om dat te checken. Onder die strepen stond 'om niet'; ze deden het gratis.'

Volgens insiders was er bij de NOS veel twijfel of dit verhaal rijp voor publicatie was. U gaf zelf het groene licht.

'De publicatie is mij voorgelegd, ja. Het leek me valide. Ik vertrouw op mijn redactie, ik ga niet gedetailleerd het werk van collega's overdoen. Als ik dat wel zou doen, zou ik een heel slechte hoofdredacteur zijn.'

Dat is bij uitstek uw taak: kritisch kijken naar potentiële, gezichtsbepalende primeurs.

'Dat doe ik, maar ik kan me niet bemoeien met elk onderwerp in een 24-uursnieuwsorganisatie. Toch had ik in dat specifieke geval beter moeten doorvragen. Dat is me intern ook verweten.'

De uitdaging voor de toekomst is het bereiken van nieuwe generaties. De gemiddelde leeftijd van de Journaalkijker is 57 jaar: 'Ooit was het idee: als kinderen de jaren des verstands bereiken, gaan ze alsnog kijken. Dat gebeurde ook, want er was niks anders. Nu hebben ze wel een alternatief. We moeten zorgen dat het publiek ons blijft vinden. Op alle platforms samen bereikt de NOS wekelijks 94 procent van de Nederlanders. Dat hoeft niet per se via de traditionele, lineaire tv, het kan ook via internet en sociale media.'

Wat vindt u van de satirische filmpjes over 'werken bij de NOS' bij De Wereld Draait Door?

'In het begin vond ik die niet leuk. Vooral omdat het voor sommige kijkers onduidelijk was, die dachten dat ze keken naar het echte Journaal. Dus heb ik Dieuwke Wynia gebeld, de eindredacteur van DWDD. Ik ben boos geworden en zei: dit vind ik beschadigend, het gaat ten koste van alle collega's hier. En ik heb Sander van de Pavert, de maker, erop aangesproken.'

Hielp het dat u boos werd?

'Dat weet ik niet. Na een tijdje ben ik gewend geraakt aan die filmpjes, net als anderen. Nu ben ik er wel trots op dat DWDD zo veel inspiratie put uit de NOS. Zolang veel mensen over je praten, gaat het goed met je.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden