Filmrecensie The Irishman

De Niro, Al Pacino en Joe Pesci schitteren in Scorseses nieuwe gangsterfilm ★★★★★

Martin Scorsese zwaait zijn geliefde gangsterpersonage uit.

Joe Pesci en Robert De Niro in The Irishman.

Zie hem zitten: Frank Sheeran, alias de Ier. Hoogbejaard, pratend tegen zichzelf, of tegen ons. Martin Scorsese laat dat in het midden, in de openingsscène van The Irishman. De camera slalomt op de tonen van de jarenvijftighit In the Still of the Night, maar nu eens niet door een bar vol gangsters, maar langs de aan looprekken en zuurstoftanks vastgeklonken oudjes in een verzorgingstehuis. Dat voorportaal van de dood waarin eenieder, hoe groots of klein ook geleefd, even weerloos oogt. 

Is die Sheeran een man die wordt verteerd door spijt over zijn gewelddadige, en daardoor in eenzaamheid geëindigde leven? Of voeren trots en melancholie toch de boventoon, als hij in 208 minuten zijn levensverhaal ontvouwt: de huurmoordenaar voor de Italiaanse maffia, die ooit een aandeel had in de Amerikaanse (misdaad)geschiedenis?

Met zijn verfilming van I Heard You Paint Houses, de biografie van de in 2003 overleden Sheeran, keert de 76-jarige New Yorkse filmmaker nog één keer terug bij zijn uomini d’onore, de zelfverklaarde mannen van eer tegen wie hij als kind opzag: gangsters die aanzien genoten in de stadswijk Little Italy. En de filmer trekt het doek op: mocht het gangsterbestaan in zijn eerdere epos Goodfellas op momenten nog aantrekkelijk ogen, hier werkt het gif dieper door. Het zal de leeftijd zijn.

Lees ook dit interview met Martin Scorsese over The Irishman.

Scorsese, altijd al meer geïnteresseerd in de middenkadergangster dan de bazen, koos wederom het perspectief van een ondergeschikte. Sheeran is een weinig snuggere vleeschauffeur, maar het gemak waarmee hij moordt, opgedaan als soldaat in WOII, en zijn ‘je moet doen wat je moet doen’-mentaliteit maken hem een ideale klusjesman voor de maffia. Don Bufalino neemt de Ier onder zijn hoede en leent zijn protegé uit als lijfwacht voor de almachtige vakbondsleider Jimmy Hoffa, die de miljoenen pensioengeld investeerde in de aanbouw van maffiahotels in Las Vegas, tot hij in 1975 spoorloos verdween.

Een mannentrio, belichaamd door de zeventigers Robert De Niro (als Sheeran), Al Pacino (Hoffa) en Joe Pesci (Bufalino). Die laatste kwam er na lang zeuren voor uit zijn pensioen. En wat een genot is dat: dit stel nog eens samen te zien. Niemand kan zo fraai ‘I don’t know what to say’ zeggen als De Niro, die zijn vermaarde mimiek ten volle benut. En dan de sublieme geslepen rust van Pesci, nu eindelijk niet gecast als psychopaat. Of Pacino, die Hoffa’s kolossale ego vult met zijn geëxalteerde speelstijl, maar daar - anders dan bij zo veel van zijn late werk - nu wél nuance in legt. Grootse rollen.

Omdat de film voortdurend heen en weer door de tijd springt, verschijnen de hoofdrolspelers ook in delen van The Irishman jonger in beeld, met behulp van digitale effecten. Soms ogen die jeugdigere varianten ietwat stram voor hun leeftijd, maar verder pakt de techniek verbluffend goed uit. De mythevorming van het gangsterschap is afwezig in The Irishman, dat het geweld werktuigelijk en onheroïsch serveert. En tevens heerlijk komische scènes telt, waarin de maffiamannen kibbelen als kleine kinderen. Cruciaal is de blik van Sheerans dochter Peggy (Anna Paquin). Zij ziet haar vader voor wat hij is, een karakterloze moordenaar. En zo zwaait Scorsese zijn gangster uit, als falende man.

★★★★★

The Irishman

Regie Martin Scorsese.

Met Robert De Niro, Joe Pesci, Al Pacino, Ray Romano, Bobby Cannavale, Anna Paquin, Harvey Keitel.

208 min., vanaf 14/11 in 47 zalen, vanaf 27/11 op Netflix.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden