Mode Katholieke beeldtaal

De nieuwste modetentoonstelling van The Metropolitan: Garen, zoom en de heilige leest

De eerste verrassing is dat het er zo véél zijn. Heavenly Bodies: Fashion and the Catholic Imagination, de veelbesproken modetentoonstelling van The Metropolitan in New York, neemt de invloed van de katholieke verbeelding op modeontwerpers onder de loep. Dan denk je misschien aan de volumineuze capejassen van Cristóbal Balenciaga, aan de rijkelijke kanten jurken van Dolce & Gabbana of aan de niet zo zuinig met gouddraad, goudprint of gouden stof versierde outfits van Versace. Maar verder?

Avondjurk door Jean Lanvin. Beeld Katerina Jebb

Jean Lanvin: Avondjurk, 1939. (Blauwe crêpe georgette, geborduurde zilveren en gouden pailletten).

Fra Angelico: De heilige Dominicus met zijn metgezellen gevoed door engelen, ca.1430-32.

De engelen van Fra Angelico (1395-1455) zijn muzes voor meerdere ontwerpers. Hun japonnen in poederige pastelkleuren of juist stralende oranje- en blauwtinten inspireerden Kate en Laura Mulleavy van modehuis Rodarte in 2011 tot een tiental couturejurken. Maar niemand was zo in de ban van de schilderende monnik uit de vroege Renaissane als Jeanne Lanvin (1867-1946). De Franse ontwerper en oprichter van modehuis Lanvin liet zelfs een kleurstof (‘Lanvin Bleu’) ontwikkelen als hommage aan Fra Angelico. In de jaren dertig ontwierp ze jurken die direct zijn terug te voeren op diens schilderijen en fresco’s. Zoals deze blauwe avondjurk met een patroon van arabesken, dat is ontleend aan de japon van een engel in De heilige Dominicus met zijn metgezellen gevoed door engelen (ca. 1430-32). Lanvin toonde de jurk in 1939 in New York op een paspop in de vorm van een engel.

In de zalen van The Metropolitan en de Cloisters – het overzicht is over twee locaties verspreid – blijkt een overweldigende hoeveelheid van 150 ensembles van 50 verschillende ontwerpers van naam te vinden. Christian Lacroix, Jean Paul Gaultier en John Galliano; allemaal zijn ze aangeraakt door het katholicisme. Nogal onverwacht: ook minimalistische of sportieve types als Raf Simons en Geoffrey Beene maakten creaties die zijn geïnspireerd door kerkelijke thema’s. Net als, warempel, Viktor & Rolf.

De tweede verrassing is dat ze best vroom zijn. Een flink aantal modeontwerpers heeft een katholieke opvoeding genoten. En hoewel je weleens hoort dat mensen daar later in het leven afstand van nemen, en je dat van kunstenaars misschien nog eerder verwacht, wordt hier nergens tegen het geloof aangeschopt. Goed, er is een variant op een monnikenhabijt van Rick Owens, met een ‘pee(p)-hole’ op de plek waar een kruis had kunnen zitten. Maar dan heb je alle satire ook meteen gehad.

Heavenly Bodies is boven alles een viering van de katholieke beeldtaal. Middels de kerkelijk geïnspireerde kledij uit de vroeg 20ste eeuw tot nu (vooral uit Europa en Amerika, niet uit andere katholieke werelddelen). Middels de heiligenbeelden, historische tapijten, Byzantijnse kruizen of renaissance-schilderijen uit de magnifieke collectie van The Met, waarmee de moderne modestukken omringd zijn. Maar ook (en dat verklaart misschien de eerbiedige selectie van de creaties) middels de rijkelijke geborduurde kazuifels en koorhemden of de met parels en edelstenen bestikte mijters en tiara’s uit de pauselijke collectie van het Vaticaan – een uitzonderlijke bruikleen van schatstukken aan The Met; de meeste rituele gewaden hebben niet eerder Rome verlaten.

Het is de meest omvangrijke tentoonstelling tot dusver van het Costume Institute. De modeafdeling van The Met is weggestopt in de kelders van het gigantische museum, maakt maar één (grote) tentoonstelling per jaar en heeft als enige afdeling geen eigen budget (vandaar het Met Gala, het rodeloperfestijn dat onder leiding van Vogue-hoofdredacteur Anna Wintour jaarlijks geld ophaalt voor het instituut en waarvoor sterren zich uitdossen in het thema van de tentoonstelling). Toch behoort het tot de meest spraakmakende modeafdelingen ter wereld.

Zeker sinds Andrew Bolton er aantrad. De Britse wonderboy onder de modecuratoren maakt tentoonstellingen die worden omarmd door zowel critici als publiek, zoals het overzicht over Alexander McQueen (2011), kort na diens zelfmoord, toen velen dat nog ongepast vonden. Of, ook niet onomstreden, de expositie China Through The Looking Glass (2015), waar mode die is beïnvloed door (de westerse blik op) China werd getoond tussen boeddha’s en Ming-vazen op de Aziatische afdeling (de expositie trok 670 duizend bezoekers, en behoort daarmee tot de top-vijf best bezochte tentoonstellingen van The Met).

Avondjurk door Madame Grès Beeld Katerina Jebb

Madame Grès (Alix Barton): Avondjurk 1969. (Lichtbruin tafzijde).

Francisco de Zurburán: Broeder Jeronimo Perez, 1633.

Best verrassend: Bij Madame Grès (1903-1993), de Franse couturier die ook bekend stond onder de naam Alix Baton of Alix, denk je in eerste instantie aan ingenieus en elegant plooiwerk geïnspireerd door de klassieke oudheid. En niet aan kloosterorders. Toch zijn de ontwerpen van Madame Grès wel degelijk schatplichtig aan sobere monnikenkledij, met name die van de cisterciënzers of de franciscanen. Madame Grès wist ook daaraan elegantie toe te voegen. De mouwen van deze avondjurk lijken op uitvergrotingen van de toch al wijde mouwen van de witte ‘cuccula’, die cisterciënzers over hun habijt dragen. Zie het portret van Broeder Jeronimo Perez (1633) door Francisco de Zurburán. Het kledingstuk leverde cisterciënzers de bijnaam Witte Monniken op.

Eigenzinnig en theatraal

Eigenzinnig en theatraal, zo worden Boltons tentoonstellingen vaak getypeerd. En inhoudelijk doorwrocht – zijn voorlaatste tentoonstelling, een overzicht van Rei Kawakubo/Comme des Garçons was een glasheldere analyse van het niet altijd even toegankelijke oeuvre van de invloedrijke Japanse ontwerpster. Heavenly Bodies neigt meer naar het theatrale, vooral het deel dat te zien is in The Metropolitan.

Terwijl in The Cloisters de meer devote, ingetogen kant van de mode is te zien, geïnspireerd door teruggetrokken levende kloosterorders bijvoorbeeld, speelt in de Byzantijnse en Middeleeuwse zalen van The Met de ceremoniële, dramatische kant van de kerk de hoofdrol. Hier kun je je vergapen aan spektakelstukken als het haute couture avondensemble van John Galliano voor de herfstcollectie van Christian Dior in 2001: een met goudzijde, kristallen en pailletten geborduurde jurk plus mijter, die linea recta lijken te verwijzen naar de overdadige pracht van de barokke liturgische gewaden die The Met van het Vaticaan te leen kreeg.

De zaal met Middeleeuwse sculpturen heeft Bolton als een kerk opgevat; compleet met op het balkon een koor van in Balenciaga-jurken gestoken poppen en non-stop kerkmuziek. In het ‘middenschip’ is een processie van ‘hoogwaardigheidsbekleders’ – een stoet haute couture creaties zoals een enorme rode tafzijden jurk van Pierpaolo Piccioli voor Valentino naar analogie van de cappa magna, een buitenproportionele koorjurk die alleen voor kardinalen en bisschoppen is weggelegd. Vanuit de twee zijbeuken wordt deze modeshow/liturgische processie ‘aanschouwd’ door kerkbestuurders van lagere rang: paspoppen die creaties dragen die (losjes) zijn gebaseerd op de kledij van priesters en nonnen.

Voor wie niet in de katholieke traditie is opgegroeid, valt hier veel te leren: aan welke eisen een soutane moet voldoen, wat een albe is, en hoe je aan de kleuren van een sjerp of een kalot de verschillende rangen standen in de katholieke hiërarchie kunt herkennen. Maar wie meer wil weten over de hedendaagse creaties – welke rol speelt het katholicisme bij deze modeontwerper, is deze ‘katholieke’ jurk een uitzondering of een regel in diens oeuvre, hoe moeten we een creatie zien in de tijd? – komt er veel bekaaider van af.

Avondensemble door John Galliano voor Dior Beeld Katerina Jebb

John Galliano voor Dior: Avondensemble, herfst/winter 2000-2001, haute couture. (Wit zijde in Gros de Tours, geborduurd met gouden pailletten en kralen, goud, oranje, bruine en heldere kristallen, goudkleurige zijde- en metaaldraad, en goudmetalen versiering).

Cape van Paus Benedictus XV, 1918. (Wit zijde in Gros de Tours, geborduurd met goud metaaldraad, klatergoud en gouden pailletten).

Mijter van Paus Pius XI, 1929. (Wit zijde satijn en goudbrokaat, geborduurd met goud en zilver metaaldraad, zilver en amethist).

Weelderige materialen en sierlijke borduurwerken – volgens bepaalde filosofische stromingen binnen de katholieke kerk kunnen pracht en praal worden gezien als een symbolische bevestiging van goddelijke transcendentie. God manifesteert zich in schoonheid, en wanneer men zich laat overweldigen door schoonheid komt men dichter bij het mysterie van God dan door te rationaliseren. In hoeverre de katholiek opgevoede en flamboyante ontwerper John Galliano (1960) deze visie aanhangt, is onduidelijk. Maar dat dit haute couture stuk overeenkomsten vertoont met liturgische gewaden is zonneklaar: het ensemble is gebaseerd op de cape, een lange mantel die op de borst wordt vastgemaakt met een gesp, en de mijter, een hoofdtooi die alleen door bisschoppen en de hoogste paus mag worden gedragen. Voor het rijke borduurwerk waren ‘les petits mains’ van maar liefst twee ateliers nodig; net zoals in liturgische gewaden vaak honderden uren handwerk steekt. Op de achterzijde van Galliano’s mantel is de tekst ‘Dieu est mon Maître (God is mijn Meester) geborduurd.

Schouwspel

Heavenly Bodies is vooral een schouwspel, waarbij soms mooie visuele parallellen te trekken zijn. Tussen de harde plooien in een goudkleurige Thierry Mugler-jurk (uit 1985) en die in het gewaad van een stenen Mariabeeld (uit de middeleeuwen) bijvoorbeeld. Of tussen het tere korset met vleugels van berkenfineer van Alexander McQueen en een uit eikenhout gesneden altaarstuk. Maar meer inhoudelijke lijnen en verbanden worden verder niet expliciet gemaakt. Als bezoeker kom je niet thuis met een verhaal dat veel dieper gaat dan ja, goh, prachtig.

Maar misschien is dat al diep genoeg. Misschien moet je hier niet te veel nadenken, maar gewoon geloven. De tentoonstelling is het sterkst in de contemplatieve zalen van The Cloisters. Hier zijn de ontwerpen het verrassendst, hier zijn de dialogen met de omgeving het markantst. De ridderachtige kostuums van Craig Green knipogen naar de historische wandtapijten met kruistochten; het zware goudkleurige kant in een japon van Dolce & Gabbana spiegelt zich aan een verguld altaarstuk.

In The Cloisters voel je ook dat sommige mode méér is dan weer een referentie naar een religieus voorbeeld. Dat het dragen van een kledingstuk spiritueel kan zijn, zoals Azzedine Alaïa’s witte jurk met transparante kruisjes, die bijna net zo onzichtbaar zijn als het kruisje dat tijdens de doop op het voorhoofd wordt getekend.

En zelfs de grootste atheïst zal moeten toegeven dat er religieuze eerbied spreekt uit de eindeloze toewijding waarmee een adembenemende avondjurk van Valentino SpA is vol geborduurd met ragfijne korenaren. Eerbied voor de schoonheid van de natuur. En voor diens eventuele goddelijke maker.

Heavenly Bodies. Fashion and the Catholic Imagination. T/m 8 oktober in The Metropolitan Museum en The Cloisters.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden