De nieuwsfabriek

Zijn hoofdredacteuren wanhopig bezig de paardentram te moderniseren, terwijl elders de verbrandingsmotor wordt uitgevonden?

De traditionele journalist uit het Stenen Tijdperk van de Dode Bomen wordt in 2013 heen en weer geslingerd tussen twee gedachten. De ene is een variant op Churchills fameuze bon mot over de democratie: De nieuwsvoorziening door de gevestigde media is de slechtste manier om de bevolking te informeren - uitgezonderd alle andere methoden die ooit zijn geprobeerd.

De andere is het knagende idee dat (hoofd)redacties van dag- en weekbladen vandaag de dag vergelijkbaar zijn met negentiende-eeuwers die wanhopig proberen het rijtuig en de paardentram te moderniseren - terwijl heel ergens anders mensen bezig zijn de automobiel en het vliegtuig uit te vinden.

Anderen hebben minder moeite met die keuze. De hoofdredacteur van NRC Handelsblad besloot vorige zomer bijvoorbeeld dat zijn juniorfiliaal nrc.next te ver was afgedreven van de klassieke nieuwsformule. Dat kostte de hoofdredacteur van dat ochtendblad Rob Wijnberg in september 2012 zijn baan. Vijf maanden later verschijnt zijn boek De nieuwsfabriek, dat nog eens illustreert hoezeer hij zich los wil maken van het paardentramdenken.

Wijnbergs verhaal is prettig vrij van persoonlijke rancune jegens zijn vorige werkgever. Zijn observaties en conclusies gelden grotendeels de media in het algemeen.

Enerzijds hebben die, uit angst voor lezersverlies, hun nieuwsvoorziening laten degenereren tot slapstickjournalistiek: 'Uitglijders, versprekingen, scheldkanonnades: ze zijn geen bijzaak, maar de hoofdmoot in het publieke debat. De meest triviale momenten worden, niet alleen door De Telegraaf of SBS 6 maar ook door serieuze nieuwsmedia stelselmatig tot 'nieuws' verheven en vervolgens eindeloos herhaald en oeverloos besproken, tot het moment dat niemand nog weet waar de discussie eigenlijk om begonnen was.'

Daarbij is de meningsvorming van een zorgvuldig proces verworden tot een opiniedwangbuis. 'Vind nu, denk later' is een van Wijnbergs hoofdstuktitels. Het beroepsleger van de BN'ers speelt hierin een dominante rol. Van Jan Mulder en Jort Kelder tot Marc-Marie Huijbregts en Beau van Erven Dorens, allen staan ze klaar om op afroep hun stellige instantmening over wat dan ook te verkondigen - als De Deskundige die Nergens Iets van Weet (om de rake term van Hans Laroes nog eens aan te halen).

Anderzijds hebben de gevestigde media volgens Rob Wijnberg rampzalig weinig oog gehad voor de gevolgen van de opkomst van internet. 'Televisie en kranten (en in veel gevallen ook hun respectieve websites) werken grosso modo allemaal nog met de productiemethoden van twee eeuwen geleden: er is een strikte deadline waarop de krant of het programma af moet zijn, de uitzending of publicatie is eenmalig en onveranderlijk, er is nauwelijks communicatie tussen medium en publiek', schrijft hij.

Zijn analyse, hoe helder, onderhoudend en ter zake ook, biedt in feite weinig opzienbarende nieuwe inzichten. Dat beseft Wijnberg zelf misschien ook, want in zijn epiloog preludeert hij op vier punten van kritiek die hij verwacht. Het derde luidt: 'Rob Wijnberg vertelt niks nieuws' en het vierde: 'Rob Wijnberg weet goed hoe het niet moet, maar vertelt niet hoe het wel moet'.

Tegen punt drie verweert hij zich met het argument: 'Wat voor journalisten evident en vanzelfsprekend is, is voor het grotere publiek vaak juist volstrekt nieuw en onbekend.' Vervolgens verwijst hij naar twee eerdere boekjes van zijn geestverwante collega Joris Luyendijk. Die hebben behoorlijk goed verkocht, dus met die 'volstrekte onbekendheid' valt het wel mee, zou je zeggen.

Kritiekpunt vier probeert Rob Wijnberg concreter te weerleggen: 'Zie het als de negen geboden van mijn ideale krant.'

Hij begint met drie vrome wensen (zoals 'voorbij de waan van de dag' en 'tegen clichébevestigende beeldvorming'), maar eindigt bij het negende gebod met een stellige keuze: Digital only. Dan bespaar je immers meer dan de helft van de kostprijs (papier, druk, be

zorging). Bovendien opent digitalisering de inhoudelijke mogelijkheden voor 'het nieuwe nieuws: gelaagde, multidimensionale naslagwerken, rijk aan context, die zowel voor leken als experts begrijpelijk en waardevol is'.

Geen zinnig mens zal tegen dat laatste zijn, maar daarmee is de vraag naar de financiële haalbaarheid van zijn ideale krant natuurlijk niet beantwoord. Zeker niet gezien het zesde gebod: 'Geen advertenties'.

In recente interviews heeft Wijnberg aangekondigd dat hij zijn ideeën binnenkort in de praktijk wil brengen met het 'nieuwsplatform' dat onder de werktitel De Vijfde Macht wordt ontwikkeld. Net als bij Jan-Jaap Heij's De Nieuwe Pers (opvolger van de gesneefde gratis kwaliteitskrant De Pers) kan alleen de tijd leren of de uitvinders hier aan het werk zijn die de paardentram zullen doen vergeten.

Eerder, met zijn vierde gebod, heeft Rob Wijnberg het terrein van de actuele controverse betreden: 'Journalistiek boven rendement'. Hier wordt de lezer herinnerd aan Wijnbergs voormalige werkgever NRC Handelsblad, sinds drie jaar eigendom van investeringsmaatschappij Egeria en media-entrepreneur Derk Sauer.

'Om toch aan de rendementseisen van investeerders te kunnen voldoen, die kunnen oplopen tot wel 20 procent per jaar, worden kwaliteitsmedia in een zogenoemde 'sterfhuisconstructie' gedwongen', schrijft Wijnberg. 'Dat betekent: in plaats van te investeren in de levensvatbaarheid van de onderneming op lange termijn eist de investeerder uitsluitend winstmaximalisatie op korte termijn.'

Zijn remedie: het rendement voor aandeelhouders begrenzen tot 5 procent per jaar, waarbij alle extra winst verplicht wordt geïnvesteerd in de krant zelf. En zijn businessmodel: 'een commerciële onderneming met winstoogmerk, maar dan zonder te streven naar winstmaximalisatie voor aandeelhouders'.

Toen ik dat las kreeg ik, als traditionele journalist uit het Stenen Tijdperk van de Dode Bomen, een schok van herkenning. Schetst Rob Wijnberg hier niet een nauwkeurig profiel van de aloude Perscombinatie, uitgever van de Volkskrant, Parool en Trouw in de vervlogen tijden vóór iemand ooit van Apax of De Persgroep had gehoord? Werd niet juist dat ideële karakter van de onderneming in de jaren negentig weggehoond als hopeloos uit de tijd? Heeft het paardentramdenken volgens nieuwlichter Rob Wijnberg dan toch nog toekomst?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.