BoekrecensieDrie dagen

De nieuwe thriller van Anders Roslund is weinig verrassend, maar wel smakelijk ★★★☆☆

Verrassend of origineel is de nieuwe thriller van Anders Roslund niet. Drie dagen geeft je precies waaraan je als liefhebber af en toe behoefte hebt: een solide en spannend verhaal.

Beeld Leonie Bos

Edwin van der Sar, Dirk Kuijt, Marc Overmars: allemaal stopten ze op een zeker moment met voetballen, namen groots afscheid en keerden daarna in betrekkelijke stilte terug bij de club waar ze ooit begonnen. Er was een noodsituatie ontstaan en zij waren de enigen die konden helpen. Nog één keer.

Ook Piet Hoffmann, de hoofdpersoon in Anders Roslunds nieuwe thriller Drie dagen, is al een tijdje met pensioen. Hij leidt een bedaard leventje als baas van een beveiligingsfirma, echtgenoot en vader van drie kinderen. Zijn vorige leven als infiltrant in misdaadsyndicaten overal ter wereld, met voortdurend gevaar voor eigen en andermans leven, is voltooid verleden tijd. Hoffmann bakt nu pannekoeken voor zijn kinderen. 

Maar Roslund, die roem vergaarde als de helft van een schrijfduo met oud-crimineel Börge Hellström en later samenwerkte met een lid van de bekendste misdaadfamilie van Zweden, kent de wereld die hij beschrijft goed genoeg om te weten dat het adagium ‘een crimineel gaat niet met pensioen’ ook voor zijn creatie Hoffmann geldt. Nadat de spanning ouderwets is opgevoerd – er is bij Hoffmann nooit sprake van een langdurig laisser-faire-project, maar altijd van een deadline die steeds sneller naderbij lijkt te komen – en terwijl de lijken van de bad guys nog liggen af te koelen, eindigen Roslunds Hoffmannthrillers strijk-en-zet met de verzekering dat dit ‘echt de laatste keer’ was en ‘dat het nu voorgoed voorbij is’. Met die overtuiging begint ook Drie dagen, tot Hoffmann zijn zoontje met een als poppetje versierde handgranaat ziet spelen.

Iemand heeft hem gevonden, weet wie hij is en wat hij heeft gedaan. Om te voorkomen dat zijn vredige wereld in een ruïne verandert, moet hij een opdracht uitvoeren.

Nog één keer.

Altijd smakelijk

Je kunt het oeuvre van Anders Roslund zien als een stapel pannekoeken: je weet wat je krijgt en zolang je er niet te veel achter elkaar naar binnen werkt, smaakt het altijd. Met de routine van een vakman roert Roslund in Drie dagen de opdracht van Hoffmann in het beslag waaraan eerder al een oude zaak van inspecteur Ewert Grens was toegevoegd. Die zaak, waarin een hele familie (minus een jong meisje) is geliquideerd, komt jaren na dato weer bovendrijven als er wordt ingebroken in het appartement waar de familie destijds woonde. Direct komt bij Grens de intuïtie van de ware speurder naar boven. Grens is een ouwe getrouwe, in het korps en in het werk van Roslund. In dit boek nadert zijn pensioen, hij is 64,5. 

Voor mijn gevoel was hij altijd al oud, ook toen hij nog jong moet zijn geweest. Dat hij inmiddels echt oud is, blijkt uit een scène waarin hij enkele collega’s bij hoge uitzondering bij hem thuis uitnodigt, en zij zich verbazen over het gigantische appartement dat hij in zijn eentje bewoont. Ewert Grens is een relikwie uit de tijd dat een politieman zich nog een enorm huis in Stockholm kon veroorloven, en hij is oud genoeg om zich nauwelijks te realiseren hoe uitzonderlijk dat is. Aan Grens kleeft het mottige dat veel fictieve politiemensen kenmerkt (hij draait nog altijd uitsluitend liedjes van een vergeten Zweedse zangeres en overnacht geregeld op kantoor), maar ook een diepmenselijke tragiek, waarvan we langzaam maar zeker meer te zien krijgen: de vereenzaamde weduwnaar draaft door een Stockholm dat met elk Roslund-boek een beetje meer op het Chicago van Al Capone gaat lijken, maar tegelijk woekeren de (groot)vaderlijke gevoelens heviger dan ooit. 

Beeld De Geus

Herhaling van zetten

En terwijl de zaken die hij op zijn bord krijgt steeds ruiger worden, wordt Grens mild, ja, bijna soft. Een geslaagde ingreep, en nodig, want in zekere zin is Drie dagen een herhaling van zetten van de eerdere Drie-boeken (vóór Drie dagen waren er al Drie seconden, Drie minuten en Drie uur). De werelden die Roslund ditmaal ontsluit, zijn nieuw noch verrassend (wapenhandel), voor sommige subplots (zoals het klassieke ‘is er een lek binnen het onderzoeksteam?’) geldt hetzelfde. Daarnaast houdt hij er vooral bij perspectiefwisselingen een stijl op na (‘Er schiet iemand. Pang, pang. Pang, pang’) waarvan je nooit precies weet of het slordigheid is of ironie, of een ode aan Paul van Ostaijen.

Dat alles laat onverlet dat Drie dagen je precies geeft waaraan je als liefhebber af en toe behoefte hebt: een solide, hard, spannend verhaal. Een pannekoek precies op het moment dat je eraan toe was, met de langzame vermenselijking van Ewert Grens als extra snufje kaneel in het beslag. Benieuwd naar hoe Grens zich in een volgend deel onder zijn dreigende pensioen uit redt, en welke noodsituatie Piet Hoffmann ertoe noopt nog één keer van zijn pensioen terug te keren.

Iets minder benieuwd naar de titel.

Anders Roslund: Drie dagen. Uit het Zweeds vertaald door Ron Bezemer. De Geus; 528 pagina’s; € 22,50.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden