Boekrecensie

De nieuwe roman van Mysliwski is mooi als altijd, maar net iets minder overtuigend ★★★☆☆

Wiesław Mysliwski schreef een sfeervolle, trefzekere roman over de haperende werking van het geheugen. De diffuse vertelstijl gaat op den duur wat irriteren.

Peter Swanborn
 Wiesław Myśliwski  Beeld .
Wiesław MyśliwskiBeeld .

Halverwege de steile trap die vanaf de stadsmuur naar de ‘wilde, groene vallei’ leidt, raken twee mannen van verschillende leeftijd met elkaar aan de praat. De oudste vertelt over een jeugdliefde op wie hij nog altijd wacht, al weet hij niet of ze nog in leven is. Als hij is uitgepraat en verder wil lopen, verliest hij zijn evenwicht en kukelt de trap af, met fatale afloop. Juist op dat moment glipt het geheugen van de oudere man in het hoofd van de jongere.

Zo opent Het oog van de naald, de vijfde roman van de gelauwerde Poolse schrijver Wiesław Mysliwski (1932) die nu in het Nederlands is vertaald. Eerder verschenen Over het doppen van bonen, Steen op steen, De laatste hand en De horizon, stuk voor stuk geweldige romans over complexe vraagstukken als identiteit en herinnering, grotendeels gesitueerd op het arme Poolse platteland.

In Het oog van de naald gaat het om de continuïteit van het geheugen, over de generaties heen. De oudere man heeft iets in de jongere man herkend en op dat moment besloot hij: ‘Laat hij het maar doen.’ Waarna de jongere man (maar dan zijn we al halverwege het boek) verzucht: ‘Ik moest dus zijn leven op me nemen. Nou ja, niemand leeft alleen zijn eigen leven.’

Stroom aan herinneringen

Vanaf de noodlottige valpartij lopen de verhalen van de twee mannen in elkaar over en vaak is niet duidelijk wie er aan het woord is. Dat is ook waar het Mysliwski om te doen is. Voordat een mens sterft, dat wil zeggen vóórdat hij vanaf de stadsmuur afdaalt naar de ‘wilde, groene vallei’, moet hij zijn herinneringen zien door te geven, ‘want niemand is in staat om alles tijdens zijn leven te vertellen’.

Dat leven is niet bepaald eenvoudig, zo blijkt uit de stroom aan herinneringen die de hoofdmoot van deze roman vormt. Na een moeizame jeugd wordt de naamloze ik-figuur ondanks zijn goede cijfers niet tot de universiteit toegelaten. Hij gaat in de jamfabriek werken waar zijn vader ook werkt, tot hij jaren later alsnog de mogelijkheid krijgt om geschiedenis te gaan studeren. Hij woont in een huis waar een oma, een dochter en een kleindochter elkaar het leven zuur maken. Ondertussen werkt hij aan zijn proefschrift over de Middeleeuwen.

Mysliwski beschrijft de communistische maatschappij met veel gevoel voor detail. De extase van de moeder als ze voor het eerst sinds de oorlog een sinaasappel in haar handen houdt, het restaurant waar de ober omstandig de hele menukaart aanprijst omdat hij per besteld gerecht betaald krijgt; het zijn prachtige verhalen, sfeervol en trefzeker verteld door een ik-figuur die tussen de verhalen door graag en uitvoerig reflecteert op het verstrijken van de tijd en de twijfelachtige werking van het geheugen.

Schrijven zoals mensen praten

In interviews heeft Mysliwski vaak te kennen gegeven dat hij een grote fascinatie heeft voor spreektaal, voor de manier waarop mensen praten, van het een op het ander springend, al naar gelang wat hun op het moment invalt. Het liefst zou hij op die manier schrijven, waarbij recente gebeurtenissen en herinneringen aan wat zich een half mensenleven of langer geleden heeft afgespeeld, naadloos in elkaar overgaan.

In theorie klinkt dat interessant, en in zijn vorige boeken werkte het ook goed, maar op een gegeven moment begint het toch te irriteren als midden in een alinea het vertelperspectief wisselt en je voor de zoveelste keer moet uitvogelen wie er nu aan het woord is. Dit door elkaar heen laten lopen van personages, het diffuus maken van identiteiten, is echter juist wat de schrijver voor ogen heeft en daar slaagt hij goed in.

Net zoals hij met opzet met de wisseling van tijden speelt. Zijn uitgangspunt is nu eenmaal dat ‘het geheugen onophoudelijk werkt aan wat er gisteren, eergisteren en daarvoor, tot in de kindertijd, is gebeurd’, met als gevolg dat ‘ons hele leven, mochten wij niet kunnen vergeten, als een onvoorstelbare rivier zonder oevers alle kanten op door ons heen zou stromen’.

Dat is dan ook wat Mysliwski met zijn verhalen beoogt, de onvoorstelbare rivier alsnog voorstelbaar maken. Op zichzelf een lovenswaardig streven en het levert meer dan eens aangrijpende en soms ook geestige pagina’s op. Maar anders dan het geheugen heeft literatuur vorm nodig of, om in Mysliwski’s eigen riviermetafoor te blijven, oevers.

Zonder oevers kan een rivier alle kanten uitstromen, het maakt niet uit welke, nu eens hierheen, dan weer daarheen, iedere richting is goed. En het is juist deze richtingloosheid, deze gelijkschakeling van verhalen, alsof iedere herinnering even belangrijk of onbelangrijk is, die Het oog van de naald uiteindelijk tot een minder overtuigende leeservaring maakt.

null Beeld Querido
Beeld Querido

Wiesław Myśliwski: Het oog van de naald. Uit het Pools vertaald door Karol Lesman. Querido; 448 pagina’s; € 25,99.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden