Reportage

De nieuwe rechtbank in Amsterdam is vanaf vandaag in bedrijf, voor de kunstliefhebber is er genoeg te zien

Vandaag opent de nieuwe rechtbank in Amsterdam. Behalve aan zo’n vijftig zittingszalen, biedt het gebouw van Kaan Architecten ook bijzonder veel ruimte aan – troostende – kunst. De Volkskrant ging een kijkje nemen. (Lees verder voor de architectuurrecensie!)

Het 5 meter hoge standbeeld Love or Generosity van Nicole Eisenman voor de nieuwe rechtbank in Amsterdam. Beeld Tom Philip Janssen
Het 5 meter hoge standbeeld Love or Generosity van Nicole Eisenman voor de nieuwe rechtbank in Amsterdam.Beeld Tom Philip Janssen

Voor de nieuwe rechtbank in Amsterdam staat een grote vriendelijke reus. Meer dan 5 meter hoog is de figuur, die gebukt een vogelnestje vasthoudt. Wie erin kijkt, ziet een uiltje, pijl en eikeltje. Het werk van de Amerikaanse kunstenaar Nicole Eisenman is een blikvanger. Zelfs vanuit de auto op de ringweg kun je er (voorzichtig) een blik op werpen. De andere kunstwerken die speciaal voor de rechtbank zijn gemaakt zitten ‘verstopt’ in het gebouw. Maar de reus zet de toon: de kunstwerken zijn vervreemdend, figuratief en maken gebruik van symboliek.

De rechtbank van Kaan Architecten is een rijksgebouw, wat inhoudt dat een deel van de bouwsom aan kunst moet worden besteed. ‘Mensen denken vaak dat het een procent van de bouwsom is, maar dat is niet meer zo: hoe hoger het bouwbudget, hoe lager het percentage’, legt kunstadviseur Esther Vonk uit. Alsnog had de kunstcommissie een aanzienlijk budget, dat in het geval van de buitenreus werd aangevuld met bijdragen van de gemeente Amsterdam en het Amsterdams Fonds voor de Kunst.

In de hand van het standbeeld van Nicole Eisenman zit een vogelnestje.  Beeld Tom Philip Janssen
In de hand van het standbeeld van Nicole Eisenman zit een vogelnestje.Beeld Tom Philip Janssen

Vonk was gevraagd vanwege haar ervaring met kunst in rijksgebouwen, zoals het gigantische schilderij dat Helen Verhoeven maakte voor de ontvangstruimte van het gebouw van de Hoge Raad in Den Haag, ook door Kaan Architecten ontworpen.

De kunstwerken in de rechtbank moesten troost bieden, zo had de kunstcommissie, waarin de architect en een aantal rechters zaten, aan Vonk gevraagd. En ze mochten niet aanstootgevend zijn. ‘In dit gebouw moet iedereen zich welkom voelen.’ Vonk selecteerde tientallen kunstenaars, van wie uiteindelijk Eisenman, de Brit Jesse Wine en de Nederlandse Femmy Otten werden uitgekozen.

De kunstwerken moesten goed passen bij de verschillende locaties van de rechtbank. Zo maakte Wine sculpturen voor in de binnentuin. De kunstenaar wilde tegenwicht bieden aan de spanning in een rechtbank. De Brit maakte bijvoorbeeld een sculptuur van een strandbal, een voetbal en een tennisbal op elkaar. ‘Dit kunstwerk gaat over vrije tijd’, zegt Vonk, ‘daarin bouw je volgens de kunstenaar de waardevolste herinneringen op.’

Jesse Wine maakte een sculptuur van een strandbal, een voetbal en een tennisbal op elkaar.  Beeld Tom Philip Janssen
Jesse Wine maakte een sculptuur van een strandbal, een voetbal en een tennisbal op elkaar.Beeld Tom Philip Janssen

Een andere sokkel in de binnentuin bleef leeg. Daar zou een sculptuur komen in de vorm van een hoofd. Op deze plek zou zo’n hoofd kunnen doen denken aan een onthoofding, was de vrees van de kunstcommissie. De kunstenaar liet de sokkel leeg en voegde op het raam het troostende gedicht All You Who Sleep Tonight toe van Vikram Seth: ‘Weet dat je niet alleen bent.’

Femmy Otten kreeg een andere uitdaging. Zij werd benaderd om kunstontwerpen te maken voor in de zeven grootste zittingzalen. Een buitenkans, zag ze zelf ook. ‘Dit is een heel beladen ruimte, waarin mensen veel tijd hebben om rond te kijken.’ Ter voorbereiding liep de kunstenaar een dag mee: ‘Ik kreeg een dwarsdoorsnede van de rechtspraak, er zaten schrijnende zaken tussen. Ik merkte dat het heel fijn is om met je gedachten naar iets visueels te kunnen glijden.’

Ze wilde met haar kunst in de rechtszaal de ‘zachte krachten laten zegevieren’. Alleen kreeg ze eerst te maken met een ander krachtenveld. ‘De kunstwereld is zo’n vriendelijke wereld. Ineens had ik te maken met veel mensen en ingewikkelde contracten. Alles moest niet alleen veilig zijn, maar driedubbel veilig. Ook de akoestiek was van groot belang. Het was een lastige puzzel.’

Dat ze zuinig moest zijn met blote lichaamsdelen, al beeldhouwt ze vaak borsten en piemels, had de kunstenaar meteen geaccepteerd. ‘Dat past gewoon niet in een rechtszaal.’ Ook andere ontwerpen bleken onverwachts aanstootgevend. Een sculptuur van een houten voet werd afgewezen, want in sommige culturen is de onderkant van de voet onrein. Otten: ‘Het was verwarrend. Ik merkte dat ik mezelf steeds ging bevragen.’ Gelukkig had de kunstenaar ’s nachts een ingeving. ‘Ineens wist ik wat de essentie van het werk was: ik moet met mijn kunstwerken contact maken met de mensen die daar straks komen te zitten. Dat hielp. Ik was dat idee kwijtgeraakt in alle ingewikkelde processen om de opdracht heen.’

Kort na die nacht legde ze haar ‘definitieve ontwerp’ op tafel: dit moest het worden. Voor de zeven zittingzalen heeft Otten dertien intrigerende en indrukwekkende kunstwerken gemaakt. Ze maakte bijvoorbeeld een gigantisch in tweeën geknipt zeegezicht, een vliegend tapijt met vogels, een rondlopende regenboog en een vrouwengezicht dat uit de muur komt.

Een rechtszaal met werk van Femmy Otten. Beeld Tom Philip Janssen
Een rechtszaal met werk van Femmy Otten.Beeld Tom Philip Janssen

Er zit allerlei symboliek in verborgen, soms subtiel verwijzend naar de rechtspraak of de actualiteit. ‘De essentie is dat de toeschouwer zijn eigen interpretatie kan maken’, zegt Otten. Zo kan in het zeegezicht, dat voor de kunstenaar verwijst naar het verstrijken van de tijd, ook een verwijzing naar de vluchtelingencrisis worden gezien. En de regenboog, die Otten ‘een magisch moment’ noemt, is ook symbool voor diversiteit en de lhbti-gemeenschap. Otten: ‘Ik vond dat spannend, die regenboog, ik ben heel blij dat die erin is gekomen.’

In haar definitieve ontwerp had Otten trouwens alsnog een piemel verstopt, als ‘optie’ bij een paard dat ze wilde schilderen. Uiteindelijk is het een merrie geworden. Esther Vonk houdt achteraf voor mogelijk dat het best had gekund, die piemel: ‘We hadden inmiddels zo veel vertrouwen in haar kunst.’

Werk van Femmy Otten in een rechtszaal. Beeld Tom Philip Janssen
Werk van Femmy Otten in een rechtszaal.Beeld Tom Philip Janssen
Werk van Femmy Otten Beeld Tom Philip Janssen
Werk van Femmy OttenBeeld Tom Philip Janssen

De opdracht voor een ‘gezagwekkend’ gebouw had kunnen ontaarden in een architectuur vol tegenstrijdigheden. Maar de nieuwe rechtbank in Amsterdam voelt in balans ★★★★☆

Rechtbank Amsterdam

Architectuur

★★★★☆

Door Kaan Architecten.

Parnassusweg, Amsterdam.

‘Gezagwekkend’ moest de rechtbank aan de Amsterdamse Zuidas worden. Althans, zo stond het in de ontwerpprijsvraag die de toenmalige Rijksgebouwendienst in 2014 uitschreef. Bij Kaan Architecten zagen ze dat dat woord niet in Van Dale staat. Het is een verbastering van ‘gezaghebbend’ en ‘ontzagwekkend’.

Er waren meer tweeledige wensen. Zo moest het gebouw – waar 1.000 mensen werken en dagelijks 1.200 bezoekers komen, terwijl 120 verdachten worden voorgeleid – beveiligd én vrij toegankelijk worden, autoriteit uitstralen én benaderbaar zijn, transparant maar met oog voor privacy in de zittingszalen.

Het plein voor de nieuwe rechtbank van Amsterdam. Beeld Tom Philip Janssen
Het plein voor de nieuwe rechtbank van Amsterdam.Beeld Tom Philip Janssen

Deze ingewikkelde opgave hebben de ontwerpers vertaald naar een verrassend simpele vorm: een vierkant blok van 80 bij 80 meter en 50 meter hoog, met dragende gevels van bruinzwarte stalen profielen die de ramen kaderen. Een gebouw dat ruimtelijk orde op zaken stelt, zoals de rechter met zijn hamer orde afdwingt.

Aan de Parnassusweg is een kwart uit het blok weggenomen om ruimte te maken voor een plein. Dat opent zich naar de groene allee die zal worden aangelegd boven op de A10, die in de toekomst ondergronds zal gaan. Aan de achterzijde is een achtste deel uitgespaard voor een besloten tuin, die de overgang tussen het blok en de omringende laagbouw verzacht. De rechtbank staat op de plek van de aanbouwen die architect Ben Loerakker in de jaren tachtig en negentig aan zijn kantongerecht uit 1975 toevoegde. Het complex voldeed niet meer aan de eisen van deze tijd en is voor de nieuwbouw gesloopt.

De foyer met blik naar buiten. De natuurstenen vloer loopt door op het plein. Hier wordt de gewenste connectie met de stad zichtbaar. Beeld Tom Philip Janssen
De foyer met blik naar buiten. De natuurstenen vloer loopt door op het plein. Hier wordt de gewenste connectie met de stad zichtbaar.Beeld Tom Philip Janssen

Loerakker vond dat een rechtbank geen grandeur behoefde; hij was een architect van de menselijke maat. Het ontwerp van Kaan volgt de grootstedelijke schaal van de Zuidas. Als je aankomt vanuit Oud-Zuid, torent de donkere kolos boven de gebouwen uit, imposant op het randje van intimiderend. Dat was het natuurstenen entreeplein ook geweest als daar niet het metershoge standbeeld van Nicole Eisenman stond: een gebogen mensenfiguur die bemiddelt tussen de schaal van het gebouw en de bezoeker. Hij staat daar wat eenzaam, maar dat gaat vast veranderen als kinderen de waterpartij op het plein ontdekken en ijskarretjes zich naast de zitbanken posteren.

Het natuursteen van het plein is ook gebruikt voor het onderste deel van de gevel en de vloer van de foyer. Vanuit deze ontvangstruimte overzie je het gebouw gemakkelijk via de vides en diagonale zichtas, met aan de ene kant een zwart en aan de andere kant een lichtgekleurd bouwdeel met daarin de zittingszalen. Achter de receptie voert een lange roltrap naar de eerste verdieping met de bodebalies. Aan deze open wachtruimte liggen de koffiebar en de publiek toegankelijke Praktizijnsbibliotheek. Verder omhoog vind je de congreszalen met het restaurant, helemaal bovenin zijn de werkkamers van de rechters en medewerkers.

De maatvoering van de gevel volgt deze organisatie, met beneden de publieke, in het midden de collectieve en boven de besloten functies. Onderin zijn de puien 3,60 meter breed, in het midden 1,80 meter en daarboven 90 centimer. Door de verdiepingshoge ramen en vanuit de twee patio’s valt veel daglicht binnen en heb je prachtig uitzicht over de stad. Bij het restaurant is een groot inpandig balkon gemaakt waar medewerkers kunnen lunchen en vergaderen in de open lucht.

De organisatie van de kantoren was een logistieke puzzel. Zo moet de rechter-commissaris binnen vier minuten vanaf zijn werkplek op de bovenste verdieping naar de zittingszaal beneden kunnen, waarvoor een speciale lift is gemaakt. In het dagelijks gebruik zal hij liever de spectaculaire spiraalvormige trappartij nemen, een miniatuurversie van het Guggenheimmuseum in New York, die ruimte biedt aan de kunstcollectie van de rechtbank.

Het 'Guggenheim’-trappenhuis, waar kunst uit de collectie hangt.  Beeld Tom Philip Janssen
Het 'Guggenheim’-trappenhuis, waar kunst uit de collectie hangt.Beeld Tom Philip Janssen
null Beeld Tom Philip Janssen
Beeld Tom Philip Janssen

Onder het gebouw, verborgen voor de passant, bevinden zich het cellencomplex en de parkeergarages, één voor de medewerkers en één voor de gedetineerdenbusjes. Ook deze kelder heeft een bijzondere ruimtelijke kwaliteit gekregen. Naast de in- en uitrit van de garages, vormgegeven als een enorme natuurstenen knikkerbaan, hebben de ontwerpers een grote patio gemaakt waarin kunstwerken staan en planten tegen de wanden groeien. Aan deze buitenruimte liggen de werkkamers van de snelrechters.

Door alle gesloten functies in de kelder te plaatsen, kon het gebouw openblijven richting de stad, met de scanpoortjes bij de entree als enige zichtbare fysieke beveiliging. Security by design noemen de architecten deze strategie. Essentieel daarbij is het scheiden van de verschillende gebruikersstromen. De verdachten worden vanuit het souterrain naar de zittingszaal geleid, de rechters en aanklagers komen met de lift van boven, door een eigen deur. Het publiek loopt via de foyer naar de tribune, waar je de rechtszaak volgt vanachter glas.

Natuursteen bij de entree. Beeld Tom Philip Janssen
Natuursteen bij de entree.Beeld Tom Philip Janssen

De opdracht voor een ‘gezagwekkend’ gebouw had kunnen ontaarden in een architectuur vol tegenstrijdigheden. Kaan Architecten heeft de ogenschijnlijk onverenigbare wensen knap weten te combineren. Zo ontwierpen ze ramen met een ets van het natuursteen waarmee de zittingszalen omkleed zijn. Hierdoor kunnen de rechter en aanklager vanaf het podium naar buiten kijken, maar de bezoeker niet naar binnen.

Femmy Otten

Femmy Otten (40) volgde kunstacademies in Gent en Den Haag, en verbleef twee jaar aan de Rijksakademie in Amsterdam. In 2013 won ze de Volkskrant Beeldende Kunst Prijs. De jury schreef destijds: ‘Femmy Otten bedrijft de liefde met haar materiaal.’ Vanaf 20 juni heeft ze een grote solotentoonstelling in cultuurhuis De Warande in Turnhout (België).

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden