Anna Aagaard Jensen in  haar studio in Eindhoven.

Reportage New Dutch Design

De nieuwe ontwerpers werken niet aan hun ego, maar aan een hoger doel

Anna Aagaard Jensen in haar studio in Eindhoven. Beeld Renate Beense

Designers maken ­vandaag geen stoel of bank meer, ze streven oplossingen en concepten na. En dat is natuurlijk goed voor ­milieu, de zorg en uw gezondheid.

De Living Light van de jonge ontwerper Ermi van Oers (28) bestaat uit een ledlampje waarvan het snoertje is verbonden met een kamerplant. Bij fotosynthese, het natuurlijke proces waarbij licht wordt omgezet in voedsel en zuurstof, komt namelijk zwakstroom vrij. Genoeg zelfs, om een ledje te laten branden. Een boek kun je weliswaar nog niet bij lezen bij deze ‘levende lamp’ maar sfeervol is hij wel. Bovendien, voor licht moet de plant goed worden verzorgd. Indringender kan het besef dat we zuinig zijn op onze natuur niet worden overgebracht.

Wilt u dit artikel liever beluisteren? Hieronder staat de door Blendle voorgelezen versie.

Gratis en ook nog eens schone energie, aan ambitie geen gebrek. En niet alleen bij Van Oers overigens. Beer Holthuis (23) bijvoorbeeld studeerde vorig jaar af aan de Design Academy Eindhoven met een zelfgebouwde 3D-printer waarmee hij schalen en lampen vervaardigt van ­papierpulp. Nog even en we maken thuis designlampen van oude kranten. Of de Emotion Whisperer van Simon Dogger (42, zelf visueel gehandicapt), een bril met een camera met gezichtsherkenning waarmee de drager aan de hand van trilsignalen kan voelen of de gesprekspartner blij, boos of juist ongeïnteresseerd is.

Anna Aagaard Jensen met haar ontwerp Basic Instinct, die vrouwen de mogelijkheid biedt om met de benen uit elkaar te zitten: ‘Het is een lichaamspositie die kracht en zelfverzekerdheid uitstraalt en daarmee ook oproept.’ Beeld Renate Beense

Het afgelopen jaar heb ik talloze jonge ontwerpers gesproken over hun werkwijze en hun drijfveren. En telkens weer werd ik getroffen door de bevlogenheid en dadendrang. Ze zijn tenslotte opgegroeid en opgeleid tijdens een economische crisis en weten daardoor dat grote veranderingen nodig zijn. Inmiddels zijn ook het klimaat, het zorgsysteem en de democratie in crisis. Armoede, nepnieuws maar ook vleesschaamte en ­natuurlijk de groeiende plasticsoep – het is slechts een kleine greep uit de dringende maatschappelijke vraagstukken waarover ze zich buigen.

Ook opvallend: het ego is opzij geschoven. Roem en succes zijn niet langer het doel. Impact en relevantie, daar gaat deze post-crisisgeneratie voor. Design gaat niet meer om dat ene iconische ­object, maar om het in gang zetten van een verandering. Oftewel: geen handgemaakte en unieke Voddenstoel, dat Dutch-design­icoon van Tejo Remy uit de vorige eeuw, maar een innovatief productiesysteem waarmee iedereen lampen kan maken van papierafval. En daarvoor wordt ruimhartig samengewerkt. Want ze weten dat als ze daadwerkelijk iets willen veranderen, dat kennis, tijd en middelen moet worden gedeeld. Van Oers bijvoorbeeld ontwikkelde haar Living Light met bio-wetenschapers van Wageningen ­University.

Betrokken, samenwerkend en onbevangen experimenterend – dat is de nieuwe mentaliteit van Dutch designers. Een mentaliteit die voor het eerst wordt beschreven in een boek dat niet voor niets Do It Ourselves heet. Daarvoor heb ik 197 verrassende, soms ontregelende maar altijd innovatieve ontwerpen geselecteerd. Ontwerpen die kritiek leveren op verspilling en zich sterk maken voor kwetsbare groepen. Of gewoon een heel breekbaar lampje dat brandt op een ­kamerplant.

Jeroen Junte, Do It Ourselves – A new mentality in Dutch design. Uitgeverij nai/010, € 39,95

Anna Aagaard Jensen: Basic Instinct

‘Wist je dat de Mediamarkt specifiek mannen lokt door tv’s, games en andere apparaten bij de entree te plaatsen? Vrouwelijke verzorgingsproducten staan boven, bij de wasmachines en de fornuizen. Die zijn blijkbaar niet de moeite waard om mee te pronken’, zegt ontwerper Anna Aagaard Jensen (29) voor de gevel van het elektronicawarenhuis tijdens een wandeling door haar woonplaats Eindhoven. Ook het design van veel apparaten is afgestemd op mannen: stoere zwarte kleur, onnodig groot en voorzien van veel knopjes en lichtjes.

Het is slechts een voorbeeld van een openbare ruimte die zo is ingericht dat mannen op hun gemak zijn. Waarmee Jensen op zich geen probleem heeft. ‘Zolang vrouwen dat ook zouden zijn. Ik ben niet tegen verschillen tussen mannen en vrouwen, wel tegen ongelijkheid!’ Waarmee de ­feministische ontwerper wél een probleem heeft: vrouwen hebben een grotere kans op ernstige verwondingen bij een auto-ongeluk dan mannen. ‘De veiligheid van auto’s worden getest met crashtestdummy’s die zijn gebaseerd op het mannelijk lichaam’, zegt lopend op een zebrapad. Bovendien is de lengte van de autostoel, de omvang het stuur en het ontwerp van het dashboard afgestemd op een mannelijke chauffeur. Om nog maar te zwijgen van de autogordel die zwangere vrouwen beknelt. Met een vrouw aan het hoofd van de ontwerptafel zouden deze fouten nooit zijn ­gemaakt, is haar stellige overtuiging. ‘Maar van vrouwen wordt verwacht dat ze iets doen met textiel, keramiek of kleur.’

Anna Aagaard Jensen: ‘Ik ben niet tegen verschillen tussen mannen en vrouwen, wel tegen ongelijkheid!’ Beeld Renate Beense

Nou, Jensen niet. Zat van deze male gaze besluit ze voor afstuderen aan de Design Academy Eindhoven vorig jaar een robuuste stoelencollectie te maken die vouwen in hun kracht zet – letterlijk. Haar Basic Instinct biedt vrouwen de mogelijkheid om met de benen uit elkaar te zitten. ‘Het is een lichaamspositie die kracht en zelfverzekerdheid uitstraalt en daarmee ook oproept.’ Iedere vrouw kent wel zo’n man; een collega die wijdbeens en op een uitleggerig toon de discussie domineert of die vreemde in de trein die pontificaal alle beenruimte opeist. ‘Naast gewoon irritant, is dit man­ spreading een uiting van mannelijke ­dominantie.’

De grillige vorm van de stoelen is sculpturaal, alsof ze met de handen uit kunststof zijn geboetseerd. De stoel, inmiddels aangekocht door het Centraal Museum in Utrecht, moet ogen als een troon. De roze kleur komt van de rouge die ze door het transparante acrylaat mengde. ‘Make-up is een ­bevestiging van traditionele sekse­verschillen. Daarbij wordt roze geassocieerd met meisjes.’

Jensens Basic Instinct-stoel is speciaal ontworpen voor vrouwen. ‘Nu kunnen mannen ook eens ervaren hoe het is om niet te kunnen zitten waar of hoe je maar wilt.’ Beeld Renate Beense

De naam Basic Instinct komt van de gelijknamige Hollywoodfilm, waarin hoofdrolspeler Sharon Stone tijdens een politieverhoor haar mannelijke ­ondervragers verwart met een on­gegeneerde inkijk tussen haar opengesperde benen. ‘Maar ze houd de controle over haar seksualiteit. Het is een vorm van fysieke agressie en ­dominantie die vrouwen zich zelden permitteren.’ Daarom laat ze ook uitsluitend vrouwen in de stoel zitten. ‘Nu kunnen mannen ook eens ervaren hoe het is om niet te kunnen zitten waar of hoe je maar wilt.’

Met haar ontwerp bevraagt Jensen de stereotype rolpatronen tussen mannen en vrouwen. Iets waaraan ze zelf niet voldoet. Ze draagt stoere laarzen, een vormloze spijkerbroek met forse sleutelbos en een uniseks T-shirt waaronder een forse tatoeage op de onderarm prijkt. Al is deze look vooral praktisch. ‘Met plaknagels kan ik toch niet werken’, zegt ze, terwijl ze een shagje draait. Dat haar stoelen zich zullen ontwikkelen tot een massaproduct, dat ziet ze dan ook niet voor zich. Hoeft ook niet. Hoewel? ‘In elke boardroom kun je dan in één oogopslag zien of de man-vrouwverdeling gelijk is. Wat ongetwijfeld tot betere besluitvorming zou leiden.’

Dave Hakkens: Precious Plastic

‘Dit is een slecht ontwerp’, zegt Dave Hakkens (31) in een gangpad van een Albert Heijn-filiaal in de Eindhovense binnenstad. In zijn hand heeft hij een gestroomlijnde tandenborstel. ‘De haren hebben twee kleurpigmenten en het handvat is gemaakt van nog eens twee verschillende plasticsoorten, een harde en zachte voor betere grip. De verpakking is van wéér een ander plastic, net als de stickers erop, die bovendien zijn vermengd met inkt.’ Kortom, ‘het recyclen van dit plastic product is bijna onmogelijk gemaakt.’

Bijna dan, want onder de noemer Precious Plastic heeft Hakkens een manier ontwikkeld waarmee bijna iedereen bijna elk plastic kan recyclen. De basis van zijn doe-het-zelf productielijn zijn een shredder om plastic te vermalen, een pers om gesmolten plastic in mallen te verwerken en een extruder waarmee van het gesmolten plastic een product kan worden geprint. ‘De bouwtekeningen en de gebruiksaanwijzing van de machines staan online, waar ze gratis kunnen worden gedownload.’ De techniek is overzichtelijk, het doel is groots: ‘Met dit systeem kan overal ter wereld en door ­iedereen plastic worden gerecycled.’

Onder de noemer Precious Plastic heeft Dave Hakkens een manier ontwikkeld waarmee bijna iedereen bijna elk plastic kan recyclen. Beeld Renate Beense

Wat vijf jaar geleden begon als een wild afstudeerplan aan de Design Academy Eindhoven is inderdaad uitgegroeid tot een wereldwijde community. ‘Inmiddels staan onze machines op meer dan driehonderd plekken, van provisorische hutjes op het Afrikaanse platteland tot geavanceerde ­digitale werkplaatsen in Barcelona. Op een online platform kunnen tips worden uitgewisseld over manieren om de machines te verbeteren of welke producten geschikt zijn voor de verschillende plastics. Zo bouwen we samen aan een ­alternatief, duurzaam productie­systeem.’

De kennis van plastic heeft Hakkens helemaal zelf moeten uitvogelen. ‘Zo zijn er wel duizend soorten. Welke kun je wel vermengen en versmelten en welke niet? Van metaal weten we dat precies, omdat dat een economische waarde had. Maar plastic was zo goedkoop, dat kon je beter weggooien. En dus liggen onze oceanen er nu vol mee.’ Soms wordt hij wel eens moedeloos in de supermarkt. ‘Het lijkt wel alsof er steeds meer plastic bijkomt.’ Wat hem ook strijdlustiger maakt voor herwaardering van ­afvalplastic tot een volwaardige grondstof. ‘Dit kan bijvoorbeeld prima industrieel gerecycled worden’, zegt hij, terwijl zijn hand glijdt langs het dunne folie van een bloembos naast de AH-kassa. ‘Maar het inzamelen is te duur. Je vervoert feitelijk een vrachtwagen met lucht.’

Beeld Renate Beense

Het ‘hoofdkantoor’ van Precious Plastic is een oude fabrieksloods verderop in de straat. Daar staan lasapparaten, draaibanken en stellingkasten met nog meer handmachines en bakjes met onderdelen. Bij de ingang staan grote bakken waar Eindhovenaren hun oude plastic kunnen inzamelen. ‘Gratis materiaal waar we niets voor hoeven doen’, grapt Hakkens. Ook wordt geëxperimenteerd met innovatieve bio-plastics. Op een werktafel staan potjes met bruine pasta’s en brouwsels; in een provisorische stellingkast staan potjes met gft-afval. Hakkens pakt een bruin bakje. ‘Dit is bijvoorbeeld gemaakt van tarwevlies, nu nog een restproduct. Ons doel is niet recyclen, maar geen afval.’

De ruim dertig werknemers – millennials met stoere tattoos en asymmetrische kapsels – zijn allemaal vrijwilligers, ook weer van over de hele wereld. Zij krijgen alleen een slaapplek en drie maaltijden per dag. ‘Iedereen is hier omdat hij of zij dat graag wil, wat zorgt voor een enorm positieve vibe.’ Hakkens voorziet in zijn eigen inkomsten met lezingen en prijzengeld van bijvoorbeeld de Dutch Design Wards als Best Talent in 2016.

Zijn ultieme droom is de vestiging van een community met duurzame woon- en werkplekken op het platteland van Portugal. ‘In Nederland is alles dichtgesmeerd met regels. Als we daar een windmolen willen voor onze eigen energie, dan kan dat gewoon. Wij kunnen al dikke balken van gerecycled plastic maken, waarmee we in principe kunnen bouwen. Het wordt één groot experiment om te kijken of wij een zelfvoorzienende plek kunnen realiseren. Uiteraard wordt alles online gedocumenteerd, zodat anderen daarvan kunnen leren.’ Een probleem alleen nog: de financiering. Maar ook daarvoor heeft Hakkens een pragmatische oplossing: we gaan gewoon beginnen.’

Frank Kolkman: Crystal Dream Machine

Frank Kolkman in zijn studio in Arnhem. ‘Er is een heilig geloof dat technologie onze problemen zal oplossen. En als blijkt dat een bepaalde technologie juist nieuwe problemen veroorzaakt, wordt meteen gezegd: geen paniek, binnenkort komt een verbeterde versie uit die alles oplost.’ Beeld Renate Beense

‘Oh, internet… verschrikkelijk’, verzucht ontwerper Frank Kolkman (30) in zijn gloednieuwe studio in de Arnhemse binnenstad. Sinds de verhuizing deze zomer is er nog steeds geen fatsoenlijke verbinding en moet zijn Macbook draaien op de 3G-wifi-van zijn smartphone. ‘Pfff, zo traag.’ Deze afhankelijkheid van internet staat haaks op de kritische blik waarmee Kolkman de uitwassen van het moderne online-leven onderzoekt. ‘Veel technologische producten beloven efficiëntie. Maar in het leven moet ook frictie en spanning zitten en ruimte voor diepere connecties met anderen. Nu verplaatsen we ons met de snelste route van A naar B op Google Maps. Maar als we verdwalen of een panoramische route nemen, krijgen we misschien onverwachte inspiratie of ontmoeten mensen buiten ons algoritmische netwerk.’

Zijn werkplaats is een mix van high- en lowtech. Op de werkbanken slingeren soldeerbouten en schroevendraaiers maar er staat ook een 3D-printer en een onvermijdelijke Macbook Pro dus, de Workmate van de moderne ontwerper. Daarnaast is veel van zijn apparatuur zelfgebouwd of draait op opensourcesoftware. Kolkman noemt zich designhacker. ‘Door producten, maar ook productiesystemen te ont­rafelen probeer ik daar inzicht in te krijgen. Vervolgens bouw ik ze weer, maar dan op een andere manier. Met als doel mensen anders te laten ­nadenken over technologie en de ­bredere sociale, ethische en politieke implicaties daarvan.’

Neem de toenemende stress door ­digitalisering. ‘Tech-bedrijven geven schoorvoetend toe dat ze ons doelbewust verslaafd maken om ons zo lang mogelijk vast te houden op hun platforms. Terwijl het voor onze geestelijke gezondheid juist zo noodzakelijk is om af ten toe een beetje te dagdromen, te lummelen met je geliefde op de bank of je gewoon te vervelen. Kan technologie worden ingezet om deze negatieve aspecten van technologie te neutraliseren?’ Daarom ontwikkelde hij in samenwerkring met kristalfabrikant Swarovski de Crystal Dream ­Machine, een installatie die lijkt op een medisch scan-apparaat, alleen geeft de kap om het hoofd lichtflitsen op specifieke frequenties die een ontspannende droomstaat opwekken. ‘Het effect is meetbaar met behulp van EEG, maar de beleving is heel visueel en hypnotiserend en voor iedereen anders.’ En wat nou zo leuk is: ‘De ­ervaring ervan kun je niet delen op Instagram. Je moet het zintuigelijk ­ondergaan.’

Beeld Renate Beense

Kolkman ontwerpt geen kant-en-klare consumentenproducten, maar speculatieve of experimentele prototypes. ‘Daarmee schets ik een alternatieve werkelijkheid, die als checkpoint voor technologie fungeert. Wat vinden we hiervan? Willen wij dit? Terugdraaien van technologie is heel moeilijk. Daarom moeten we als ontwerpers niet alleen vooruit kijken naar nieuwe kansen en mogelijkheden maar ook proberen nieuwe vraagstukken en dilemma’s te voorspellen.’ Zo ontwikkelde hij met behulp van 3D-printers en lasercutters een doe-het-zelfrobotarm voor kleine medische ingrepen. ‘Door de stijgende zorgkosten is het niet ondenkbaar dat een groeiende bevolkingsgroep straks geen arts meer kan betalen en is aangewezen op medische zelfhulp. Wat uiteraard allerlei medische, juridische en ethische dilemma’s oproept. Daar moeten we over nadenken.’

Waar Kolkman voor waakt is het heersende tech-optimisme. ‘Er is een heilig geloof dat technologie onze problemen zal oplossen. En als blijkt dat een bepaalde technologie juist nieuwe problemen veroorzaakt, wordt meteen gezegd: geen paniek, binnenkort komt een verbeterde versie uit die alles oplost. Technologie die moet worden gered door meer technologie – of dát gaat werken is natuurlijk maar zeer de vraag.’ In werkelijkheid is innovatie een langdradig en complex proces waarin oude en nieuwe technologie rommelig door elkaar heen lopen. Koolenergie zien we als achterhaalde technologie. Maar om jouw sms-berichtje te versturen, gaat er hoogstwaarschijnlijk nog steeds ergens in een energiecentrale een kooltje op het vuur.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden