De nieuwe mens, dat zijn wij

Nederland raakte eind 19de eeuw in de ban van de visuele cultuur. Auke van der Woud toont dat aan met originele voorbeelden en trekt de lijn door naar nu.

Een kinderspel uit het Panopticum, dat in 1882 in Amsterdam werd geopend. Beeld Foto Collectie Stadsarchief Amsterdam
Een kinderspel uit het Panopticum, dat in 1882 in Amsterdam werd geopend.Beeld Foto Collectie Stadsarchief Amsterdam

Eén jaar na de Slag bij Waterloo konden Amsterdammers deze historische gebeurtenis in hun eigen stad bewonderen. Drie maanden lang konden ze zich vergapen aan een enorm geschilderd panorama van Napoleons finale nederlaag. Het liep storm. De napoleontische oorlogen hadden heel Europa meegesleurd; Nederland was voortaan niet meer dan een pion in een reusachtig diplomatiek schaakspel. De geschiedenis had plots een enorme vaart gekregen en de toekomst lag angstwekkend open. Men wilde zíén wat er was gebeurd.


Zien, daar draait het om in De nieuwe mens van Auke van der Woud. De 'panorama-rage' van de eerste helft van de negentiende eeuw vormde in zijn ogen slechts het begin. In 1882 opende in Amsterdam het eerste 'panopticum', met wassen beelden van Bijbelse figuren, moordenaars, koning Willem, Scheveningse vissers en nog veel meer. Kosten noch moeite waren gespaard. De nepmedailles van de wassen Willem hadden duizenden guldens gekost, aldus de initiatiefnemers. Dat hadden ze razendsnel terugverdiend. Het gruwelijke panorama Het beleg van Parijs trok dat jaar 62 duizend bezoekers, maar de medailles van Willem werden in de eerste drie maanden dat het panopticum open was, honderdduizend keer bewonderd. 'Geliked' zouden we nu zeggen. Want Van der Woud ziet een directe lijn tussen het ontstaan van deze visuele cultuur en de huidige digitale cultuur.

undefined

Opvoeden

Na de wassen beelden volgden de etalages, waarlangs men kon flaneren (en zichzelf in de enorme spiegelruiten kon bewonderen), daarna de café-restaurants, de terrassen, de openbare parken - en toen dat alles te druk werd, te 'volks', en de elite behoefte kreeg aan eigen ontmoetingsplekken, om alleen elkaar te zien, verrezen er stadsschouwburgen en het Rijksmuseum. Instellingen die door de staat moesten worden gesubsidieerd, want ze waren er immers om het volk op te voeden. Maar eenmaal geopend werd het volk zorgvuldig geweerd. De arbeider, de verkoopster, de huisvrouw, die zaten toen al in de bioscoop, waar een nog veel grotere wereld van visuele illusies werd vertoond.

Van der Wouds heldere stijl en vele originele voorbeelden maken De nieuwe mens tot een schitterend boek; een waar panorama van de immense transformatie die Nederland en de Nederlanders rond 1880 ondergingen.

Maar hij wil méér. Halverwege het boek verandert zijn perspectief. Hij citeert Friedrich Nietzsche, die als eerste vlijmscherp zag dat de opkomst van de natuurwetenschap en het materialisme niet alleen het einde betekende van God, maar ook van oude vanzelfsprekendheden omtrent waarheid en werkelijkheid. De 'ware' wereld was volgens Nietzsche 'een nutteloos, overtollig geworden idee, ergo een weerlegd idee: we schaffen het af!'

Likes

Volgens Van der Woud is dat exact wat de mens deed. Het tijdperk van het woord, van gezag en overtuiging, was voorbij. Sinds die tijd rennen we van de ene verleidelijke illusie naar de andere. Of zoals een lezer het in 1898 in het tijdschrift Vragen van den dag formuleerde: 'Nooit komt men gereed met het vormen van een oordeel; hoe vlijtig ook onderzoekend, steeds zal men in het scheppen van een definitieve meening verhinderd worden door het ontdekken van nieuwe idealen die aandacht vragen.' Zo'n verzuchting zou nu tientallen likes opleveren.

Van der Woud is ervan overtuigd dat er rond 1880 een fundamentele breuk in de cultuur optrad. Hij omschrijft de nieuwe cultuur als een mutant, 'een organisme dat in de brave oppassende familie van vader Verlichting en moeder Romantiek werd geboren, en dat eigen afwijkende genen had. Daardoor bleek die nakomeling extreem goed aangepast aan het veranderende milieu.' Haar grote kracht is paradoxaal genoeg gelegen in het feit dat ze, zoals Nietzsche al zag, geen waarheid of zekerheid kent. Zo besteedt Van der Woud een scherp hoofdstuk aan de artistieke tegencultuur van die tijd, de onaangepaste dichters en schilders van het fin de siècle. Historici besteden daar veel te veel aandacht aan, schrijft hij, en hij merkt droogjes op: 'Het protest werd geneutraliseerd door het te absorberen.' Dat noemt hij kenmerkend voor de nieuwe cultuur, 'die zich vroeg of laat voor al het nieuwe openstelde en niets definitief uitsloot, omdat er geen ultieme Waarheid is die het nieuwe kan tegenhouden'.

In die leegte leven we nog steeds. De visuele cultuur ziet geen tegencultuur. En heeft daarmee het eeuwige leven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden