De nieuwe lekenpriesters

Filosofie speelt in Frankrijk een steeds voornamere rol. Filosofen mengen zich in het debat en hebben een heuse schare fans....

Een jonge boxer steekt zijn snoet in een bak water en wrijft die dan hijgend tegen de rug van zijn baas, op zoek naar schaduw. Even verder zit een rij mensen met tapijtjes op het hoofd, een enkeling heeft daar La Revue du Vin de France als een punthoedje bovenop gelegd.

Tussen de wijnranken komt vers publiek aanzetten. Ook zij krijgen van een vriendelijke jongeman een kleedje. Eigenlijk zijn die bedoeld om het zitcomfort op de grashelling te vergroten. Maar als het dertig graden is en de zon hoog aan de hemel staat, worden de prioriteiten wat verlegd.

In de diepte, onderaan de helling tussen twee wijngaarden van château La Clotte – een van de kleinere producenten van de Saint-Emilion Grand Cru Classé –, oreert een stevige veertiger. Hij heeft een microfoon in de hand, zijn stem klinkt uit luidsprekers die tussen de wijnranken staan opgesteld. Achter hem staat een schilderijlijst van wel vier bij drie meter.

‘Het landschap ondervraagt het bewustzijn’, zegt de man op geduldige toon. ‘Het is een gekaderd landschap. Wij zijn de hoeders van dit landschap, maar niemand kan beweren er de eigenaar van te zijn.’

Die man, Serge Bruffaud is zijn naam en je zou hem landschapsfilosoof kunnen noemen, lijkt als enige geen last te hebben van de hitte. Terwijl zijn gehoor ongemakkelijk schuift, wijst hij op de vlakte in de verte, op de heuvel die ons het zicht daarop deels ontneemt, op de welvingen van de wijngaarden die het reliëf volgen en op de rij eiken in de verte. ‘De eiken omhakken, dat zou nog erger zijn dan maïs planten in het dal.’

Wie ons hier zo ziet zitten, zou allicht denken aan een overigens onschuldige sekte, die verwacht aanstonds per tapijtje door de schilderijlijst te vliegen.

Een sekte is het misschien, maar dan wel een grote.

Daverende teksten
In de rest van Europa is filosofie een wat marginale bezigheid voor wetenschappers onder elkaar, die zich soms met daverende teksten in het maatschappelijke debat mengen, maar doorgaans vooral elkaar in de haren zitten over kwesties die het gewone publiek onverschillig laten.

In Frankrijk ligt dat anders. Geen praatprogramma of opiniepagina zonder filosoof; filosofen brengen het tot minister, ze verkopen boeken met tienduizenden tegelijk, ze zijn idool, vader van het zoontje van de presidentsvrouw.

In het Zuidfranse Saint-Emilion klotst een jaar rond de dieprode wijn tegen plinten en muren. Wijnranken staan in slagorde opgesteld tot aan de muren van het stadje. De straten zijn een aaneenschakeling van wijnwinkels, associaties van vrienden van de betere wijn, voorportalen van châteaux, proeverijen, wereldwijde verzendhuizen en ander vinologisch vertier.

Wie er komt, heeft één ding in gedachten en dat is vloeibaar. Maar in het laatste weekeinde van mei neemt de geestkracht het over. Dan is er festival Philosophia – twee dagen lang filosoferen in de open lucht en tussen oude stenen.

Vreemd? Helemaal niet, vindt Eric Le Collen, bedenker en organisator van het festival. ‘Wijn en filosofie doen een beroep op intuïtie en intelligentie, op analytische vermogens en kennis. Saint-Emilion past bij filosofie als een concertzaal bij een toporkest. De gemeente wilde graag, we hebben voor een weekeinde de sleutels van de stad gekregen. De mensen komen van ver om dit mee te maken.’

Bij het vaststellen van het thema houdt hij dat grote publiek in gedachten. Het eerste festival stond in het teken van De Zintuigen, aflevering twee had als thema Geluk. Tijdens deze derde editie gaat het over De Wereld. Waarmee een knipoog wordt uitgedeeld naar Saint-Emilion, dat tien jaar geleden op de lijst van Werelderfgoed van Unesco belandde.

Het idee voor het festival kwam tot hem in het Italiaanse Modena, waar hij een ademloos publiek naar filosofen zag luisteren. Iets dergelijks zou in Frankrijk ook kunnen, was zijn gedachte. De toegang zou gratis moeten zijn, het publiek betaalt met zijn concentratie.

Traditie
Dat dit een typisch Franse aangelegenheid is, daar wil hij niets van weten. Ook elders – hij noemt Duitsland – bestaat een traditie van grote filosofen. ‘De betogen in de politiek en de media worden zwakker’, zegt Le Collen. ‘Daardoor ontstaat ruimte voor filosofie. Kranten kunnen de feiten voor bijvoorbeeld een ontslaggolf aandragen. Een filosoof kan zoiets duiden en in een groter verband plaatsen.’

Daar denkt Julie Allard anders over. De jonge Belgische is rechtsfilosofe, ze heeft zojuist in de tuin van een van de stadspaleizen van Saint-Emilion – het was haar eerste les in de open lucht – een betoog afgestoken over de mondialisering van de rechtspraak. ‘De traditie van schrijver-filosoof is typisch Frans’, vindt ze. ‘Die vind je bij Sartre en De Beauvoir, die bestaat nu bij mensen als Bernard Henri-Lévy en Pascal Bruckner. Dat zijn filosofen en intellectuelen die zich in de actuele kwesties willen mengen.’

Een tweede verklaring voor dat typisch Franse vindt ze in de republikeinse traditie, waarbij de plaats die godsdienst op moreel en ethisch gebied vervult door de filosofie wordt overgenomen. Een rol die de filosoof overigens niet in de schoot geworpen krijgt. ‘Om hier in de filosofie te slagen, moet je concoursen winnen en een grote algemene ontwikkeling hebben. Franse filosofen moeten thuis zijn in muziek, theater, literatuur. Filosofie is hier een deel van het erfgoed.’

Dat de beste filosofen uit Frankrijk komen, bestrijdt ze. ‘Ze houden van hun eigen betoog, ze koesteren hun eloquente formuleringen. Maar komt het dicht bij de werkelijkheid, dan hebben ze het soms moeilijk. Vorm wint het nogal eens van inhoud.’

Pascal Bruckner, een jonge zestiger met halflang haar, kwam naar Saint- Emilion met vrouw en dochter. Hij is schrijver en journalist maar bovenal filosoof. Voor weekblad Nouvel Observateur schrijft hij over literatuur, in Le Monde publiceert hij essays. ‘Ik zie een groot verschil met de Angelsaksische wereld, waar filosofie aan de universiteiten een kloosterleven leidt. Hier wordt in het openbaar gesproken over schoonheid en rechtvaardigheid. Dat voegt kwaliteit en levendigheid toe aan het publieke debat.’

Overdosering
De valkuil is volgens hem eerder het gevaar van overdosering. ‘Je kunt wekelijks ergens voor camera’s opdraven om je mening te geven. Inzichten ontstaan in afzondering. Filosofie mag nooit de plaats van journalistiek innemen.’

‘Als je verklaart dat iets mooi is, mag je daar niet zelf beter van willen worden en je mag niet de bedoeling hebben jezelf met je oordeel tot de elite te willen verheffen’, betoogt Charles Pépin (35) van onder de luifel in de kloostertuin.

Zijn toespraak trekt een groot en divers publiek. Dames met franjejurken en decolletés, meisjes met zomerrokjes, heren in trouwpak of teenslippers, jongeren op sneakers en met rugzak – iedereen lijkt alles te willen weten van het schoonheidsbegrip bij Kant. Terwijl om de laatste plekjes schaduw een stille strijd wordt geleverd, jaagt een squadron zwaluwen langs de hoeken van de kloostergang.

Aan het eind van zijn leven vond Kant de rust om zich heen te kijken. Hij stelde vast dat hij wat hij zag mooi vond, vertelt Pépin. Een vaststelling die Kant een ongemakkelijk gevoel bezorgde, omdat niets in zijn werk kon verklaren waarom hij die bergen en bomen mooi zou vinden. De filosoof ging aan de slag en kwam met een theorie die een belofte van mondiale eensgezindheid inhoudt. Immers, wie schoonheid met anderen deelt, kan ook eventuele tegenstellingen overwinnen.

Ook Pépin combineert in het dagelijks leven filosofie en literatuur. Van zijn essay Une semaine de philosophie (Een week van filosofie) werden er meer dan dertigduizend verkocht. Van zijn baan als filosofieleraar kan hij niet leven, ‘Ik verdien minder dan een brandweerman’. Daarom fungeert hij als ‘filosofisch consultant’ bij grote bedrijven. Financieringsmaatschappij Caisse des Dépôts en drankenfabrikant Ricard behoren tot zijn klanten.

‘Dan praten we over verhoudingen op het werk, over machtsvraagstukken, over mogelijke doelen.

Waarom?
Dat moge blijken uit het succes van Philosophie Magazine (PM), het maandblad waarvoor Pépin een filosofische Lieve Lita-rubriek maakt. ‘Ik vraag me mijn leven lang al af waarom de dingen zijn zoals ze zijn’, schrijft een lezeres bijvoorbeeld. ‘Waarom had ik buikpijn vanmorgen, waarom is de wereld zoals hij is? Leef ik niet gelukkiger als ik me die vragen niet meer stel?’

Het antwoord van Pépin (onder verwijzing naar Camus legt hij uit dat zin willen geven al een ontkenning inhoudt van iets wat we spontaan doen: leven is betekenis geven) is typerend voor de nuchtere houding van het blad, dat er een oplage van vijftigduizend exemplaren mee weet te bereiken.

Een verontwaardigd geloei stijgt op als de equipe van Philosophie Magazine zijn in een zaal van het stadhuis bijeengekomen trouwe lezers moet melden dat Raphaël Enthoven helaas verhinderd is. Enthoven – ex van Carla Bruni – is de beau garçon onder de filosofen.

Achter de tafel zit een groep dertigers. Terwijl buiten het zonlicht terugkaatst van het koper op de daken, wordt binnen geluisterd naar een verhandeling over Hannah Arendt, die als verslaggever aanwezig was bij het Eichmann-proces en zo belichaamde wat ook PM wil doen: zoeken naar het filosofisch moment in de actualiteit.

Renpaarden
‘Filosofen zijn hier in het politieke debat altijd belangrijk geweest’, legt adjunct-hoofdredacteur Martin Legros later uit. ‘Finkielkraut beïnvloedde de opvattingen over Bosnië, Sartre had invloed op De Gaulle. Onder Sarkozy is dat wat minder, maar nog steeds worden op de Grandes Écoles filosofen als renpaarden voorbereid om die rol te vervullen. De republiek vormt zo haar eigen elite.’

Provocerende filosofen als Michel Onfray of Alain Badiou, die een vlammend boek tegen Sarkozy schreef, zijn niet in Saint-Emilion geprogrammeerd. Ook mediafilosoof Henri-Lévy staat niet op de rol. Wel heeft Philosophia zijn eigen Lou Reed in de gedaante van Edgar Morin, zijn 87 jaar in aanmerking genomen onbegrijpelijk vitaal. Hij mag het festival afsluiten.

In iets meer dan een uur scheert hij langs kernwapendreiging, ecologie, kredietcrisis – de grote thema’s van deze tijd. Hij signaleert een wereldwijde afhankelijkheid op leven en dood en weet zeker dat we, als er niets verandert, op een catastrofe afkoersen.

Is er hoop, vraagt hij zich hardop af, en slaat dan welbewust een zijpad in, om de spanning verder op te voeren. Een afgeladen zaal luistert ademloos hoe hij zijn betoog weer op zijn pootjes laat eindigen. Broederschap hebben we nodig, houdt hij zijn gehoor voor. En verscheidenheid moeten we koesteren, het is het meest waardevolle bezit van de mensheid.

Als een lekenpriester weet Morin de zaal met hoop te vervullen, een metamorfose predikend, als die van een rups in een vlinder, als die van de communistische Sovjet-Unie naar een kapitalistisch Rusland.

Hier neemt filosofie werkelijk de plaats van godsdienst in.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden