InterviewJan Taminiau

De nieuwe kleren van Casati: een droomopdracht voor couturier Jan Taminiau

Bovenkant van het kostuum voor personage Gabriele D’Annunzio in de opera Ritratto met vleugels en pilotenhelm.Beeld Marie Wanders

Voor de extravagante kostuums die hij ontwierp voor een opera over de flamboyante Italiaanse Luisa Casati, haalde Jan Taminiau zijn inspiratie onder meer uit kwallen en paddestoelen.

Achteraf gezien is het bijna te mooi om waar te zijn: de kleermaker die een droomopdracht krijgt, en dan ook nog gebaseerd op zijn grote geheime muze. Als iemand dit zou indienen als plotlijn voor een verhaal, dat zou je zeggen: tikkie too much, jongens, doe maar niet. Maar toch was het écht zo. 

Wat was het geval? Jan Taminiau, gevierd modeontwerper, had de grote wens om ooit een keer kostuums te maken voor de opera, en dan liefst De Nationale Opera. Enerzijds omdat zoiets natuurlijk veel grootser en grenzelozer is dan ontwerpen voor mensen met een dagelijks leven, waarin kleding weliswaar mooi mag zijn, maar niet te overdreven of theatraal. Anderzijds omdat Taminiau sinds hij vier jaar geleden kostuums mocht maken voor de balletvoorstelling Transatlantic donders goed weet dat Nationale Opera en Ballet (NOB) de beschikking heeft over een immens kostuumatelier met gespecialiseerde afdelingen. Er is er een voor herenkleding en eentje voor dames, eentje voor hoeden, zelfs een voor harnassen, en voor schoenen.

Op die kostuumafdelingen werken allemaal supervakkundige coupeurs, die zich tot in de puntjes hebben verdiept in hun specialisatie. Niet dat er op Taminiaus eigen couture-atelier een stelletje stoethaspels werkt – au contraire – maar daar, in Baambrugge, zijn ze op hoogtijdagen maar met z’n achttienen. En in zijn tweede atelier in Madrid heeft hij ook een team van die grootte. Terwijl: bij De Nationale Opera zijn het er zestig. ‘Om daarmee te mogen werken’, glundert Taminiau, ‘met het grootste atelier van Nederland, dat is een féést!’ Geen wonder dat Taminiau een gat in de lucht sprong toen hem driekwart jaar geleden werd gevraagd of hij kostuums wilde maken voor een gloednieuwe opera: Ritratto van de Nederlandse componist Willem Jeths.

Het kruis van het kostuum voor personage Gabriele D’Annunzio met ‘koesteringspatina’.Beeld Marie Wanders

En alsof dat nog niet mooi en geweldig genoeg was: Ritratto, Italiaans voor portret, gaat over het leven van Luisa Casati (1881-1957). Een uiterst flamboyant type met een onwaarschijnlijk woest leven, maar daar had Taminiau toen nog geen weet van. Wel dat Casati een magnetiserende, mysterieuze vrouw was. Want wat bleek toen hij hoorde over wie de opera zou gaan: Taminiau had al jarenlang een oude zwart-witfoto van Casati in zijn atelier hangen, omdat hij haar zo fascinerend vond, zonder dat hij wist wie die duistere dame nou precies was. 

‘Ik ben van de plaatjes, en niet van de boeken’, zegt de dyslectische Taminiau, ‘ maar ter voorbereiding op deze klus ben ik het leven van Casati grondig gaan onderzoeken.’ 

Dat leven in het kort: de Milanese Luisa Amman erfde op haar 15de het fortuin van haar gestorven ouders, trouwde vier jaar later met Camillo markies Casati Stampa di Soncino, besloot alras om apart van hem te gaan wonen, vond in dichter Gabriele D’Annunzio een hartstochtelijke minnaar en werd beroemd en berucht vanwege haar excentrieke levensstijl. Ze hield er een kakelbonte menagerie aan dieren op na. Geen cavia’s of parkieten, nee: slangen, jachtluipaarden en pauwen, die ze in de themakleuren van haar feesten liet verven. Die feesten, dat spreekt voor zich, waren buitenissig en legendarisch, óók door de gasten die er over de vloer kwamen. Onder de bezoekers waren kunstenaars als Pablo Picasso, Giovanni Boldini, Kees van Dongen, Léon Bakst en Man Ray, die Casati als muze beschouwden – net als modeontwerpers John Galliano, Alexander McQueen, Karl Lagerfeld en Dries Van Noten dat lang na haar dood deden door collecties aan haar op te dragen.

Het portet van Casati dat Jan Taminiau al jaren in zijn atelier heeft hangen, rond 1912 genomen door Adolph de Meyer.Beeld Getty

Nu was het dus de beurt aan Taminiau om zich te laten inspireren door Casati. ‘Ik wilde weten waarom ze van zichzelf een levend kunstwerk maakte. Ik was geboeid door het gegeven dat ze door die erfenis het rijkste meisje van Italië werd, wat voor grote vrijheid had kunnen zorgen. Of voor een Disney-achtig verhaal, maar dat werd het allesbehalve. Het wrede was dat ze niet zonder man naar de bank kon. Ze mocht helemaal niets alleen, dat vind ik van een grote bruutheid. Ik denk dat levend kunstwerk en muze worden haar manier was om zich een plek te verwerven in een mannenmaatschappij.’

‘Dan die verhalen over de feesten die ze gaf, en de spectaculaire kostuums die ze droeg, haar wandelingen door Venetië met alleen een bontjas aan en twee cheeta’s aan een lijn, haar zwarte bediende die ze goud had geschilderd. En de anekdotes over de seksbeluste D’Annunzio, die lange overhemden droeg met een goudomrand gat op kruishoogte en schoenen met piemels en ballen erop. Dat is absurd en pittoresk, maar het mooiste is: het is nog echt gebeurd ook. Al is het gerucht dat hij ribben had laten weghalen om zichzelf te kunnen pijpen misschien wat twijfelachtig.’

Parijs, 1922: Luisa Casati in feestuitdossing.Beeld Getty

Met een hele zwik beelden en verhalen ging Taminiau aan de slag. De kostuums voor Casati baseerde hij op foto’s van haar extravagante uitdossingen die hij nóg verder uitvergrootte. Hij wilde de markiezin larger than life maken, met plateauzolen en bizarre, huizenhoge hoofdtooien. Voor de vormen en motieven van de outfits baseerde hij zich op het grafische werk van zoöloog en illustrator Ernst Haeckel, met name diens prenten van kwallen en paddestoelen. Zo stelt een van de jurken van de gasten op Casati’s feest een ontploffende zwam voor. Om van de rok van twee lagen neopreen een doorschijnend honingraatachtig web te maken, werden met de hand honderden uitsneden gemaakt. 

De feestjurk van opengewerkt neopreen, gebaseerd op de zwammenprent van Ernst Haeckel.Beeld Marie Wanders

Van het kostuum van dichter D’Annunzio is het onderste deel, de broek met glimmende, schubachtige blokjes, ook gebaseerd op schetsen van Haeckel. Zijn pilotenjas, helm en grote witte vleugels verwijzen naar zijn kinderlijke verlangen om ‘oorlogje’ te spelen – alsof de Eerste Wereldoorlog waar hij uiteindelijk ging vechten geen serieuze zaak was. Onder de jas draagt zanger Paride Cataldo, die D’Annunzio speelt, een neopreen bodysuit met een opening bij het kruis. De hele streek is in een glimmende koperkleur geverfd. ‘Daarmee wilde ik die fallische obsessie van D’Annunzio weergeven. Op sommige bronzen beelden zie je bepaalde plekken oplichten omdat ze vaak zijn aangeraakt door pelgrims – koesteringspatina heet dat. Het mooiste woord dat ik ken, want hoe tof is het wel niet dat iets wat je koestert letterlijk oplicht? Bij de oversekste dichter is die gloeiende plek uiteraard zijn kruis geworden.’

Hoofdtooien die Jan Taminiau ontwierp voor de opera Ritratto, gemaakt van gevlochten raffia op tule (links) en gemodelleerd en gevlochten foam.Beeld Marie Wanders

Andere uitzinnige kostuums zijn die van Casati’s zwarte bediende Garbi, van haar androgyne minnares Romaine Brooks en van de gasten op haar feest, aan het begin van de opera. Om de sfeer van oude zwart-witfoto’s op te roepen heeft Taminiau alleen de tinten zwart, grijs en wit gebruikt. Vooral de hoofdtooien, gemaakt door de afdelingen harnassen en hoeden, zijn spectaculair. Om ze niet te zwaar te laten worden, zijn ze gemaakt van luchtige materialen als raffia, tule en foam. De juiste vormen en structuren kreeg het foam met behulp van kleimodellen van octopusarmen, kwallen, sterren en schelpen. Met een vacuümmachine zijn die mallen in het foam gedrukt. Voor slierten aan jaspanden en schouders werden repen vederlicht chiffon gebruikt. ‘Ze moeten zich natuurlijk wel kunnen bewegen in die kostuums. En dat kan!’ Wat Taminiau prompt demonstreert door op zijn iPad een filmpje te laten zien van een van de zangeressen die met plateauzolen en zwamjurk gaat zitten op een skippybal en weer terug omhoog veert.

In totaal ontwierp Taminiau voor Ritratto twintig kostuums en stelde hij er voor de soldaten en deurwaarders zes samen op basis van stukken die in het archief van de Nationale Opera en Ballet hingen. Bij de repetities kwam voor het eerst alles samen: decor, licht, spel, zang, regie en muziek. ‘Het is een heel andere rol dan ik normaal heb’, zegt Taminiau. ‘Ik maak hier deel uit van een groot geheel en ben niet zo vrij als anders. Maar het past allemaal geweldig in elkaar. Iedereen was blij, ikzelf ook. Want hoe vaak maak je nog mee dat je mag spelen binnen je werk, dat je alles mag bedenken, zo gek als je wilt, en dat zo vele vaardige handen het dan nog kunnen uitvoeren ook?’

Zwammenprent van Ernst Haeckel. De middelste zwam vormde de inspiratie voor de feestjurk.Beeld Mary Evans Picture Library Ltd.

Of dat naar meer smaakt? ‘Absoluut’, zegt Taminiau. ‘Het liefst zou ik hierna de kostuums voor een film ontwerpen. Zoiets als Jean Paul Gaultier deed voor The Fifth Element, deels superheldenfantasie, deels historie.’ Als ook die wens uitkomt, zou het wel een héél sterk verhaal zijn, te mooi om waar te zijn. Al hoeft dat bij Jan Taminiau natuurlijk geen belemmering te zijn.

Ritratto, première 13/3 op het Opera Forward Festival, Internationaal Theater, Amsterdam. Daar t/m 19/3. 

Wardrobe

Behalve unieke couture voor privéklanten en theaterkostuums maakt Taminiau sinds een jaar ook prêt-à-porter onder de naam Wardrobe, die hij online en in internationale pop-upstores verkoopt. Onlangs zag hij op Schiphol een hem onbekende vrouw in een cape van zijn hand. ‘Ik vond het fantastisch en wilde nog roepen: ‘Heee! Dat is mijn cape!’, maar heb het toch niet gedaan. Voor je het weet denkt iedereen dat ik gek ben.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden