Matthijs van Nieuwkerk kiestNico Hornby

De nieuwe Hornby is vintage Nick. Het kreupele hier en nu waait je in het gezicht

Beeld Avalon Nuovo

Het pennetje van Nick Hornby is nog altijd even meedogenloos als barmhartig, en very very very funny.

Het mooiste verhaal dat Nick Hornby mij ooit vertelde ging over zijn vertrek bij het tijdschrift The New Yorker.

Daarvoor is het goed te weten dat er journalisten zijn die een fors stuk van hun onderbeen zouden geven om een syllabe in dat weekblad gepubliceerd te krijgen. Maar de kans dat je op een zomeravond gezellig met Bob Dylan een duik in het IJsselmeer neemt, is groter dan dat je naam ooit in dit begeerde journalistieke colofon zal stralen. En ben je – in excelsis deo – New Yorker-schrijver geworden, dan maak je kennis met hun beruchte fact-checking department. Vermaarde copy-detectives die bekijken of alle ingeleverde letters en getallen een waterdicht alibi hebben.

Afijn, Nick werd ooit gevraagd om voor The New Yorker te schrijven. Over popmuziek. En hij tikte de zin: ‘U2 is de bekendste band ter wereld.’ Nou, dat bleek een stuk makkelijker geschreven dan bewezen. Nick zei good riddance. Ik hoef het klassieke The New Yorker-logo maar te zien of ik hoor die deur weer slaan.

Nick en ik.

Matthijs van Nieuwkerk maakt wekelijks zijn keuze uit de stapel net verschenen boeken. Vandaag is dat Op het eerste gezicht van Nick Hornby: ‘Het eeuwige geploeter en geëmmer met liefde, seks en status en de hele moderne santenkraam aan krankzinnige meningen en ijdelheden wordt door weinigen scherper gezien en geestiger genoteerd.’

We zagen elkaar voor het laatst in 2003, toen ik hem in Amsterdam interviewde naar aanleiding van het verschijnen van 31 Songs, stukken over zijn eenendertig favoriete liedjes. Een interview was toen nog de enige manier om in de buurt te komen van de wereldster die hij inmiddels geworden was.

Tien jaar daarvoor lazen Henk Spaan en ik zijn debuutroman Fever Pitch in een snelle zucht uit, staande op de stoep van de Londense sportboekenwinkel Sportspages. Niet veel later begonnen we na te denken over ons eigen literaire voetbalblad. Bepaald geen gewonnen wedstrijd overigens; er stuiterde toen werkelijk geen enkele bal door de aanbiedingsfolders en we leefden bovendien nog in de laatstebenendagen van de oude denker Rudy Kousbroek, die op afroep toeterde dat sport voor de dommen was.

Maar Fever Pitch dus.

Nick Hornby beschrijft daarin zijn onvoorwaardelijke clubliefde voor Arsenal. Liefde die te vaak van één kant komt. Elke zenuw van dat godverloren aandoenlijke bestaan heeft hij even meedogenloos als barmhartig beschreven. En very very very funny. Zijn pennetje is nog altijd precies zo geslepen.

Lang verhaal kort: een jaar later presenteerden wij met wat fanfare ons ‘voetbalblad voor lezers’ Hard gras en Nick Hornby was erbij. Hij schreef een aantal nummers mee en we zochten elkaar af en toe op, in Amsterdam en Londen. Totdat Nick de onweerstaanbare bestsellers High Fidelity, About a Boy en How to be Good ging schrijven, veel te beroemd werd, zijn telefoonnummer veranderde en foetsie was. Op naar Hollywood, waar producenten in de rij stonden om zijn boeken te verfilmen.

Het was een verlegen ontmoeting, in 2003. Een persdag in een hotel. Hij balde zijn vuisten toen hij zag dat ik die Matthijs van Nieuwkerk was, de volgende patiënt. Ik had een uurtje. Over 31 Songs praten lukte niet. Hij had uitgerekend die nacht gedroomd dat Ruud van Nistelrooij en Thierry Henry in hetzelfde elftal speelden en dat idee won het met dubbele cijfers van zijn sweeping statement dat Samba Pa Ti van Santana de ideale muziek is om seks op te bedrijven.

Nick heb ik daarna nooit meer gezien, wel bleef ik trouw zijn boeken lezen. Uiteraard. Het eeuwige geploeter en geëmmer met liefde, seks en status en de hele moderne santenkraam aan krankzinnige meningen en ijdelheden wordt door weinigen scherper gezien en geestiger genoteerd.

Deze week verschijnt zijn jongste roman, Op het eerste gezicht. Over de grote liefde tussen een 43-jarige witte lerares Engels, Lucy en een zaterdaghulp bij de slager, de 21-jarige zwarte jongen Joseph. Ras, generaties en klasse in Londen 2016, ten tijde van het Brexit-referendum. Het kreupele hier & nu waait je recht in je gezicht in deze onweerstaanbare, bitterzoete comedy. Vintage Nick.

Nick Hornby: Op het eerste gezicht. Uit het Engels vertaald door Nico Groen. Atlas Contact; 351 pagina’s; € 22,99.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden