REPORTAGE

De nieuwe generatie 'modebelgen' is opgestaan

Op een expositie in Brussel over Belgische mode is te zien hoe een nieuwe generatie 'modebelgen' is opgestaan. Internationaal maken ze furore. Wie zijn ze?

Jean Paul Lespagnard Beeld null
Jean Paul Lespagnard

Christian Wijnants

De kleding van Christian Wijnants (37) - een bescheiden man in spijkerbroek - wordt sinds kort verkocht in de Bijenkorf in Amsterdam. In september opent de ontwerper een eerste eigen winkel aan de Steenhouwersvest in Antwerpen, vlak bij de winkels van Diane von Furstenberg en sieradenmerk Wouters & Hendrix. Vijftien jaar na zijn afstuderen aan de Antwerpse Modeacademie heeft hij zo'n honderd verkooppunten wereldwijd. Dat is een indrukwekkende score voor een ontwerper wiens naam bij het grote publiek nog niet echt bekend is. Maar Wijnants heeft genoeg ervaring en talent om uit te groeien tot een groot modemerk.

Net na zijn afstuderen won hij al de hoofdprijs op het modefestival in Hyères, een belangrijke graadmeter voor jong talent. Hij deed ervaring op bij de gevestigde Belgische modeontwerper Dries Van Noten en begon in 2003 met zijn eigen dameslijn. In de loop der jaren heeft hij verschillende prijzen gewonnen, maar zijn carrière heeft pas echt een vlucht genomen toen hij in 2013 de International Woolmark Prize won. Aan die wedstrijd is een prijs van 80 duizend euro verbonden. Ontwerpers uit zeventig landen doen eraan mee. Eerdere winaars waren Yves Saint Laurent en Karl Lagerfeld. Ook voor hen betekende de prijs een keerpunt in hun carrière. Ze kregen de mogelijkheid hun kleding te verkopen in toonaangevende winkels zoals Bergdorf Goodman in New York.

Christian Wijnants Beeld null
Christian Wijnants

Wijnants heeft een duidelijke eigen stijl, dat is tegenwoordig een eerste vereiste voor succes. Met van alles een beetje kom je er niet als beginnend ontwerper - in deze overvolle modewereld.

Hij gebruikt veel wol, zijn ontwerpen zijn elegant en draagbaar. Voor ingewikkelde galajurken moet je niet bij hem zijn, voor een lekker vest 1 wel. Dat is een slimme zet, want uiteindelijk is de markt voor lekkere vesten groter dan die voor galajurken.

Zijn kleding is nooit stijf, daarvoor houdt hij te veel van vloeiende lijnen. Wijnants tekent ook niet zo veel, liever gebruikt hij driedimensionale breisels. Ook maakt hij gebruik van de moulagetechniek: daarbij ontstaan nieuwe silhouetten tijdens het draperen van stof op een pop. In de nieuwe wintercollectie, waarvan de eerste stuks net in de winkel hangen, zitten onder meer oversized shorts van gebreide mohair2, grote wollen capes met ingebreide Swarovski-kristallen en harige gebreide hemdjes en truien met sprekende motieven die zijn geïnspireerd op de foto's die Jackie Nickerson maakte van de Afrikaanse landbouw.

Cédric Charlier

Toen Cédric Charlier (36) in maart 2012 met zijn eigen merk debuteerde tijdens de Parijse Modeweek, kwamen meteen een aantal invloedrijke conaisseurs kijken die zijn naam al kenden uit het circuit. Het toonaangevende warenhuis Barneys in New York tekende zelfs direct voor een order. Geen slecht begin voor een ontwerper die zijn opleiding niet heeft afgemaakt. Tijdens zijn studie aan La Cambre, de hogeschool voor visuele kunsten in Brussel, won hij de Moët Hennessy Fashion Award, een voorloper van de prestigieuze LVMH Award. Zijn prijs was een stage bij het Franse modehuis Céline, waar op dat moment de flamboyante Amerikaanse ontwerper Michael Kors aan het hoofd stond. Hij zou zes maanden blijven, maar bleef uiteindelijk twee jaar.

Spijt dat hij zijn opleiding afbrak, heeft hij niet. 'Ik vond het geweldig om in Parijs te wonen. Ineens was ik geen student meer, maar onderdeel van het establishment. Ik heb veel geleerd in de praktijk. Michael heeft een vastomlijnd idee van mode: zijn ontwerpen zijn krachtig, modern en pretentieloos. Zijn werk was mijn eerste kennismaking met Amerikaanse mode. Van hem heb ik geleerd wat business betekent, daar had ik voor die tijd geen idee van. Draagbaarheid en verkoopcijfers waren geen issue op de academie', zegt hij.

Charlier heeft zijn loopbaan slim aangepakt: hij heeft volop ervaring opgedaan bij andere ontwerpers.

Na twee jaar bij Kors benaderde hij Jean-Paul Knott, die gedurende twaalf jaar de belangrijkste assistent van Yves Saint Laurent was. Knott leerde hem de draperietechniek. Vervolgens trok Charlier naar Lanvin, waar hij zes jaar lang voor artistiek directeur Alber Elbaz werkte. Het belangrijkste dat hij van Elbaz heeft geleerd, is dat een vrouw een jurk moet dragen en niet andersom. In 2009 werd Charlier gevraag voor de functie van creatief directeur van het ingeslapen modemerk Cacharel. Hoewel hij goede kritieken kreeg voor zijn werk, werd hij na anderhalf jaar abrupt en tot verdriet van nogal wat fans vervangen door een jong Chinees duo: Ling Liu en Dawei Sun.

Pas toen besloot hij zijn eigen merk op te zetten. Steun vond hij bij de Italiaanse modegroep Aeffe SpA, dat ook licentiehouder is van onder meer Moschino en Alberta Ferretti. Zijn sportief-chique stijl 3is zo langzamerhand een begrip aan het worden in de internationale modewereld. Zijn outfits ogen nonchalant, maar Charlier is geobsedeerd door de snit van kleding. Hij gebruikt ingewikkelde patronen en technieken die hij heeft overgenomen van Knott en Elbaz.

Cédric Charlier. Beeld null
Cédric Charlier.

Jean Paul Lespagnard 

De kunstzinnige en creatieve truckerszoon Jean Paul Lespagnard (36) gold jarenlang als een buitenbeentje in de modewereld. Tot hij in 2008, tijdens het modefestival in Hyères, met een collectie blouses van Brussels kant en schoenen en brillen versierd met plastic frieten twee belangrijke prijzen won. Sindsdien geldt hij wereldwijd als een veelbelovend talent. Vier jaar geleden lanceerde hij zijn eigen label. Zijn werk wordt regelmatig vergeleken met dat van Walter Van Beirendonck en Bernhard Willhelm, twee grote namen uit de Belgische modescene. Deze mannen worden wel beschouwd als enfants terribles omdat ze altijd van die flamboyante collecties met felle kleuren en opvallende prints 4 laten zien.

Lespagnard heeft geen formele modeopleiding gevolgd, maar studeerde aan de avondopleiding Château Massart. Je zou kunnen zeggen dat de excentrieke tiener die hij was, nog steeds is terug te zien in zijn werk. Lespagnard was zo'n jongen die wekelijks een nieuwe kleurspoeling door zijn haar gooide en gerust een korte broek met kniekousen droeg. In zijn Belgische geboortedorp Harzé val je dan al snel op. Hij is nog steeds een opvallende verschijning met tatoeages, twee grote ringen in zijn oren en kleurrijke kleding. In maart presenteerde hij in het Parijse Musée Nissim-de-Camondo zijn nieuwe wintercollectie 'Cheese on Fleek', die is geïnspireerd op de kledingtradities van een Mexicaanse subcultuur. Veel sprekende kleuren, wikkeljasjes die met brede touwen bij elkaar werden gehouden, sportieve rode en groene kniekous5 en en rechte rokken tot halverwege de kuit.

Het is geen makkelijke mode, daarvoor is deze ontwerper te eigenwijs. Met zijn kleding ziet iemand er niet rijk of glamoureus uit. Hij neemt de mode niet al te serieus, met trends heeft hij weinig op en in kleding als statussymbool is hij ook al niet geïnteresseerd. Lespagnards kleding is niet erg commercieel. In het hogere mode-echelon speelt hij nauwelijks een rol: zijn werk wordt maar mondjesmaat verkocht. Maar dat wil niet zeggen dat hij niet invloedrijk is. De modejournalist Suzy Menkes noemde hem in 2011 in The International New York Times al 'een buitengewoon slimme ontwerper' en 'een miskend talent met een onuitputtelijke verbeelding'. Financieel wordt Lespagnard sinds een paar jaar gesteund door Anne Chapelle, een van de machtigste zakenvrouwen in de Belgische modewereld, die ook Haider Ackermann en Ann Demeulemeester bijstaat op zakelijk vlak.

Jean Paul Lespagnard. Beeld null
Jean Paul Lespagnard.

Antony Vaccarello

Tijdens de modeshow van zijn eigen label in maart in Parijs, zat Donatella Versace op de eerste rij. De aanwezigheid van zo'n bekende ontwerper geeft een relatief kleine show als die van Anthony Vaccarello (33) meer cachet. Dat Versace aanwezig was, is niet gek: ze is fan van zijn werk. Eind januari benoemde ze hem tot creatief directeur van Versus, de tweede lijn van Versace. De combinatie Vaccarello-Versus is een gouden zet. Zijn handschrift past goed bij het Italiaanse modemerk. Het belangrijkste sleutelwoord in zijn werk is seks. Sex sells, dus gaat het ook zijn eigen label voor de wind. Sterren als Jennifer Lopez en topmodellen als Karlie Kloss en Amber Valletta lopen met hem weg.


Zijn kleding is modern, uitdagend en minimalistisch. Veel leer en suède, diep uitgesneden tops, strakke korte rokken, franjes, asymmetrische rokken met diepe splitten6 en jurken met verleidelijke uitsparingen ter hoogte van het middel 7. Als de fotografie van Helmut Newton gevat zou moeten worden in een jurk, zou het een jurk van Vaccarello zijn. Kenners vergelijken zijn werk vaak met dat van Azzedine Alaïa, Helmut Lang en Gianni Versace. Een afgetraind lichaam is een vereiste, maar dan heb je ook wat.


Met zijn afstudeercollectie - veel strak gesneden leer in wit en zwart - won hij in 2006 de eerste prijs tijdens het modefestival in Hyères. Binnen twee weken werd hij ingelijfd door het Italiaanse modehuis Fendi in Rome, waar hij aan de slag ging als assistent van de bekende modeontwerper Karl Lagerfeld. Dat hij na twee jaar besloot te vertrekken, had niets met zijn werk te maken. Hij wilde terug naar zijn partner Arnaud Michaux, die op dat moment in Parijs werkte voor Lanvin.


De eerste collectie die hij onder eigen naam in Parijs presenteerde, was extreem klein en bestond uit vijf minirokken die waren gemaakt van een combinatie van leer en organza. Die werden direct ingekocht door de toonaangevende boetiek Maria Luisa. Het grote succes kwam toen Vaccarello in 2011 de Andam prijs won, een bekende internationale modeprijs ter waarde van 250 duizend euro, die eerder werd gewonnen door Martin Margiela en Christophe Lemaire. Dankzij die prijs vestigde hij zijn naam en kreeg hij daarnaast de middelen om zijn eigen merk verder uit te bouwen; zo werkt zijn vriend niet langer bij Lanvin, maar samen met hem.

Anthony Vaccarello. Beeld null
Anthony Vaccarello.

De Antwerpse zes

De Belgische mode kreeg bekendheid in de jaren tachtig, toen een collectief van Belgische ontwerpers internationaal doorbrak onder de naam de 'Zes van Antwerpen': Dries Van Noten, Ann Demeulemeester, Dirk Bikkembergs, Marina Yee, ­Walter Van Beirendonck en Dirk Van Saene. Hun opkomst is voor een groot deel te danken aan twee maatregelen van de Belgische overheid, die in 1982 voor het eerst de Gouden Spoel Wedstrijd organiseerde om een link te leggen tussen de verouderde textielindustrie en het creatieve talent - de zes laureaten van de Antwerpse Modeacademie deden allen mee. Daarnaast begon de overheid met de campagne 'Mode, dit is Belgisch', bedoeld om Belgische merken te promoten.

De Belgen, een onverwacht modeverhaal is t/m 13/9 te zien in Bozar in Brussel.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden