Kunst Museum Witte de With

De nieuwe directeur van Witte
de With weet nu al dat ze kritiek gaat krijgen

Sofía Hernandez Chong Cuy De nieuwe directrice van het Witte de With in Rotterdam. Hier voor het werk van Irene Kopelman. Foto Pauline Niks

Sofía Hernández Chong Cuy is niet verbaasd dat de naam van haar instelling onder vuur ligt.

Vier maanden leidt directeur Sofía Hernández Chong Cuy (42) nu kunstcentrum Witte de With. Ze voelt zich thuis in Rotterdam, vertelt ze. Vorige maand bezocht ze een kunstenaar in ­Berlijn en betrapte ze zichzelf al op heimwee. Toch had ze geen gemakkelijke start.

Witte de With zal niet lang meer Witte de With heten. Dat beloofde de raad van toezicht vorig jaar nadat de kunstinstelling in de Witte de Withstraat kritiek had gekregen op de naam. Die verwijst naar VOC-zeevaarder Witte Corneliszoon de With (1599-1658). Het besluit tot naamsverandering leidde wederom tot verhitte reacties.

Hernández Chong Cuy was toen al aangenomen, maar nog niet begonnen. Naast het samenstellen van een interessant programma, waarvoor haar voorganger Defne Ayas veel is geroemd, wil ze er de komende tijd voor zorgen dat de instelling ‘inclusiever’ wordt. Zondag openden haar eerste tentoonstellingen. Wanneer er een nieuwe naam op de gevel komt staan, kan ze nog niet zeggen.

Sofía Hernández Chong Cuy

is sinds januari 2018 directeur van kunstcentrum Witte de With. Voorheen werkte ze als schrijver, uitgever, curator, museumdirecteur en adviseur in onder meer New York, Mexico-CIty, Porto Alegre en Kassel. Tot eind vorig jaar was zij curator hedendaagse kunst bij Colección Patricia Phelps de Cisneros in New York.

Waarom wilde u directeur worden van Witte de With?

Ik kreeg over dit instituut les in New York op de curatorenopleiding aan Bard College. Hier werden kunstenaars getoond die verder nog nergens te zien waren. Ik denk dan aan de tentoonstelling met ­Hélio Oiticica in 1992 en de programmareeks over Arabische kunst onder leiding van Catherine David. Later bezocht ik Nederland vanwege de vooruitziende exposities.

Wat hoorde u over de discussie rond de naamsverandering?

De bijeenkomsten rondom het project Cinema Olanda: Platform (waarin werd geopperd dat Witte de With een ongepaste naam is, red.) waren besloten, daar was ik niet bij. Ik kwam op de hoogte via de kennisgeving en de open brief. Ik woonde toen nog in New York, waar ik veel las over de ontstane commotie rond het schilderij van Dana Schutz op de Whitney Biennale, de standbeelden in Virginia en de controverse rondom de installatie van Sam Durant bij The Walker Art Center (zie kader rechts). Gezien die context was het geen verrassing dat de naam van Witte de With werd bevraagd. Wat me wél verraste was dat Rotterdam overal als voorbeeld werd aangehaald.

Hoe is het voor u?

Het is een interessante uitdaging. Ik kom uit Mexico, een voormalige kolonie, daardoor kijk ik hier anders naar dan bijvoorbeeld jij. Common sense is een mythe. Ik zal worden bekritiseerd, wat ik ook doe. Maar juist in culturele instellingen moeten we over de betekenis van onze symbolen nadenken. Elke dag praat ik over deze kwestie. Er zijn mensen met wie ik graag in gesprek wil gaan, maar die mijn uitnodiging nog niet hebben geaccepteerd.

Waarom ligt het zo gevoelig?

Het is alsof je een wond aanraakt of wijst naar een litteken dat niemand wil zien.

Trof u de medewerkers getraumatiseerd aan?

Het is emotioneel zwaar geweest. Maar zij hebben heel goed gereageerd. Zij zijn het gesprek aangegaan, hebben open bijeenkomsten georganiseerd, veel gelezen en geleerd.

Is er al een nieuwe naam?

Ik heb een voorstel ingediend bij de raad van toezicht over de stappen die we zullen nemen. Ik heb hier binnen Witte de With een taskforce samengesteld en ik wil het met veel betrokkenen bespreken, zoals kunstenaars en critici.

Hoe lang gaat dat duren?

Belangrijke structurele veranderingen hebben tijd nodig. Dit is geen marketingcampagne, maar een filosofisch onderzoek: hoe visualiseer je bepaalde problemen? Hoe betrek je mensen die met die problemen te maken hebben? Kijk, niet alles hoeft voor iedereen leuk te zijn. Tentoonstellingen bestaan zodat we het perspectief van iemand anders kunnen zien.

Wat gaan we in Witte de With zien onder uw directeurschap?

Beneden komt een experimentele ruimte ‘Zonder titel’, een tentoonstellingsruimte slash boekwinkel slash café slash klaslokaal, die moet mede door jongeren uit de stad, door medewerkers en door ons publiek worden bepaald. Verder werk ik met kunstenaars die zich op onderzoek baseren, op veldwerk en op samenwerkingen met plaatselijke gemeenschappen. Ik wil hier laten zien hoe dat kunstenaarsonderzoek materialiseert. Zoals de schilderijen die Irene Kopelman maakte op basis van haar reizen naar afgelegen gebieden, de performances en sculptuur van Teresa Margolles over Venezolanen die naar Colombia vluchten en de verfpigmenten die Susana Mejía in het Amazonegebied vond.

Ik las dat Susana Mejía de kunst- wereld de rug had toegekeerd.

Dat heeft te maken met de nadruk die de westerse kunstwereld legt op specialistische kunsttaal, daar knapte zij op af. Zij baseert zich op praktijken van native americans. Kijk, er speelt angst, overal. Angst om afgewezen te worden, buitengesloten te worden. Dat speelt ook bij de naamsverandering.

Op welke manier?

Mensen zijn bang dat met een naamsverandering de geschiedenis wordt uitgewist. Waarom zou die angst belangrijker zijn dan de angst dat delen van de geschiedenis niet erkend worden? Sommigen vrezen het uitwissen van de geschiedenis, anderen vrezen dat zij zijn uitgewist.

Wat staat er tegenover die angst?

Dappere en uitzonderlijke kunstenaars. Ik zal uitleggen waarom wat je hier straks ziet hedendaagse kunst is: niet omdat het nu gemaakt is, maar omdat het eerder niet gemaakt had kunnen worden. Vrouwen hadden eerder geen kans! De generatie van onze moeders kon echt niet op expeditie naar het Amazonegebied. Ik vind dit een heel goede tijd voor kunst.

De komende maanden zijn vijf nieuwe presentaties in kunstcentrum Witte de With te zien, met werk van o.a. Angie Keefer, Irene Kopelman, Teresa Margolles en Susana Mejía.

Gevoelige kwesties 

Maart 2017 Dana Schutz

In 1955 werd de 14-jarige Emmett Till in Mississippi op gruwelijke wijze verminkt en vermoord uit racistische motieven. De daders gingen vrijuit. Vorig jaar baseerde de Amerikaanse schilder Dana Schutz (42) een schilderij op een foto van de dode jongen. Dit werk, Open Casket, leidde tot grote verontwaardiging en protest onder voornamelijk zwarte Amerikaanse kunstenaars, omdat Schutz zelf wit is.

Mei 2017 Sam Durant

Sam Durant maakte een installatie met zeven historische schavotten, verwijzend naar de Amerikaanse doodstraf. Toen die in een park bij het Walker Art Center in Minneapolis (Minnesota) werd getoond, viel dat totaal verkeerd. Het schavot was onder andere gebaseerd op de galgen waaraan in 1862 in Mankato 38 Dakota native americans waren opgehangen. ‘Ons trauma is niet jouw kunstwerk’, ‘Niet jouw verhaal’ en ‘Genocide is geen kunst’, stond op spandoeken. Het kunstwerk is weggehaald en Durant betuigde spijt: ‘Ik had contact moeten zoeken met de Dakota-gemeenschap.’

Zomer 2017 De standbeelden in Virginia

Verschillende monumenten die de Confederatie in het Zuiden van de VS gedenken, zijn vorige zomer weggehaald. In Charlottesville (Virginia) leidde het weghalen van een standbeeld van ­Robert Edward Lee (1807-1870), opperbevelhebber van de Confederatie in de Amerikaanse burgeroorlog, tot een demonstratie van extreem-rechts. Daarbij viel een dode en meerdere zwaargewonden.Maart 2017

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.