De nieuwe black metal: van opgegraven lijken naar keurige jongens

Niet langer lijkt het of een groep opgegraven lijken aan het musiceren is geslagen. In Arnhem toonde de black metal zich in een nieuw en akelig goed zittend jasje.

De Roemeense band Negura Bunget © Marcel van den Bergh/ de Volkskrant

Je kon het de twee oude dames niet eens echt kwalijk nemen, dat ze zaterdagmiddag met een overdreven ruime bocht om de black-metalliefhebbers heen liepen die voor de Arnhemse popzaal Luxor Live hingen. Er stond ook wel wat voor de deur: een man of honderd met bovengemiddeld veel haar, een liefst zo bleek mogelijke en zorgvuldig gecultiveerde (geen zon!) gelaatskleur, gekleed in het zwart, T-shirts met opdrukken als 'Crucifuck', 'Anal Perforation' en 'Your mother sucks cocks in hell'. Even een peuk aan het roken en de trommelvliezen laten uitwapperen tussen twee tegen de pijngrens duwende concerten door.

Nobele inborst
Dat onder zo'n shirt best een goed hartje klopt in een nobele inborst moet je dan maar aannemen, óf je wandelt zelf door de poorten van dit schimmenrijk om binnen te kijken hoe de stampvolle zaal zich kostelijk aan het vermaken is en er tussen de teringherrie verder geen wanklank te noteren valt.

Van donderdag tot en met zaterdag laat klonken de hells bells in de Arnhemse binnenstad, rond het black-metal-festival met de plechtige naam Aurora Infernalis. 'De dageraad van de onderwereld', zoiets moet dat betekenen en met zo'n aanduiding weet de ingewijde al wat er in poppodia als Willemeen en Luxor te beleven is. Verschroeiende en inktzwarte black metal dus, op het moment een van de leidende stromingen in de harde muziek, die voert langs thema's als satanisme, occultisme, de natuur en de dood. Een genre dat in de jaren negentig opkwam in vooral Noorwegen, groot werd in de rest van Scandinavië en inmiddels wereldwijd geloofsgenoten kent, van de VS tot Europa en het hele voormalige Oostblok.

Lang leek de black metal gevangen te zitten aan de ketenen van de zelf gecreëerde clichés. Veel bands, vooral die uit de noordelijke streken, kwamen niet meer voorbij het uiterlijk vertoon van de 'corpsepaint' - de met witte en zwarte schmink opgeverfde smoeltjes die je het idee moesten geven dat er een groep opgegraven lijken aan het musiceren was geslagen. Ze sloegen snoeiharde punk-riffs uit hun slecht geproduceerde rammelgitaren, naar de Noorse voorbeelden Darkthrone en Emperor, gilden moord en brand en staken in hun vrije tijd zo nu en dan ook echt een kerkje in de fik of sloegen werkelijk iemand de hersens in.

Lijkenbandje
Die tijd lijkt op Aurora Infernalis wel zo'n beetje voorbij. Goed, tijdens de eerste twee dagen, die volgens de festivalorganisatie de echte underground presenteerden, stond soms ineens weer een lijkenbandje te spelen maar de verf leek halfslachtig aangebracht, alsof het potje nu toch bijna leeg was.

Bij het eerste concert op vrijdag van de Duitse band Funeral Procession brandden nog twee fakkels op het podium, alsof het publiek moest deelnemen aan een occult ritueel, maar spoedig doofde dat vuur en kon de black metal zich tonen in een nieuw en akelig goed zittend jasje.

Zo speelde de Italiaanse band Forgotten Tomb vrijdag in jongerencentrum Willemeen geheel verfvrij een set zaligmakende metal, een uit zware gitaarlagen opgebouwde kathedraal van geluid, waarin het toch al schaarse licht werd verdreven door duisternis uit postpunk en new wave. Heel naturel ook opende het Duitse Farsot de belangrijkste festivaldag, de zaterdag in podium Luxor. De jonge band wentelde zich in de zo prachtig jankende gitaarmelodieën die kenmerkend zijn voor de nieuwe black metal: minutenlang in mineur doorgierende riffs op een traag stampend ritme, die het publiek gestaag in extase brengen. Blijf ook maar eens helder denken bij metal die je zo heerlijk zuigend de diepte in trekt.

Vernieuwingsbokaal
Het al wat oudere Virus uit Noorwegen ging ondanks de leeftijd voor de vernieuwingsbokaal met een optreden waarin de uithoeken van de metal werden verkend en het moedergenre soms zelfs even werd verlaten. Het publiek hoorde verfijnde symfonische rock en gitaren die in een diep filosofisch gesprek verwikkeld leken: slimme vragen en doorwrochte antwoorden, die ondanks de kieren licht in het bandgeluid bleven wijzen naar het naderende einde.

Bij de Noorse band Khold kon in Luxor nog een echt 'headbangers ball' worden gevierd. Het was prima haarzwaaien op de beukende rechttoe rechtaan metal van de vier heren, die het kennelijk niet konden laten en hun hoofden diep in de schminkkoffer hadden gestoken maar toch een zeer wellevende show neerzetten waarbij ieder woord van zanger/gitarist Gard in het oud-Noors gemeend leek.

Maatschappelijk

De bandleden van Troll, die een legendarisch album van de Noorse band Covenant naspeelden, bewezen zaterdag dat in de black metal ook maatschappelijk wordt nagedacht, door op te komen onder de welbekende occupy-maskers.

De derde editie van Aurora Infernalis liet zien dat de black metal na twee decennia is ontsnapt uit het hellevuur en aan het oogsten is geslagen op meer aardse bloedakkers. Er klinkt leven door in de doodsberichten van een nieuwe generatie bands die liever steengoede muziek maakt dan roestige rituelen uitvoert. Dat het festival met een programma van vernieuwende underground en zonder mastodontische grote bands uit het verleden de zalen vol kan laten lopen, is een vrolijk stemmend teken voor dit genre van de grote somberheid.

 De derde editie van Aurora Infernalis liet zien dat de black metal na twee decennia is ontsnapt uit het hellevuur en aan het oogsten is geslagen op meer aardse bloedakkers.  
Meer over