Interview Paul Knieriem

De nieuw artistiek leider van De Toneelmakerij maakt ambities duidelijk met eigen versie van Die Zauberflöte

Paul Knieriem maakt een eigen versie van Die Zauberflöte en hoopt structureel de grote theaterzalen te bespelen. 

Paul Knieriem Beeld Eva Faché

Toen Paul Knieriem (38) acht jaar oud was, raakte hij op slag betoverd door het theater. Hij zag De toverfluit in een solobewerking van Frank Groothof. De muziek van Mozart en het vakkundige verkleedspel van Groothof maakten indruk. Zozeer, dat de voorstelling altijd in zijn achterhoofd bleef zitten toen hij zelf stukjes speelde op school, tijdens zijn jaren op de regieopleiding in Amsterdam en daarna, als talentvolle, jonge regisseur in het jeugd- en volwassentheater.

Nu is het zover. Knieriem is sinds dit jaar artistiek leider van jeugdtheatergezelschap De Toneelmakerij in Amsterdam en maakt zijn eigen versie van Die Zauberflöte. Het wordt een enorme productie, onder muzikale leiding van Romain Bischoff van operagezelschap Silbersee. In de kerstvakantie staat de voorstelling twee weken onafgebroken in de grote zaal van Internationaal Theater Amsterdam. Een risicovolle onderneming, die nieuw is voor De Toneelmakerij en die de ambities van Knieriem duidelijk maakt.

Dat Knieriem De Toneelmakerij zou gaan leiden, lag in de lijn der verwachting. Al sinds 2011 regisseert hij er voorstellingen, zoals Mijn Moeder Medea en De Tantes in 2014, waarvoor hij toneelprijzen won. Ook maakte hij met succes werk voor volwassen, maar dat stopt nu – voorlopig. ‘De huidige generatie is minder bezig met het emanciperen van jeugdtheater’, vertelt hij voorafgaand aan een repetitie. ‘Wij zien onszelf meer als kunstenaars die de ene keer voor kinderen werken en de andere keer voor volwassenen.’

Dat betekent niet dat er geen verschil is tussen de twee publieken. ‘Jeugdtheaterpubliek is zich er meestal niet van bewust dat iets kunst is, of het pretendeert te zijn. Volwassenen wel. Die kunnen denken: wat is dit slecht gemaakt, of zou misschien dat de bedoeling zijn? Als kinderen iets slecht vinden, dan is het gewoon slecht. Ze gaan mee in de betovering, of niet. Dat is bevrijdend voor mij, maar ook zwaar. Elke scène moet kraakhelder zijn. Ik mag niks smokkelen.’

Freelancers

Wie daar een scherp oog voor had, was zijn voorganger Liesbeth Coltof. Van haar heeft Knieriem het vak geleerd. ‘De enorme empathie waarmee zij theater maakt, is een waanzinnige inspiratie voor mij. Ze is altijd bezig met de verhalen die niet gehoord worden in het theater, of die nou van kinderen, skinheads of Palestijnse jongeren zijn.’

Natuurlijk gaat hij ook dingen anders doen dan zijn voorganger. Zo is het vaste acteursensemble ingeruild voor freelancers. En hij gaat structureel ook de grote theaterzalen bespelen, zoals nu met De toverfluit. Inhoudelijk gezien denkt Knieriem dat zijn werk ‘iets lichter’ is dan dat van Coltof.

Wat dat betreft is het verschil tussen deze sprookjesopera en de afscheidsvoorstelling van Coltof, Krijtkring, een sociaal-activistisch drama van Brecht, veelzeggend. Toch wil Knieriem het geen statement noemen. ‘Het gaat erom dat we allebei kinderen een onvergetelijke ervaring willen geven. Dat ze kennismaken met iets dat ze anders nooit hadden gezien.’ Zoals opera. ‘Aan opera hangt het imago van elitair, suf, oude mensen. Maar dat is echt niet zo, als je het goed doet.’

Daarvoor moest schrijver Daniël van Klaveren wel het libretto van De toverfluit, dat uit 1791 stamt en paternalistische, seksistische en racistische teksten bevat, grondig aanpassen. Zo is Pamina, de prinses die gered moet worden uit handen van Sarastro, hier een modern meisje van 8 geworden. Als ze in bed ligt, hoort ze haar ouders ruziemaken. Ze valt in slaap en belandt in een sciencefictionachtige droomwereld.

Knieriem hoopt nog zeker een jaar of twaalf op deze plek te blijven. Hoe ziet het jeugdtheater eruit als hij klaar is? ‘Ik hoop dat wij dan zelf volwassen zijn geworden. De grote frustratie is nu dat wij dezelfde opdracht hebben als het volwassentheater, maar met beduidend minder inkomsten en subsidie. Terwijl wij en niet zij het nieuwe, diverse publiek binnenhalen. Vorig jaar kwam er zo’n gastje binnen in de schouwburg in Amsterdam, dat zei: wauw, wat een mooi paleis is dit, welke koning woont hier? Die verwondering, daar doe ik het voor.’

De toverfluit door De Toneelmakerij en Silbersee. Première: 20/10, Internationaal Theater Amsterdam. Daarna tournee t/m 26/1.

Paul Knieriem studeerde in 2007 af aan de Regieopleiding Amsterdam. Hij regisseerde sindsdien vooral bij Toneelschuur Producties, Via Rudolphi en De Toneelmakerij. De voorstellingen Met mijn vader in bed (wegens omstandigheden) (2012 ) en Am Ziel (2014) werden geselecteerd voor het Theaterfestival. De Tantes (2014) won zowel de Gouden Krekel als de Zapp jeugdtheaterprijs. Vanaf 1 januari 2019 is Knieriem artistiek leider van De Toneelmakerij.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden