Recensie Jóhann Jóhannsson - Retrospective 1

De nietige mens in een dreigend universum: de muziek van Jóhannsson is intiem en angstaanjagend tegelijk ★★★★☆

De cover van Jóhann Jóhannssons album Retrospective 1.

De eerste uitvoering van Virðulegu Forsetar, op IJsland in 2003, moet voor de aanwezigen een intense hallucinatie zijn geweest, waarin ze vermoedelijk nog steeds ronddwalen. De componist Jóhann Jóhannsson liet het stuk opvoeren in de beroemde Hallgrimskirkja in Reykjavik, een kerk die zonder muziek al een zinsbegoocheling is.

Aan twee kanten van de gebedsruimte werden koperblazers opgesteld en ook het sonoor brommende orgel én de grimmig bassende elektronica kwamen in stereo tot de kerkgangers. Vanuit de nok van het gebouw dwarrelden donkerblauwe heliumballonnen naar beneden en tegen middernacht verdween het laatste IJslandse zonlicht uit de langwerpige ramen.

Virðulegu Forsetar opent het eerste deel van de imposante cd-collectie Jóhann Jóhannsson Retrospective I, die terugblikt op het werk van de IJslandse componist. Het is de perfecte aftrap van zo’n samenstelling. Niet de meest logische – een jaar voor dit in 2004 op cd verschenen stuk had Jóhannsson zijn doorbraakplaat Englabörn uitgebracht – maar zeker de waardigste. Want in Virðulegu Forsetar is alles te horen wat Jóhannsson zo uniek maakte als componist en later als soundtrackgrootheid. Hij plaatste klassiek instrumentarium – tuba’s, hoorns en trompetten – naast zware elektronische geluidsgolven en bouwde daarmee een eigen, uit duizenden herkenbare klanktaal op. Waarmee hij vervolgens een emotioneel krachtenspel kon doen losbarsten.

De minimale melodie van het koper in Virðulegu Forsetar klinkt aanvankelijk warm, intiem en menselijk. Maar gaandeweg opent zich onder de blazers een duistere afgrond van elektronisch vervormde oerklanken. En in die context klinkt het koper ineens ook als de zeven trompetten van de apocalyps. Eigenlijk is in al het werk van Jóhannsson, en op alle zeven cd’s van de cd-box, diezelfde spanning voelbaar. In zijn muziek, of die nu bedoeld is als autonoom werk of als dienende filmscore, lijkt Jóhannsson de nietige mens steeds te plaatsen in een onbekend en dreigend universum van oneindigheid.

Op het laatste deel van de collectie, een nooit eerder uitgebrachte soundtrack voor de korte documentaire White Black Boy (2012), speelt de componist met kleine en geruststellende pianopingels, soms vervormd door geluidseffecten. Maar na vier van dit soort neoklassieke miniaturen knarst er weer van die onheilspellende elektronica binnen en lijkt het alsof je opnamen hoort van over elkaar schuivende tektonische platen. Dat stuk, toepasselijk Nightmare getiteld, moet de angsten verbeelden van een albinojongen uit Tanzania die moet worden beschermd tegen moorddadige ‘heksendokters’. Je hoeft de film bijna niet meer te zien: in Jóhannssons muziek voel je de tragedie vanzelf door je lichaam trekken.

Hetzelfde geldt voor de soundtrack bij de poëtische film Copenhagen Dreams, een stemmig portret van de grotestadsmens. Bij de verstilde, alweer door piano gedragen muziek voel je je net zo’n stadsbewoner die ’s avonds laat uit zijn flatraam staart en onder zich het jagende stadsverkeer voorbij ziet trekken. De kleine mens die wordt vermalen in het grote geheel; het is niet moeilijk de rode lijn te ontdekken in het eerste deel van dit eerbetoon, ook al zijn veel van Jóhannssons soundtracks uiteraard in opdracht geschreven.

Die heldere thematiek maakt de luxe vormgegeven box-set waardevol en inzichtelijk. De grote soundtracks, die Jóhannsson maakte bij The Theory of Everything (2014) en Arrival (2016), ontbreken, waarschijnlijk verschijnen ze in het tweede deel van het retrospectief. 

In zijn vroege werk hoor je waarom Jóhannsson een zo geliefde componist werd. Jóhannsson maakte bijvoorbeeld een soundtrack voor de bescheiden maar schitterende animatiefilm Varmints (2008), over knaagdieren die hun eigen beschaving om zeep dreigen te helpen. Hij legt daarin zo veel dubbelzinnig sentiment dat de score ook zonder film te beluisteren is als een lofzang op het leven. Dat is nu eenmaal altijd een samengaan van opperste gelukzaligheid en onmetelijke angsten, en Jóhannsson weet die tweeledigheid in zijn muziek precies te raken.

Bitterzoete symfonieën en melancholische melodieën
Weinigen konden brommende elektronica zo mooi verweven met klassieke instrumenten als Jóhann Jóhannsson. Het eerste deel van het verzameld werk van de vorig jaar overleden componist is nu uit.

Jóhann Jóhannsson Retrospective I (7 cd’s en boekwerk), ★★★★☆, is verschenen bij Deutsche Grammophon/ Universal. Deel twee van de boxset verschijnt in 2020.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden