De nerds zijn niet meer bang voor de schijnwerpers

Met de gordijnen dicht dagen achtereen afgezonderd van de buitenwereld bezig met iets freaky's uit, zeg, Star Wars? Ziedaar de nerd. Maar die staat tegenwoordig graag in de schijnwerpers.

Chewbacca op de Comic Con in Amsterdam. Beeld Jan Mulders

Zo'n tweehonderd mensen, onder wie ik, staan in de rij om voor 75 euro met De Keizer en zijn troon op de foto te gaan. Het is zondag, de derde dag van Comic Con Amsterdam, de Nederlandse variant op de beroemde jaarlijkse Amerikaanse scifi-conventie. Daar zit hij, de Schotse toneelacteur Sir Ian McDiarmid (72), in kleine kring geroemd vanwege zijn Shakespearerollen, in grote kring vooral bekend als Palpatine, de corrupte senator die uitgroeit tot intergalactische tiran, de ultieme badguy uit Star Wars. Vandaag draagt McDiarmid een spijkerbroek, zijn witte baard vertoont nicotinesporen. Voor veel bezoekers is Palpatines aanwezigheid het hoogtepunt van Comic Con Amsterdam, zeker nu Darth Vader op het laatste moment heeft afgezegd. Volgens een Stormtrooper met wie ik een praatje maak, vecht Darth in Engeland tegen prostaatkanker.

Wanneer ik aan de beurt ben, hurk ik ongemakkelijk naast de troon neer. 'Mag ik u een vraag stellen?' Zonder me aan te kijken antwoordt McDiarmid: 'Eerst de foto.' De foto wordt genomen. 'De vraag', zegt hij. Ik: 'Hoe voelt het om een vehikel voor nostalgie te zijn?' Hij kijkt me geschrokken aan, alsof ik iets onbetamelijks heb gezegd. 'Het voelt vreemd', zegt hij. 'Dankjewel. Volgende.'

Een halfuur later laat hij zich al iets meer kennen, wanneer hij het Dutch Garrison bezoekt, de Nederlandse kostuumvereniging die zich met de grootst denkbare bezieling heeft gestort op de badguys van Star Wars. McDiarmid poseert met Stormtroopers, premiejagers, Imperial Guards, en natuurlijk met een Keizer (over wie later meer). Tientallen foto's worden gemaakt. Dan gebeurt het. Half binnensmonds zegt McDiarmid: 'Kan iemand alsjeblieft de stekker eruit trekken?' Ongelovig kijk ik rond, maar de leden van het Garrison (garnizoen) zijn zo verguld met zijn aanwezigheid dat ze het niet hebben gehoord.

Verslaving

Ik zet een stap naar achteren, om eens goed om me heen te kijken. Daar zijn we dan, duizenden volwassenen mensen (van wie naar ik schat eenderde vrouw is, wat meer is dan ik had verwacht) die hun zondag opofferen om langs de vele speelgoedkraampjes te lopen, elkaar aan te gapen, en een handtekening te scoren van de dikke Hobbit Sam uit Lord of the Rings, de psychopaat Freddy Krueger uit A Nightmare on Elm Street, de 'echte' Lois Lane uit de Superman-films, Han Solo's trouwe sidekick Chewbacca, of een van de vele figuren die ik niet eens ken. De tientallen B- of zelfs C-acteurs die achter tafeltjes zitten te wachten op handtekeningenjagers, pen in de aanslag. Acteurs die teren op vijf seconden beeldtijd in Game of Thrones of die ooit een Power Ranger waren. Ze zitten hier niet als acteur, maar als reliek. Maar ja, het verdient goed. Bezoekers betalen tussen de 25 en 75 euro (per persoon, hier is de organisatie strikt in) om met een personage naar keuze op de foto te gaan. Ongeveer de helft van de bezoekers is verkleed. Ik zie vijf Kylo Rens (Star Wars The Force Awakens), zeker zeven Harley Quinns (Suicide Squad), en één Darth Vader in een rolstoel. En hoewel ik geen kostuum heb, ben ik een van hen.

Zonder veel overdrijving kan ik zeggen dat mijn aanwezigheid hier de bekroning is van een proces, van een verslaving. Een verslaving aan pulp en om precies te zijn: aan Star Wars-gerelateerde pulp. Het begon enkele maanden geleden. Volgens mijn geliefde moest ik een nieuwe hobby nemen: een niet-functionele nevenactiviteit die ontspannend van karakter is. Ik had al mijn hobby's onlangs opgebruikt. Het lukt mij namelijk nooit iets op halve kracht te doen. Ook mijn hobby's verricht ik met toewijding, waardoor ze zonder uitzondering langzaam veranderen in activiteiten die ik zo goed mogelijk moet vervullen en die me derhalve ergernis en stress bezorgen. Deze paradox heeft me al menig hobby gekost: voetballen, tekenen, een dagboek bijhouden, sporten, al dan niet onder stroom.

Dit voorjaar was er weer zo'n hobby-vacuüm ontstaan. Daarom besloot ik, bij wijze van project, de jeugdfilms te herzien die de diepste indruk op mij hebben gemaakt. Ik begon met Star Wars, de originele trilogie: delen 4 tot en met 6. Vervolgens kocht ik de gereviseerde blu-rayuitgaven, die kleine maar o zo belangrijke veranderingen ten opzichte van de originelen bevatten. Ook die bekeek ik. Vervolgens haalde ik de inferieure prequels in huis, de rond de millenniumwisseling gemaakte delen 1 tot en met 3. Hoofdschuddend bekeek ik ze, tweemaal achtereen.

Selfies nemen hoort er ook op Comic Con gewoon bij. Beeld Jan Mulders

Filmpjes

Vervolgens ging ik me verdiepen in de 'officiële' verklaringen over hoe deze zes films met elkaar verbonden zijn. Welke ontwikkelingen waren bijvoorbeeld niet in de films terechtgekomen, maar hadden binnen het Star Wars-universum wel 'echt' plaatsgevonden? Al gauw nam ik mijn toevlucht tot door fans gemaakte filmpjes. Binnen de kortste keren leerde ik uren per dag over lichtzwaardvechttechnieken, over de precieze werking van het pak van Darth Vader, en over hoe het in vredesnaam mogelijk was dat Obi-Wan Kenobi tussen Episode III (2005, gespeeld door Ewan McGregor) en Episode IV (1976, gespeelde door Sir Alec Guinness) in negentien Star Wars-jaren was veranderd van een jonge vent in een bejaarde druïde? Officiële antwoord: door de mysterieuze twee zonnen op zijn thuisplaneet Tatooine, waardoor zijn huid snel verouderde.

Ik was mezelf aan het volstouwen met kennis die volgens alle criteria onzinnig was. Terwijl ik mijn hersenen wijsmaakte dat ze leerden, was ik bezig mezelf te verdoven, en terug te veranderen in het jongetje dat ik ooit was. Het dieptepunt: de dag dat ik filmpjes aan het bestuderen was van mensen die hetzelfde Playstationspel speelden (Star Wars Battlefront) dat ik ook dagelijks speelde, want in de tussentijd had ik natuurlijk een Playstation 4 gekocht, speciaal voor dat ene spel dat me in staat stelde als Jedi mee te vechten in belangrijke veldslagen.

De schijnbare normaliteit van mijn verlangens suste me in slaap. De filmpjes die ik zag, waren soms wel een miljoen keer bekeken. Op de bijbehorende fora werd driftig gediscussieerd door mensen van alle leeftijden, van overal ter wereld. De wekelijkse (!) onlinetalkshow Jedi Council, waarbij vier tot vijf 'kenners' bijeenkomen om anderhalf uur (!) alle nieuwtjes op het gebied van Star Wars te bespreken, wordt bekeken door honderdduizenden mensen. Er leek dus niets aan de hand, iedereen deed het. Naarmate ik me dieper en dieper in deze wereld begaf, kreeg ik steeds meer het idee dat er niets vreemds was aan deze tijdsbesteding. Sterker nog, in deze wereld geldt een tegengestelde wet: hoe meer je van Star Wars weet, hoe hoger je status.

Darth Vader kijkt op zijn smartphone. Beeld Jan Mulders

Nerd geworden?

Het was mijn geliefde die mijn infantilisering twee weken geleden als eerste vaststelde. 'Weet je dat je echt heel veel tijd kwijt bent aan het bekijken van nerd-filmpjes?' Op dat moment was ik een animatiefilm voor kinderen aan het kijken, waarin Obi-Wan Kenobi en Anakin Skywalker het opnamen tegen een mysterieuze schurk genaamd 'Droll'. Toch zei ik dat ze zich vergiste. 'Nee', hield ze vol, terwijl ze de gordijnen opentrok, 'ik weet het zeker. Je bent een nerd geworden.' Het licht deed pijn aan mijn ogen. Wat ze zei, was belachelijk. Een nerd was iemand die de grens tussen hobby en obsessie niet kende. Ik was absoluut geen nerd. Toch? Ik zou het toch zeker gemerkt hebben als dat het geval was?

Op zoek naar antwoorden, kocht ik diezelfde dag nog mijn kaartje voor Comic Con. Rondlopend over deze beurs vraag ik me af wat een nerd precies is. Het eerste beeld dat bij me opkomt, is dat van een wereldvreemde studiebol, die het liefst binnen zit, die liever leest dan praat. Laten we hem nerd type A noemen. Aan dat type heb ik nooit beantwoord.

Maar gaandeweg is type A overvleugeld door een tweede type, overgewaaid uit Amerika. Nerd type B is iemand (meestal een jongen of man) die volledig opgaat in sciencefiction, stripboeken en fantasy. Beide soorten nerds hadden traditioneel een enigszins meelijwekkende sociale status. De studiebol-nerd trok zich terug in zijn kamer, de stripboek-nerds onmoetten elkaar in boomhutten of bij gearrangeerde bijeenkomsten, ook wel nerd-conventies genoemd. Comic Con is zo'n bijeenkomst.

Rogue One

Op 16 december zal Rogue One: A Star Wars Story, kortweg Rogue One, in de bioscoop verschijnen. Dit vormt het eerste deel uit de toekomstige Star Wars Anthology-reeks: een serie films die zich afspeelt in het Star Wars-universum, maar waarin de levens van de gebruikelijke helden niet centraal staan. Chronologisch vindt het verhaal plaats tussen Episode III en Episode IV: A New Hope. Wie wel zijn opwachting zal maken in de film (hoe kort ook), is Darth Vader. Hoewel er een ander in het pak zit dan vroeger (acteur en 'special creature performer' Spencer Wilding in plaats van David Prowse) zal de karakteristieke stem eens te meer geleverd worden door good old James Earl Jones.

De eerste Comic Con vond plaats in 1970, in San Diego, nog altijd de thuishaven van de oerversie van het evenement. Destijds kwamen er driehonderd mensen op af. Ze deelden hun liefde voor sciencefiction, kochten parafernalia en toonden elkaar 'fan fiction': zelfgeschreven fictie op basis van films of stripboeken. De release van de eerste Star Wars-film, in 1976, leidde tot een toename van de bezoekersaantallen. In de jaren tachtig en negentig groeide het festival gestaag. Het aantal fans nam toe en filmstudio's produceerden gretig films om aan de toegenomen vraag te voldoen.

Tussen 1987 en 1997 steeg het bezoekersaantal van Comic Con van vijfduizend tot veertigduizend. Tegenwoordig komen er jaarlijks 130 duizend bezoekers op af. Elke nieuwe superheldenfilm of -serie kent er zijn vuurdoop. Comic Con is zelfs een exportartikel geworden: er zijn wereldwijd tientallen Comic Con-zusterevenementen in Azië, Europa, Latijns-Amerika, Oceanië. De eerste Nederlandse editie van Comic Con vond in 2015 plaats, in Utrecht. Het werd door liefst 25 duizend mensen bezocht. En ook bij de Amsterdamse editie is de toeloop massaal.

Nerveus loop ik door de industriële hallen van Comic Con Amsterdam. Dezelfde energie maakt zich van mij meester als vroeger, toen ik als kind met mijn vader naar A Space Oddity ging, een speelgoedwinkel gespecialiseerd in Star Wars-poppetjes. Hetzelfde gevoel als toen; dat mijn ogen en handen mijn drang om alles te bekijken en aan te raken niet kunnen bijhouden. Die haast, die gretigheid. Eens te meer bevind ik me in het fantastische universum van Star Wars, een universum dat even avontuurlijk als nostalgisch is. Een universum ook dat maar uitdijt en uitdijt, dat mijn kinderfantasieën eeuwig levend houdt zonder dat ik er iets voor hoef te doen. Het is alsof een machine (genaamd Disney) permanent dromen aanlevert, nieuwe dromen op basis van fijne, kinderlijke associaties.

Palpatine figuur. Beeld Jan Mulders
Chewbacca heeft een drinkpauze. Beeld Jan Mulders

Geen buitenstaander

Als ik een nerd ben, is het nerdtype B. Maar dat type bevat een innerlijke tegenstrijdigheid. Want een nerd is per definitie een buitenstaander, een excentrieke minderheid. Wanneer ik vandaag om me heen kijk, maar ook als ik mijn vriendenkring overdenk, wanneer ik schrijversbezoeken afleg bij middelbare scholen, wanneer ik de bezoekersaantallen van superheldenfilms zie, kan ik niet anders dan vaststellen dat nerdtype B allang geen buitenstaander meer is. Het zijn de anderen geworden, zij die liever naar buurtbioscopen gaan dan naar Pathé, zij die geen affiniteit hebben met Star Wars of Batman, die de uitzondering zijn geworden. Wat ooit de afwijking was, is nu de regel.

Halverwege de middag meld ik me nogmaals bij het Dutch Garrison, waar ik de 71-jarige Tiny ontmoet, die zich regelmatig verkleedt als Keizer Palpatine. Vandaar haar onsterfelijke bijnaam Palpa-Tiny. Voor haar begon het met het maken van een kostuum voor haar zoon, een kale, fanatiek ogende Imperial Guard die naast haar staat, blaster in de aanslag. Dat beviel haar zo goed dat ze nooit is opgehouden met naaien en verkleden. 'En waarom dan de Keizer?', vraag ik. Voor Palpa-Tiny kan antwoorden neemt haar militante zoon haar weer mee. Hij vindt dat ze eerst haar make-up moet aanbrengen alvorens verder te praten.

Dan word ik aangesproken door Melvin, een jonge twintiger die zich heeft uitgedost als Anakin Skywalker, die weliswaar net de titel Darth Vader had gekregen maar het bijbehorende pak nog niet had aangetrokken. Hij vertelt me hoe hij op een soortgelijke beurs was 'gerekruteerd' door het Dutch Garrison. Het groepsgevoel, dat sprak hem het meest aan. Het kostte hem jaren de juiste materialen te vinden voor zijn kostuum (want dat behoor je zelf te maken, dat is een van de inwijdingsriten). 'En nu ben je helemaal af?', vraag ik. Hij knikt, met enige reserve. 'Maar iets aan mij klopt niet', zegt hij uitnodigend. Ik moet raden. Het is een test. Ineens weet ik het: als hij tot de badguys behoort, dient hij gele Sith-Lordlenzen te dragen. Melvin Skywalker glimlacht en zegt dat hij een oogontsteking heeft, en dispensatie heeft gekregen. Ik ben geslaagd.

Natuurlijk voel ik compassie met hen die zich op hun vrije zondag zo uitzinnig uitdossen, een mild medelijden. Tegelijk koester ik een zeker respect voor ze. Misschien ben ik zelfs wel jaloers. Melvin en Palpa-Tiny zijn verder gegaan waar ik ben opgehouden, waar ik me heb laten tegenhouden door sociale conventies en schaamte. In zekere zin vormen zij mijn ultieme zelf. Op dat moment zie ik de speelgoedverkoper van A Space Oddity. Het is dezelfde ietwat melancholieke verschijning als vroeger, iets ouder geworden, iets dikker, zijn haardos is geslonken. Speciaal voor Comic Con heeft hij de inhoud van zijn winkel meegenomen. Kinderen en volwassenen blijven staan en kijken naar zijn waar, zoals ik als kind zo vaak heb gedaan. De man en ik kijken elkaar aan, er is een blik van verstandhouding, of anders maak ik mijzelf dat wijs.

Jedi op de wc. Beeld Jan Mulders

Herkend worden

Boba Fett, Star Wars' beruchtste premiejager, komt naast me staan. Ik vraag hem waarom hij zich verkleedt. Hij praat een minuut vol, het is onverstaanbaar. Wanneer ik erom vraag, zet hij zijn helm af, zij het met zichtbare tegenzin. Onderkoeld dreunt hij op dat zijn verkleedclub 'erkend wordt door Disney', dat ze nieuwe Star Wars-films eerder te zien krijgen dan Bekende Nederlanders, dat ze op de rode loper mogen. Hij wordt bijgestaan door een Deadpool: 'Het is gewoon fantastisch om herkend te worden, en precies door de juiste mensen. De mensen zoals jij.' Dat is de vreemde paradox die aan de verkleedpartijen ten grondslag ligt: het gaat niet om het verkleden, maar om het herkend worden. Je doet een masker op om gezien te worden. En hoewel ik zelf de aandrang niet voel, begrijp ik hem volkomen.

Mandalorian. Beeld Jan Mulders

Terwijl ik een laatste ronde maak over de beurs, keren de bezoekers langzaam huiswaarts. Op een tafel ligt een condoleanceregister voor Kenny Baker, de dwerg die R2-D2 speelde, onlangs overleden. Duizenden handtekeningen. Ook ik teken. Hij zal niet worden vergeten. Ik ga nog op de foto met Peter Mayhew, de originele Chewbacca (30 euro), een uiterst vriendelijke zeventiger, inmiddels lijdend aan reuma, die ook zonder pak op een lange hond lijkt.

Dan stapt het Dutch Garrison op het podium. Hun powerpointpresentatie is wervend, iedereen die de stap wil maken is welkom, de laatste stap op weg naar eeuwige roem, naar werkelijk nerdendom. 'Wees niet beschaamd,' zegt de woordvoerder, met een weids armgebaar. 'Bij ons bent u veilig. Kijk om u heen. We zijn allemaal nerds.'

Misschien, ooit.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden