Recensie Lazarus

De Nederlandse Lazarus is beter dan het origineel uit New York ★★★★☆

Met hun subtiele spel en invoelende zang weten de Nederlandse vertolkers de zwaktes van de tekst beter te maskeren dan hun Amerikaanse voorgangers.

Dragan Bakema als Thomas Newton in Lazarus van David Bowie in Theater DeLaMar Beeld Jan Versweyveld

‘Look up here, I’m in heaven.’ Op het moment dat Dragan Bakema breekbaar die zinnen uit de titelsong van Lazarus zingt, trekt huiver door de zaal. Zojuist werden we in het Amsterdamse Theater DeLaMar ook
al plechtig welkom geheten bij ‘het laatste meesterwerk van David Bowie’. Het voegt een stemmig soort ernst toe aan de muziektheaterproductie Lazarus, de psychedelische theatrale rockshow rond zijn oeuvre, die Bowie in 2015 maakte met toneelschrijver Enda Walsh en regisseur Ivo van Hove, en die in december van dat jaar in New York in première ging, één maand voor zijn dood. Bij de première stond hij nog op toneel voor het applaus. Na New York en een succesvolle speelreeks in Londen ging zondag in Amsterdam voor een bedrukt en
geïmponeerd publiek de Nederlandse versie van Lazarus in première.

Lazarus is een vervolg op de roman (1963) en latere verfilming (1976) The Man Who Fell to Earth van Walter Tevis. Hoofdpersoon is het buitenaardse wezen Thomas Newton, dat onbedoeld op aarde strandt, lichtjaren verwijderd van zijn familie en geliefde. In Lazarus zien we Newton (hier vertolkt door Dragan Bakema) dertig jaar later terug: verlaten door zijn grote liefde Mary Lou, niet in staat te sterven of terug te keren naar zijn planeet. Verloren doolt hij rond in zijn appartement aan 2nd Avenue en dooft hij zijn zielepijn met gin. Om hem heen cirkelen zijn oude vriend Mike (Thomas Cammaert), zijn assistent Elly (Noortje Herlaar) en een paar raadselachtige figuren die vermoedelijk enkel in zijn gekwelde brein bestaan: een engelachtig meisje (Juliana Zijlstra) dat de hoop symboliseert, en de perfide slechterik Valentine (Pieter Embrechts) die enkel depressie, dood en cynisme zaait. In New York waren hun plotlijnen destijds behoorlijk storend. Zozeer dat het iets afbreuk deed aan de kracht van deze zinderende theatrale verbeelding van het Bowie-universum.

Kan een Nederlandse versie zo’n New Yorkse productie evenaren? Verrassend genoeg luidt het antwoord hier ‘ja’. Sterker: de voorstelling is beter dan de ontzagwekkende maar wankele show in New York. Voor een groot deel zit de winst hier in de sterke Hollandse bezetting – je hebt nu eenmaal cultuurverschillen in acteren en op toneel zijn wij beter, punt. Dat zit hem in het raffinement van het kleine gebaar, in ambivalentie en gelaagdheid. En het zit hem in het vermogen de zang in dienst te stellen van je rol. Van enkel expositie en effectbejag krijg je gefiguurzaagde personages, wat de zwakte van de tekst nog eens onderstreept.

Met hun subtiele spel en invoelende zang weten de Nederlandse vertolkers die zwakten goeddeels te maskeren. Noortje Herlaar begint nuchter als een geestige, sarcastische Elly, met slome paardenstaart en grijze slobbertrui. Stekelig en gevat is ze, intelligent en gefrustreerd - in haar loopbaan en de liefde. In het hypnotiserende universum van Newton ziet ze een kans zichzelf opnieuw uit te vinden, vermomd als de ongrijpbare droomvrouw Mary Lou, inclusief blauwe pruik. Herlaar zingt een schitterende versie van Changes, die plotseling perfect samenvloeit met de boog van haar personage (‘Turn and face the strange – ch- ch- changes!’).

Pieter Embrechts als Valentine in Lazarus van David Bowie Beeld Jan Versweyveld

Voorts is ‘onze’ Valentine een verrukking: met die stem die diep en donker doorbast in de onderbuik, zijn imposante breedgeschouderde verschijning en zijn zalig diabolische charme. Met zijn geestig sardonische spel doet Pieter Embrechts alle scepsis over dit personage verdwijnen.

Lastiger heeft Juliana Zijlstra het met de suikerzoete zuiverheid van het engelachtige meisje. Helaas voor haar kreeg zij ook de sufste zinnen uit het script toebedeeld. Maar dat alles is ogenblikkelijk vergeten als Zijlstra begint te zingen: haar betoverend mooie versie van Life on Mars doet de hoofdhuid tintelen en de ogen tranen – het is het mooiste moment uit de voorstelling.

En dan is er nog Bakema, die hier een krachttoer verricht. Als vervanger van Gijs Naber, die zich onverwachts terugtrok uit de productie, heeft Bakema zich de rol razendsnel eigen moeten maken en dat heeft hij verbluffend goed gedaan. Anders dan Michael C. Hall, die in de oerversie vooral een terneergeslagen lobbes speelde, is Bakema nerveus, gekweld, explosief en beweeglijk op het maniakale af. Hij raast en vliegt over het
podium, kan schitterend schakelen van gepijnigd naar kinderlijk blij en prachtig verbaasd huilen, met grote, angstige ogen en een vertrokken gezicht. Bakema is niet ’s werelds beste zanger maar hij weet zich goed te redden met een fraai geknepen falset die zo nu en dan Bowies klank in herinnering brengt. Zijn stem verschiet knap van kleur, van wanhopig naar deemoedig.
Het moment dat hij a capella de eerste strofe van Absolute Beginners zingt (‘I’ve nothing much to offer/ There’s nothing much to take’) is adembenemend mooi. Even later wordt hij wonderschoon meerstemmig bijgestaan door de complete cast, een ander hoogtepunt.

Maar net als in New York is de grootste attractie natuurlijk David Bowie, die zelf nog nieuwe arrangementen maakte van bestaande nummers, en vier gloednieuwe songs schreef. Bekende nummers als Heroes of This is not America kregen rijke instrumentaties met blazers en koortjes. Een negenkoppige band achter een glaswand brengt ze voorbeeldig ten gehore. Dit alles is gebed in een meticuleus totaalkunstwerk van decor, licht en video van het duo Ivo van Hove en Jan Versweyveld. Hun lenige enscenering springt soepel van de kil belichte werkelijkheid naar de wanen in Newtons hoofd. En dan door naar het min of meer troostrijke, aangrijpende slot, waarin de dood komt als verlossing na een eenzaam afscheid van het leven. Lazarus heeft aanzienlijk aan betekenis gewonnen nu het in retrospectief een testament blijkt te zijn geweest.

Bij het applaus prijkt een levensgrote foto van Bowie op de achterwand. Even keek een zichtbaar geëmotioneerde Van Hove haast onmerkbaar naar boven.

Muziektheater

Lazarus van David Bowie en Enda Walsh, regie Ivo van Hove, met o.a. Dragan Bakema, Noortje Herlaar en Juliana Zijlstra

13/10, Theater DeLaMar, Amsterdam; daar t/m 5/4

★★★★☆

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden