De nazi's voorbij

Het leven onder de nazi’s lijkt in de straatstenen en gebouwen van het Oostenrijkse Linz gebeiteld. De culturele hoofdstad van Europa wil nu graag laten zien dat zij meer in huis heeft dan de herinnering aan die lelijke tijd en die gruwelijke geschiedenis....

Ze hadden elkaar in de stad kunnen tegenkomen, in hun jeugd. De één een jongeman, de ander een kind nog. Ze hingen misschien allebei rond voor de barokke winkelgevels van de Landstrasse, of ze wandelden over de Hauptplatz met de elegante, pastelkleurige huizen, langs de pestzuil uit de 18de eeuw waarop nog altijd duiven landen, of onder het balkon van het raadhuis dat nu in een wolk van rode geraniums is gehuld.

Linz was de stad van hun jongensjaren, maar het duurde nog een tijd voordat ze elkaar daadwerkelijk ontmoetten, voordat ze hun gruwelijke brandmerk op de wereldgeschiedenis zouden plaatsen. Adolf heette de een, Adolf ook de ander. Hitler en Eichmann.

Van Hitler bestaat een foto uit begin 1945 waarop hij tuurt naar een maquette van de stad. Niet het Linz waar hij de middelbare school had gevolgd, maar een Linz zoals hij droomde dat het moest zijn, de stad waar hij zijn oude dag wilde doorbrengen. Linz, Kulturhauptstadt van zijn Derde Rijk.

Veel is er niet van zijn bouwplannen terechtgekomen, maar wie over de Nibelungenbrug naar het oude centrum loopt, ziet er op de kop wel iets van terug: twee gebouwen, stoer en grijs, mooi noch lelijk. Nazigebouwen die de entree naar de Hauptplatz flankeren, indertijd tot Adolf Hitlerplatz omgedoopt. Het was op het raadhuisbalkon van Linz waar Hitler op 12 maart 1938 de Anschluss van Oostenrijk afkondigde voor een enthousiaste menigte, nog vóór hij met zijn troepen Wenen zou binnenmarcheren.

De Donaubrug, waarboven nu de Europese en de Oostenrijkse vlaggen wapperen, is ook uit de tijd van het nationaal-socialisme. Het bouwmateriaal hoefde niet van ver te komen. In de buurt van het nabije Mauthausen was graniet voorhanden. De steenhouwers, de bouwers: kampgevangenen en dwangarbeiders.

Rustig kabbelt de Donau naar het oosten, ‘en zo stroomt de rivier hier al vele eeuwen’, zegt een gids tegen een groep toeristen nadat ze uitleg heeft gegeven over de Hitlergebouwen, alsof ze zeggen wil dat er meer is geweest dan dat nationaal-socialisme. De rivierboten hebben zojuist hun dagjesmensen afgeleverd die bewonderend staan te kijken naar het stadssilhouet onder een wolkenloze hemel, het rijzige slot, de 17de- en 18de-eeuwse torens, en die brug waarvan de geschiedenis allerminst locker und lustig is, zoals hun gids al had gezegd. De organisatoren van Linz’09 hebben terdege beseft dat ze van Linz niet zomaar Culturele Hoofdstad van Europa, Kulturhauptstadt, konden maken, zelfs in 2009 niet.

Nazislachtoffers
Kun je een gebouw iets verwijten? Een onopvallende plek schuldig verklaren? De organisatie is grondig te werk gegaan. Een van de nazigebouwen is in het kader van Linz’09 onder handen genomen door de Duits-Japanse kunstenares Hito Steyerl. Ze heeft delen van het grijze pleisterwerk weggebeiteld, zodat de rode baksteen eronder zichtbaar werd. Zo is op de gevel een indrukwekkend schervenpatroon ontstaan, een eerbetoon aan de nazislachtoffers van Linz.

Slenter je langs de winkels in de eerbiedwaardige Landstrasse, dan zie je opeens een tekst op de straatstenen: hier werd op 4 juli 1942 de gelegenheidsdief Alois G. aangehouden wegens het stelen van een fiets. Veroordeeld en terechtgesteld, Schädling der Volksgemeinschaft als hij was. Je vindt ze door de hele stad, die straatteksten, persoonlijke fragmenten, scherven zo je wilt, uit het alledaagse leven onder de nazi’s. Voor het neoklassieke Landestheater: 33 medewerkers werden gedwongen als bewaker te werken in Mauthausen. Hier werd een communist gearresteerd, daar een Joodse familie weggevoerd.

De organisatie van het culturele jaar heeft de kop allerminst in het zand gestoken. Exposities, lezingen, studies, wandelingen – alsof de toon voor de omgang met het zwarte verleden voor eens en voor altijd moest worden gezet. Een overzichtelijk, betaalbaar boek (4 euro) geeft informatie over de Hitlertijd, en stelt ook vragen: ‘Bestaat er een bouw- of woningstructuur die het denken en handelen vormt?’

Wie het weet, mag het zeggen.

Het lijkt veel Tweede Wereldoorlog in de 21ste eeuw, maar zo vreemd is dat niet. Linz heeft paradoxaal genoeg wel wat aan het nationaal-socialisme te danken. Rijd je naar het oosten, dan passeer je de haven in een bocht van de Donau. Vrachtwagens en heftrucks tuffen in de richting van de fabrieksdampen die versmelten met het wolkendek. Schoorstenen, hoogovens, zwarte goederenwagons, hoogspanningsmasten. Het gebied ademt staal en chemie. Het waren Hitlers havens, en de zware industrie van Linz werd geboren als Reichswerke Hermann Göring: oorlogsindustrie.

‘Mijn grootouders hebben na de oorlog tien jaar onder de Russen geleefd’, zegt Elke Ennsbrunner (32), manager bij een metaalbedrijf. ‘Het stadsdeel ten noorden van de Donau stond onder Russisch gezag, het zuiden, inclusief het centrum, viel onder de Amerikanen. Mijn ouders zijn geboren in die tijd. Na 1955, toen de Russen en Amerikanen zich terugtrokken, ging alle aandacht naar de wederopbouw; voor verwerking van de oorlog was geen tijd. Het is daarom goed voor zowel bezoekers als voor iedereen die hier nu opgroeit, te weten wat er precies is gebeurd. Het blijft een deel van ons verleden.’ Linz bleef Oostenrijks belangrijkste industriestad, al waren de Reichswerke geëlimineerd door geallieerde bommenwerpers.

Maar het zou de stad tekortdoen om alles op te hangen aan de oorlog, wisten ze ook in Linz. Ze gaven de culturele hoofdstad als thema mee: Linz verandert.

Want Linz is ouder dan de laatste oorlog. En jonger ook. Nooit Oostenrijks mooiste geweest. De Habsburgse dynastieën hielden zich liever op in het kosmopolitische Wenen dan in het provinciale Linz, maar toen de stad opleefde in de 17de eeuw, na de Dertigjarige Oorlog, kreeg ze een frivool baroklaagje: krullen, guirlandes, medaillons, in de kleuren van een bonbonnière.

Bierpullen
Omdat het stadscentrum redelijk gespaard werd door de bommenwerpers, kun je dwalend tussen de patriciërshuizen opeens in een arcadengang terechtkomen, of op een binnenhof waar zich een goedmoedig gezelschap heeft genesteld achter een tafel vol bierpullen en schotels met worst. Je kunt er opgelucht ademhalen omdat de stad gevrijwaard is gebleven van de megalomane Hitlerplannen, zoals neergelegd in de maquette.

De Oude Dom, ook uit de 17de eeuw, is een zwierige oude dame die weinig te duchten heeft van haar veel jongere rivale. De Nieuwe Dom verderop wil niet meer dan Keulen nadoen: de scherp gepunte torens zijn dan wel markant in het stadssilhouet waarin de uientorens overheersen, middeleeuws zijn ze niet. De neogothische kathedraal is nauwelijks een eeuw oud.

Een priester zwengelt juist met galmende stem de mis aan als we de gebrandschilderde ramen willen ontcijferen. Het zijn niet allemaal heiligen die worden aangelicht door de zon, het was het establishment van die dagen dat zich liet vereeuwigen, mannen met stropdas op ramen die ouder willen lijken dan ze zijn.

Natuurlijk ontbreekt Franz Jozef niet, de tragische keizer-echtgenoot van Sisi, die vlak voor zijn dood in 1916 moet hebben geweten dat zijn Donaumonarchie voorgoed tot de geschiedenis behoorde. Hij is afgebeeld op een raderstoomboot, zoals ze een eeuw geleden over de Donau voeren, tot de Zwarte Zee aan toe. Precies zo’n schip, door liefhebbers in de vaart gehouden, ligt aan de kade, en precies deze week heeft een Italiaanse plezierboot tijdens een ongelukkige manoeuvre een van zijn flanken doorboord. Uit jaloezie, meende een columnist, omdat ze in Italië zo’n mooie rivier niet hebben.

De afgelopen decennia heeft Linz zijn rivieroevers herontdekt. Ze zijn het decor van een jonger Linz, een hippe stad die dynamiek wil uitstralen. Studenten lezen er in het gras naast moderne sculpturen, toeristen flaneren langs het nieuwe Lentos Museum voor moderne kunst, een glazen doos die ’s avonds oplicht in alle kleuren van de regenboog. Verderop staat het Brucknerhuis, een muziektheater uit de jaren zeventig, als ode aan de beroemde componist, die jarenlang het kerkorgel bespeelde in de stad.

Brainlab
Aan de overkant staat ook een glaskolos. Het is het nieuwe Ars Electronica Center, met exposities over het digitale leven, ruimtevaart, een brainlab en de stedenbouw in 2050. In de hele stad zijn nieuwe projecten uitgevoerd. Het hightech-treinstation is door reizigers uitgeroepen tot het mooiste van Oostenrijk, het oude Schlossmuseum dat uitkijkt op de rivier heeft een nieuwe vleugel gekregen van staal en glas. Er is meer dan het verleden, willen ze maar zeggen in het Linz van 2009.

Wie de Nibelungenbrug oversteekt naar het Ars Electronica Center, het museum van de toekomst, vindt half verscholen onder een waterval van petunia’s weer een stukje vroeger. Een plaquette herinnert aan de Sudeten-duitsers, de Duitstalige minderheid uit Oost-Europa die aan het einde van de oorlog naar het Westen vluchtte. Eenmaal aan de Amerikaanse kant van de brug wachtte hun een veilige haven.

Niet ver hier vandaan moet de Italiaanse schrijver Claudio Magris hebben gestaan toen hij in Linz onderzoek deed voor zijn meesterwerk Donau (1986) en mijmerde: ‘() een stukje papier dat iemand uit onachtzaamheid in het water heeft gegooid is al weggedreven, verloren in de toekomst, verderop, waar wij niet zijn.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden