De natuur streeft naar ordeloosheid KINGMA KUN JE LEZEN ALS EEN CURSUS ZEKERHEIDSVERLIES

EEN CRUISESCHIP op de Middellandse Zee. Veel bejaarden aan boord, maar ook een fysisch archeoloog die voor zijn werk naar Egypte moet....

ARJAN PETERS

Dit legt de archeoloog uit aan een dienstplichtige Griek die ook meereist. Het klinkt zakelijk en beheerst: materie is opgebouwd uit atomen, die weer te typeren zijn als gebundelde vormen van energie. Geen speld tussen te krijgen.

Anderzijds berust een groot deel van het onderzoek op aanname en afspraak. Hoe exact en objectief de wetenschap kan zijn, is de vraag. Niemand heeft ooit een atoom gezien. Het bestaan ervan moet worden verondersteld, opdat vakgenoten elkaar kunnen verstaan.

Het kernwoord hier is energie, het kloppende hart van alle materie. Geen ding is dood of koud (er is alleen warm en minder warm), hoe oud en zielloos het er ook uit mag zien. Bij nadere beschouwing, te microscopisch voor het menselijk oog, krijgen alle dingen een aureool van onvoorspelbaar mysterie. Waar energie is, dezelfde stof die ons het leven schenkt, beginnen alle objectieve data te wankelen.

Feiten zijn interpretaties. Onderzoek is per definitie deelonderzoek. Wetenschappers kunnen hun arbeid alleen zin geven zolang ze zich houden aan begrenzende afspraken. Bewijzen kunnen nimmer hard zijn, want of de heipalen nu gedreven staan in beton of drijfzand - willekeurig welk fundament is uiteindelijk opgetrokken uit materie = atomen = energie.

Zo komen mens en ding dichter bij elkaar dan gemeenlijk mogelijk wordt geacht. Frans Kingma (1956) heeft dat als experimenteel fysicus keer op keer ondervonden. Hij is het experiment nu ook buiten zijn vakgebied aangegaan, door literaire verhalen te schrijven. Zijn bundel De cyclus van het mes toont het terrein waar de schrijver en de natuurwetenschapper elkaar de hand reiken. Beiden plegen onderzoek, maken gebruik van formules, nodig om met anderen te communiceren. Beiden weten dat het onzegbare uitsluitend te benaderen is, te omkaderen, nooit voorgoed te definiëren.

Met dit verschil dat wetenschappers nogal eens de hardnekkige neiging vertonen te doen alsof hun uitkomsten onaantastbare geldigheid bezitten. Vooral westerse fysici sluiten dikwijls de ogen voor ondermijnend relativisme.

Dat is af te leiden uit de acht verhalen waarmee Kingma debuteert, en die verstokte vakgenoten de ogen kunnen openen. Daarnaast zou Kingma die letterlievende alfa's met een allergie voor wiskundige symbolen, en die spontaan uitslag krijgen van de woorden thermodynamica, quarks, en kwantummechanica, over de streep kunnen trekken. Niet bang zijn. Dit zijn gewoon verhaaltjes. Trek je nu eens niet terug met het bange excuus dat jij er wel weer te dom voor zult zijn.

Lees dit boek, en stel met opluchting vast dat we er allemáál te dom voor zijn. Dat is - in ernst - een flinke stap vooruit. Ja, ook die fysisch archeoloog op dat cruiseschip tussen die bejaarden, zelfs hij moet toegeven dat hij maar weinig met zekerheid kan beweren. Wie ziet hij ineens aan boord, een hulpbehoevende opa die ondersteund moet worden door een vrouw?

Ecce homo! Het is Nietzsche zelf. De hamerende wijsgeer die allang dood had moeten zijn, strompelt als stokoude baas door de gang. De 'Wiederkehr des Gleichen' krijgt hier een armzalige uitvoering.

Bovendien buldert de filosoof een Grieks citaat van Herakleitos, die al stipuleerde dat alles stroomt en eeuwig beweegt. Geen wederkeer is dezelfde. Mens en omstandigheden zijn altijd aan schommelingen onderhevig. Nietzsche en zijn verzorgende zus verdwijnen weer, de archeoloog ziet het tweetal later niet terug, hij kan zich afvragen of hij heeft gehallucineerd.

Hoe dan ook verlaat hij het schip wankelmoediger, en niet doordat de zee hem zwabberbenen heeft bezorgd. In Alexandrië moet hij een deel van een heupbeen verwijderen, om te laten bepalen of dat afkomstig is uit de zevende eeuw. Zuiver wetenschappelijk onderzoek.

Ammehoela. Wat is er zuiver en zakelijk te registreren, als het leven ons zo dikwijls een bijkans polemische les in relativiteit leert? Kingma's boek is te lezen als een Cursus Zekerheidsverlies in acht afleveringen. De energie en chemie van leven en ding zijn veranderlijk en wisselvallig.

In 'On Bras & Kets' is een theoretisch fysicus verslingerd aan een woest schilderende Argentijnse. Zij gooit haar lichaam in de strijd, leest de wereld als een betrokken kunstenares, kijkt naar een landschap in de wetenschap dat de verwerking van haar indrukken pas vorm aanneemt wanneer zij gewapend met penseel en verf een doek te lijf gaat.

Zij spreekt, ook letterlijk, een andere taal dan hij. Toch zijn ze met elkaar verbonden, door hun bewondering voor formules (op een doek, dan wel in een natuurwetenschappelijke publicatie) die de magie intact laten.

Navertellen is oneerbiedig, omdat het de kleur en toon van het oorspronkelijke verhaal verdoezelt ten gunste van 'de boodschap'. Toch geeft Kingma daar te vaak aanleiding toe.

In een aflevering van De Gids of Hollands Maandblad, de tijdschriften waar deze verhalen hun première beleefden, vielen ze op door hun afwijkende onderwerp en behandeling. Acht van die verhalen op een rij bieden echter ook zicht op de beperkingen van Kingma's methode. Hij blijft soms te veel docent, dicht alle mazen in de netten van zijn vertellingen, staat zichzelf te weinig de vrijheid toe om een raadsel raadselachtig te laten - en daarmee ook zijn positie als verteller met beleid te relativeren. De poëzie van een formulering, het aantippen van een andere wereld dan de benoemde, verliest het van de drang om didacticus te spelen.

Een Zweedse natuurwetenschapper wordt in Tunesië door twee Arabieren in het nauw gedreven. 'Wat kon Mörten doen?', schrijft Kingma. Dat vroegen wij ons al af, dat hoeft hij niet expliciet te zeggen. De archeoloog op het schip ziet een vrouw met kort haar praten met een vrouw met hoofddoek. 'Wat had de vrouw met het korte haar te maken met de Arabische vrouw? Was het wel een religieuze vrouw? Betrof het een geheime ontmoeting?' Inderdaad, dat zijn de relevante vragen - maar die spelen vanzelf al, die moet je schrappen als het verhaal ons iets wil laten zien in plaats van ons iets uit te leggen. Wij zijn groot genoeg om zelf ook wat te bedenken.

Kingma vertelt snel, gunt zich zelden tijd om een vreemde gebeurtenis of beeld stil te zetten. Daardoor verliezen zijn boeiende verhalen aan meerduidigheid. Een bruggenbouwer hoort een mooi lied zingen, en komt er achter dat muziek ook oevers kan verbinden, bijvoorbeeld die tussen heden en herinnering; een Braziliaanse fysica weet dat de natuur streeft naar ordeloosheid, maar bijt zich vast in haar onderzoek terwijl haar privé-leven wordt verwoest; een westers onderzoeker komt er in India achter dat interpreteren altijd aan plaats en tijd is gebonden, en weet ten slotte niet of de video die van hem gemaakt is, dezelfde man laat zien die ernaar zit te kijken.

De cyclus van het mes is andersoortig dan de standaardbundel met verhalen vol psychorealistische sores. Kingma valt prettig uit de toon. Nu moet hij door, en ons liever minder vertellen, maar meer laten zien. Vertrouwen op de fictie, minder op de bewijsvoering. 'In Venetië liet hij zich per taxi door de stad rijden' is een enigmatischer zin dan de schrijver denkt. Wij verwachten dan meteen een fantastische vertelling. Kingma doet of zijn neus bloedt. In zijn eerste boek ziet hij de mogelijkheden van zulk soort mededelingen nog onvoldoende in.

Arjan Peters

Frans Kingma: De cyclus van het mes.

Meulenhoff; 188 pagina's; * 34,90.

ISBN 90 290 5611 8.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden