De mythe van het onvoltooide meesterwerk

L’enfer van Henri-Georges Clouzot is zo’n nooit afgemaakte film die een belofte bleef. Zelfs al verschijnt er nu een documentaire over, we zullen nooit echt weten wat hij had kunnen zijn....

Het moest een revolutionaire film worden. Met een enorm budget, een regisseur van naam en faam en een ster van formaat, kon er weinig misgaan. Toch werd L’enfer geen meesterwerk, maar een mythe – een film die niemand ooit zou zien. Een film die de carrière van zijn maker, Henri-Georges Clouzot, bijna tot stilstand zou brengen.

L’enfer, waarvan de opnamen begonnen in 1964, ging over Marcel, een hoteleigenaar in een fraai vakantieoord, getrouwd met de beeldschone Odette. De jaloezie van Marcel, aangewakkerd door Odettes flirterige gedrag en zijn overijverige fantasie, bedreigt het huwelijksgeluk en neemt uiteindelijk psychopathische vormen aan.

De 26-jarige Romy Schneider speelde de hoofdrol, Serge Reggiani was haar tegenspeler. Clouzot (1907-1977), die een reputatie had opgebouwd met klassieke, degelijke thrillers als Les diaboliques en Le salaire de la peur, was vastbesloten zichzelf te vernieuwen. Zijn nieuwe film zou op bijzondere wijze de vervormde blik van Marcel weergeven. Hippe kunststromingen als op-art en elektronische muziek inspireerden de regisseur.

Het onderwerp lag hem na aan het hart: ziekelijke jaloezie, depressies en neurosen waren Clouzot niet vreemd. L’enfer zou zijn persoonlijke demonen verbeelden, zoals Fellini een jaar eerder zijn frustraties en fantasieën had verwerkt in zijn meesterwerk 8½. Jaren had Clouzot aan het scenario gewerkt, de voorbereidingen duurden maanden. Geld was er in overvloed, want de Amerikaanse filmstudio Universal steunde de Franse topregisseur met een ongelimiteerd budget.

Het liep allemaal in de soep. Clouzot was opmerkelijk besluiteloos, wist geen maat te houden en liet zijn vertwijfelde en uitgeputte crew eindeloos experimenteren. Serge Reggiani verliet – boos en ziek – de set, en tot overmaat van ramp kreeg de regisseur een hartaanval, waarvan hij gelukkig herstelde. Maar L’enfer was en bleef een nachtmerrie.

Dertien uur aan ontwikkelde film bleef ervan over, verdeeld over 185 filmblikken die pas een paar jaar geleden werden teruggevonden. De Franse filmarchivaris Serge Bromberg was de gelukkige ontdekker. Stomtoevallig deelde hij een Parijse lift met de weduwe van Clouzot, die de vermiste filmblikken in haar bezit had.

Bromberg maakte een documentaire, Inferno, waarin hij de gebeurtenissen rond de gedoemde productie reconstrueert. Daarvoor interviewde hij tal van mensen die meewerkten aan L’enfer en liet hij delen van het scenario naspelen. Een glansrol is natuurlijk weggelegd voor het teruggevonden filmmateriaal: een schat aan even indrukwekkende als bizarre visuele experimenten, die vrijwel allemaal draaien om een zwoele Romy Schneider.

Inferno is een onderhoudende documentaire. Dat is niet alleen te danken aan de fantastische beelden van Schneider, of aan de vermakelijke verhalen over de problemen op de set, die het kijken naar de film tot een soort ramptoerisme maken. Het is vooral de mythe van het onvoltooide meesterwerk die de film zijn kracht verleent.

De filmgeschiedenis staat bol van verhalen over films die, als ze het daglicht hadden gezien, verpletterend zouden zijn geweest. Grootse, vernieuwende producties, die na een enthousiast begin jammerlijk ten onder gingen.

Natuurlijk is een niet afgemaakte film op zichzelf niets bijzonders. Talloze filmplannen worden in een vroeg stadium geaborteerd – producenten hebben twijfels, acteurs zeggen af of het budget komt niet rond. Dat levert veel frustratie op, maar weinig sterke verhalen. Het zijn de films waarvan veel verwacht werd, die jarenlang nauwkeurig werden voorbereid en er bijna echt kwamen, die geschiedenis schrijven. Films van beroemde regisseurs, die hun plannen met veel bombarie aankondigden.

Marilyn zou schitteren
Want hoe prachtig zouden die massascènes niet zijn geweest, als Stanley Kubrick daadwerkelijk tienduizenden Roemeense soldaten had opgetrommeld voor zijn film over Napoleon? Hoe zou Marilyn Monroe hebben geschitterd in haar laatste filmrol, als ze wel was komen opdagen voor George Cukors romantische komedie Something’s Got To Give? En hoe tragisch zou het verstoten meisje met de vleugels zijn geweest, als Charles Chaplin zijn scenario voor The Freak had weten te verfilmen?

We zullen het nooit weten – en dat maakt de onvoltooide film nou juist zo aanlokkelijk. De grote fascinatie voor wat had kunnen zijn, blijkt wel uit de vasthoudendheid waarmee wetenschappers en cinefielen blijven uitkijken naar filmblikken en andere relikwieën van would-be meesterwerken. Niet toevallig staat Inferno in een lange traditie van documentaires over films die vastliepen op de werkelijkheid. De drang om aan het licht te brengen wat verborgen bleef, is groot – telkens weer borrelen plannen op om onafgemaakte klassiekers alsnog af te maken.

Zo wordt al jaren gewerkt aan het voltooien van Que Viva México, de film die Sergej Eisenstein in 1932 moest staken vanwege de economische crisis. Delen van de episodefilm over de sociale geschiedenis van Mexico werden al eerder in verschillende montages vertoond, maar een Mexicaanse stichting probeert de film nu in zijn beoogde staat te restaureren. Op basis van fragmenten is de film al uitgeroepen tot meesterwerk. Volgens de producent van het project is de ware Que Viva México ‘een schat die nog ontdekt moet worden’.

Hetzelfde geldt voor The Other Side of the Wind van Orson Welles. Gevechten over de rechten maakten de film tot nu toe onzichtbaar, maar regisseur Peter Bogdanovich blijft hopen ooit een voltooide versie te kunnen laten zien. Bogdanovich, eens de rechterhand van Welles, speelt in de film een van de hoofdrollen: hij is een jonge filmmaker, een hinderlijke adept van een oudere, afgetakelde regisseur (gespeeld door John Huston) die zich nog één keer probeert te bewijzen.

De losse eindjes van Welles
Orson Welles is zonder twijfel de koning van de fantoomfilms, misschien wel even beroemd om de films die hij wel maakte – Citizen Kane, Touch of Evil – als om de vele ongerealiseerde plannen en losse eindjes die hij achterliet. Welles had de gewoonte aan verschillende projecten tegelijk te werken, en kwam voortdurend geld tekort. Aan The Other Side of the Wind werkte hij af en aan tussen 1970 en 1976, wat de nodige problemen veroorzaakte: acteurs werden dikker of dunner en pasten niet meer in hun kostuums, of werden kaal en zichtbaar te oud voor hun rol. Toch schijnt de film voor 95 procent af te zijn, nog altijd wachtend op een eindmontage.

Een ander ongezien meesterwerk is Kaleidoscope van Alfred Hitchcock, die daarmee op soortgelijke wijze als Henri-Georges Clouzot zijn stempel op de filmkunst probeerde te drukken. Kaleidoscope was net als L’enfer een experimentele film, waarbij Hitchcock een nieuwe, documentaireachtige stijl uitprobeerde om onder de huid te kruipen van het hoofdpersonage, een seriemoordenaar. Michael Caine werd overwogen voor de hoofdrol, maar een uur aan proefopnamen is het enige wat van de film resteert.

En dan zijn er ook nog de onvoltooide films die misschien niet baanbrekend waren, maar wel erg nieuwsgierig maken. Hoe zou Who Killed Bambi zijn geworden als regisseur Russ Meyer – maker van cultfilms als Faster, Pussycat, Kill! Kill! – geen ruzie zou hebben gemaakt met de Sex Pistols? Het was de manager van de punkband, Malcolm McLaren, die in 1977 met het idee voor een speelfilm op Meyer afstapte. Roger Ebert, later een invloedrijk filmcriticus, schreef het scenario.

Van Who Killed Bambi, bedoeld als fictief portret van de Sex Pistols, kwam weinig meer terecht dan een paar opgenomen scènes. Na drie dagen kwam de productie al in financiële problemen, en de onenigheid op de set hielp ook niet mee. Basgitarist Sid Vicious, die in de film incest moest plegen met zijn moeder en met haar heroïne moest gebruiken, was niet de enige die moeite had met het script. Ook de Nederlandse filmmaker René Daalder was betrokken bij het maken van Who Killed Bambi, maar hij werd door Meyer op een zijspoor gezet.

Nederland telt mee
Als het gaat om niet afgemaakte producties tellen Nederlanders internationaal mee; zo behoort de thriller Dark Blood van George Sluizer tot de hogere regionen van veelbelovende, nooit afgemaakte films. Sluizer, wiens internationale carrière na het succes van Spoorloos in een stroomversnelling was gekomen, had voor Dark Blood in oktober 1993 nog maar elf opnamedagen voor de boeg toen hoofdrolspeler River Phoenix plotseling overleed aan een overdosis drugs.

Bekend is ook het verhaal van de actrice Johanna ter Steege, die begin jaren negentig de hoofdrol zou gaan spelen in een film van Stanley Kubrick. Er waren al kostuums voor haar gemaakt, en de perfectionistische Kubrick had een grote hoeveelheid research verricht. Het budget en de locaties waren rond, maar toch werd Aryan Papers, over een Joodse vrouw die in Polen tijdens de Tweede Wereldoorlog uit handen van de nazi’s probeert te blijven, nooit gemaakt.

De onafgemaakte films van Clouzot, Kubrick, Welles, Chaplin en hun collega’s vormen de zwarte gaten van de filmgeschiedenis. Alleen hun contouren zijn zichtbaar, en dat maakt ze zo intrigerend. Het zijn films die onder de handen van hun makers implodeerden, te groot en te ambitieus om werkelijkheid te worden.

Dat onvoltooide films zo tot de verbeelding spreken, heeft ook te maken met hun onaantastbaarheid. Een onaf meesterwerk kan nooit minder zijn dan een meesterwerk. Onzichtbare films kunnen niet tegenvallen, ze zijn immuun voor kritiek. Zelfs als er wel fragmenten van vertoond zijn, of een door een andere regisseur bij elkaar geharkte eindversie, laten onvoltooide films de illusie van perfectie intact. Het is tenslotte altijd mogelijk dat ze in de juiste handen anders en beter geworden zouden zijn.

In die zin wint de onvoltooide film het altijd van de wel gemaakte film. De fraaie, losse scènes en experimenten die Clouzot draaide voor L’enfer zullen altijd een belofte blijven, verleidelijker dan het eindresultaat ooit had kunnen worden. Na het zien van Inferno is de conclusie duidelijk: er zouden meer films niet gemaakt moeten worden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden