De muziek zit meteen op schoot

Als het aan de Raad voor Cultuur ligt, krijgt het Onafhankelijk Toneel meer geld. Het Rotterdamse gezelschap 'heeft zowel in artistiek als in cultuurpolitiek opzicht een belangrijke functie', aldus de Cultuurnota....

INEENS STAAT ze vlak voor het grote podium te applaudisseren voor de buigende zangers. 'Goed, naar voren, buigen en terug. Nu jij alleen. En terug. Klapklapklap. Nu allemaal. Ja, en terug. Oké, doek!' De laatste doorloop van The Rake's Progress zit erop. Pruiken gaan af, kostuums worden losgeknoopt. Later, in de kantine zegt ze: 'Het applaus regisseren bij een opera vind ik het moeilijkste wat er is. Samen of één voor één? Zo ingewikkeld. Ze komen op, paar keer buigen, twee stappen naar achteren, de muzikale leider erbij, die ook buigen. Een heel programma moet je dan uittikken. Tjongejonge.'

Mirjam Koen (1948) is een van de succesvolste theaterregisseurs van het moment. Een doener, onafgebroken aan het werk, vooral bij haar eigen gezelschap, het Onafhankelijk Toneel in Rotterdam, waar ze zowel toneel, dans als opera regisseert. De veelgeprezen regie van Stravinsky's The Rake's Progress gaat voor een korte tournee in reprise, uitgerekend tijdens de repetities aan haar jaarlijkse toneelproductie die noodgedwongen even hebben stilgelegen. 'Twee producties tegelijk is te veel', geeft ze toe. 'Maar als je met je opera in het Muziektheater kunt staan, zeg je geen nee.'

Samen met partner Gerrit Timmers heeft ze sinds 1988 vijf opera's geregisseerd. 'We kregen affiniteit met de klassieke manier van zingen, met name Monteverdi, toen de dood om de hoek kwam, Gerrits moeder stierf, zijn broer. In dezelfde tijd vroeg Rotterdam ons iets voor de schouwburg te maken. Lijsttoneel stond ver van ons af, maar met opera creëer je dezelfde intimiteit als in de kleine zaal: die muziek zit meteen bij je op schoot. We doen het altijd met z'n tweeën. Ons geheim? Dat het er nooit om gaat dat een van ons wint. We leggen elkaar uit wat door ons hoofd spookt, de ander reageert en zo kom je tot iets waarvan je allebei zegt: ja, dat is het.'

Hun versie van 'The Rake' oogt hedendaags met neonreclames en CNN, tegelijkertijd blijft de geest van het origineel stijlvol overeind. Overal zitten grapjes verstopt: de bordeelscène wordt met witte bruidsjurken een persiflage op een Weens debutantenbal. De beginscène waarin de duivel verschijnt, is gesitueerd op het dak; Tom wordt verleid de wijde wereld in te trekken en belandt meteen al in de goot. Maar in de slotscène is er onweerstaanbaar de ontroering.

Sinds 1972 werken ze allebei bij het Onafhankelijk Toneel, kortweg het O.T., waarover ze samen met choreograaf Ton Lutgerink de artistieke leiding voeren. Al is er onvoldoende geld voor een vaste spelersgroep, dezelfde acteurs komen regelmatig terug. Meer dan elders weten ze zich hier deel van een ensemble. Koen: 'Ik ben er onbewust altijd op uit dat mensen zich bij ons thuisvoelen, dat er een wisselwerking ontstaat, een dialoog. Dat lukt zelfs met operazangers die gewend zijn van het ene naar het andere operahuis te reizen, zich aan strakke schema's te houden en binnen te komen met een ingestudeerde rol. Het is een wonder hoe betrokken ze raken.' Dat ze ook kunnen bewegen, is het werk van Ton Lutgerink. 'Terwijl ze auditie doen en een aria zingen vraagt hij ze met hem mee te bewegen. Hij gaat duwen, trekken, verleiden. Dat is zo mooi. . .'

Wat ze ook aanpakt, opera, dans, mime of toneel, de spelers zijn bij haar altijd op hun mooist. Haar voorstellingen suggereren een bedrieglijke vanzelfsprekendheid, ongemerkt verkent ze extreme emoties. Tragiek paart ze aan humor, poëzie schuilt in doodgewone dingen en bizarre uitschieters passen wonderwel bij natuurlijk spel.

In haar recente regie bij Carver, Het Weer, glijden levensechte bejaarden in wufte formaties achter hun rolstoelen aan over de toneelvloer. 'De boot komt eraan', roept iemand in Ibsens De vrouw van de zee en daar steekt een hand een speelgoedboot dwars door het papieren decor. In een van de eerste O.T.-opera's, Mozarts Cosí fan tutte, plukt een zangeres gedachteloos een bonsaiboompje kaal tijdens een aria vol van liefdesverdriet.

Het lijkt wel alsof de acteurs in haar regie elke avond een nieuwe inval uitproberen. 'Welnee', zegt actrice Ria Eimers, 'we zijn heel vrij tijdens het maken, maar in de eindfase wordt elk detail vastgelegd.' Of Koen nu regisseert bij haar eigen gezelschap of bij Carver, waar ze geregeld terugkeert, ze begint altijd heel schools met het uitdelen van een vragenlijst die elke speler moet invullen. Vragen als 'wat is de stijl van dit stuk', 'wat zijn de valkuilen'. Maar ook persoonlijker: 'wat zou je dit keer zelf graag willen doen'.

Mirjam Koen: 'De antwoorden bespreken we, hun fantasie confronteren we met de mijne en zo komen we verder. Ik wil weten waar hun preoccupaties liggen, wat ze van zichzelf en elkaar willen. Als acteurs dingen doen waar ze aan gehecht zijn, zie je dat meteen terug op het toneel.'

Joke Tjalsma, die net als Eimers al zo'n twaalf jaar met haar werkt: 'Ze heeft geen vooropgezet plan, je weet nooit wat er komt. Maar ze houdt onvoorwaardelijk van ons, zonder ons kan ze niets, zegt ze vaak. Wat wij verzinnen is haar materiaal. Geweldig toch dat je daarvoor uitgenodigd wordt?' Hoe acteurs een improvisatie voorbereiden, wil ze niet horen. 'Dan stopt ze haar vingers in haar oren', zegt Tjalsma. 'Ze wil zich laten verrassen heet dat.'

Koen: 'Anders ga ik me ermee bemoeien. Ik wil onvoorbereid kijken. En ik ben geen regisseur die gaat zitten wachten tot er iets uitkomt. Bij Carver werken ze alleen vanuit improvisaties, daar ben ik niet altijd bij. Gelukkig nemen ze alles op en die videobanden kijk ik wel terug. Maar soms wel op fast forward.'

Behalve bestaande stukken uit het wereldrepertoire - Tsjechov, Ibsen - ensceneert ze ook nieuwe teksten. In 1996 was dat Heden Toekomstmuziek van Erik-Ward Geerlings over Wagner en Nietzsche. Dit seizoen schreef Geerlings op haar verzoek een stuk over Sartre en Camus en de na-oorlogse tijd in Parijs, Het Ongeluk [Camus déjà vu]. 'Het gaat me om de intellectuele dilemma's van die periode, niet om de romantiek van Saint Germain des Prés. Wat is vrijheid, welke morele keuzes maak je? Camus kwam uit Algerije, hij kwam terecht in dat keurige middle-class milieu van Sartre en De Beauvoir en moest zelf uitzoeken waar hij stond. Zijn verwarring heeft erg met nu te maken: waar ligt onze eigen moraal?

'Sartre schold iedereen uit die niet voor het communisme was. Net als in de jaren zestig, toen je ook bij een bepaald kamp moest horen. En maar schermen met de culturele revolutie in China, terwijl we er niets van wisten.' Aanleiding voor de voorstelling was een artikel van Hans Magnus Enzensberger over een professor die in de jaren zestig aan de Sorbonne een klasje mensen uit derdewereldlanden politicologie doceerde. 'Als hun landen zich onafhankelijk wilden maken van het Westen, moesten ze alle inwoners terugsturen naar het platteland en de steden platwalsen.

'Wie zat er in dat klasje? Pol Pot. Die heeft dat letterlijk in de praktijk gebracht. Die klotige arrogantie van het Westen. Wel zeggen hoe het moet, maar zelf aan de kant blijven staan.'

Het O.T. is gehuisvest in een loods in het Rotterdamse havengebied. De zaal is diagonaal in twee helften verdeeld: een tribune tegenover een lange, smalle speelvloer. Daarachter staat een ingenieuze houten wand (ontwerp Gerrit Timmers) waarin socialistische motieven uit de jaren vijftig als houten knipsels zijn uitgezaagd. Het feit dat Camus overleed bij een auto-ongeluk gebruikt de schrijver als vrijbrief om flarden uit zijn leven te laten passeren. Zoals het schijnt te gaan in de laatste minuten voor je sterft.

Filmisch vloeien de scènes in elkaar over, vrijwel zonder overgang schieten we kriskras heen en weer door de tijd. Repeteren is nu zoeken naar helderheid, aan nodeloos gepuzzel heeft het publiek niks. 'Ze stuurt het oog van de toeschouwer als een filmcamera', zegt Ria Eimers. 'Elke afleidende actie verbiedt ze.'

Het moeten de camera-ogen van haar vader zijn, ooit pionier bij de televisie, die toneel regisseerde dat live werd uitgezonden op de donderdagavond. Koen: 'Eerst werkten mijn ouders bij de radio, later bij de tv.' Haar moeder was omroepster, Tanja Koen, 'het gezicht van de NCRV'. Het was krap in het kleine tuinhuis achter de NCRV-studio, maar ze bewaart de beste herinneringen aan haar jeugd. Er was veel aanloop, altijd lachen. 'Cultuur was heel vrolijk en vanzelfsprekend aanwezig bij ons thuis.'

Plezier stond ook voorop bij het groepje beeldend kunstenaars en acteurs dat zich in 1973 onder leiding van Jan Joris Lamers in Rotterdam vestigde als Studio Onafhankelijk Toneel. 'Omdat we daar subsidie konden krijgen.' De eerste jaren vonden ze het toneel als het ware opnieuw uit. Beeldende kunst was een vitaal onderdeel, decors werden steevast zelf gemaakt en favoriete stukken uit het wereldrepertoire repeteerden ze twee weken om ze twee weken te spelen. Zelf was ze actrice.

'Nu krijg je me met geen stok meer het toneel op, daarom heb ik zo'n mateloze bewondering voor acteurs.' In 1981 nam ze de beslissing, ze ging regisseren. 'Als ik zelf speelde en de rest in de gaten moest houden, wist ik niet wat voor en achter was.'

'Stop maar.' Geagiteerd springt ze op en rent naar voren. 'Moeten ze in de werkplaats nog lang zagen? Waarom klinkt dat zo door? O, verdomme, die deurtjes zijn weg.' De jankende zaag, het geronk van de snelweg en de brandende zon op het dak die de temperatuur binnen opjaagt, vergen het nodige van de acteur die zwoegt met een lap tekst en telkens over hetzelfde zinnetje struikelt. De loods heeft de luxe van een kraakpand. Toch wordt hier gerepeteerd, hier gaat elke voorstelling in première, hier houdt men kantoor, hier worden de decors gemaakt, het publiek ontvangen met koffie en drank en hier wordt de hele voorraad kostuums bewaard. 'We barsten eruit, het kan gewoon niet langer. Terwijl we op de nominatie stonden voor een nieuw pand heeft de gemeenteraad op het laatste moment tegen gestemd.'

Sinds 1973 heeft geen subsidiegever ooit aan hun bestaansrecht getwijfeld. Op een organische manier is het gezelschap meegegroeid met de tijdgeest en heeft zich telkens vernieuwd. Steeds melden zich jonge mensen. Ze schrijven of komen af op de jaarlijkse studio's, een soort workshops, elke zomer. Maar het is niet genoeg. Ivo van Hove heeft Koen gevraagd om in 2001 bij Toneelgroep Amsterdam een regie te komen doen. 'Ik vind het heerlijk weer eens buiten de deur te werken, met net zulke goeie acteurs als hier, op de vlakke vloer en Gerrit maakt het decor. Maar ik moet het ook doen, vind ik, vanwege de onzekerheid of we met het O.T. door mogen groeien.'

Met het huidige budget kunnen ze geen opera meer maken. Producties als King Lear met twaalf acteurs? Vergeet het maar. 'We werken te hard, we lobbyen te weinig. Jongeren, allochtonen zijn nu bon ton. Het ironische is dat wij daar al langer en intensiever mee bezig zijn dan iemand anders. Othello met Marokkaanse acteurs, Naar Armando met jongeren. De Woudduivel proberen we in reprise te nemen, die is door veel te weinig mensen gezien. Ik weet dat er een groot publiek is voor onze voorstellingen, maar onze ruimte is te klein. We smachten naar een groter gebouw en meer geld. De opwinding om dingen te maken, die met anderen te delen, die drift is groter dan ooit.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden