Reportage

De muurtekeningen van Robin Rhode zijn een vrolijke uitsnede van een grauwe werkelijkheid

Kunstenaar Robin Rhode (45) maakt met zijn foto’s vrolijke uitsneden van een rauwe werkelijkheid. De Volkskrant sprak de Zuid-Afrikaan in Museum Voorlinden, waar zijn werk binnenkort te zien is.

Robin Rhode in Voorlinden Beeld Erik Smits
Robin Rhode in VoorlindenBeeld Erik Smits

Duw hem niet in een hokje. Beweeglijke spraakwaterval Robin Rhode leidt rond in zijn gloednieuwe tentoonstelling in Museum Voorlinden in Wassenaar. De Zuid-Afrikaanse kunstenaar (45, hij lijkt jonger) vertelt met vaart en overtuiging, benadrukt telkens wat hij van belang vindt. Hij verheft zijn stem pas als hij zegt wat hij niet is: géén straatkunstenaar, géén post-apartheidkunstenaar, géén sociaal commentator. ‘Mensen proberen me altijd in hokjes te stoppen!’ En toch werkt Rhode vaak op straat en reageert hij op de situatie in zijn geboorteland. Alleen zijn strategie is zeker niet die van een sociaal commentator; Rhode is eigenlijk ontsnappingskunstenaar.

Rhode tekent op muren. Dat is de korte versie van zijn verhaal.

De lange versie begint in zijn jeugd, bij de toiletten van een school in Johannesburg. Het was een ‘gekleurde’ school, Rhode groeide op ten tijde van de apartheid. Op school hadden ze een bijzonder ontgroeningsritueel, een pesterig spelletje. De grote jongens stalen van de meester een krijtje, dat ze stiekem mee naar de wc namen. Waarop daar ook de jonge kinderen werden ontboden. De groten tekenden iets op de muur, bijvoorbeeld een kaars. Tegen de kleintjes zeiden ze dan: ‘Kom op, blaas die kaars uit!’ De kinderen werden uitgedaagd mee te doen en zo voor de gek gehouden. Het was vernederend, herinnert Rhode zich.

Toen hij ouder werd, jatte hij de krijtjes en tekende zelf een kaars, of een fiets – ‘Probeer er maar op weg te rijden!’ Tekenlessen kregen ze niet, zegt Rhode, dit is zijn ervaring met tekenen op school, een maf ritueel.

Nigerian Sands, uit een serie van 12. Beeld Robin Rhode/Kamel Mennour
Nigerian Sands, uit een serie van 12.Beeld Robin Rhode/Kamel Mennour

De herinneringen werden later inspiratie. Soms overduidelijk, zoals in de korte film Kid Candle (Memories of Childhood) die in Voorlinden te zien is: een jongetje steekt een kaars op de muur aan. De binnenmuur werd algauw een buitenmuur. Dat Rhode de straat op ging, noemt hij ‘een politieke beslissing’. ‘Ik wilde mijn kunst niet in een white cube tonen, ik wilde dat voorbijgangers het konden zien.’ Voor de filmpjes die hij in 2002 in de betonnen achtertuin van zijn ouderlijk huis maakte, schakelde hij kinderen uit de buurt in. Op de grond tekende hij met krijt speeltoestellen, waarop de kinderen in de stop-motionfilmpjes lijken te spelen.

Ze zien er vrolijk, speels en spontaan uit, die spelende kinderen. Toch is het verhaal erachter grimmig: ‘Ik heb destijds alle speeltoestellen uit de buurt nagetekend, omdat de speeltuin zelf volledig vernield was, die lag vol met gebroken glas. Er hingen alleen nog maar drugsverslaafden rond.’ Wat Rhode laat zien is dus een alternatieve werkelijkheid. ‘Ik probeer de ellende niet te dramatiseren. Ik wil op een speelse en naïeve manier kunst maken.’

Hij dacht geen moment aan een galerie of aan ‘het kunstsysteem’ toen hij de filmpjes maakte, benadrukt hij: ‘Ik deed gewoon wat ik moest doen.’ Kort nadat hij de filmpjes in de achtertuin had opgenomen, verhuisde Rhode naar Berlijn, eerst voor de kunst, uiteindelijk bleef hij voor de liefde.

Marongrong (Colour Wheel), 2002 Beeld Robin Rhode/Stevenson
Marongrong (Colour Wheel), 2002Beeld Robin Rhode/Stevenson

De eenvoudige stop-motionfilmpjes bleken drie jaar later zijn visitekaartje voor de internationale kunstwereld: in 2005 was Rhode de jongste kunstenaar die werd geselecteerd voor de biënnale van Venetië. Zijn carrière nam een hoge vlucht. Rhode had de afgelopen jaren tentoonstellingen in München, New York, Los Angeles, New Orleans en Melbourne, en experimenteerde met installaties, video’s, sculpturen en performances.

Maar Johannesburg bleef zijn belangrijkste werkterrein. Eén muur in het bijzonder: in de buurt Westbury, vlak bij Bosmont waar hij zelf opgroeide. Al acht jaar lang maakt hij hier films en foto’s. Die foto’s worden vaak gepresenteerd in een reeks, als een storyboard.

De kunstenaar bleef met deze aan de barsten herkenbare muur dicht bij de oorsprong van zijn kunst. Letterlijk, want de muur, die hem was getipt door de kapper van zijn moeder, staat op slechts twee kilometer van zijn oude basisschool. En figuurlijk: het spel met doen alsof ging door, maar de vormen werden abstract geometrisch. En de uitvoering is stukken gelikter dan in de achtertuin: felle, vrolijke kleuren van verf in nette, rechte lijnen. Geen geschets. Het is dat de barsten in de muur verraden dat we buiten zijn: in sommige gevallen zou je de foto’s voor studiofotografie kunnen verslijten.

Rhode weet hoe dat komt. Maar eerst moeten we beter begrijpen wat Westbury is. ‘Een gevaarlijke, ruige buurt is het. Met veel gangsters, drugsmisbruik, geweld, criminaliteit enzovoorts. Door het apartheidssysteem is deze buurt op sociaal-economisch vlak achtergesteld geraakt. Maar Westbury heeft ook mooie kanten: veel hechte gemeenschappen, veel verschillende religies en spiritualiteit.’ De kunstenaar wilde hier iets bijzonders maken: ‘oneindige verhalen waarin mensen kunnen verdwijnen’.

Dus toog hij aanvankelijk naar Westbury met zijn vaste team: zijn broer Wesley die fotografeert en Kevin Narain, die hij zijn dubbelganger noemt. Narain is het model met wie Rhode het meest werkt, het mannetje in de foto’s. ‘Kevin heeft zo veel energie, hij is overal voor in. Ondertussen kan ik me concentreren op de compositie.’ Stonden ze daar met zijn drieën bij die mooie hoge muur, kwam er meteen een jongen bij staan: ‘Hé, heb je werk voor mij?’ De kunstenaar bedacht een klusje. De volgende dag had de jongen twee vrienden meegenomen: ‘Hé, heb je ook werk voor ons?’

Proteus, uit een serie van 6. Beeld Robin Rhode/Stevenson
Proteus, uit een serie van 6.Beeld Robin Rhode/Stevenson

Al snel kreeg Rhode een bijnaam: Big Boss, en had hij zo’n vijftien jongeren onder zijn hoede genomen. Kinderen die met school waren gestopt, drugs gebruikten. Als ze zijn witte bus zagen, kwamen ze meteen aanrennen. Hij moest zijn manier van werken grondig herzien: ‘Een van mijn helden op het gebied van muurtekeningen is Sol LeWitt. Hij bedacht instructieve muurtekeningen die altijd door wie dan ook overal kunnen worden uitgevoerd. Zo werkte ik nooit, maar hier móést ik wel, om deze gemeenschap de kans te geven mee te doen. Ik gaf iedereen instructies: jij nummert de verf, jij bent verantwoordelijk voor die kleur, jij doet de ladder.’

Er was nog iemand die meehielp. In diezelfde tijd, tien jaar geleden, raakte Rhodes vader zijn baan kwijt. Hij werkte als ingenieur in de mijnbouw. Rhode: ‘Ik moest aan het werk blijven om mijn ouders te onderhouden, want mijn moeder is huisvrouw. Mijn vader kon me helpen met de technische tekeningen. Hij kon die geometrische figuren precies voor me uittekenen op millimeterpapier.’

Zo werkten ze gestaag door, acht jaar lang. Acht uitputtende jaren: ‘Ik moest borg voor de jongens betalen als er weer eens eentje vastzat, soms belde een moeder me wanneer er weer iets ergs was gebeurd.’ Rhode moest zelfs beveiliging inhuren: ‘Niet voor mezelf, maar voor hen! Mijn jongens werden een doelwit omdat ik ze betaalde, er viel wat te halen bij hen.’

Delta, uit een serie van 4. Beeld Robin Rhode/Kamel Mennour
Delta, uit een serie van 4.Beeld Robin Rhode/Kamel Mennour

Wat we in de vrolijke foto’s zien is een vrolijke uitsnede uit een rauwe werkelijkheid. De muur is zijn muze, maar vooral een projectiescherm waarop Rhode zijn fantasie botviert: ‘Ik heb nooit de camera willen richten op het lijden. Ik ben er niet in geïnteresseerd achtergestelde gemeenschappen te laten zien, ik wil me daar verre van houden. Ik maak verhalen die daar niets mee te maken hebben. Ik zorg voor escapisme.’

Hij pakt zijn telefoon: ‘Vorige week vrijdag kreeg ik dit filmpje. Moet je zien... Er was brand bij de muur.’ Op zijn telefoon verschijnt een schokkerige video met veel vuur en rook. Iemand zegt: ‘Er komen zo veel barsten in de muur!’ Rhode heeft begrepen dat de muur nu op instorten staat: ‘Misschien markeert deze brand het einde van een tijdperk.’

Het klinkt eigenlijk alsof het voor Rhode tegelijkertijd voelt als een bevrijding. Hij heeft de afgelopen jaren al los proberen te komen van zijn rol als Big Boss. Zo week hij uit naar Palestina om kunst te maken die reageert op bijbelse verhalen en islamitische architectuur en zocht hij naar een nieuwe muur in Johannesburg. ‘Maar ik durfde niet meer eropuit te gaan. Als die kids me zien, dan roepen ze meteen weer: ‘Ah, Big Boss, kom op Big Boss!’’

Dus keerde hij terug naar de achtertuin van zijn moeder. ‘Ik moest mezelf kalibreren en opnieuw uitdagen. Ik hoef niet alle kleuren verf te hebben, ik hoef niet met vijftien mensen samen te werken, ik hoef al die spullen niet. Haal alles maar weg! Kan ik het dan nog steeds?’

Het eenvoudige en dromerige resultaat heet Proteus, een reeks foto’s van een man die zwemt tussen kronkelende tuinslangen. Rhode liet zich inspireren door de Griekse zeegod Proteus: ‘Proteus kan van vorm veranderen. Dat doet hij zodat hij nooit wordt gevangen.’ Dat slaat natuurlijk ook op de kunstenaar zelf. ‘Ik probeer altijd te ontsnappen. Ik weet niet of dat goed of slecht is, ik probeer niet per se ergens van weg te vluchten. Maar ik wil wel alternatieven laten zien.’

Lockdownkunst

Vorig jaar maakte Robin Rhode in zijn atelier in Berlijn het kunstwerk Crystal Sea. ‘In mijn atelier moet ik alles uit mezelf halen, dat is voor mij emotioneel heel uitdagend. Ik voel me fysiek en emotioneel buiten fijner: ik kan reageren op de muren, de geluiden en het ritme van de stad. Toen ik niet buiten kon werken ben ik binnen grote kunstwerken op papier gaan maken.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden