Reportage Fort Zeelandia

De muren van Fort Zeelandia vertellen het soms gruwelijke verhaal van Suriname

Fort Zeelandia Beeld Marco Stoker

Kolonisatie, slavernij, de wandaden van Bouterse. Als de muren van Fort Zeelandia in Paramaribo konden spreken, zou je een gedetailleerd verslag krijgen van de Surinaamse geschiedenis. 

Mingo negeerde Westphaal, zo begon de ellende. Omdat de slaaf de plantagedirecteur niet had gegroet, hakte Westphaal voor straf Mingo’s korjaal met een bijl aan mootjes, tamelijk onsportief. Toen Mingo vervolgens verhaal kwam halen, ging Westphaal hem te lijf met een stok. Dit gebeurde op plantage Palmeneribo aan de Surinamerivier, op een juniochtend in 1707. 

De dag erna posteerden Mingo en zijn kompanen zich bij het plantershuis. Westphaal schoot daarop een vriend van Mingo in zijn been (‘Honde, ick sal u nu aanstonds krijgen’); zijn boekhouder, de schilder Dirk Valkenburg, gaf Mingo’s broer, Wally, ‘een clap voor sijn beck’. Later probeerde Westphaal de slaven te paaien met rum, zonder succes: al snel ontvluchtten Mingo en zijn vrienden de plantage. Een maand later werden ze in de jungle opgepakt. Een militair commando kwam naar de plantage om ze te arresteren en verhoren. De opstandelingen dienden levend te worden verbrand, zo luidde het vonnis. Het verhoor vond plaats in Paramaribo, in Fort Zeelandia.

Dat is een van de oudste bewaard gebleven gebouwen van Paramaribo, en is daarmee een van de oudste gebouwen van Suriname. Het behoorde onder meer toe aan de Britten, de Zeeuwen, de Nederlanders en de Fransen, en fungeerde achtereenvolgens als vesting, kazerne, gevangenis en museum. Konden muren spreken, dan hadden die van Zeelandia wel een verhaal of twee te vertellen; een verhaal of honderd, wellicht: verhalen van macht en wreedheid. Iedereen die een rol speelde in de geschiedenis van het land, zat er vroeg of laat. Soms in de penitentiaire betekenis van het woord.

Binnenplaats van Fort Zeelandia Beeld ANP

Op een ochtend in augustus wandelt een groepje Nederlandse verslaggevers van het Onafhankelijkheidplein naar het door oude gouverneurswoningen geflankeerde fort. Doel van het bezoek is de bezichtiging van een zeldzaam ceremonieel masker uit de precolumbiaanse tijd, uit de collectie van het Surinaams Museum, dat in het fort is gevestigd. Naar verluidt zal het een van de hoogtepunten vormen van de expositie in De Nieuwe Kerk in Amsterdam, die voor oktober gepland staatHet is zondag, wat hier nog betekent: het is rustig, stil. Zeggen dat het zonnetje lekker aan de hemel staat te bakken is woorden verspelen: hallo, het is Paramaribo in augustus. Hoge luchtvochtigheid? Ach, wat is hoog, wie houdt van het krokodillenhuis in Artis, gaat hier ook lekker. Je ziet Fort Zeelandia pas als je er bent. Het is de Hollywood-acteur onder de forten: stukken kleiner dan verwacht. Het is goed mogelijk om eraan voorbij te lopen.

De rondleiding wordt verzorgd door directeur Laddy van Putten, sinds de jaren zeventig betrokken bij het gebouw. Een binnenplein met een put wordt omringd door vier vertrekken, vijf als je de toegangspoort meerekent: een kruithuis, dat nu is ingericht als apotheek. Aan de rivierzijde staan drie bastions, ooit waren dat er vijf, de twee aan de landkant sneuvelden na de bouw van een ander fort. Ook de gracht rond het fort verdween, dat was in de 19de eeuw. Binnen is het kruip-door-sluip-door. Er staan fraaie diorama’s van Gerrit Schouten en  sculpturen van Erwin de Vries; ook hangen er schilderijen van Nola Hatterman. In één gebouw wordt de canon van Suriname uit de doeken gedaan. Wie die geschiedenis een beetje kent, kan de onderwerpen afvinken: marronage, Lalla Rookh, Wilhelmina, vink, vink, vink. De oud-vorstin is vertegenwoordigd met een borstbeeld met spinrag aan de kin. Wilhelmina, vlasbaard, noteren we. 

Buiten, op de ringwal staat een kleine, bijna tandeloze man. Een bezoeker? Een suppoost? Tegen wie het horen wil, zegt hij: ik adem nog. Vraag hem waarom, en hij zegt: ik zeg dat omdat je het altíjd kunt zeggen. Oké, daar zit iets in.  Geld op, vrouw weg, geen tand meer in je mond om je voedsel te kauwen: ademen blijf je.

Ik vertel hem over Gerard Reve, die wanneer gevraagd werd naar zijn welzijn standaard antwoordde: het gaat slecht, maar voor de rest gaat alles goed. De man klapt in zijn handen van plezier. Dat is nog beter, roept hij. Dat gaat hij voortaan ook zeggen!

Even later vraagt een toerist aan de man hoe hij het maakt.

‘Oi’, zegt hij, ‘ik adem nog hè…’

Francis Willoughby Beeld Marco Stoker

Fort Zeelandia ligt een kilometer of 20 landinwaarts van de monding van de Suriname-rivier, Anders dan de naam doet vermoeden is het bolwerk niet van Zeeuwse makelij. De basis werd gelegd door de Britten, die onder leiding van gouverneur-generaal Sir Willoughby in 1651 hier een kolonie stichtten; het fort heette toen Fort Willoughby. Zestien jaar later werd het fort door de Zeeuwse commandant Abraham Crijnssen veroverd, een wraakactie vanwege Willoughby’s aanvallen op de Zeeuwse kolonie Essequibo, waarna de Britten het heroverden, waarop de Zeeuwen het weer innamen, ja, men hield elkaar lekker bezig, daar aan de wilde kust. Later verkochten de Zeeuwen het wingewest aan de Sociëteit van Suriname, een verbond tussen de West-Indische Compagnie, Amsterdam en kolonel Van Sommelsdijck, gouverneur van Suriname. Het gebouw behield daarbij zijn oude naam.

Cornelis van Aerssen van Sommelsdijck Beeld Marco Stoker

Als het fort kon spreken, dan zou het een boom kunnen opzetten over iedereen die in de loop der eeuwen zijn gangen heeft bewandeld. Er zitten notabelen tussen. Cornelis van Aerssen van Sommelsdijck (1637-1688), bijvoorbeeld, de eerste Hollandse gouverneur die door de Sociëteit werd aangesteld, een autoritaire kerel die er in een mum van tijd een nieuw muntstelsel én een deugdelijke waterhuishouding doorheen ramde. Na een geschil over voedsel werd hij door muitende soldaten met kogels doorzeefd. En Asikan Sylvester (1690-1769), opperhoofd van de Cassipera-Marrons. Hij werd in 1769 in een verlaten dorp in het stroomgebied van de Coermotibo opgepakt door een militaire patrouille, en overleed kort daarop in een van de cellen van het fort. Een waardige dood was hem niet gegund. Zijn hoof belandde op een stok op het galgenveld.

Het fort zou zeker ook vertellen over de schrijver en anti-kolonialist Anton de Kom, ‘de zwarte messias’ die door de autoriteiten in de jaren dertig hier werd opgesloten, en over de Duitsers die er tijdens de Tweede Wereldoorlog waren geïnterneerd; en over Mingo en zijn kameraden – u was ze alweer vergeten. Zij kwamen er uiteindelijk van af met een reprimande. Dat dit alles zich afspeelde op een complex niet groter dan een kinderboerderij, is wonderlijk. Aan de andere kant: Suriname heeft maar één echte stad, en Fort Zeelandia bevindt zich in het centrum ervan.

Anton de Kom Beeld Marco Stoker

Sinds 1972 vertelt het fort werkelijk verhalen: sinds dat jaar biedt het gebouw namelijk onderdak aan het Surinaams Museum. Het was het eerste museum in zijn soort. Eerdere musea in Suriname waren vaak gelegenheidsinitiatieven; de openbare collectie van een 19de eeuwse gouverneur, de verzameling van een Oostenrijks violistenechtpaar. Het fort kreeg stopcontacten en voorzieningen. Een tijd lang gold het als een van de beste musea van het Caribische gebied.

Het succes was geen lang leven beschoren. In 1982, twee jaar na de staatsgreep van een groep sergeanten onder leiding van Dési Bouterse, werd het gebouw geconfisqueerd door het bewind. De museumdirectie kreeg drie weken om het gebouw te ontruimen, en dat was dat. Voortaan diende Fort Zeelandia weer als militair hoofdkwartier. Dit is de plaats, op de ringmuur uitkijkend over de rivier, waar in december 1982 vijftien opponenten van het regime (journalisten, academici, vakbondsmensen) werden geëxecuteerd, de beruchte Decembermoorden; de kogelgaten in de muur zijn het tastbare bewijs. Na de dictatuur, die duurde tot 1988, bleek het fort totaal uitgewoond. Luiken hingen als gebroken vleugels in hun sponningen, wiet groeide tot kniehoogte: hier was meer nodig dan een likje verf. In 1995 werd het Fort opnieuw verbouwd, een cadeau van de Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken Hans Van Mierlo, maar door de ligging bij water (vocht!) en de moeilijke plattegrond blijft het een zorgenkind als het gaat om het beheren van kunstcollecties. 

Dési Bouterse Beeld Marco Stoker

Het museum heeft meer zorgen. De budgetten zijn krapper dan krap. Men bedruipt zich met kaartverkoop en zaalverhuur; er zijn geen giften van vermogende particulieren, een incidenteel cadeautje daargelaten. Ook injecties van overheidswege ontbreken. Er is geen subsidie, amper noemenswaardig mecenaat: het is schrapen geblazen, wat aan het museum wel een beetje valt af te zien. Het bezit mooie en ook belangrijke objecten, waaronder voornoemde diorama’s van Schouten en het stenen masker. Maar de inrichting doet hier en daar denken aan een Nederlands volkenkundig museum in de jaren tachtig. Het zegt vast iets over het niveau van musea nu in Europa en de VS, de enorme professionaliseringsslag die de laatste decennia is gemaakt, hoe gelikt ze zijn, maar ook iets over het runnen van een instituut op een plek waar toeristen niet met busladingen tegelijk langskomen en waar de economie hapert.

Wat het zegt is dit: het museum roeit met de riemen die het heeft en probeert er het beste van te maken. Het is een klein wonder dat het dagelijks open is. Zou je het museum vragen: joh, hoe gaat het er mee? Dan zou het antwoorden: ‘Oi, meneer, ik adem nog.’

Goede plek

De locatie van Fort Zeelandia is slim gekozen. De schelprits waarop het staat kon direct gebruikt worden voor de versterking van de wallen. Vanuit strategisch oogpunt is de plek ook goed; hoog, wakend over zee en land tegelijk. Begin 18de eeuw, nadat de Fransen meerdere succesvolle aanvallen op de kolonie hadden uitgevoerd, werd aan de kruising van de Commewijne en de Surinamerivier een tweede fort gebouwd, Fort Nieuw Amsterdam. Vanaf dat moment verloor Zeelandia zijn verdedigende functie en diende het als kazerne en gevang.

De Grote Suriname Tentoonsteling, De Nieuwe Kerk, Amsterdam, 5/10 t/m 2/2 2020

Werk van Marcel Pinas, nazaat van de marrons, nu prominent te zien in grote tentoonstelling over Suriname
Morgen opent De grote Suriname tentoonstelling in de Nieuwe Kerk in Amsterdam. De Volkskrant spreekt kunstenaar Marcel Pinas, die de marroncultuur uitdraagt, en ging op bezoek bij de marrons in Suriname.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden