AchtergrondIDFA

De mooiste verhalen in de kleinste details: wat maakt docu’s over alledaagse dingen zo interessant?

Scheidsrechter Fedayi San in The Game.

Soms zitten de grootste verhalen verscholen in de kleinste hoekjes van de samenleving. Laat het maar aan documakers over deze op te speuren. Wat maakt documentaires met schijnbaar alledaagse personages zo interessant?

De bal blijft buiten beeld. Bepaald opmerkelijk, voor een film die zich tijdens een belangrijke voetbalwedstrijd afspeelt. In de korte documentaire The Game is het regisseur Roman Hodel dan ook niet om die wedstrijd te doen. Hodel richt zich vrijwel volledig op scheidsrechter Fedayi San, de man die in het grotere geheel een bijrol speelt. Behalve als hij fluit bij een overtreding, de wedstrijd stillegt of een gele kaart uitdeelt, dan zijn alle ogen in het propvolle stadion op hem gericht.

Wat gaat er in San om? Hoe houdt hij zich staande in het tumult? Op minder beslissende momenten blijft Hodel eveneens aan de zijde van de scheids, hem consequent in het midden van het beeld houdend, nu eens de voetballers reducerend tot nevenpersonages. Het even strenge als vriendelijke gezicht van San, dat is wat je na afloop van het Zwitserse pareltje The Game bijblijft.

Ook daarin schuilt de kracht van documentaires: het vermogen om de toeschouwer nauwlettend te laten kijken naar mensen die normaal gesproken – in de werkelijkheid en in films – op de achtergrond of buiten beeld blijven. Grasduinend in het programma van Idfa kom je steeds weer films tegen die onopvallende en alledaagse helden op een voetstuk plaatsen, hoewel hun levens soms niet meer dan voortkabbelen. Niet zelden is het resultaat overrompelend. Hoe zorgt een film ervoor dat een schijnbaar onopmerkelijk personage toch gedenkwaardig wordt?

Met geduld en aandacht, om te beginnen. Neem Please Hold the Line, een fraaie film over telecommonteurs in Moldavië, Roemenië, Bulgarije en Oekraïne. De Moldavische regisseur Pavel Cuzuioc blijft er kalm bij zitten (en staan) terwijl zijn hoofdpersonages in de weer zijn met telefoons, computers, televisies, tablets, internetverbindingen en een enkel obstinaat faxapparaat. In Please Hold the Line wordt er altijd wel iets gerepareerd, ingesteld of omgeschakeld. Dat alleen al maakt het een unieke, bedeesd komische film. 

Please Hold The Line.

De film is ook zo geslaagd door hoe Cuzuioc de wederwaardigheden van de monteurs naar een betekenisvol plan tilt. Zoals in de scène waarin een Moldavische monteur na een klus in de auto zit en naar een Roemeens journaal luistert; prompt springt de film over naar de nieuwsstudio, waar monteur Marius en zijn collega bezig zijn om een televisiemonitor te repareren. Het weerbericht klinkt vervolgens vanuit een thuisstudio in Oekraïne, waar alweer een andere kabelmonteur een aansluiting aanlegt.  

Dankzij zo’n montagevondst worden de monteurs zelf onmisbare schakels, in een film die zich ontvouwt tot een ode aan de menselijke communicatie. ‘Het gaat me altijd om de mensen’, zei Cuzuioc in een interview met filmsite austrianfilms.com. ‘Ik wil duidelijk maken dat we allemaal gelijk zijn en dat tegelijkertijd ieder mens zijn eigen wereld is, een planeet.’

Deze boodschap zit vooral impliciet in Please Hold the Line. De personages zijn nergens ondergeschikt aan wat Cuzuioc wil verkondigen: ze blijven in de eerste plaats sympathieke mensen die gewoon hun werk doen. Nooit plaatst de film zich boven die simpele realiteit, en dat is nou net wat zo charmant en overtuigend is aan Please Hold the Line. De beste films over alledaagse, onopvallende personages zijn vaak ook zelf bescheiden.

Please Hold The Line.

Daarmee lopen de documentairemakers wel het risico dat het publiek voortijdig afhaakt. Als toeschouwer verwacht je immers al snel dat een film je uitlegt waarom je nou net naar deze mensen moet kijken. Met welke reden werd die man of deze vrouw voor de camera gehaald? Wat maakt hem of haar zo interessant? Wat is het grotere verhaal hierachter? 

Niet zo vreemd dus, als films uit voorzorg de boel net wat spannender maken, door bijvoorbeeld hun personages uit hun banale bestaan te trekken: een situatie die ongewoon en verrassend is voor hen, en dus ook voor ons.

Die strategie wordt voortreffelijk toegepast in The Mole Agent van Maite Alberdi, een van de eigenzinnigste en beste films op Idfa. Hoofdpersonage is de 83-jarige Chileen Sergio Chamy die zich voor een bizarre klus laat inhuren: door een detectivebureau wordt hij ingezet als mol in een verzorgingstehuis. Een cliënt van het bureau vermoedt dat haar dementerende moeder wordt verwaarloosd en mishandeld, en nu moet Chamy als een amateur-spion verslag doen. 

The Mole Agent.

Terwijl hij spiedt met vernuftige gadgets (de bril op zijn hoofd en de pen in zijn jaszak zijn eigenlijk camera’s) wordt hij zelf gefilmd door het team van Alberdi, dat in het complot zit en de instelling heeft voorgelogen dat het een documentaire over verzorgingstehuizen maakt. Een nogal complexe operatie dus, waarbij Alberdi aanvankelijk speelt met de clichés van de film noir (zie alleen al de luxaflexschaduwen in het detectivebureau) en een detective-achtige spanning oproept: zal Chamy werkelijk op misstanden stuiten? En wat als hij wordt betrapt?

Dankzij zijn held neemt de film al snel een andere wending. Chamy is nu eenmaal geen echte spion, maar gewoon een lieve, ontwapenende tachtiger, een die nog gebukt gaat onder het verlies van zijn vrouw en nauwelijks weet hoe hij met een iPhone moet omgaan en dus alleen maar krakkemikkige bewijsfilmpjes maakt. Dat doet hij met steeds grotere tegenzin, terwijl hij zich duidelijk begint thuis te voelen en zeer gehecht raakt aan zijn kleurrijke medebewoners. Daarmee zorgt hij ervoor dat The Mole Agent in een bitterzoet, tragikomisch portret van de hoogbejaarde leefgemeenschap verandert, alsmaar verder wegdrijvend van het oorspronkelijke detectiveconcept. 

De beste en meest aangrijpende scènes hadden zonder verborgen camera’s in verpleeghuizen over de hele wereld kunnen worden gefilmd. Was die speurderspoespas überhaupt nodig? 

Natuurlijk wel. De detective-insteek helpt de toeschouwer als het ware over de drempel van het verzorgingstehuis, waar menigeen bij een ‘gewone’ documentaire over dat onderwerp al bij voorbaat was weggelopen. ‘Een film over oude mensen die achtergelaten en eenzaam in een bejaardenhuis zitten - daar is niets aantrekkelijks aan’, zegt regisseur Alberdi, in een interview met nieuwssite Business Doc Europe.  

Over aantrekkelijkheid gesproken – hetzelfde zou je kunnen zeggen over de door randfiguren gefrequenteerde bar uit Bloody Nose, Empty Pockets. Toch is het een heerlijke film geworden, terwijl filmmakers Bill Ross IV en Turner Ross niets doen om de zatte janboel sexyer te maken. 

De twee filmden op de allerlaatste dag dat bar The Roaring 20s open was, van het eerste ochtendbiertje tot de kleine dronken uurtjes. De film blijft vrijwel de hele tijd op die ene klamme locatie, er is geen verhaal, de uitgerangeerde bezoekers zijn gewoon wie ze zijn, de bar is de thuishaven voor zuiplappen en daklozen die hij altijd al was. Zo kan het dus ook, denk je dan: de rauwe, banale realiteit ongefilterd laten zien, de mens vieren in al zijn deerniswekkende onopvallendheid. 

De werkelijkheid zit dan toch een beetje anders in elkaar. Het café stond niet in Las Vegas maar in New Orleans; de stamgasten werden zorgvuldig door de regisseurs gecast en de meesten hadden elkaar voor de opnamen nog nooit gezien.

Met die kennis is er opeens helemaal niets onopmerkelijks meer aan de bar en zijn gasten. Zelfs het onooglijkste dronkemansdansje lijkt een zorgvuldig uitgedokterde choreografie. Bill Ross IV haalt er zijn schouders over op, in een gesprek met Slant Magazine: ‘Zodra er een camera in een kamer staat, doen we allemaal alsof.’

Queer Day

Op 23 november organiseert Idfa voor de achtste keer Queer Day, een filmprogramma waarin wereldwijde ervaringen van de lhbti-gemeenschap centraal staan. De selectie bestaat uit vijf lange en korte films over onder meer een jonge homoseksuele gevangene in El Salvador (Unforgivable), met de dood bedreigde danseressen in Pakistan (Showgirls) en de queerscene van Medellín (Son of Sodom). Het programma, mede mogelijk gemaakt door vrouwenfonds Mama Cash en televisiekanaal Out-tv, wordt integraal vertoond in het Amsterdamse filmmuseum Eye en is dit jaar ook grotendeels online te bekijken.

Lees meer over Idfa 2020:

Idfa cancellen was voor Orwa Nyrabia eigenlijk nauwelijks een optie. En ook zaalvertoningen, hoe klein ook, horen bij het festival. ‘Dat moment is voor makers zó betekenisvol.’

Voor wie niet bij de weergaloze Talking Heads-show was op 4 november 2018 in de Afas Live (of er nog een keer bij wil zijn), is er nu de concertfilm American Utopia. En ja, die is bijna even goed.

Voor Nothing but the Sun, de openingsfilm van Idfa, trok filmmaker Arami Ullón jarenlang op met de inheemse Paraguayaan die de laatste resten het Ayoreo-volk vastlegt op cassettebandjes. 

De gelauwerde documentairemaker Gianfranco Rosi is dit jaar hoofdgast op het Idfa. De Volkskrant spreekt hem over de levensgevaarlijke tocht die hij moest ondernemen om zijn nieuwe film Notturno te kunnen maken.

White Cube, de nieuwe film van de Nederlandse filmmaker en kunstenaar is een aanklacht tegen de neokoloniale uitbuiting van Congolese arbeiders en prikt tegelijkertijd de schijnheiligheid van de westerse kunstwereld door.

Paul Sin Nam Rigter filmde de poging van Yarden om in de Bijlmer een multicultureel uitvaartcentrum op te zetten. Zijn docu Dealing With Death is te zien op Idfa.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden