Beschouwing Moederrollen

De mooiste rol in het theater is die van de moeder

Beeld Maus Bullhorst

In het theater is ze niet altijd ‘de liefste van de hele wereld’, maar interessant is ze wel: de moeder. Welke types vind je zoal op de planken – en wie speelde haar het best?

‘Alleen een moeder kan zeggen: ‘Ik gaf jou het leven, maar nu verklaar ik je dood.’ Hoe onvoorwaardelijk is die liefde tussen een moeder en een kind dan?’ Dat vroeg theatermaker Nazmiye Oral zich af toen zij samen met haar Turkse moeder de roemruchte voorstelling Niet meer zonder jou maakte, een ­theatrale krachtmeting tussen ­moeder en dochter over geloof, ­afvalligheid en seksualiteit. 

Ook Marcus Azzini, artistiek leider van Toneelgroep Oostpool en homoseksueel, heeft zo zijn geschiedenis met zijn katholieke Braziliaanse moeder. Met Adelheid Roosen als eind­regisseur maakte hij de voorstelling God is een moeder, die dit weekend in première gaat, over de liefdevolle en complexe relatie tussen moeders, ­zonen en dochters.

Theatermakers die door middel van persoonlijke verhalen de relatie tot hun moeder opdiepen; het past in een al langer gesignaleerde trend. Naast Oral deed Nasrdin Dchar dat eerder al met zijn solovoorstelling Oumi en het gelegenheidsduo Marcel Musters en Maria Goos trok door het land met Smoeder. Theater dat een breed ­publiek trekt, want een moeder ­hebben of hadden we allemaal.

Moeders spelen altijd al een belangrijke rol in het theater. In de Griekse tragedies waarin ze hun zonen ­trouwen (Iocaste) of vermoorden (Medea), tot aan de moderne klassiekers van Lars Norén – daarin zijn de meeste moeders overigens dood en staat de urn op de schouw. 

Struinend door de theaterbibliotheek valt op hoeveel verschillende soorten moederrollen het repertoiretoneel herbergt. Oké, op Gertude in Hamlet na schreef Shakespeare weinig interessante moederrollen, maar andere, veel gespeel-de klassieke toneelschrijvers wisten er wel raad mee, met Henrik Ibsen voorop. 

Grasduinend in dat repertoire kun je een aantal types onderscheiden, van dominant tot wanhopig. De keuze van de bijbehorende rol is ­uiteraard persoonlijk en elke fervente theaterbezoeker zal zijn eigen voorkeuren hebben. Maar hoe dan ook: lang leve de moeders!

De dominante moeder

Stoere, vaak alleenstaande vrouwen zijn het: genadeloos voor zichzelf, het leven en hun kinderen. Zoals de moeder in Het huis van Bernarda Alba (1936) van Garcia Lorca, waarin deze door teleurstellingen geplaagde ­moeder haar dochters wil beschermen, maar daarin hardvochtig doorschiet. Ze is zo streng dat een dochter zelfmoord pleegt. Prachtig stuk met allemaal sterke vrouwenrollen.

De dweepzieke moeder

Amanda Wingfield heet ze, de ­moeder in Glazen speelgoed (1944) van Tennessee Williams. Haar lichtgehandicapte dochter en haar knappe zoon zijn haar juwelen, haar speeltjes, haar alles. Maar door een op hol geslagen fantasie gaat dat alles kapot, ook de glazen figuurtjes.

De berustende moeder

Kniertje, jawel, onze hoogsteigen ­Hollandse vissersweduwe is in al haar deemoedigheid een in haar noodlot berustende moeder. Geen kracht meer om tegen het grootkapitaal op te boksen, als ook haar laatste twee zonen in Heijermans’ Op hoop van ­zegen (1900) voor eeuwig in de golven verdwijnen.

De verstikkende moeder 

Moeders die het beste met hun kinderen voorhebben, maar daar niet de juiste methode voor vinden. Zoals ­Hélène Alving uit Spoken (1881) van Henrik Ibsen. Ze omringt haar zoon Oswald met te veel liefde en leugens. Een tragisch verhaal, met donkere fjorden en zware regennevels die over het land vallen als achtergrond. Oswald smeekt aan het eind om verlossing, desnoods in de dood: ‘Moeder, geef me de zon!’

De moeder die voor zichzelf kiest

We blijven nog even bij Ibsen en vooral bij zijn Nora in het toneelstuk dat naar haar genoemd is en niet voor niets als tweede titel Een poppenhuis (1879) heeft. Nora heeft kinderen, een aardige man, maar voelt zich bekneld in haar bestaan. Ze kiest voor zichzelf en aan het eind van het stuk slaat ze de deur met een knal achter zich dicht, haar vrijheid tegemoet. Zonder man, zonder kinderen.

De egoïstische moeder

Hamlet worstelde behalve met de geest van zijn vader vooral ook met zijn eigen moeder: Gertrude, de vrouw die na de dood van haar man al snel trouwt met diens broer en zodoende koningin kan blijven. De ­sleutelscène tussen de overspelige moeder en haar zoon behoort tot een van de mooiste die Shakespeare schreef.

De gestoorde moeder

De Ierse auteur Martin McDonagh schreef in zijn toneelstuk The Beauty Queen of Leenane (1996) zo ongeveer de naarste moederrol van het ­moderne toneel. Moeder en dochter wonen geïsoleerd op het Ierse platteland en staan elkaar letterlijk naar het leven. Een hand eindigt in een gloeiendhete frituurpan.

De getroebleerde moeder

In Leedvermaak (1982) en Kras (1988) schreef Judith Herzberg twee mooie moederrollen, en beide moeders hebben een donkere ziel. Ada in Leedvermaak moest vanwege de oorlog haar kind afstaan aan een pleegmoeder en dat levert nadien veel verdriet en ongemak op. En de moeder in Kras is zo aandoenlijk in de war, dat je haar zoon zou willen zijn.

De kille moeder

Moeders die gewoon durven toe­geven dat ze eigenlijk geen moeder zouden willen zijn. Maria Goos schreef er zo een, in haar prachtige ­toneelstuk Familie (2000). ‘Ik ben ­gewoon geen aardig mens’, zegt ze zelf en daarmee geeft ze eerlijk toe dat ze niet tot moederliefde in staat is. Met als resultaat: een liefdeloos, vervelend gezin.

De dappere moeder

Moeder Courage (1939), de naam zegt het al. Een moeder met lef en moed. Ze is marketentster in de oorlog en trekt met haar kar vol koopwaar langs de troepen. Maar intussen offert ze haar kinderen op, want de handel gaat voor en de monden moeten worden gevoed. Bertolt Brecht schreef hiermee een meedogenloze klassieker.

De afwezige moeder

Welbeschouwd schreef Harold Pinter vooral stukken over mannen. Maar hoewel ze al lang dood is, is de ­moeder in De thuiskomst (1995) ­eigenlijk het belangrijkste personage. Deze ­vader en zijn drie zonen zijn in het leven ontspoord, omdat De ­Moeder ontbreekt. De stoel waarin ze altijd zat, wordt aanbeden als een ­altaar.

De moeder die nooit moeder was

Het is hartverscheurend als aan het eind van Edward Albees Who’s Afraid of Virginia Woolf ? (1962) Martha’s ­wereld instort, omdat Georg hun zoon heeft doodverklaard. Maar die zoon heeft nooit bestaan, ze hebben hem verzonnen om hun leven nog enigszins ­dragelijk te maken.

De beste moeder

Rest nog de vraag wat nu de mooiste moederrol is. Tja, dat hangt behalve van de schrijver ook af van de vertolker, van de actrice die de moeder speelt.

Daaraan terugdenkend doemt vooral Ellen Vogel op, die veel ­moeders tegelijk was. In Spoken speelde zij haar rol met een onver­biddelijke grandeur, in Glazen speelgoed pareerde ze bijna lichtvoetig haar aftandse leven.

In dat laatste stuk was Chris Nietvelt even onvergetelijk, juist omdat ze die rol bijna op de rand van een zenuwinzinking speelde.

Familie van Maria Goos was destijds mede zo goed omdat Petra Laseur in die moederrol oprecht gedurfd onsympathiek durfde te zijn.

En ja, al die moeders van Anne-Wil Blankers natuurlijk: ze was doodeng in Het huis van Bernarda Alba en een ijskoningin in Bobby Fischer Is Alive and Lives in Pasadena van Lars Norén. Blankers was natuurlijk ook een tijdlang Wilhelmina, de moeder des ­vaderlands in de musical Soldaat van Oranje. Daarmee heb je als actrice het hele spectrum aan moederrollen wel zo’n beetje gehad.

Maar als ik dan toch moet kiezen, dan is het de moeder uit U bent mijn moeder, de solovoorstelling van Joop Admiraal uit 1981. In een vertelling over zijn wekelijkse bezoekjes aan haar in het verzorgingshuis, stapte Admiraal bijna geruisloos van de rol van de zoon in die van de moeder, die langzaam wegglijdt uit de realiteit. Heel simpel, grappig ook, en toch diep ­gelaagd.

En zo is de moeder van Joop Admiraal sinds de opvoering van U bent mijn moeder een beetje van ons ­allemaal geworden.

God is een moeder

De voorstelling God is een moeder wordt geproduceerd door Toneelgroep Oostpool en Adelheid + Zina, het gezelschap van Adelheid Roosen, die ook de eindregie doet. Op het podium staat naast Nazmiye Oral en Marcus Azzini ook acteur Sidar Toksöz die vorig jaar afstudeerde aan de Theaterschool Amsterdam. Met elkaar gaan ze in gesprek over uitsluiting, anders zijn en de kracht van de gemeenschap tegenover het individu. De première is op 11 januari in Huis Oostpool in Arnhem; daarna volgt een tournee door het land.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden