InterviewTypex en zijn moeder

De moeder van Typex werd de ster in zijn coronaserie: ‘Nooit gedacht dat ik nog eens interessant genoeg zou zijn’

Typex en zijn moeder Alice bij haar huis in Amsterdam.Beeld Ivo van der Bent

Vanaf maart moest Alice de Haas binnenblijven van haar zoon, illustrator Typex. Hij maakte er de strip Je Moeder! over,  waarin ze zich samen vrolijk een weg door het nieuwe normaal baanden. Lachen, vindt Alice: ‘Van mij mag iedereen alles weten. Ik heb geen geheimen.’

De coronacrisis is nog maar net begonnen als striptekenaar en illustrator Typex (58) zich meldt bij de Amsterdamse benedenwoning van zijn moeder, Alice de Haas (79). Of ze nog iets nodig heeft. Op aandrang van haar twee zoons is ze in quarantaine gegaan. Het gesprek wordt gevoerd via de intercom. Buiten moet Typex zich voorover buigen.

Hij biedt aan om boodschappen te doen, hij was toch in de buurt. Zij: ‘Waarom? Ik mankeer toch niks aan mijn benen?’ Hij: ‘Mam! Daar hebben we het over gehad…! Wat kan ik voor je meenemen?’ Ik heb alles al, zegt ze, maar er schiet haar toch iets te binnen: bananen.

Later brengt Typex een tros bananen naar zijn moeder. Hij legt ze op de brievenbus in het halletje. Wat heb je voor bananen, vraagt ze. Hij: ‘Van die kromme gele.’ Zij: ‘Uit de aanbieding?’ Hij: ‘Gewoon wat er lag. Bio-schmio, boervriendelijk, wat maakt het uit?’ Ik wist het wel, zegt zijn moeder, en ze zegt dat ze het geld naar hem zal overmaken.

Zwaaiend door het raam nemen ze afscheid. ’s Avonds kijkt ze tv. In haar ene hand heeft ze de afstandsbediening, in de andere een banaan – het laatste, geestige plaatje van de eerste aflevering van de coronastrip Je moeder! van Typex.

De strip, de eerste van een reeks, stond op 9 april in de Volkskrant. Alice de Haas moest erom lachen. Maar het klopte niet, zegt ze. ‘Alsof ik dat zou doen, een banaan eten terwijl ik tv kijk.’ Typex: ‘Dat is het enige wat ik heb verzonnen.’

Vandaag staat het laatste, 25ste deel van de reeks in de krant. Bijna een half jaar lang vertelde Typex over de effecten van de coronacrisis op zijn familie: zijn moeder, zijn jongere broer, Patrick en hijzelf. In de scènes uit hun dagelijks leven is het virus nooit ver weg, maar van dreiging is nooit sprake en de toon is licht. Vol goede moed leiden Typex en zijn moeder de lezers rond in het nieuwe normaal.

Het decor is Amsterdam, de stad waar ze wonen en zijn geboren, zoals goed is te horen als ze elkaar ontmoeten in de benedenwoning in de Sarphatistraat. Je moeder! is ook een klein eerbetoon aan Amsterdam en het leven in de stad. Het opvallendst in de strip is de ijzersterke band en de vriendschap tussen de moeder en haar oudste zoon. Sinds het overlijden van haar tweede man, in 1992, woont ze alleen.

Niet eerder was werk van Typex (pseudoniem van Raymond Koot) zo autobiografisch. Behalve voor de Volkskrant werkt hij voor onder meer de VPRO, Vrij Nederland, Oor en NRC Handelsblad. Tot de hoogtepunten in zijn oeuvre behoren zijn beeldroman Rembrandt (2013) en de stripbiografie over Andy Warhol, een veelgeprezen project uit 2018 waaraan hij vijf jaar lang werkte en dat in veertien landen werd uitgegeven. Een jaar later won hij de Stripschapprijs. Een ‘rock-’n-roll-tekenaar bij uitstek’, noemde de jury hem.

Je moeder! ontstond door een samenloop van omstandigheden, een mail van de Volkskrant waarin om ideeën voor projecten werd gevraagd en die wonderlijke scène bij de intercom met de bananen. ‘Na dat bezoek aan mijn moeder had ik snel wat tekeningen in een schetsboek gemaakt. Het gesprek via de intercom, die bananen, het gezwaai voor het raam, het was zo’n beetje het raarste wat ik in mijn leven met mijn moedertje had beleefd.’

Dit kan misschien wel wat worden, liet hij de krant weten. De vorm, vijftien plaatjes in vijf rijen van drie, ontstond deels noodgedwongen: de strip kreeg de ruimte die gewoonlijk voor een column wordt gereserveerd. Van de hoofdrolspelers maakte hij wat hij ‘dikkerdjes’ noemt, met dunne benen, streepjes slechts. ‘We moesten niet te veel op onszelf lijken, ik wilde het niet te particulier maken.’

Moeder: ‘Ik vond mezelf wel dik op de tekeningen.’

Beeld Typex

Typex: ‘Mam, zei ik, we zijn allemáál zo dik.’

De opdracht die hij zichzelf stelde: ‘Vertellen wat er in die week is gebeurd. Het is dus vrij spontaan gemaakt, en snel. Ik doe altijd veel dingen over, ze noemen me niet voor niks Typex, maar dat kon nu niet, het moest meteen af zijn.’ In de strip is hij herkenbaar, ook dat is nieuw. ‘Normaal teken ik mezelf als een potje Tipp-Ex, maar dat kon nu niet.’

Zijn moeder vond het idee van een strip over haar leven in coronatijd meteen grappig. ‘Het was een compliment. Ik had nooit gedacht dat ik nog eens interessant genoeg zou zijn voor een strip. Ik vind dat ik niks meemaak.’

Typex: ‘Ik kreeg vandaag de eerste appjes al weer binnen met de vraag of de strip al af is, en wanneer ik ’m stuur.’

Moeder: ‘Ik stuur de strip altijd door naar vrienden. Iedereen vindt het enig. Zo kennen de mensen ons, zeggen ze. We zijn ook precies zoals we in de strip zijn.’

Typex: ‘We maken veel geintjes.’

Moeder: ‘Het is ook Amsterdams, zoals wij zijn. De humor. Ik moet altijd heel erg om hem lachen en hij om mij.’

Typex: ‘We lachen altijd. Mijn broertje Patrick ook. We zijn geinponems. En we hebben elkaar altijd wat te vertellen. Als ik een week niet op bezoek ben geweest, praat ze altijd op dubbele snelheid. Want dan moeten alle gebeurtenissen van de vorige week ook nog allemaal worden verteld.’

Moeder: ‘Als ik iets raars meemaak en het aan hem vertel, denk ik niet aan die strip. Ik vertel altijd alles, vroeger al en nu nog steeds.’

Typex: ‘Ik was even bang dat de strip haar spontaniteit zou aantasten, maar dat gebeurde niet. Ze let totaal niet op haar woorden. Soms zegt ze: hé, dat is leuk voor de strip. Maar meestal gebruik ik het niet.’

Hoe kijkt u terug op de het afgelopen half jaar?

Moeder: ‘Gelukkig hebben we goed weer gehad. Van maart tot september was het zomer. Heerlijk. Lekker buiten, op het terras hierachter. In de eerste maanden deden de kinderen de boodschappen. Hij zei tegen mij, letterlijk: wij gaan de boodschappen doen, jij blijft binnen. Ja maar, zei ik. Toen zei hij dat het geen vraag was. Ik legde me daar maar bij neer, want met oudere mensen die het kregen liep het vaak niet goed af.’

Typex: ‘Al die tijd ben je de deur niet uit geweest.’

Moeder: ‘Ik lag daar buiten heerlijk te lezen. En ik ben gek op series op tv. Ik wist dat het niet eeuwig zou gaan duren. Het was goed te doen. Ik ben nooit bang geweest, ondanks de akelige verhalen. In mijn omgeving heeft niemand het gehad.’

Typex: ‘Tijdens haar quarantaine hebben we elke dag gebeld.’

Moeder: ‘Gevideobeld.’

Typex: ‘Nu bellen we regelmatig en zien we elkaar elke week. Dan gaan we iets ondernemen. Het staat allemaal in die strippies, hè. We gaan de stad in, meestal eten we ergens wat.’

Moeder: ‘Vaak bij de visboer, Kees de haringman. Dat staat ook in de strip. Of we gaan naar café De Ster op de Martelaarsgracht, met mijn broer. Echte buurtkroeg. Leuk, gezellig. Ik vond het al een feest toen ik weer gewoon naar Albert Heijn mocht. En de Albert Cuyp, daar doe ik altijd mijn boodschappen. Het is daar veel leuker dan in de supermarkt.’

Heeft u weleens gedacht: nou, dat had van mij niet in de strip gehoeven?

Moeder: ‘Nee hoor.’

Typex: ‘Bij de anti-rimpelcrème.’

Moeder: ‘O ja. Die had jij voor me gehaald. Alsof ik zo ijdel ben. Maar toen het er eenmaal in stond dacht ik: ach, what the fuck, wat kan mij het ook schelen.’

Typex: ‘Het was anti-rimpelcrème van de Lidl.’

Moeder: ‘Ik kreeg allemaal leuke reacties. Zo van: o, die rimpelcrème heb ik ook altijd. Lachen toch? Van mij mag iedereen alles weten. Ik heb geen geheimen.’

Typex: ‘Als ik dingen voor haar verborgen hou, is het uit bescherming. Omdat ik wil voorkomen dat ze zich zorgen maakt.’

Hoe heb jij het afgelopen halfjaar ervaren?

Typex: ‘Ik vond het zwaar. Cornonatijd is van kauwgom. De tijd is anders. Ik maak lange dagen als ik werk, minstens tien uur per dag, soms twaalf of nog langer. Ik ben eraan gewend om lang te werken en alleen te zijn. Maar in de coronatijd ging alles langzamer.’

Hoe komt dat?

Typex: ‘Misschien omdat er constant iets op je drukt. Het collectieve bewustzijn speelt een belangrijke rol. Welke kant je ook op kijkt, er is iemand die hetzelfde meemaakt als jij. Dat kan heel leuk werken, op Koningsdag bijvoorbeeld, maar het kan ook een ander effect hebben; dat iedereen wordt bevangen door dezelfde soort loomheid.

‘Ik merkte dat het niet goed was voor mijn werk. Ik was bezig met een nieuw boek, maar ik heb het een jaar moeten uitstellen. Het lukte me niet, ik kon de concentratie niet vinden. Dat vond ik moeilijk. En mijn geld verdween met bakken tegelijk. Ik had een buffer opgebouwd, maar die was in een mum van tijd verdwenen. Ik heb heel veel klussen aangenomen en ik kon deze strip gelukkig maken.

‘In het begin riep ik heel enthousiast: hè, eindelijk, nou maken wij ook eens een keer wat mee. Dit is iets wat we ons de rest van ons leven zullen herinneren. Maar dat gevoel verdween snel. Ik ga twee keer per week naar concerten, minstens, en vaak uit. Dat kon ik goed combineren met mijn werk. Er bleef niets over.

‘Ik heb maandenlang elke nacht gedroomd dat ik bij een concert was of in een café stond. Het gaat nu pas over. Ik werd er gek van dat het sociale leven waar ik van hou, het leven met onverwachte ontmoetingen en onverwachte gesprekken, totaal tot stilstand kwam. Maar het allergrootste gemis was dat mijn dochter hier niet naartoe kon komen. Ze woont in Brussel. Mijn band met haar is net zo sterk als met mijn moeder.’

De moeder: ‘Ik vond het verschrikkelijk dat ik mijn kinderen niet mocht omhelzen. Dat was het allerergste.’

Typex: ‘Bij elk afscheid zag ik dat ze zich even moest herpakken.’

Moeder: ‘Ik ben alleen, maar eenzaam voel ik me nooit. Ik lees dat wel eens over ouderen, maar ik loop soms door het huis te rénnen om ergens op tijd te komen. Ik moet vroeg opstaan, want anders zijn de dagen te kort. Ik sta om zeven uur, half acht op. Ik doe alles lopend, ik ga nooit met de tram. Ik heb zo’n stappenteller op mijn telefoon. Dertienduizend stappen op een dag is heel gewoon. Ik krijg genoeg beweging.’

Typex: ‘En ze doet krachttraining.’

Moeder: ‘Ik doe het al twintig jaar, twee keer in de week, in de Jordaan. Twintig jaar geleden kreeg ik last van osteoporose. Reken er maar op dat je volgend jaar met een stok loopt, zeiden de dokters. O nee, dat nooit, zei ik. Toen ben ik krachttraining gaan doen. Ik loop nog steeds zonder stok.’

Typex en zijn moeder Alice bij haar huis in Amsterdam.Beeld Ivo van der Bent

Wat vindt u van zijn werk?

Moeder: ‘Fantastisch. Echt geweldig. Zijn boek over Andy Warhol: geweldig. En Rembrandt heb ik ook helemaal uitgelezen. Hij heeft altijd getekend. Hij verveelde zich nooit. Als hij papier en een pen had, was het goed.’

Typex: ‘Ik heb altijd het carrièreperspectief van een garnaal gehad, zeg maar. Ik wilde striptekenaar worden. Punt. Ik kan ook niks anders en ik heb nooit iets anders gedaan.’

Moeder: ‘Hij heeft wel een goede opleiding hoor. Gymnasium.’

Typex: ‘Dank je. Gymnasium met alleen maar talen, dat kon toen nog.’

Moeder: ‘Een echte alfa, hè. En daarna de academie. Dat was ook niet zomaar wat. Nog wat drinken?’

Typex: ‘Lekker schat. De opleiding op de academie was wat tuttig, maar dat was wel goed. Zelf was ik ontuttig genoeg, zeg maar.’

Moeder: ‘Rebels. Maar nooit tegen zijn ouders. Er werd bij ons nooit met de deuren geslagen.’

Typex: ‘De dag dat ik de academie binnenstapte was bijna bevrijdend. Hier hadden ze jarenlang op me gewacht, zo voelde het. Toen ik 2 was, waren we naar Buitenveldert verhuisd. Ik was een buitenbeentje, hoewel ik wel vrienden had. Op de academie leerde ik al die anderen kennen die nooit werden gekozen met gym. Hee, dacht ik, ze hebben ze allemaal hier naartoe gestuurd. Ik was altijd bang dat mijn leven vreselijk saai zou worden. Op de academie hield die angst op.’

Moeder: ‘Ik weet dat nog goed.’

Typex: ‘Thuis had ik nooit ergens last van hoor. Ik vond het daar altijd leuker dan buiten. Ik ging het huis uit omdat Buitenveldert voor een jongen van 17 volkomen kut is, niet vanwege mijn ouders.’

Moeder: ‘Ik woonde eerst in de Cornelis Anthoniszstraat in Oud-Zuid. Ons huis was heel klein. Ik was lid van de woningbouwvereniging en kwam aan de beurt voor een ander huis. Zo werd het Buitenveldert.’

Typex: ‘Ze is opgegroeid in de Jordaan, haar moeder had daar een kroeg. De familiegeschiedenis is vrij heftig. Toen ze mijn vader tegenkwam trad er een soort rust in. In Buitenveldert begon er een nieuw leven.’

Moeder: ‘Mijn stiefvader was gewelddadig. Het staat ook in de strip. Ik had daar totaal geen moeite mee. In de familie weet iedereen het.’

Typex: ‘Jouw echte vader was een alcoholist toch?’

Moeder: ‘Ja. Dat kwam vroeger in gezinnen vaak voor. Drank drank drank. Al maakt het natuurlijk wel verschil of je in een café in de Jordaan opgroeit of in Zoetermeer.’

Beeld Typex

Jullie relatie is totaal gelijkwaardig, zo lijkt het.

Moeder: ‘We schelen relatief ook niet veel, 21 jaar maar. Met mijn andere zoon ben ik ook heel close hoor.’

Typex: ‘We gaan ook samen naar de kroeg en zo. Het grappige is dat ze dat ook met mijn dochter doet.’

Moeder: ‘Met haar bespreek ik ook alles. Met mijn jongste zoon ben ik de hele tijd aan het appen. We kijken naar dezelfde tv-programma’s, So You Think You Can Dance en Oplichters Aangepakt van Kees van der Spek bijvoorbeeld. Daar appen we dan over. Of over dansvoorstellingen waar we heen gaan. Streetdance vinden we allebei heel leuk. Patrick is ook een van de hoofdrolspelers in de strip hè. Toen ik zei dat jullie kwamen, zei hij: moet ik daar dan ook niet bij? Hij staat in een platenzaak op de Dam, ik ga vaak bij hem langs. Even gezellig kleppen.’

Typex: ‘Met hem doe je meer, met mij lul je meer.’

Moeder: ‘We hebben samen altijd veel leuke dingen gedaan. En we waren altijd met elkaar.’

Typex: ‘We vertellen elkaar alles.’

Hebben jullie vervelende reacties op de strip gekregen?

Typex: ‘Eentje, via Facebook van mensen in Oostzaan. Ze waren boos.’

Moeder: ‘O ja, dat. We gingen naar Oostzaan om de baby te zien. Patrick was vader geworden. Donorvader, van een baby van twee vrouwen. Ik kreeg er een kleinkind bij.’

Typex: ‘Ze werd helemaal lyrisch. Het huis was zo mooi en de ruimte en de tuin, ze kon niet meer ophouden.’

Moeder: ‘Prachtig was het. Vooral die tuin, met die konijnen. Ik blééf maar doorgaan, zo mooi vond ik het daar.’

Typex: ‘Maar je wil hier evengoed niet dood aangetroffen worden, zei ik.’

Moeder: ‘Ach ja, zei ik toen meteen, het blijft Oostzaan hè. En wie wil er nou in Oostzaan wonen?’

Typex: ‘En zo kwam het ook in de strip terecht.’

Moeder: ‘Zo gaat het altijd, dat is onze manier van doen.’

Typex: ‘Op een dag gingen we een stukkie lopen, hier de brug over de Amstel over en toen langs Carré. Het was schitterend weer en er kwam een prachtige boot langs. De bruggen, de sluizen, die boot, het licht, ik werd helemaal euforisch, ook door dat stomme wandelen. Jezus, zei ik, wat is het hier toch prachtig, dit is de mooiste plek op aarde. Toen zei ze: nou, het zou leuk zijn geweest als er een paar winkels waren geweest om in de etalages te kijken.’ Bulderend gelach.

Hij heeft een verrassing. De strips worden gebundeld. ‘Ik bekeek het steeds van week tot week, maar op een gegeven moment wilde ik wel doorgaan tot ik een boekje bij elkaar had getekend. Zo werkt het bij mij, er moet een begin en een eind zijn. Ik heb gisteren gehoord dat er een boekje komt, mama weet het nog niet.’

Moeder: ‘Ach! Wat leuk!’

Typex: ‘Nijgh & Van Ditmar gaat het uitgeven, ze zijn heel enthousiast. En dit wordt de slotaflevering.’

Hoe komt die eruit te zien?

Typex: ‘Dat weet ik nog niet. Er komt straks toch ook nog een fotograaf, Ivo? Ik wil altijd zo min mogelijk van tevoren weten. Het moet voor mijzelf ook een verrassing zijn. Ik maak aantekeningen omdat ik niks wil vergeten. Daarna laat ik het een dag rusten en dan ga ik aan het werk.’

Beeld Ivo van der Bent

Je moeder! in boekvorm

De 25 afleveringen van de strip Je moeder! van Typex worden gebundeld. Uitgever Nijgh & Van Ditmar brengt de bundel volgend jaar uit, in februari. Het boekje zal volgens Typex worden uitgebreid met ‘extra bonustracks’. In november verschijnen bij uitgever Scratch de laatste vijf delen van Andy. Typex heeft zijn (uitverkochte) stripbiografie over Andy Warhol uit 2018 gesplitst in tien goedkope delen.  

CV Typex (Raymond Koot)

1962 Op 1 september geboren in Amsterdam

1980-1985 Hogeschool voor de Kunsten

2004 Stripboek De nieuwe avonturen van Kick Wilstra

2013 Stripbiografie over Rembrandt

2013 Willy Vandersteenprijs (België)

2018 Stripbiografie over Andy Warhol

2019 Winnaar Stripschapprijs

2020 Je moeder!

Typex woont in Amsterdam en heeft een relatie. Samen hebben ze een dochter.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden