Analyse Superhelden op het toneel

De moderne superheld is met zijn zwaktes en onzekerheden perfect voor het toneel

Met Gewoon held (8+), Bruno wordt een superheld (6+) en Marvellous zijn er maar liefst drie superheldenvoorstellingen te zien in het theater. Wat doen al die superhelden op de planken, en gaan we ze echt zien vliegen?

Kiki van Aubel als de superheld Aquagirl tijdens de repetities van de voorstelling Gewoon held van Het Laagland in Schouwburg de Domijnen in Sittard. Beeld Sas Schilten

Rewind Rover kan de tijd terugspoelen. Dat is een handige kracht om te hebben. Zeker als je zoals deze superheld uit de aankomende theatervoorstelling Gewoon held een dagtaak hebt aan het bestrijden van al het kwaad in de wereld. Maar Rewind Rover moet ook oppassen. Het is al eens eerder fout gegaan. Toen raakte hij zo gestrest van alle fouten die hij wilde corrigeren dat hij maar bleef terugspoelen. Uiteindelijk was er geen tijd meer over om terug te spoelen. Zat-ie ergens voor de oerknal en moest hij 13 miljard jaar leven om weer bij de huidige tijd te komen.

Rewind Rover is een sprekend voorbeeld van een moderne superheld. Hij heeft een tot de verbeelding sprekende superkracht, maar die kracht is tegelijkertijd zijn achilleshiel. De man die de tijd kan terugspoelen is ook een perfectionist met een ziekelijke drang om elke foutje uit te wissen.

Deze Rewind Rover is niet de enige superheld die je de komende tijd in het theater kunt aantreffen. Binnen drie maanden gaan er maar liefst drie vrolijke voorstellingen in première. In al deze producties worden dit soort gemankeerde superhelden ingezet om een wat ernstiger thema aan te kaarten. Uiteraard met de nodige knipogen.

Te zien zijn de gesubsidieerde jeugdvoorstellingen Bruno wordt een superheld (6+) van MaxTak en Gewoon held (8+) van Het Laagland. Dan is er nog de iets commerciëlere en minder verantwoorde musical Marvellous van Bos Theaterproducties. ‘Vliegen, vlammen, ijs en explosies’ belooft hun website, met daarachter gelijk de mededeling: ‘Dat kan natuurlijk niet, maar we doen het toch!’

De drie producties roepen vragen op: Werkt dat wel, superhelden met fantastische krachten in een theater? Hoe pakken de makers dat aan? En gaan we ze echt zien vliegen?

Folmer Overdiep als Rewind Rover (links) en Gijs Nollen als Brainman. Beeld Sas Schilten

2019: de meeste superhelden ooit

Wie nog geen genoeg had van al dat superheldengeweld, kan volgend jaar zijn lol op. De rage is nog lang niet over. In 2019 komen meer grote Hollywood superheldenspektakelfilms uit dan ooit. Tien titels staan vooralsnog op de rol. Hellboy, X-Men: Dark Phoenix, Captain Marvel, Shazam!, The Avengers 4, Spider-Man: Far From Home, Joker en Wonder Woman om er een aantal te noemen.

Menselijke superhelden

Volgens regisseur Lennart Monaster (36), die bij Het Laagland Gewoon held maakte, werkt het prima, superhelden in het theater. En dat heeft juist te maken met die menselijke trekjes.

Superhelden waren niet altijd zo menselijk. Dat is een uitvinding van de onlangs overleden Stan Lee, geestelijk vader van onder anderen Spider-Man, Iron Man en X-Men en medeoprichter van superheldenimperium Marvel. Bij Lee evolueerden superhelden van eendimensionale alleskunners, zoals Superman, tot de geplaagde, niet zelden moreel verwarde figuren die het nu zijn. Lee gaf zijn helden ook negatieve eigenschappen mee, zoals onzekerheid (Spider-Man) of een te explosieve persoonlijkheid (Hulk). Opeens herkenden hele generaties tieners hun eigen zwakten in deze helden. Superhelden werden superpopulair, en zijn dat nog steeds, getuige de vele Hollywoodspektakelfilms die jaarlijks uitkomen.

Lennart Monaster, de regisseur van Gewoon held. Beeld Sas Schilten

Volgens Monaster is het theater de plek bij uitstek om menselijke zwakheden te tonen. ‘Die films, ook de moderne, tonen nog steeds vooral de glimmende voorkant van het superheldendom. Maar ik wil de achterkant laten zien. Daar is theater heel geschikt voor, omdat je als publiek heel dicht bij ze kan komen. Je ziet echte mensen staan op dat podium. Je ziet hun worsteling.’

Voor Gewoon held liet hij zich inspireren door Watchmen – een onder comicfans legendarische superheldenreeks uit de jaren tachtig, waarin de grens tussen goed en slecht vaag is. Ook in de voorstelling vechten de superhelden vooral tegen hun eigen tekortkomingen. Een voor een raken ze overspannen van de hoge druk die het superheldenbestaan met zich meebrengt. Zo is er naast Rewind Rover ook Brainman, die gedachten kan lezen, maar Brainman is uiteindelijk vooral bezig met wat anderen van hem denken. Alle helden in de voorstelling zijn bereid om hun eigen emoties weg te drukken, om maar die omvallende wolkenkrabber overeind te houden. En dat gaat op den duur fout.

Kortom, de superhelden van Monaster krijgen te maken met burn-outklachten. Ze raken superoverspannen. Dat is het thema dat hij wil aansnijden. ‘Als je net zo veel eisen aan jezelf stelt als een superheld, dan moet dat op een keer klappen. Dat weten we uit de echte wereld maar al te goed. Ook kinderen krijgen te maken met steeds hogere prestatiedruk. Ik las laatst over een meisje van 10 met een burn-out. Fuck! Met superhelden probeer ik dit thema behapbaar te maken voor een jong publiek.’

Kiki van Aubel Beeld Sas Schilten

De verhalen moeten goed zijn

Peter van de Witte (43), de regisseur en componist van Marvellous, noemt het gekkenwerk om superhelden naar het theater te brengen. Dat maakt het voor hem juist interessant. Zijn superheldenmusical valt of staat volgens hem bij een goed verhaal en goede liedjes. Ook in zijn script (geschreven door Lucas de Waard en Daan Windhorst) zien we ze worstelen met de beperkingen van hun krachten. In deze snelle tijden van internet en op hol geslagen wereldpolitiek, hebben ze ingezien dat je het kwaad niet meer bestrijdt met een paar welgemikte klappen. De echte superheld zit op kantoor bij een ngo, mensenrechten te verdedigen. Buiten de spotlights dus. Dat is waar Testostero, Justitia, Detlev Quartz en de andere helden van Marvellous zich bij aanvang van de musical bevinden om hun goede werk te verrichten.

Maar Justitia krijgt heimwee naar die goede ouwe tijd. Ze mist het applaus. En dus haalt ze de anderen over een superschurk te creëren die zo sterk is dat zij de enigen zijn die hem kunnen verslaan. Dit gaat natuurlijk fout. Hij blijkt sterker dan gedacht. En dan is de wereld opeens echt goed in de problemen.

‘Het is belangrijk dat mensen onze musical niet gaan zien als een parodie op het genre’, zegt Van de Witte. ‘Dat is met deze materie het gevaar, heb ik gemerkt. Soms is het allemaal zo ridicuul, de kostuums, de explosies, dat het erg makkelijk wordt om grappen te maken. En dat doen we natuurlijk ook, maar ik wil ook dat het publiek ontroerd raakt. Net als bij die films. Wij maken een ode aan het genre.’

Datzelfde geldt voor het veel introvertere Bruno wordt een superheld. ‘Vrolijk muziektheater, waar je ook een beetje stil van wordt’, noemen de makers van MaxTak het zelf. En dat klopt, schattigheid wint het in deze voorstelling van effectbejag. Het verhaal is gebaseerd op het gelijknamige kinderboek van de Noorse Håkon Øvreås en gaat over de schuchtere jongen Bruno. Zijn opa is net overleden. ’s Nachts verandert Bruno in Bruino. In zijn bruine kleren en gewapend met bruine verf durft hij opeens alles. Hij neemt wraak op zijn pestkoppen én hij kan praten met zijn overleden opa. Het superheldenkostuum wordt hier vooral ingezet om een moeizame volwassenwording te tonen.

Gijs Nollen als Brainman in Gewoon held. Beeld Sas Schilten

Vliegen is niet interessant

Maar goed, wordt er nog gevlogen in deze voorstellingen? Klasbakken als Spider-Man, Iron Man en Superman kunnen allemaal, ieder op zijn eigen manier, door de lucht bewegen. Of het nu met spinnenrag is, met een supersonisch pak of zonder hulpmiddelen. Vliegen lijkt een van de standaardkrachten van de superheld. Maar ook al is er in het theater veel aan illusies mogelijk, vliegen is een uitdaging van een andere orde.

Monaster: ‘In onze openingsscène zien we een cockpit waarnaast een van de helden komt vliegen. Ze komt een beuk verkopen aan een piloot die een fles alcohol aan zijn lippen wil zetten. Dus ja, we gaan vliegen. Maar goed, de verbeelding blijft aan de macht; een deel van haar lichaam blijft uit het zicht. Een vlieginstallatie hebben we niet.’

Van de Witte vertelt dat hij de mogelijkheid wel heeft onderzocht, maar dat het aan het budget ontbreekt om het echt goed te doen. En dan nog, meent hij, je wint het nooit van film. Dat moet je ook niet willen. ‘Zelfs al zou het er fantastisch uit zien, dan gaan de mensen in de zaal toch zitten denken: hé, daar hangt een vent aan een touwtje, maar waar zit dat touwtje dan? Dat leidt alleen maar ontzettend af van het verhaal.’

Folmer Overdiep als Rewind Rover Beeld Sas Schilten

Kleine effecten met groot resultaat

Maar dat wil niet zeggen dat er niet het een en ander aan mogelijk is aan effecten. Ook met een laag budget. Zo maken ze bij Marvellous gebruik van pyrotechniek (gecontroleerd vuurwerk) voor diverse ontploffingen en vuur(bal)gevechten.

De acteurs van Gewoon held hebben lessen gehad van de Nederlandse Mitch Kuijpers, de huidige Europees kampioen Thaiboksen. Kuijpers, die ook ervaring heeft met Amerikaans showworstelen (denk: Hulk Hogan) heeft de acteurs technieken geleerd om zo spectaculair mogelijk op het dak te springen van de wolkenkrabber waarop ze hun hoofdkwartier hebben, en weer ervanaf.

Waar Monaster en Van de Witte het over eens zijn, is dat je in het theater de beste effecten creëert door simpelweg vernuftig om te gaan met licht en geluid. Een paar goed gemikte spotjes en wat vogelgeluiden kunnen heel goed de suggestie wekken dat iemand vliegt. Met de juiste kleurfilters op de lampen lijkt het net alsof de halve stad in brand staat. Als Rewind Rover in Gewoon held de tijd terugspoelt, dan gaan de spelers achteruit lopen; met het juiste geluidseffect erbij ziet dat er net zo spectaculair uit als in een film.

Bovendien gaat het bij superhelden niet alleen om de effecten, de outfits zijn minstens net zo belangrijk. En als theater ergens goed in is, dan is het kostumeren. Monasters helden zijn ‘helemaal afgestyled’. Er is een op maat gemaakte wetsuit voor Aquagirl en een nieuwe huid ‘met openliggende zenuwen’ voor de gedachten lezende Brainman.

Verkleedkistsuperheld Bruino in Bruno wordt een superheld draagt een simpele bruine cape, waarmee hij de superkracht ‘zelfvertrouwen’ krijgt. Daar doen de andere makers niet aan. Monaster: ‘Geen capes, en als je die animatiefilm The Incredibles hebt gezien, weet je ook waarom. Capes zijn gevaarlijk. Dat geldt ook voor ons. Wij hebben enorme ventilatoren op het podium staan. Voor je het weet heb je een versnipperde superheld.’

Kiki van Aubel als de superheld Aquagirl. Beeld Sas Schilten

Universeel

Je zou je ten slotte nog kunnen afvragen of superheldentheater vooral interessant is voor kinderen. We hebben het hier immers over twee jeugdvoorstellingen, de een geschikt vanaf 6 jaar, de andere vanaf 8. De musical Marvellous heeft geen adviesleeftijd meegekregen, maar lijkt voor iedereen die naar films als X-Men en Avengers: Infinty War mag, dus zeg vanaf 12 jaar.

Maar Van de Witte wil graag benadrukken dat superhelden voor iedereen interessant zijn. ‘Iedereen is toch op zoek naar zijn kracht? Dat is universeel, ook voor oudere mensen hoor. Iedereen heeft toch weleens die fantasie? Dat je in een telefooncel snel even verandert in een ander, en dan iemand ongenadig hard op zijn bek slaat. Dat kan in sommige situaties heel prettig zijn.’

Marvellous van Bos Theaterproducties, regie Peter van de Witte. Première: 19/1/19, Amsterdam; tournee t/m 3/5.

Bruno wordt een superheld (6+) naar Håkon Øvreås (bewerking: Simon van der Geest) van MaxTak, regie Hans Thissen. Te zien sinds 20/10, Tournee t/m 27/1/19.

Gewoon held (8+) van Het Laagland, regie Lennart Monaster. Première: 7/12, Sittard; tournee t/m 14/4/19.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.