analysefilmmoeders

De moderne filmmoeder hoeft geen heilige of heks meer te zijn

Eva Green (links) en Zélie Boulant in Proxima.

De ruimtefilm Proxima is geen uitzondering: in meer films weigeren moeders nog langer zich weg te cijferen. 

‘Wie zorgt er dan voor je dochter?’ Sarah, een Franse astronaut, is geselecteerd voor een ruimtemissie die een jaar zal duren. De vraag lijkt vanzelfsprekend: hoe gaat ze dat regelen met haar 8-jarige dochter Stella? Sarah worstelt er zelf ook mee. Bij haar Amerikaanse collega Mike, die ook een jaar weg zal zijn, informeert niemand naar de zorg voor zijn twee zoontjes.

In Proxima, een film over ruimtevaart én moederschap, onderzoekt de Franse regisseur Alice Winocour waar het hem nou in zit, die ingewikkelde combinatie van werk en ouderschap bij vrouwen. Is het vooral de maatschappij, die ambitieuze vrouwen een schuldgevoel aanpraat? Of zit het moederinstinct in de weg? Winocour (zelf moeder) stelt haar vragen subtiel, zonder harde uitspraken over sekseongelijkheid. Ze laat simpelweg heel secuur zien hoe Sarah (sterk gespeeld door Eva Green) zich op haar missie voorbereidt.

Zélie Boulant (links) en Eva Green in Proxima.Beeld Filmdepot

Sarah droomde er als kind al van om astronaut te worden. Was ze een jongen geweest, dan had het stichten van een gezin geen enkele belemmering gevormd. Dat weten we uit films. De mannelijke astronauten uit ruimtevaartfilms als The Right Stuff (1983), Apollo 13 (1995) of First Man (2018) hadden meestal wel kinderen, maar hoefden zich daar niet voor te verantwoorden. Hoe gevaarlijk de ruimtereizen ook waren, hun vaderschap stond nooit ter discussie.

In Proxima heeft Sarah geen twijfels over haar ambities, maar de prijs is hoog. Ze laat Stella achter bij haar ex-man om zich op haar loodzware ruimtetraining te storten in het Kazachse Bajkonoer. Daar kan haar dochter nog een paar keer op bezoek komen, voordat Sarah echt vertrekt. Pijnlijk zijn die bezoekjes, als het veel te langzaam lostrekken van een pleister. De liefde is voelbaar tussen Sarah en Stella, net als de angst voor het afscheid, de onuitgesproken verwijten en het schuldgevoel. Een moeder-kindrelatie werd zelden zo fijngevoelig en realistisch afgeschilderd als in Proxima.

Dat is bijzonder, want moederschap komt er in films vaak bekaaid af. Zodra ze kinderen hebben, verdwijnen vrouwelijke personages al snel naar de achtergrond. Veel variatie valt er in de filmgeschiedenis ook niet in de typering van moeders te ontdekken. Lange tijd waren er grofweg twee categorieën: de heilige moeder, die alles goed doet, en de verdorvene, die voor zichzelf kiest en haar kinderen afwijst.

In de verschillende studies die naar het moederschap in de film zijn verschenen (zoals de essaybundels Mediated Moms en Cinematernity), valt te lezen dat moeders vrijwel altijd werden afgezet tegen een onwrikbare culturele norm. Moeders moeten hun ambities in de ijskast zetten en volledige vervulling vinden in het moederschap. Doen ze dat niet, dan zijn ze niet alleen egoïstisch, maar ook verantwoordelijk voor de fouten van hun kinderen. Van vaders wordt – dat hoeft nauwelijks gezegd – niet hetzelfde verwacht.

Vandaar dat ontaarde moeders het goed doen in griezelfilms (denk aan Psycho, The People under the Stairs, Mother! of Hereditary), maar ook in serieus drama, waarin een overbezorgde of juist te nonchalante moeder vaak wordt opgevoerd als verklaring voor allerhande psychologisch onheil. Hoe die moeder zich voelt, doet minder ter zake. Ook het omgekeerde, de moeder als heilige, levert nauwelijks inzichten op over de vrouw in kwestie.

Uitzonderingen op de regel zijn er natuurlijk altijd geweest. Toch is het opvallend hoe een nieuwe generatie vrouwelijke filmmakers het moederschap eindelijk eens echt op de kaart zet. Het actuele aanbod in de bioscoop laat dat zien: niet alleen Proxima gaat erover, maar ook de Zweedse film Charter (geschreven en geregisseerd door Amanda Kernell) en het Duitse drama Das Vorspiel (geregisseerd door Ina Weisse, geschreven door Daphne Charizani). Een ander recent voorbeeld is Little Joe (geregisseerd door Jessica Hausner, die het scenario schreef met Géraldine Bajard), een sciencefiction-horrorsprookje dat bij nadere beschouwing vooral over modern moederschap gaat.

Want wat als je zielsveel van je kind houdt, een uitstekende moeder bent, maar je niet volledig kunt of wilt opofferen? In Little Joe houdt de gescheiden wetenschapper Alice, die genetisch gemanipuleerde planten ontwikkelt, net zoveel van haar werk als van haar puberzoon Joe. Dat leidt tot spanningen. Wanneer Joe laat weten dat hij misschien bij zijn vader wil wonen, is Alice gepikeerd en opgelucht tegelijk.

Emily Beecham in Little Joe.Beeld filmstill

Little Joe gaat over een nieuw ontwikkelde plant die geluk verspreidt, maar mensen tegelijk van hun empathie berooft – of misschien toch niet, want de film houdt alle opties open. De geluksplant verlost Alice van de twijfels over haar moederschap: zonder de sterke gevoelens voor haar zoon is het een stuk prettiger werken. Toch blijft het knagen. Dat Little Joe een griezelige film is, komt misschien wel net zozeer door de horrorelementen als door het maar al te realistische ongemak waarmee Alice haar zoon beschouwt. 

Hausner, die na de geboorte van haar zoon al snel weer aan het werk ging, heeft in interviews toegegeven dat haar toekomstverhaal gaat over hedendaagse maatschappelijke verwachtingen. ‘Hoe het elders is, weet ik niet, maar in de Duitstalige landen is het beeld van moederschap nog erg traditioneel. Moeders horen meer van hun kind te houden dan van wat dan ook. Bovendien mag iedereen over een moeder oordelen: is ze goed of slecht?’

Ane Dahl Torp in Charter (2020).

De hoofdpersoon in Charter, die ook al Alice heet, loopt tegen een soortgelijk vraagstuk aan als de moeder in Little Joe. Is het mogelijk voor jezelf te kiezen en toch een goede moeder te zijn? Nadat ze bij haar man en kinderen is weggegaan, dreigt Alice de voogdij over haar zoon en dochter te verliezen. ‘Je moet je eigen gevoelens opzij zetten als je kinderen hebt’, zegt een sociaal werker tegen haar. Net als Hausner verpakt Amanda Kernell haar verhaal als genrefilm, maar behalve een psychologische thriller is ook Charter een studie naar de onmogelijke eisen van het moederschap.

‘Moederschap en opoffering zijn sterk met elkaar verbonden’, zei Kernell in een interview met het onlineplatform Cinemafemme. ‘Soms zijn het de vaders die zich moeten opofferen, maar in Zweden is het meestal de moeder. Als een moeder de zorg over haar kinderen aan een ander afstaat, levert dat onmiddellijk een stigma op. Zoiets is onnatuurlijk. Dan moet er wel iets ernstig mis met haar zijn, is het idee.’

In Charter legt Kernell dat vooroordeel bloot bij de kijker, die al snel denkt dat Alice psychisch gestoord is - haar ex-man beschuldigt haar daar toch ook van? Hetzelfde geldt min of meer voor Das Vorspiel, waarin de ambities van viooldocent Anna botsen met haar rol als moeder en echtgenoot. In plaats van over haar zoon, die liever ijshockeyt dan viool speelt, ontfermt ze zich over een talentvolle leerling – met dramatische gevolgen.

Nina Hoss (links) en Ilja Monti in Das Vorspiel.

Als reflectie op moederschap is Das Vorspiel minder uitgesproken dan Proxima, Little Joe of Charter. Regisseur Ina Weisse laat je raden naar de beweegredenen van de kille, neurotische Anna. Spelen er wraakgevoelens, omdat haar puberzoon zich van haar losmaakt? Is ze zo labiel dat ze geen goede moeder kan zijn? Of verzet ze zich tegen een haar opgelegde rol?

Wat de vrouwen in deze films gemeen hebben, is hun weigering zich volledig weg te cijferen. Ze hebben andere plannen dan het moederschap alleen. De droom om astronaut te worden, is daarvan natuurlijk de ultieme illustratie. Het is ook een slim voorbeeld, dat ongelijke verwachtingen blootlegt. Zijn astronauten immers niet allemaal helden, van wie niemand hun ambities betwist? Waarom zou dat dan niet voor Sarah gelden?

Alice Winocour had nog een andere reden om van haar betoog over moederschap een ruimtefilm te maken. Het schuldgevoel dat veel werkende moeders overvalt, heeft te maken met fysieke verwijdering: alle tijd die je aan je werk besteedt, kun je niet doorbrengen met je kinderen. Hoe je je ook in bochten wringt, je offert altijd iets op. Niets kan de verwijdering tussen moeder en kind zo goed weergeven, dacht Winocour, als het vertrek van een raket van de aarde.

Proxima is een krachtige verbeelding van het conflict van het moederschap, waarbij Winocour zonder voorbehoud aan Sarah’s kant staat. Ook als je de aarde besluit te verlaten, maakt dat je nog geen waardeloze moeder. Sterker nog: de slotbeelden van Proxima bieden de hoop dat de tijdelijke scheiding voor dochter Stella prima uitpakt.

De nieuwe filmmoeder is geen heilige, geen heks, maar iets ertussenin, laten Winocour en haar collega’s zien. Misschien gaat de ene droom toch niet ten koste van de andere.

Frau im Mond

Vrouwen in de ruimte, ze zijn er in de ruimtevaartgeschiedenis vaak geweest, maar lieten zich zelden zien in realistische ruimtefilms. Een uitzondering is bijvoorbeeld Gravity (Alfonso Cuarón, 2013), waarin Sandra Bullock als astronaut door de ruimte zweeft. Vroegere voorbeelden zijn ook te vinden. Een van de eerste op wetenschap gebaseerde ruimtefilms is Frau Im Mond (uit 1929, toen nog volledige sciencefiction) van Fritz Lang, waarin een ruimteploeg naar de maan vertrekt. Aan boord is ook de mooie Friede, het middelpunt van een romantische concurrentiestrijd. Lang baseerde de film op een roman van zijn vrouw Thea von Harbou.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden