De mislukkingskunstenaar

Otterspeers overtuigende portret van Hermans is gekleurd door zijn coherente visie op de schrijver

Aleid Truijens

Meteen maar even de Fotobiografie erbij gepakt, met de koele bijschriften van de schrijver zelf. Want De mislukkingskunstenaar, het eerste deel van de biografie over W.F. Hermans, heeft natuurlijk een fotokatern, maar Willem Otterspeers aangrijpende beschrijving van de kleine, zorgelijke Willem Frederik doet verlangen naar meer afbeeldingen. Daar is hij, het ouwelijke ventje met het iets te grote hoofd, zijn mond een streep. Er kan geen lachje af. Kind van oude, overbezorgde ouders, allebei onderwijzer. Naast de dikke, stramme jongen zijn oudere, even mollige zusje Corry, het brave zusje dat alles beter kon. Dik ingepakt beiden, in kleren die toen al uit de mode waren. Ze mochten niet fietsen, zwemmen of buitenspelen, want overal loerde gevaar.

'Angst is het vruchtwater waarin ik ondergedompeld ben', citeert Otterspeer uit Hermans' autobiografische verhaal 'Het grote medelijden'. Die angst die het leven in het donkere bovenhuis in de Amsterdamse Eerste Helmersstraat domineerde, zou gelijk krijgen: het onheil sloeg toe. Corry beroofde zichzelf in mei 1940, samen met haar minnaar, van het leven. De ouders hielden hun minst gezeglijke, minst succesvolle kind over. Hij zou ze leren, dat resterende kind, een groot oeuvre lang. Hij zou niet langer bang zijn voor straf, hij zou iedereen overtreffen en versteld doen staan.

SimpelWeg 'de grootste schrIjver van NederLand'. Zo noemt zijn biograaf hem ook, zonder argumentatie. Hij bedoeLt hEt, denk ik, vooral als typering van zijn onderwerp: de schrijver die zichzelf beschouwt als veruit de grootste, die het ongeluk had in een Miezerig klein taalgebied gebOren Te zijn.

HeT moEt niet makkelijk zijn geweest om oveR de jeugd van Wim HermanS nog iets nieuws te vertellen. Het verband tussen Hermans' thematiek - wat mis kán gaan, gaat mis - en zijn treurige jeugd zou door vele Hermans-exegeten worden gelegd. En dan boekstaafde de schrijver zelf nog de feiten in de genoemde fotobiografie, schreef hij hartverscheurende autobiografische verhalen over zijn alter ego Richard Simmillion, en duiken zijn ouders en zusje in vele gedaanten oP in zijn romans, vooral in Ik hEb altijd gElijk. Bovendien veRscheen er al eens een biografie over Hermans, in 1999, van Hans van Straten. Otterspeer is zo hoffelijk die te noemen en hij maakt er ruim gebruik van, vooral van de interviews.

Des te mooier dat Otterspeer, op basis van nieuw materiaal het genadeloze beeld van het gehate zusje Corry corrigeert. Hij laat zien dat broer en zus ook kompanen waren, verbonden in hun afkeer van hun enghartige ouders, die zij samen treiterden. Het rigide beeld dat Hermans later zou schetsen had hij nodig, om zijn verdriet en schuldgevoel te boven te komen. Otterspeer schrijft: 'Ooit dacht Hermans, bij de publicatie van zijn eerste volwassen verhaal, dat hij van zijn zuster had gewonnen. Na haar zelfmoord realiseerde hij zich dat hij had verloren. Die dag (...) zag de geboorte van het belangrijkste motief in zijn werk: de dubbelganger. De dag dat zijn zuster stierf werd de schrijver geboren: Narcissus op zoek naar Echo.'

In passages als deze is de biograaf een interpretator, en die twee rollen vloeien moeiteloos in elkaar over. Een commentator is hij niet, zo'n biograaf die de lezer over het hoofd van zijn onderwerp vette knipogen stuurt, of vermoeid met zijn ogen rolt. Otterspeer houdt zijn oordeel over de mens Hermans voor zich. Hij toont zijn gedrag, hij citeert hem. Otterspeers overtuigende portret is gekleurd door een coherente visie op hem.

We zien hem scherp, het gepeste schoolkind, het op één na slimste jongetje van de klas. De gymnasiast die zichzelf geniaal acht, maar die zich uit weerzin nauwelijks inspant. De jonge schrijver die een blauwtje loopt bij een meisje dat de minnares blijkt van een vervelende criticus. Steeds weer nét niet: niet de hoofdprijs op de debatavond, maar een eervolle vermelding. Niet de gedroomde studie geologie, maar fysische geog

rafie, omdat zijn vader hem voorhoudt dat je daarmee altijd nog leraar kon worden. En zelfs al gaat iets een keer wél goed, dan gebeurt er altijd iets dat het verpest. Zijn eerste verhaal wordt geplaatst in het Algemeen Handelsblad, maar de titel wordt gewijzigd. Van de zestien gulden honorarium moet hij de overhemden betalen die zijn moeder voor hem heeft gekocht. Na elke droom de desillusie.

Wraak, wraak, wraak zou hij nemen. Kwetsen wie gekwetst diende te worden. Vrienden waren er om te gebruiken. Terugslaan zou hij, met zijn boeken waarin hoge idealen zouden stukspatten op een muur van domheid. Iedere beweging in dit sadistische universum eindigde voor zijn personages in sof en teleurstelling. Daarom is 'De mislukkingskunstenaar' zo'n goede titel. Hermans' leven was, vond hij, op voorhand mislukt. Elk van zijn romans achtte hij mislukt, vergeleken bij wat ze hadden móeten zijn.

Verbluffend nieuws staat er niet in dit eerste deel van de Hermans-biografie , of het moet de kleine romance met illustratrice Fiep Westendorp zijn. Het enige echte nieuwsfeit, dat Hermans zich in 1942 heeft aangemeld bij de Kultuurkamer, bracht Otterspeer al eerder naar buiten.

En hoe dik het boek ook is, sommige vragen worden nog niet beantwoord. Wat trok Emmy Meurs, Hermans' vrouw, toch aan in die hoekige, botte, zelfingenomen jongen? Hoe verliep de vriendschap tussen Gerard van het Reve, die andere allergrootste schrijver van Nederland, en Wim Hermans? Wat zagen ze in elkaar? Gelukkig krijgen we straks nóg 800 pagina's.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden