De misleiding van Hutu's en Tutsi's DE ROL VAN DE KATHOLIEKE KERK EN BELGIE IN RWANDA

DE SHOWBUSINESS is in de regel spijkerhard. Acteurs en popsterren die zich maatschappelijk geëngageerd noemen, komen vaak niet veel verder dan het zetten van een handtekening of het 'belangeloos' meewerken aan een show waarvan de opbrengst bestemd is voor 'het goede doel'....

Van heel ander kaliber lijkt de Vlaming Dirk Tuypens. Hij is wereldberoemd in België als steracteur in de populaire televisieserie Heterdaad. In de zomer van 1996 maakte hij, tussen de opnamen door, tijdens zijn vakantie een reportagereis door Rwanda. Hij bereidde zich voor op een boek over de volkerenmoord die in 1994 aan naar schatting driekwart miljoen Hutu's en Tutsi's het leven kostte.

Dat boek, Het goede bondgenootschap, ligt nu in de winkels en gaat over een in Nederland minder bekend aspect van die massamoorden; het aandeel daarin van de katholieke kerk. Tuypens doet de rol van de kerk, niet alleen in 1994 maar ook in de eeuw die daaraan voorafgaat, uitvoerig uit de doeken.

De titel refereert aan de samenwerking die de kerk in het begin van deze eeuw met de Europese kolonisatoren van donker Afrika aanging. Zoals de Duitsers, Britten en Fransen waren ook de Belgen in Afrika geïnteresseerd, omdat het continent grondstoffen kon leveren en tegelijkertijd afzetmarkt kon worden voor de Belgische export. De exploitatie van de koloniën zou een stuk gemakkelijker zijn, als de plaatselijke bevolking bereid zou zijn mee te werken.

De kerk kwam haar verplichtingen ten opzichte van de staat in Rwanda op voorbeeldige wijze na. 'Uw missies (. . .) vergemakkelijken grotelijks het werk van de regering. De invloed van uw missionarissen heeft een militaire operatie overbodig doen maken', schrijft dr. Kandt, de stichter van de hoofdstad Kigali, begin deze eeuw aan bisschop Jean Joseph Hirth, verantwoordelijk voor het gebied dat onder meer het huidige Rwanda omvat.

Tuypens beschrijft de traditionele Rwandese samenleving als een harmonieus stelsel van relaties tussen de drie bevolkingsgroepen: de Tutsi's die met 15 procent de minderheid vormden, de Hutu's die bijna 84 procent vertegenwoordigden, en de Twa. Daarbij gaat hij misschien hier en daar wat te veel uit van het achterhaalde ideaalbeeld van de 'edele wilde'.

Na de kolonisatie werd de onderwerping van de bevolking vergemakkelijkt door etnische scheidslijnen te introduceren, die volgens Tuypens van nature niet bestonden. De Tutsi's werden de geboren heersers, de Hutu's de domme boeren, en de Twa een quantité négligable, zowel qua omvang als qua economisch en politiek belang. Die karakterisering werd onderbouwd met allerlei destijds populaire pseudo-antropologische praktijken als metingen van schedels en geslachtsorganen. Een kleine minderheid van de Tutsi's werd ingezet in het bestuursapparaat.

De golf van onafhankelijkheidsdenken, die in de jaren vijftig over Afrika spoelde, liet echter ook deze kleine minderheid niet onberoerd. Zij begonnen aspiraties en ambities te koesteren die de Belgen én de kerk bijzonder slecht uitkwamen.

'Plots ontdekken kerk en staat nu het 'onderdrukte Hutu-volk'. En de missionaire opdracht indachtig wordt onder de vleugels van de kerk een nobele strijd voor de 'ontvoogding' van de arme boerenbevolking gelanceerd.' De etnische mythe wordt aangepast om deze operatie te verantwoorden. Plotseling zijn de Hutu's niet meer de lompe en domme boeren, maar arme en onderdrukte mensen, die nooit de kans hebben gekregen zich te ontplooien onder het juk van de achterbakse bedriegers en roofzuchtige krijgers die Tutsi's zijn.

De onafhankelijkheid is niet tegen te houden. Alleen zijn het niet de Tutsi's die het zelfstandig Rwanda vorm moeten geven, maar de Hutu's. Door tijdig het roer om te gooien hebben kerk en staat zich verzekerd van voortdurende invloed in Rwanda.

De twee Hutu-presidenten die Rwanda van 1962 tot 1994 regeerden, toonden zich voorbeeldige katholieke staatsmannen. Zij steunden de kerk waar zij konden, en toonden zich bovendien uitstekende behartigers van Belgische politieke en economische belangen. In eigen land slaagden zij erin de volgens Tuypens vermeende etnische tegenstelling tussen Tutsi's en Hutu's tot politiek principe te verheffen. Duizenden Tutsi's werden het land uitgedreven. Leven in Rwanda zelf werd hen praktisch onmogelijk gemaakt.

Die politiek duurde 32 jaar en werd onder de laatste president, Habyarimana, nog verhevigd. De directe aanleiding tot de genocide, die vier jaar geleden plaatsvond, was de aanslag op het vliegtuig waarin Habyarimana reisde. Extremistische Hutu's legden de verantwoordelijkheid voor de aanslag bij de Tutsi-rebellen, die de laatste jaren steeds meer van zich hadden laten horen vanaf hun bases in buurland Uganda. De aanslag vormde het startschot voor de massamoorden, waarvan niet alleen Tutsi's, maar ook gematigde Hutu's het slachtoffer werden.

Ronduit huiveringwekkend is het hoofdstuk waarin Tuypens beschrijft hoe priesters en nonnen rechtstreeks verantwoordelijkheid droegen voor sommige moorden. Zo is daar pater Wenceslas Munyeshyaka, priester in de parochie van de Heilige Familie in Kigali. Hij nam actief deel aan de moordpartijen op vluchtelingen die in zijn kerk asiel hadden gezocht. Zelf ging hij gekleed in kogelvrij vest. Hij verantwoordde het bezit van een pistool later door te verwijzen naar zijn recht op zelfbescherming. Mooie meisjes konden aan de dood ontsnappen door pater Wenceslas seksuele gunsten te verlenen.

Er is ook het verhaal over het klooster in Butare, waar de nonnen Gertrude en Marie-Kizito niet alleen de poorten gesloten hielden voor de vluchtelingen, maar hen zelfs in de handen dreven van de extremistische Hutu-milities.

Maar het schokkendst aan Tuypens verhaal is niet het gedrag van deze geestelijken. Excessen kwamen overal voor, en tegenover hen staan evenzovele priesters en nonnen die hun leven hebben gewaagd om onschuldigen te redden. Het schokkendst is de bescherming die pater Wenceslas en de zusters Gertrude en Marie-Kizito nu nog genieten van de kerk. Pater Wenceslas is zielenherder in een parochie in de Ardèche, in Frankrijk. De twee nonnen verblijven in Belgische kloosters en worden van de buitenwereld afgeschermd.

Hun geestelijke leiders willen niet dat zij beoordeeld worden door een wereldlijke rechter. Zij verwijzen naar de Hemelse Rechtbank, waar zij zich later dienen te verantwoorden. De kerk heeft druk uitgeoefend op getuigen om hun mond te houden.

Het is volgens Tuypens niet alleen schaamte over de eigen rol en de neiging om die verborgen te houden die de katholieke kerk tot deze bescherming heeft gebracht. Er is ook nog zoiets gevoeligs als de politiek. Het regime dat ruim dertig jaar lang op de materiële en geestelijke steun van de kerk en in België zeker ook van de christen-democratische politiek mocht rekenen, heeft genocide gepleegd.

Dat valt niet goed te praten, maar toch doen kerk en christen-democratie pogingen daartoe. Zij dragen op grote schaal verzachtende omstandigheden aan. Tuypens zet hun argumenten op een rijtje: ook de Tutsi's hebben zich schuldig gemaakt aan wandaden, er zijn ook Hutu's slachtoffers geworden, en de berichten over een genocide waren eigenlijk zwaar overdreven.

Van subtielere aard is een verdedigingslinie die onder andere door de paus zelf is opgeworpen. Die verklaarde in september 1995 in Nairobi: 'Vandaag denken wij bedroefd en bezorgd aan het verschrikkelijke etnisch conflict dat nog steeds latent is na zoveel onschuldige slachtoffers te hebben verzwolgen.' De nieuwe Rwandese regering, voornamelijk bestaand uit Tutsi's, reageerde woedend. Terecht, vindt Tuypens, want geen zinnig mens haalt het in zijn hoofd om de massamoord van de nazi's op de joden een etnisch conflict te noemen. En de slachtpartijen van de Hutu's op de Tutsi's zijn niet zó anders van aard.

In België en Frankrijk begint langzamerhand een publiek debat op gang te komen over de verantwoordelijkheid van de politici in het Rwanda-debâcle. In België heeft een parlementaire enquête plaatsgevonden, en de Fransen zullen er spoedig mee beginnen. Nog steeds is de houding van bijvoorbeeld de christen-democratische CVP in België uitermate dubbelzinnig ten opzichte van de nieuwe machthebbers. Maar er is in ieder geval openbare discussie. De kerk doet er niet aan mee. Die is er alles aan gelegen om haar betrokkenheid in de doofpot te stoppen.

Geert-Jan Bogaerts

Dirk Tuypens: Het goede bondgenootschap - Kerk en Rwanda.

EPO; 296 pagina's; * 38,-.

ISBN 90 6445 029 3.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden