De misdaad die nog steeds loont

De Grote Treinroof van augustus 1963 was een affaire van de Londense onderwereld. Het werd meer: een schelmenroman van de eerste orde....

HET was wereldnieuws. Er kwam zelfs een ingezonden brief van de fameuze auteur Graham Greene naar The Daily Telegraph: 'Hoor ik tot een minderheid wanneer ik geschokt ben door de wreedheid van deze vonnissen - dertig jaar gevangenisstraf voor een geslaagde diefstal tegen maximaal twaalf jaar voor het onteren en vermoorden van een kind?'

In de prille ochtend van 8 augustus 1963 overviel een Londense onderwereldbende even ten noorden van de hoofdstad met militaire precisie een posttrein en koppelde de locomotief plus de twee voorste wagons los. In de achterste deden tientallen postbeambten nietsvermoedend hun sorteerwerk en dachten dat er een sein op onveilig stond. De ingekorte trein stopte enkele kilometers verderop op een viaduct en een tientallen postzakken werd in een gereedstaande vrachtwagen gegooid.

De bende wist door een tip exact wat er in die postzakken zat: 2,6 miljoen pond aan bankbiljetten, op weg naar de vernietigingsoven van de Bank of England. Omgerekend naar huidige valuta: zo'n negentig miljoen gulden.

Het was toen de grootste roof aller tijden, weliswaar niet te vergelijken met de diefstal bij Cartier nu, maar het maakte een verpletterende indruk. Een trein overvallen hoorde tot de romantiek van de Amerikaanse Wild West. De eerste treinroof ooit werd daar uitgevoerd door de Reno-bende in de buurt van Seymour in Indiana op 6 oktober 1866. Een paar dagen later werd de voltallige roversgroep opgeknoopt na een ferm staaltje snelrecht.

Maar dat was het onbeschaafde Amerika. Daar vielen doden. Dít ging om het nette, geciviliseerde Engeland. En hier was slechts, duidelijk per ongeluk, één persoon gewond geraakt. In de pubs knisperde het van bewonderende jaloezie en sliepuit voor die domme posterijen die onbewaakte miljoenen vervoerde. Er was niemand benadeeld, het geld was immers onderweg ter vernietiging?

Toch gaf rechter Davies geen krimp bij de explicatie van zijn topzware vonnissen: 'Alle romantische ideeën over deze treinroof moeten we maar eens voorgoed uit ons hoofd zetten. Het was niets anders dan een gemene misdaad, uit mateloze geldzucht begaan. Ik heb dit vonnis geveld om voor altijd duidelijke te maken dat misdaad niet loont'. De vonnissen konden zo hoog uitvallen omdat de rovers waren beschuldigd van samenzwering, en wel tegen Harer Majesteits Royal Mail.

Toch zou het nog lang smullen blijven voor de Britten. Want een aantal bendeleden bleef jaren op de loop. Sommigen ontsnapten uit de gevangenis en werden weer gepakt. Nog spannender was het omdat het allergrootste deel van de poet nooit werd teruggevonden. En na ruim dertig jaar weet men in het East End, aloude zetel van de Londense onderwereld, nog steeds te vertellen dat vier bendeleden nooit gepakt zijn. Iedereen vermoedt wie ze zijn, maar te bewijzen viel er nooit iets.

Heel Engeland kent nog steeds de namen van de minder gelukkigen. Bruce Reynolds was het brein achter de operatie. In de oorlog had hij voor de Britse geheime dienst gewerkt en in Vichy-Frankrijk ervaring opgedaan met het overvallen van treinen. Hij werd pas na drie jaar gearresteerd in de badplaats Torquay waar hij een rustig leven leel te leiden.

Charlie Wilson, de 'stille man', die tijdens zijn hele rechtszaak welgeteld zes woorden losliet, ontsnapte uit de gevangenis maar werd in Canada getraceerd. Hij zat de rest van zijn straf uit, ging in de drugshandel en werd enkele jaren geleden in het Spaanse Marbella doodgeschoten. Deze gangland murder is nooit opgelost.

Dan had je Ronald 'Buster' Edwards, die zich ook lang in het buitenland aan de arm van het gerecht wist te onttrekken, maar zich, door heimwee verteerd, aangaf. Over hem werd eind jaren tachtig een film gemaakt met popster Phil Collins in de hoofdrol. Buster werd na het uitzitten van zijn straf een bezienswaardigheid in zijn bloemenstal bij Waterloo Station. Op een ochtend in 1990 goot hij zich vol met wodka, vroeg een bekende of die even op de planten wilden passen en hing zich op in zijn garage. Grote, liefkozende stukken in de kranten; het had iets van nationale rouw. Phil Collins, die dikke maatjes met zijn hoofdrol was geworden, leek ontroostbaar.

En daar was Roy James, autocoureur en zilversmid, bijgenaamd 'De Wezel' om zijn spitsmuizige uiterlijk. Toen James veroordeeld werd, bood hij in autosportbladen zijn splinternieuwe Brabham-racer te koop aan met als volkomen correcte reden dat de wagen hopeloos verouderd zou zijn tegen de tijd dat hij er weer in zou kunnen rijden. In de gevangenis maakte hij een wisselbeker die nog jaren lang heel officieel aan de strijdlustigste Britse coureur werd uitgereikt.

Maar de man die de Grote Treinroof tot eeuwigschuimende soap zou maken, heette Arthur Ronald Biggs. Eigenlijk had deze kruimeldief, die in zijn jonge leven al acht jaar had opgeknapt, alleen maar mee mogen doen aan de treinroof omdat hij een familielid aanleverde die beweerde een trein te kunnen besturen. Maar deze man bleek uiteindelijk nutteloos omdat hij de trein niet van de rem kon krijgen. De eigenlijke machinist moest het doen. Dezewas, als enige tijdens de hele operatie, gewond door een ongelukkige klap op zijn hoofd.

'Ronnie' Biggs kreeg ook dertig jaar, maar na veertien maanden ontsnapte hij uit de gevangenis van Wandsworth. Het was een doodeenvoudige uitbraak. Hij klom met behulp van een touwladder over de muur en liet zich vallen op het dak van een wachtende bestelauto. Met een vals paspoort kwam hij in Parijs aan, bezocht daar een plastisch chirurg die voor veel geld zijn gezicht verbouwde (waardoor Biggs zich tegenwoordig ook achter zijn oren moet scheren) en vertrok naar Australië. Zijn vrouw Charmian en drie zoons reisden hem na. Het gezin leefde daar ongestoord tot 1970 tot een buurman hem toch van een oude foto herkende. Biggs vluchtte zonder zijn gezin naar Brazilië. Hij dacht: wanneer daar zoveel nazi's probleemloos kunnen leven, moet ik dat ook kunnen.

Dat leek lange tijd het geval. Charmian bezwoer hem zelfs daar te blijven toen zoon Nick in 1971 in Australië omkwam bij een auto-ongeluk. Biggs later: 'Dat was een harde klap. Ik stond op het punt om me aan te geven, maar ik heb eerst een paar flinke bellen cognac gedronken. Toen besloot ik dat my kid absoluut niet zou willen dat ik me aangaf.'

De zaak van 'Michael Haynes' (Biggs' alias) was inmiddels in handen gelegd van een rechercheur die de (echte) naam Jack Slipper droeg. Op Oudejaarsdag 1974 werd Biggs er in geluisd. Terwijl hij op een hotelkamer in Rio met een verslaggever van de Daily Express zat te praten, stoof ineens Slipper binnen die hem arresteerde. Maar de Britse rechercheur had een fatale fout gemaakt. Hij had thuis verzuimd na te kijken of er wel een uitleveringsverdrag met Brazilië bestond. Maar werkelijk gered werd Biggs door zijn nieuwe Braziliaanse vriendin. Zij legde een doktersattest over waaruit bleek dat ze zwanger was. Het jongetje werd zes maanden later geboren. De Braziliaanse wet verbiedt de deportatie van een ouder van een minderjarig kind. Biggs kreeg dus achttien jaar respijt.

De Braziliaanse autoriteiten gaven Biggs, die nu zijn oude identiteit weer kon aannemen, weliswaar de vrijheid maar er waren enkele lastige restricties: hij kreeg geen werkvergunning, moest zich twee keer per week melden, een avondklok in acht nemen, mocht Rio niet uit en zou niet mogen trouwen.

Maar Biggs wás nu iemand. Hij maakte van zichzelf een eenmansbedrijfje, verkocht zijn memoires, liet zich tegen betaling interviewen, speelde gids voor dollars slingerende Japanners en maakte zelfs een plaat met de Sex Pistols, getiteld 'No One Is Innocent'.

In 1981, toen zijn populariteit wat begon te tanen, kwam het lot Biggs opnieuw te hulp. Hij werd uit een restaurant in Rio gekidnapt en overgebracht naar Barbados. Maar daar bleek niet de correcte uitleveringsprocedure te zijn gevolgd en Biggs mocht terug. Temidden van duizenden juichende carioca's kuste hij bij terugkomst Braziliaanse bodem. De ontvoerders waren waarschijnlijk ordinaire prijsjagers - er stond nog altijd een fikse beloning op zijn hoofd - maar Biggs zelf blijft er heilig van overtuigd dat het Britse politiemannen waren.

Zoontje Michael - moeder Raimunda was inmiddels als strip tease-danseres naar Europa vertrokken - werd Biggs' oogappel. Hij werd popmuzikant en toen hij in 1988 genoeg van de muziek had, was er genoeg om voor zichzelf en zijn vader een smakelijk huis annex zwembad te kopen.

Onlangs besloot het Braziliaanse hof dat Biggs ook onder het nieuwe uitleveringsverdrag niet naar Engeland terug hoeft. Volgens de Braziliaanse wet is een misdaad na twintig jaar verjaard.

Jack Slipper, inmiddels gepensioneerd, sprak wellicht de meest wijze woorden: 'Zolang hij z'n neus daarginds schoon houdt, zie ik geen enkel nut om hem terug te brengen naar een overbevolkte gevangenis. Hij is nu over de 65, meer dan 32 jaar op de loop geweest en is daardoor zijn vrouw en kinderen kwijtgeraakt. En wij zouden hem óók nog een pensioen moeten betalen...' Het is geen geheim dat Biggs voortdurend heimwee heeft. Hij zou dolgraag weer met oude East Enders een pint kunnen drinken in een echte pub.

Maar Biggs ontdekt in Rio steeds weer nieuwe bronnen van inkomsten. Via Internet (http://www.bscene.com.au/biggs) biedt hij nu oude, originele biljetten van één pond aan, door hem persoonlijk getekend. Je krijgt er een kleurenfoto van de Grote Treinrover bij cadeau. 'Eén van deze gesigneerde ponden bracht onlangs 950 dollar op een veiling op', zo wordt de aanstaande koper lekker gemaakt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden