ReportageLeven van Leer

De middeleeuwse schoenen in het Dordrechts Museum zijn stokoud maar nog puntgaaf

Middeleeuwers liepen op verrassend knap schoeisel, blijkt uit de tentoonstelling Leven van leer in het Dordrechts Museum.

Middeleeuwse schoenen uit het Dordrechts Museum met tweede van links hedendaags op Middeleeuwse motieven geïnspireerd ontwerp van kunstenaar Pieter Zandvliet. Uiterst rechts houten trippen met leren wreefband.Beeld Jorgen Snoep

Je moet geen oude schoenen weggooien voor je nieuwe hebt, luidt het wijze spreekwoord, en dat zouden ze bij het Dordrechts Museum ook niet eens dúrven. De schoenen die nu in het museum te zien zijn, zijn stokoud. Middeleeuws oud, maar in veel gevallen puntgaaf. Stuk voor stuk opgegraven in Dordrecht, dat in de Middeleeuwen een bloeiende handelsstad was. Met een vochtige bodem waarin onder een metersdik pakket afval, klei en mest historische voorwerpen eeuwenlang luchtdicht bewaard bleven. Vandaar, zo vertelt conservator archeologie Deborah Paalman, dat er vorige eeuw bij opgravingen voor stadsvernieuwingsprojecten het een na het andere stuk leer tevoorschijn kwam. De absolute jackpot voor de leervondsten werd in de late jaren negentig opgegraven op het Dordtse Statenplein, waar eind 14de eeuw een leerbewerker woonde en werkte. Wat hij achterliet aan objecten en gereedschap is ongekend uitgebreid en uniek, zo vertelt Paalman. 

Gerestaureerde middeleeuwse schoen uit het Dordrechts Museum.Beeld Jorgen Snoep

Maar goed: een berg losse leren lapjes vertelt nog geen verhaal. Vandaar dat aan het eind van de vorige eeuw dé leerdeskundige van de toenmalige Rijksdienst voor het Oudheidkundig Bodemonderzoek, Olaf Goubitz, werd ingeschakeld. Hij restaureerde de schoenen door de delen met nieuw garen in de oorspronkelijke stikgaatjes weer aan elkaar te zetten. Goubitz stierf in 2007, vandaar dat Paalman voor deze tentoonstelling Goubitz’ leerling, de Zwitserse Marquita Volken, vroeg om nog eens twintig kostbare schoenen te restaureren en draperen op voetmodellen van foam. Het resultaat: een hele zaal vol met schoenen (en tassen, foedralen en scheden), die zijn uitgestald alsof het museum een luxe lederwarenwinkel is, compleet met vitrines, planken en schoenendozen met foto’s van de modellen erop – grapje van de tentoonstellingmakers. 

Gerestaureerde middeleeuwse schoen uit het Dordrechts Museum.Beeld Jorgen Snoep
Gerestaureerde middeleeuwse schoen uit het Dordrechts Museum.Beeld Jorgen Snoep

Wat meteen opvalt: de schoenen zijn verrassend modern. Er zijn knappe feestschoenen waarvan het bovendeel van kant lijkt, of van vlechtwerk, terwijl het opengesneden leer is. Er zijn geborduurde en beschilderde stappers. Een aantal halfhoge veterlaarzen zou nu zo weer gedragen kunnen worden en sommige schoenen hebben puntneuzen die net zo lang zijn als die van hippe Balenciaga-pumps. De extreemste vorm van puntschoenen werden poulaines genoemd, die vooral aan het eind van de Middeleeuwen razend populair waren en met name door edelen werden gedragen. Hoe het precies zit met die puntneuzen kan Paalman als archeoloog niet zeggen, bovendien staan in Dordrecht geen echte poulaines, alleen afgeleiden daarvan. Curator Inge Specht van het (thans wegens verbouwing gesloten) Schoenenmuseum in Waalwijk legt uit, aan de telefoon. ‘Dat puntneuzen zo gewild waren had alles met de status van de drager te maken: leer was duur, en ongemakkelijk schoeisel alleen weggelegd voor wie niet hoefde te werken. Hoe langer de punt, gevuld met wol of hooi, hoe hoger je plek in de rangorde. Ze werden zo populair dat ook het plebs puntschoenen liet maken. Tot daar door weeldewetten, die bepaalden dat alleen edelen op echte poulaines mochten lopen, een stokje voor werd gestoken.’

Gerestaureerde middeleeuwse schoen uit het Dordrechts Museum.Beeld Jorgen Snoep

Andere opvallende objecten zijn de trippen: verhoogde houten kleppers met leren wreefbanden die buiten onder de leren schoenen werden gedragen, opdat ze niet vies werden of te snel versleten. Die wreefbanden werden versierd met borduursels en glimmende gespen. Ook binnen werden er een soort trippen gedragen, maar dan in een luxe variant, met fraai bewerkte leren banden en leren zolen. Een populair bruidsgeschenk, vertelt Paalman, een soort liefdespantoffels. Vandaar waarschijnlijk dat in de Dordtse collectie wreefbanden te zien zijn met verfijnde taferelen uit het liefdesverhaal van Tristan en Isolde erin gestempeld. 

Portret van Giovanni Arnolfini en zijn vrouw, geschilderd door Jan van Eyck in 1434. Links op de voorgrond een paar houten trippen voor buiten. Tussen de echtelieden in, op de grond vóór de rode sprei, staan twee rode leren liefdestrippen.Beeld Getty

Wie goed kijkt naar de daagse schoenen ziet dat het in veel gevallen combinaties zijn van lapjes. ‘Bijna alles van de dierenhuiden werd gebruikt’, zegt Paalman. ‘Er is zelfs een speelgoedmasker gevonden waar nog uiers aan zaten.’  Als schoenen stuk waren, werden ze weer opgelapt. Dat deed de schoenlapper, de schoenmaker was er alleen om schoenen te maken. Die waren duur en sleten snel: middeleeuwers hadden meerdere keren per jaar nieuwe schoenen nodig. Daarbij was er ook een levendige handel in tweedehandsschoeisel van mensen die van hun werkgever nieuwe schoenen kregen voor de oude versleten waren. Echt arme mensen droegen ook derdehands schoenen, want barrevoets lopen was sociaal volstrekt onacceptabel. Zoals een ander spreekwoord al zei: wie de schoen past, trekke hem aan.

Leven van leer, t/m 24 januari 2021, Dordrechts Museum.

Lang leve duurzaam

Wie toch al in het fraaie Dordrechts Museum is, moet beslist ook de verlengde tentoonstelling Slow Fashion gaan zien. Daar en in het verrukkelijke Huis van Gijn zijn deftige jurken en pakken te zien uit de periode 1770-1920, in combinatie met foto’s en schilderijen waar de kleding ook op voorkomt. Mooi detail: er wordt uitvoerig uitgelegd hoe de jurken – heel duurzaam! – werden versteld en vermaakt om met de mode mee te gaan.

De voorstelling Slow Fashion in het Dordrechts Museum.Beeld Bram Vreugdenhil
Gerestaureerde middeleeuwse schoen uit het Dordrechts Museum.Beeld Jorgen Snoep
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden