Beschouwing Michel van Egmond

De methode-Van Egmond: werkwijze van de succesvolste sportschrijver ontleed

Foto Tzenko

Michel van Egmond, auteur van de bestsellers Kieft, Gijp en Deal, is met afstand de succesvolste sportschrijver van het moment. Wat is zijn geheim? Vier kenners van zijn werk ontleden de methode-Van Egmond.

-Gecondoleerd met je moeder, René.

‘Dankjewel, ouwe reus.’

-Hoe is het met je?

‘Goed. Het is beter zo.’

-Ja.

‘En jij?’

-Ook goed. Het boek is klaar.

‘Nee!’

-Jawel.

‘En? Is het leuk geworden?’

-Geen idee. Ik heb wel mijn best gedaan.

Michel van Egmond in gesprek met René van der Gijp, in zijn boek De wereld volgens Gijp.

Michel van Egmond (50) is bestsellerauteur. Dat woord vindt hij vooral grappig. Van Gijp, het boek uit 2012 over oud-voetballer René van der Gijp waarmee hij doorbrak bij het grote publiek, werden meer dan 350 duizend exemplaren verkocht, van het vervolg De wereld volgens Gijp nog eens 150 duizend.

Van Egmond: ‘Waanzin.’

De afgelopen zes jaar heeft de voormalige journalist ongeveer een miljoen boeken verkocht. Als de succesvolste Nederlandse sportschrijver van de 21ste eeuw heeft hij Mart Smeets in het zicht. Redder van de boekenbranche, werd hij drie jaar geleden door de Volkskrant al genoemd.

Van Egmond is productief. In november vorig jaar verscheen Deal, een boek over voetbalagent Rob Jansen. In juni publiceerde hij Inside, na Topshow het tweede boek van hem en Jan Hillenius over het tv-programma Voetbal Inside met Wilfred Genee, Johan Derksen en René van der Gijp. Door de verhuizing van het programma van RTL naar Talpa was plotseling haast geboden.

Eerder was hij begonnen aan een vervolg op Kieft, het boek over Wim Kieft dat hij als zijn beste werk beschouwt. Het tweede deel komt waarschijnlijk in november uit. Samen reisden ze naar Pisa, de stad waar Kieft in de jaren tachtig als voetballer actief was – en zeer ongelukkig was. ‘We hadden allebei het gevoel dat er nog heel veel te vertellen was.’

Een vervolg op Gijp verscheen al eerder. De wereld volgens Gijp beschrijft de periode na het overlijden van de partner van de oud-voetballer, de moeder van zijn zoon.

Van Egmond kent het verwijt. ‘Makkelijk scoren, zo’n tweede deel, denken sommige mensen. Maar het is juist moeilijk. Het tweede boek moet beter zijn dan het eerste. Je neemt een groot risico: het risico van een mislukking.’

Drie keer won hij de NS Publieksprijs. Vermoedelijk is hij ook de populairste vakantieboekenschrijver van Nederland onder mannen – óók mannen die zelden boeken lezen. In tienduizenden koffers zit deze weken een van de sportboeken van Van Egmond.

De vraag is waarom. En wat is precies de methode-Van Egmond?

Van Egmond: ‘Als ik in één woord zou moeten omschrijven wat ik doe, is het rondhangen. The fine art of hanging around.’

Er is veel meer, zeggen vier kenners van het werk en de werkwijze van de Haagse kapperszoon. Zijn bijna onwaarschijnlijke succes wordt bepaald door talloze factoren, analyseren Marieke Derksen (uitgever Voetbal Inside), Rob Jansen (voetbalagent, hoofdpersoon in Deal), Oscar van Gelderen (uitgever Lebowski, vriend), Jan Hillenius (eindredacteur van Voetbal Inside en mede-auteur van twee boeken over het tv-programma).

Van Egmond: ‘Wat het succes van mijn boeken bepaalt, weet ik niet. Maar ik weet inmiddels wel precies wat ik moet doen.’

Foto Tzenko

De humor  ‘Bij Michel zit de grap vaak in zijn observaties, in kleine dingen’ (Marieke Derksen)

Twee voorbeelden. In Deal schrijft Van Egmond over de auto van Rob Jansen, ‘een Bentley zo groot als een vliegdekschip’. Al na vier maanden ruilt Jansen de peperdure auto – een Bentley kost al gauw een paar ton  weer in. ‘Hij beviel niet’, zegt Jansen. ‘Dat was typisch weer zo’n impulsaankoop.’ Impulsaankoop: Van Egmond hoort het Jansen zeggen, noteert het in gedachten en maakt een karakteristiek punt.

In Topshow staat zenderdirecteur Marco Louwerens van RTL 7 na een lange werkdag op het punt in een vliegtuig te stappen, als hij wordt gebeld door Wilfred Genee. De presentator van Voetbal Inside is des duivels. Hij beklaagt zich erover dat voor de derde maal in een week dezelfde maaltijd wordt geserveerd. ‘Maar ik lust helemaal geen bami. Dat heb ik ook doorgegeven aan de productie. Twee keer al.’

Derksen: ‘Het gaat niet om de klassieke voetbalhumor, die is vaak helemaal niet grappig, zeker op papier niet.’

Jansen: ‘Wij hebben dezelfde humor. Die is Haags. Relativerend, met zelfspot en hier en daar een traan. Maar ook met een ondertoon van: mensen, maak je toch met z’n allen niet zo druk.’

Hillenius: ‘Michel en ik lachen om dezelfde dingen. Beetje blufferig, beetje rauw, beetje Van Kooten en De Bie en Jacobse en Van Es. En met héél veel zelfspot.’

Van Gelderen: ‘Het is vaak grappig, maar hij hangt niet de komiek uit. Hij ís leuk.’

Van Egmond: ‘Ik wil de lezer vermaken. Ik heb geen ander doel. Ik wil dat de lezer de bladzijden omslaat, in plaats van het boek weg te leggen. Dan helpt het als er af en toe iets te lachen valt. Recensenten benadrukken vaak de openhartigheid van de hoofdpersonen. Gewone lezers zeggen dat ze het echt een leuk boek vonden en zich helemaal gek hebben gelachen. Ze zeggen trouwens ook altijd dat ze het zó uit hadden.’

De hoofdpersonen  ‘Hij wil dat iemand in volle glorie zijn verhaal vertelt’ (Oscar van Gelderen)

Van Egmond: ‘De hoofdpersoon moet iemand zijn om wie ik kan lachen en die me kan verbazen. Kieft, Van der Gijp, Derksen, zo zijn ze allemaal wel. Het zijn characters, rare gasten met wie ik graag omga. Ik heb me altijd aangetrokken gevoeld tot excentrieke figuren. Ik vraag veel van ze. Ik ben geen ghostwriter. We delen de opbrengsten fiftyfifty, maar het is mijn boek en hun eigenaardigheden komen er ook in.’

Jansen: ‘Ik heb héél weinig uit het boek gehaald. Dat kan als een compliment voor Michel worden beschouwd. En ik wist dat het boek niet leesbaar en niet leuk zou worden als ik er te veel uit zou halen. Hij was er continu bij en hoorde en zag alles, in vliegtuigen, in hotels en tijdens zakelijke besprekingen. Soms zei ik meteen dat hij iets echt niet mocht opschrijven. Dat respecteerde hij.’

Van Egmond: ‘Deal is niet zonder slag of stoot tot stand gekomen. Toch denk ik er met veel plezier aan terug. Ik kan geen boek over iemand schrijven die ik een lul vind. De hoofdpersoon moet me oprecht interesseren en ik moet er zin in hebben.’

Derksen: ‘Het klinkt wat truttig, maar in zijn boeken zit veel liefde. Hij toont echt interesse in het onderwerp. En die kun je niet veinzen. Die liefde mis ik in veel andere sportboeken.’

Van Egmond: ‘Het is voor 90 procent aan de hoofdpersonen te danken dat alles bij elkaar een miljoen boeken zijn verkocht. Dat ik het leuk kan opschrijven, op een manier die aanslaat bij een groot publiek, is ook een factor, maar niet dé factor.

‘Ik ben me steeds meer gaan realiseren dat ik veel aan ze te danken heb. Ze hebben me de vrijheid gegeven om in hun leven te stappen. Dat is bijzonder. Hoe vaak maak je nou mee dat iemand je zijn dagboeken geeft, zoals Wim Kieft deed? Hoe is het mogelijk, dacht ik later in de auto. Toen ik 12 was, vroeg ik een handtekening aan Wim Kieft en nu liggen zijn dagboeken in een plastic zak naast me.’

Foto Tzenko

De details  ‘Hij is een meester in het observeren’ (Jan Hillenius)

Uit De wereld volgens Gijp: ‘Even later voert hij anderhalf ons dungesneden rosbief aan Ivy en Romy, de twee honden, smeert een berg kadetjes, ruimt de koelkast met militaire precisie in, maakt de keuken weer snel brandschoon en gaat dan aan tafel zitten, waar hij de hele tijd kruimeltjes wegveegt die er helemaal niet liggen.’

Derksen: ‘Hij is opmerkzaam en ziet wat grappig is. Die opmerking over de impulsaankoop van Jansen is veelzeggend. Het valt hem op en hij schrijft het op. Hij heeft daar een instinct voor, een fijngevoeligheid die veel andere schrijvers van sportboeken missen.’

Van Gelderen: ‘Hij registreert. Hij laat de mensen lullen en noteert het en kijkt intussen goed om zich heen. En dan ziet hij dingen die anderen niet zien.’

Hillenius: ‘Toen Voetbal International op tv kwam, in 2008, zijn we gaan samenwerken. Hij was de eindredacteur namens VI, ik namens de producent. We hadden al snel door dat we in een belachelijke situatie terecht waren gekomen met Van der Gijp, Derksen en Genee. We gaan aantekeningen maken, dachten we al snel, daar hebben we later vast wat aan. Ik merkte dat Michel meer zag dan ik; meer ontdekte.’

Van Gelderen: ‘Hij is tamelijk egoloos. Hij kan de fly-on-the-wall zijn, omdat hij zichzelf kan wegcijferen.’

Hillenius: ‘Hij stelt zo nu en dan een vraag en laat het voor de rest allemaal maar gebeuren.’

Van Egmond: ‘Om het goed te doen, moet ik heel veel tijd doorbrengen met de hoofdpersoon. Met Rob Jansen ben ik een jaar bezig geweest. Ik heb zelfs een week bij hem in huis gewoond, op zolder. Ik wil er precies achter komen hoe iemand praat; niet wat hij zegt, maar hóé hij het zegt. Als ik iemand kan imiteren, weet ik dat ik er genoeg tijd in heb gestoken.

‘Het is fijn als iemand een grote reis maakt, maar het is ook goed als hij de vuilniszak buiten gaat zetten of zijn veters strikt. Voor mijn werk maakt dat niet uit. Ik luister en ik kijk.’

Michel van Egmond

1968 Op 26 maart geboren in Voorburg

1986-1993 Medewerker en sportredacteur Zoetermeersche Courant, Westlandsche Courant, Haagsche Courant

1993-2002 Freelancesportjournalist

2002-2006 Hoofdredacteur Feyenoord Media (krant, tv, internet)

2007-2008 Redacteur Holland Sport (VPRO)

2008-2015 Adjunct-hoofdredacteur Voetbal International, eindredacteur tv-programma’s VI Oranje en Voetbal International

2012 Gijp (NS Publieksprijs)

2014 Kieft (NS Publieksprijs)

2015 Topshow (met Jan Hillenius)

2015-heden Uitgever Voetbal Inside Boeken (met Marieke Derksen)

2016 De wereld volgens Gijp (NS Publieksprijs)

2017 Deal (over voetbalagent Rob Jansen)

2017 King: de vele wederopstandingen van Chris Gyan

2018 Inside (met Jan Hillenius)

Van Egmond heeft twee dochters en woont in Rotterdam. Hij heeft een relatie met journalist Antoinnette Scheulderman.

Meer dan sport  ‘Het gaat vooral over mensen. En hun psychologie.’ (Oscar van Gelderen)

Derksen: ‘Uiteindelijk gaan zijn boeken niet over sport. De sport is slechts een decor. Gijp gaat over depressies, Kieft over het overwinnen van verslavingen. Dat zijn veel grotere thema’s.’

Van Gelderen: ‘Kieft vind ik zijn beste boek. Voor Wim Kieft was het boek de catharsis om zijn leven weer op de rails te krijgen. Met sport had het nauwelijks iets te maken. Hij deed een publieke bekentenis, het was een coming-out.’

Van Egmond: ‘Ik schrijf nooit over het spel, daar heb ik ook geen verstand van. Het interesseert me ook niet. Ik gebruik de wereld van het voetbal alleen maar.

‘Het tweede boek met Wim Kieft wordt een soort roadtrip en tegelijkertijd het verslag van een vriendschap. We krijgen ook ruzie en zo. Ik heb van tevoren gezegd dat ik alles in het boek zet. Alles. Ook als iets totaal mislukt. Wim is de ideale hoofdpersoon, want hij snapt dat. Hij heeft genoeg verbeeldingskracht om het voor zich te zien.

‘Op het eerste boek met hem ben ik trots, al is er heel veel op aan te merken. We hadden plotseling haast, de roddelbladen waren erachter gekomen dat Wim was opgenomen in klinieken. Dit was het beste wat ík eruit kon halen. Je moet echt wel een enorme boterletter zijn als je van het levensverhaal van Wim Kieft geen goed boek kunt maken.’

Foto Tzenko

De marketing  ‘Het werkt niet tegen als Johan Derksen in Voetbal Inside een boek omhoog houdt’ (Oscar van Gelderen)

Voor de boeken van Van Egmond wordt in Voetbal Inside (en in de eerdere versies van het programma) zonder enige schroom reclame gemaakt. In de beginjaren was Van Egmond eindredacteur van het programma namens VI. Met RTL had de uitgever van zijn boeken een sponsorovereenkomst.

In hetzelfde programma wordt in de weken voor de uitreiking van de NS Publieksprijs talloze malen dringend geadviseerd om op Van Egmond te stemmen – met succes. Ook de verkoopsuccessen van de boeken worden vaak toegeschreven aan de overvloedige aandacht in het tv-programma.

Derksen: ‘Dat geldt vooral voor Gijp. In VI Oranje werd tijdens het Europees kampioenschap in 2012 als running gag wekenlang op een heel overdreven manier reclame voor het boek gemaakt. Meestal wordt er niet veel gezegd over de boeken. Ze liggen op tafel en ze worden even onder de aandacht gebracht, maar we verkopen er echt geen 20 duizend boeken méér door.’

Van Gelderen: ‘De kracht van de combinatie is dat bijna een op een de doelgroep wordt aangesproken en bereikt. Maar je zou Van Egmond ermee tekortdoen als je dit te groot maakt. Net zoals er meer achter het winnen van de NS Publieksprijs zit dan alleen maar een handige manier om stemmen te verzamelen. Hij krijgt het voor elkaar door zijn kwaliteiten; door mensen te bereiken die zelden of nooit een boek lezen. Door zijn snuggerheid slaagt hij er ook in het wat intellectuelere publiek, zeg maar het Hard Gras-publiek, te veroveren. Voor beide groepen is er genoeg te beleven.’

Van Egmond: ‘Er is geen marketingplan. Jan Hillenius, de eindredacteur van Voetbal Inside, legt de boekjes op tafel, dat is het. Ik vind die schaamteloosheid grappig. Het lijkt wel of die boekjes aan tafel zijn vastgespijkerd. Mensen ergeren zich dood.

‘Op een gegeven moment dachten mensen: o ja, als Johan Derksen zo’n boek omhoog houdt, wordt het een bestseller, dan kopen al die domoren het wel. Onzin. Het werkt alleen als alles klopt. De hoofdpersoon moet goed zijn, het boek moet goed zijn, de pr moet goed zijn en de timing moet goed zijn.’

Het vertrouwen  ‘Hij creëert het gevoel dat ze er samen iets van gaan maken’ (Marieke Derksen)

Jansen: ‘Ik heb er geen seconde spijt van gehad. We hebben samen veel gelachen. En hij kan diep menselijke gesprekken met je voeren, waardoor er warme, persoonlijke dingen naar boven komen.’

Van Gelderen: ‘Hij luistert liever dan dat hij praat en hij oordeelt niet. Daardoor wint hij vertrouwen. Als er iets is wat mensen willen, is het een luisterend oor. Dat is zijn geheim. Zijn kracht is dat hij helemaal niet uit is op dat schandaaltje en niet zit te poeren en te zeuren.’

Derksen: ‘Hij krijgt mensen zover dat ze zichzelf bloot geven en er geen bezwaar tegen hebben als dat in een boek terechtkomt. Dat is het halve werk. Hij bouwt een vertrouwensband met ze op. Hij is niet uit op sensatie, zoals veel andere schrijvers van sportboeken.’

Hillenius: ‘Hij heeft een enorme gunfactor. Hij is een sympathieke persoonlijkheid. Dat scheelt echt. Hij heeft te maken met mannen als Rob Jansen en Johan Derksen, met een commerciële omroep en met enorme ego’s. Het is niet makkelijk om die mensen mee te krijgen, maar Michel wordt het gegund.’

Jansen: ‘Het klikte tussen ons. En ik denk dat dat ook voor Van der Gijp en Kieft geldt. Je wordt een beetje vriendjes. Je gaat hem vertrouwen en hij beschaamt het vertrouwen niet. Hij hoort en ziet alles en zou een hoop kwaad kunnen aanrichten. Dat doet hij niet. Hij weet precies wanneer hij ergens omheen moet manoeuvreren.’

Van Egmond: ‘Mensen denken dat ik vier keer op bezoek ga bij een voetballer, de interviews uittik en dat het boek er dan is. Zo werkt het niet. Althans, daar neem ik geen genoegen mee. Ik ben voortdurend bezig de twijfel bij de hoofdpersoon weg te halen. Rob Jansen stelde zelf voor een boek te maken, maar ik weet zeker dat hij na drie maanden dacht: waar ben ik aan begonnen? Daar gaat de energie in zitten. Een boek is voor mij pas geslaagd als de hoofdpersoon net zo tevreden is als ik.’

Jansen: ‘Hij schrijft bijna niets op. Een aantekening, meer niet. Het verbijsterde me soms. Hij onthoudt het, denk ik. Zijn weergave klopt tot in de details.’

Van Egmond: ‘Ik probeer zo min mogelijk te benadrukken dat we met een boek bezig zijn. Ik zou iets verbreken als ik aantekeningen zou maken. Dan denkt iemand al snel: o, dit komt vast in het boek, heb ik iets geks gezegd? Als je maar heel lang niets opschrijft, denken mensen niet meer aan dat boek.’

Foto Tzenko

De stijl  ‘De lezer is overal bij’ (Rob Jansen)

Derksen: ‘De toon is los en luchtig, de boeken lezen prettig. Veel sportbiografieën zijn gortdroog. Schijnbaar gaat het schrijven hem makkelijk af, maar er zit heel veel energie, tijd en liefde in. En: hij is nooit neerbuigend, schrijft nooit met dédain over het onderwerp.’

Jansen: ‘De kracht van zijn pen is dat hij de lezer laat meelopen in het verhaal. Je zit op de eerste rij.’

Hillenius: ‘Hij roept een sfeer op met makkelijk leesbare, goedlopende korte zinnen. Hij schrijft beeldend. Dat hij lezers aantrekt die normaal geen boeken lezen, komt misschien wel daardoor. Je zit als lezer naast Rob Jansen in het vliegtuig.’

Van Gelderen: ‘Zijn ironie is mild. Het is niet de ironie waarmee iemand belachelijk wordt gemaakt. En ik zie zijn liefde voor jazz terug. Hij schrijft op een jazzy manier, er zit iets looms en relativerends in. Hij neemt het voetbal niet al te serieus, dat sijpelt door in al zijn boeken. Tegelijkertijd geeft hij ons een inkijkje in een flashy wereld, met alle ongein en narigheid van dien.’

Van Egmond: ‘Ik gooi heel veel weg. Het lukt nooit helemaal, maar ik streef ernaar dat elke zin een functie heeft. Een zin moet iets zeggen over het karakter, de actie bevorderen, een lach oproepen, ontroeren. Ik moet elke zin kunnen verantwoorden. Sommige mensen denken dat ik maar wat aanklooi. Zo lijkt het misschien ook, maar het klopt niet.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.