De menselijke maat

Wie de wetenschap wil begrijpen moet op zoek naar de mensen achter de grote ontdekkingen, laat Cees Andriesse zien.

Cees Andriesse, emeritus hoogleraar natuurkunde, kernenergiecriticus, Huygens-kenner, is altijd een merkwaardige schrijver geweest. Met een schrijftaal die als een open zenuw indrukken opslokt en weer uitbraakt, met soms getormenteerde zelfreflectie midden in wetenschappelijke of wetenschapshistorische verhandelingen, en vol gevoel, lijkt hij al een oeuvre lang de wereld bij zijn kladden te willen pakken en voor eens en voor altijd doorgronden. Wat er ook voor nodig is.

Zijn roemruchte Huygens-biografie Titan kan niet slapen (2007) was daarvan het allerhoogste voorbeeld: rauw, gevoelig, poëtisch, gepassioneerd, net zo zoekend als Christiaan Huygens ooit zelf op zoek was naar de aard der dingen. Het boek blies lezers uit hun sokken en bracht de stijvere historici tot razernij met zijn ongewone romantiserende stijl. Tegelijk was er toch ook geen speld tussen de verhandelingen over licht, kansrekening en kogelbanen te krijgen.

Beeld Getty

Twijfelende terzijdes

Wie daarvan houdt, moet zeker Het Verborgen Veld lezen en deze bundel met nieuwe en wat oudere stukken met vijf sterren in gedachten weer dichtslaan. Maar er zullen dus ook lezers zijn die onderweg verstrikt raken in de soms moeizame kanten van Andriesse's schrijfdrift. Die hem zijn uitwijdingen en twijfelende terzijdes niet vergeven, of de compromisloze afdalingen in de natuurkunde, inclusief wiskundige formules. Zij komen niet verder dan één magere ster, voor de moeite die de oude professor (1939) zich kennelijk toch wilde getroosten.

Het Verborgen Veld is vooral een boek met een boodschap over wetenschapsgeschiedenis: ook in de wetenschap telt alleen de menselijke maat. Grote ontwikkelingen zijn uiteindelijk toch terug te voeren op persoonlijke ingevingen en waarnemingen. Wie de wetenschap wil begrijpen, moet daar naar op zoek, inclusief de vergissingen en misverstanden en persoonlijke beperkingen. Zo goed als Albert Einstein als fysicus was, zo'n talentloze violist was hij bijvoorbeeld. Het punt was meer dat niemand dat het genie nog durfde te vertellen. En passant laat Andriesse ook zien dat de befaamde Leidse theoreticus Hendrik Lorentz niet de naar hem genoemde formules in de relativiteitstheorie ontdekte. Dat is een vriendendienst van Henri Poincaré.

Beeld Science & Society Picture Librar / Getty

Elektromagnetisch veld

Centrale casus in Andriesses historiografische betoog is de ontdekking van het elektromagnetische veld, in de 19de eeuw, door met name Michael Faraday. Die ontdekte, als ongeschoold amanuensis van de Royal Society, rond 1830 dat een veranderende elektrische stroom op afstand een magnetische kracht uitoefent. 'Ik begrijp dat nog steeds niet. Echt niet', aldus een typische Andriessiaanse verzuchting aan het begin van een voor de liefhebber briljant betoog over het onzichtbare veld dat ons kennelijk omringt en dat de basis is voor alles, van radioverkeer tot fietsdynamo.

En alweer en passant ergert hij zich ook even kapot aan de roem van James Clerk Maxwell, die in 1865 de vier wiskundige formules opschreef die Faraday's ontdekkingen van dertig jaar eerder slim samenvatten. Grommend: 'Iemands vlag op het gebouw maakt hem nog niet tot de bouwheer.' Heel fijn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden