Interview

De mens als tikkende tijdbom op het podium

Interview Rik van den Bos, Herman Gilis en Gijs Naber

In de voorstelling Leger gaan de makers op zoek naar wat uitgezonden militairen bezielt. En tot welke trauma's dat leidt. Vanaf vandaag op het podium: de mens als tikkende tijdbom.

Vanaf links: Herman Gilis, Gijs Naber en Rik van den Bos. Beeld Ivo van der Bent

In de gebalde rechtervuist van acteur Gijs Naber zit alles wat er in zijn personage Berk, soldaat met PTSS, een posttraumatisch stresssyndroom, aan emoties kolkt. Opgekropte woede en wanhoop. Schuldgevoel en angst. In het claustrofobische, gele decor ijsbeert hij van links naar rechts en terug, tikt met die vuist tegen de wand, of wrijft hem tegen de vlakke linkerhand. 'Het fysieke dagboek van wat Berk heeft meegemaakt', zal Naber zijn lichaamstaal na afloop van de openbare repetitie noemen. Tijdens de voorbereiding op zijn rol hoorde hij van soldaten die, eenmaal thuis, nog steeds wakker worden met hun hand in een kramp, alsof ze een geweer vasthouden, de wijsvinger gekromd alsof ze elk moment de trekker kunnen overhalen.

Leger heet de voorstelling waarin Naber (34, Gouden Kalf voor Aanmodderfakker) vanaf deze week in het Ro Theater te zien is. Hij speelt de jonge soldaat Berk, teruggekeerd van een missie en getraumatiseerd. Zijn collega Herman Gilis (63, Louis d'Or voor Vrijdag) is de vader van Berks overleden kameraad, die de dood van zijn zoon niet kan verwerken. Het idee voor de voorstelling ontstond vier jaar geleden, nadat Gijs Naber een artikel las over een soldaat met PTSS. Een jongen net zo oud als hij, die ervoor had gekozen om te vechten voor de vrijheid van een ander - en daarmee zelf zijn vrijheid was kwijtgeraakt. De heftigheid van het verhaal raakte hem. 'Wat bezielt iemand om zo'n keuze te maken? En hoe zou ik eraan toe zijn als ik hetzelfde had meegemaakt?'

Verlangen

Hij sprak erover met Gilis, al veel langer bezig met de oorlog - die van '40-'45 vooral. Hier in het repetitielokaal kost het hem moeite onder woorden te brengen wat hem zo fascineert. 'Ik zou bijna zeggen: het is nostalgie naar iets wat ik niet heb gekend. Verlangen naar intensiteit en verbondenheid die oorlog met zich meebrengt, omdat leven en dood zo dicht bij elkaar liggen. Alle poriën staan open, alle zintuigen werken op hun toppen. Die van ons pruttelen nog maar een beetje. Het klinkt pervers, maar ik denk weleens: ik had erbij willen zijn toen de geallieerden op de stranden van Normandië landden. Als je erop inzoomt, is het verschrikkelijk natuurlijk, maar als je het van bovenaf bekijkt, dan heeft zo'n troepenbeweging van 5.500 vaartuigen die de zee oversteken toch ook een soort schoonheid. Dat pakt je en snijdt je de adem af.'

Volgende stap: of Rik van den Bos, auteur van het Ro Theater, over dit alles een voorstelling wilde schrijven. Van den Bos zei ja. 'We zijn gaan lezen en praten, films en documentaires gaan kijken. Waarover moest het gaan? Gijs was vooral geïnteresseerd in de vraag: waarom wordt iemand militair? Ik wilde weten: hoe gaat het verhaal verder, als je op Vliegbasis Eindhoven landt en weer terugkeert in een samenleving waar zo weinig respect is voor militairen?'

Veteranendag

Tijdens een veteranendag liep Van den Bos een man tegen het lijf. Een statement bijna: baard, vaal pak, legerhelm op z'n hoofd. Hij bleek als psycholoog in dienst te zijn geweest van het ministerie van Defensie en had daar ten tijde van de VN-vredesmissie in Sarajevo een model ontwikkeld op basis waarvan kon worden voorspeld of militairen die missie mentaal aankonden of niet. Toen hij de lichting die hij had onderzocht tijdens een reünie terugzag, bleken die mensen verwoest. 'Die man heeft ontslag genomen en is in een loods naast zijn huis, ergens in Limburg, een opvangplek begonnen voor veteranen.'

Langsgegaan, natuurlijk. Bleek een fascinerende plek, waar elk stadium in de verwerking een ruimte had. Ruimte met veldbedden, voor noodhulp, ruimte met veldradio's, om het praten te vergemakkelijken. Kamer met alle eretekens die getraumatiseerde militairen zijn gaan haten. Van den Bos: 'De laatste ruimte was een soort uitgiftebalie waar alle uniformen van alle Nederlandse missies na de Tweede Wereldoorlog hingen. Wie er klaar voor was, kreeg een uniform. Onder begeleiding konden zij die dat wilden naar veteranendag. En zo was de cirkel rond.'

Van den Bos sprak veteranen in de eerste ruimte. Koetjes en kalfjes, en dat hij bezig was met een theaterstuk over veteranen. Hij vertelde over de legerbasis bij Oirschot, waar hij als jongen opgroeide, zij over het onbegrip bij de nukubu's, 'nutteloze kutburgers' in militair jargon, die je niet op hun woord kunt vertrouwen, die niet weten hoe het is om je leven voor anderen in de waagschaal hebben gelegd.

Getraumatiseerd

Over wat de veteranen op hun missies hebben meegemaakt: geen woord. Ik kan je wel een foto laten zien, zeiden ze dan tegen hem, maar jij ziet alleen een foto, voor ons is het een hele film. 'Je moet je voorstellen', zegt Van den Bos,'hier komen mensen die zo getraumatiseerd zijn dat ze wekenlang elke dag op de bank met een kopje koffie zitten, zonder iets te zeggen, en dan ineens naar een kruk in de ruimte wijzen en zeggen: die hadden wij op onze missie ook. Ze hebben iets meegemaakt wat ze aan niemand kunnen uitleggen, zijn teruggekomen en merken: ik pas hier niet meer, mijn vrouw, mijn vrienden, mijn ouders begrijpen me niet. Die wond wilde ik met de voorstelling blootleggen en aan niet-militairen laten zien.'

Met het lied Empty van Ray Lamontagne op repeat is hij na dat bezoek gaan schrijven. Een week, toen had hij het hele stuk eruit geknald. 'It's their pain I hide that fuels the fire inside me', zingt Lamontagne. Dat werd het motto van de voorstelling. Van Berk maakte hij een tikkende tijdbom die probeert de pijn van de dood van zijn vriend Bouwman - en dat hij hem niet heeft kunnen redden - eronder te houden. Hij ziet niemand meer, woont in een kamertje met een tosti-apparaat en een paar petflessen waarin hij plast - net zoals in de woestijn waar hij was gelegerd. Op een dag krijgt hij bezoek van de vader van Bouwman, ook al zo gestold in het moment waarop zijn zoon stierf. 'Ik heb Hermans betrokkenheid bij de Tweede Wereldoorlog verwerkt door zijn personage een trauma te geven van iets dat hij niet heeft meegemaakt. Vader Bouwman heeft zijn leven verloren door een moment waar hij zelf niet bij was: het moment dat zijn zoon stierf. Hij wil terug en vraagt aan Berk: neem me mee naar waar het gebeurde.'

De vloer op

Het Ro Theater ontwikkelde voor middelbare scholen (bovenbouw) een acteerworkshop waarin leerlingen met de tekst van Rik van den Bos aan het werk gaan. Na een korte inleiding gaan de leerlingen meteen de vloer op. De workshop wordt door een theaterdocent gegeven. Opgeven: rotheater.nl

Anti-oorlog

Nee, het is geen anti-oorlogsvoorstelling geworden. Was ook niet de bedoeling. Gijs Naber: 'Ik heb zoveel meer respect gekregen voor militairen die meegaan op missies. Vroeger dacht ik alleen maar: ga niet. Daarna stopte het, ik stond helemaal niet stil bij hoe die mensen terugkwamen.' Tijdens de voorbereiding op zijn rol sprak hij een soldaat die vertelde over het moment dat hij, 's nachts na het inslaan van een bermbom, met de resten van zijn maat op het uniform, had moeten wachten tot het weer licht werd en veilig kon doorrijden. 'Zoals hij sprak - kalm, gedetailleerd en zonder emotie. Just another day at the office. Terwijl: mij greep het volledig naar de strot.'

Rik van den Bos: 'Als Leger al een beschuldigende vinger wijst, dan is dat naar een samenleving die zijn handen van deze mensen aftrekt. Ik hoop dat iedereen straks met net een andere blik langs dat huis fietst waar de gordijnen altijd dicht zijn en de tuin verwaarloosd is. Dat irritatie omslaat naar nieuwsgierigheid.'

Herman Gilis heeft vorig jaar twee militaire graven geadopteerd, van Amerikaanse militairen. 'Uit groot respect voor de jongens die ver van huis het totalitarisme te lijf gingen.' Hij heeft hele boekenkasten over de oorlog verslonden, om maar dichterbij het wezen van de militair te komen. Hij snuift en blaast alsof het onderwerp eigenlijk te groot is, en zegt: 'Soms denk ik: hoe moet het zijn geweest tijdens de Punische Oorlog? Of op de Peloponnesos? Want daar keek men elkaar nog in de ogen, hè. En moest je op elkaar inhakken. Dat waren toch ook homo sapiens? Hoe moet dat dan zijn geweest?'

Leger, Ro Theater. Regie: Alize Zandwijk. Première 13/3, tournee t/m 7/5.

Gijs Naber. Beeld ANP
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.