Ter redactie

De mening van theaterrecensent Herien Wensink is natuurlijk particulier, ‘maar ik heb wel gelijk’

Ze is verliefd op het theater, een betere omschrijving is er niet. En juist daarom moet ze af en toe ook een of twee sterren uitdelen, vindt Herien Wensink. In Haarlem kijken we mee ‘achter de schermen’ bij de theaterrecensent. 

Theaterredacteur van de Volkskrant Herien Wensink (1977), hier in de foyer van Carré in Amsterdam. Beeld Rebecca Fertinel

Met Herien Wensink een theater inlopen, is net alsof je haar stamkroeg binnenkomt. Nog voor de ingang worden we aangeschoten door een jongen met een bos krullen. ‘Hey, hoi’, zegt Wensink. ‘Wat leuk, hoe is het?’ Het blijkt de jonge regisseur Charli Chung. ‘Een groot talent. Ik wil hem volgen bij een nieuw project van hem.’

Eenmaal binnen in de Toneelschuur in Haarlem struikelen we over bekenden. De mensen die de programma’s overhandigen groeten Wensink hartelijk, tegelijkertijd steekt ze een hand op naar iemand anders. In de rij komen we NRC-recensent Sander Janssens tegen waarmee ze een podcast over theater maakt. ‘Dé podcast over theater’, lacht hij. Wensink: ‘Ja, want er is er maar eentje.’

Collega’s, vaste theatermedewerkers, geïnterviewden, collega’s van haar man, theaterregisseur Eric de Vroedt: het duurt even voor je in de zaal bent, maar dan zijn er wel tientallen mensen vrolijk begroet en beglimlacht. We banen ons een weg langs de rijen stoelen naar onze plek. Is Haarlem een extreem geval, of gaat dit altijd zo? Wensink glimlacht. ‘Nee, dit is wel altijd zo.’

Het sociale aspect is leuk, tijdens zo’n avond in het theater, maar de recensent moet wel alert blijven. Uiteindelijk moet zij immers een oordeel geven. En komt ze – onvermijdelijk in de kleine theaterwereld – oog in oog te staan met iemand de je misschien net twee sterren hebt gegeven. Hoe is dat?

Gaaf

We zijn bij de première van The Beauty Queen of Leenane, aangekondigd als een ‘grimmig sprookje’ over een moeder en dochter die samenleven in een afgelegen dorpje in Ierland in de jaren negentig. Ze verheugt zich erg op deze voorstelling, zegt Wensink. Maar eigenlijk verheugt ze zich op elke voorstelling. ‘Zelfs bij Johan Simons, die ik altijd weer teleur vind stellen, denk ik van tevoren: oh gaaf!’

Op het toneel staat Maureen (Keja Klaasje Kwestro), in spijkerpak, strakke paardenstaart en grote oorringen te kibbelen met haar moeder Mag (Jacqueline Blom). Wensink kent de actrices. ‘Ze zijn allebei steengoed. Keja is een heel goede comédienne. Ze heeft iets uitvergroots in haar fysiek en mimiek, als een soort tekenfilmfiguurtje. Heel expressief. Een grillig en schaamteloos talent.’

Wensink is verliefd op het theater, een betere omschrijving is er niet. ‘Het heeft een ouderwets imago, maar ik vind het net zo opwindend als een popconcert of een festival. Omdat het voor je ogen ontstaat. Als je opstaat en gaat schreeuwen, verander je dat werk. Het is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van acteurs op het toneel en toeschouwers in de zaal. Je moet blijven zitten tot het afgelopen is, ook als je het niets vindt. Of als je een buurman hebt die stinkt. Die gezamenlijke beleving vind ik in deze tijd bijzonder.’

Ze is nu ruim twee jaar ‘chef’ theater bij de Volkskrant. Hiervoor werkte ze als algemeen cultuurredacteur tien jaar voor NRC. In die tijd trok ze steeds meer naar theater toe. Toen Hein Janssen, destijds theaterredacteur van de Volkskrant, met pensioen ging, nam Wensink zijn rol over. Theater is haar belangrijkste onderwerp, maar ze schrijft ook stukken over series en films. Vooral waar het acteurs betreft.

Magie

Haar gezicht licht op als ze over acteerwerk praat. ‘Snappen hoe dat werkt, wat iemand goed maakt en wat niet, hoe dat technisch in elkaar steekt. En de magie ervan, de volstrekte onverklaarbaarheid. Hoe je betoverd kan raken door iemand die dat goed kan.’ Ze schreef een tijd geleden een stuk over Benedict Cumberbatch, de Britse acteur die zo goed enigmatische types kan spelen. ‘Ik keek fragmenten en scènes van hem en zette het beeld soms stil. Dan spoelde ik terug om te kijken: hoe dééd hij dat nou?’

Halverwege het stuk loopt een nieuwe speler het toneel op – Pato, Maureens geliefde. Wensink fluistert enthousiast (overigens de enige keer dat ze praat tijdens de voorstelling): ‘Dat is een heel leuke acteur, Chris Peters. Ik wist niet dat hij erin zat.’ Ze praat over Kwestro, Peters en ander jonge acteertalent met grote betrokkenheid, bijna alsof het geliefde nichtjes en neefjes zijn. ‘Misschien is mijn liefde voor acteurs ook gegroeid omdat mijn man theatermaker is. Het is heel leuk om met hem over acteurs en acteren te praten.’

En dan: fin. ‘Dit vind ik altijd een mooi moment’, zegt Wensink, kijkend naar de breed lachende, buigende regisseur en spelers. ‘De acteurs laten de illusie los en zijn weer zichzelf, en wij bedanken ze. Er is een gedicht van Wisława Szymborska dat dit moment prachtig beschrijft.’ ‘Waarlijk subliem is het vallen van het doek’, schrijft de dichter.

Meestal gaat Wensink meteen weg, vertelt ze. De voorstelling moet altijd even bezinken. Nu praten we toch even na in een hoek van het theatercafé.

‘De basis is goed: de acteurs waren heel sterk, de tekst goed, de enscenering, de muziek. Maar is het echt fantastisch?’ Ze pauzeert even, kantelt haar hoofd, zelf ook nog nieuwsgierig waar het op uit zal komen. ‘Daar moet ik even over nadenken. Ik dénk het wel. Ik zit nu tussen de drie en vier sterren.’ Als ze gaat schrijven valt het oordeel definitief.

Missionaris

Haar eerste verantwoordelijkheid bij het maken van een recensie ligt bij de lezer, zegt ze. ‘Die moet het snappen en een leuk stuk te lezen krijgen. Je kan niet een recensie schrijven alsof de lezer erbij was, maar dat gebeurt wel vaak. De meeste lezers gaan niet zelf naar alle voorstellingen. Je moet toch veel uitleggen en een beeld schetsen van hoe het was: de sfeer, het effect, het gevoel. Maar ik heb wel iets van een missionaris: ik zou willen dat veel meer mensen naar theater gingen. Omdat ik er zelf zo van geniet, hoop ik dat ik die liefde en die gretigheid kan overbrengen.’

Maar kritisch oordelen moet dus ook. ‘Het is wel ongemakkelijk soms, ja. Je wordt als recensent een soort publiek figuur. Dan sta ik met iemand te praten en het loopt niet helemaal lekker en denk ik: shit, heb ik nou net iets negatiefs over je geschreven?‘

Wensink haalt geen plezier uit negatieve recensies. ‘Ik baal enorm als een voorstelling slecht is. Maar juist daarom vind ik wel dat ik die recensies moet schrijven. Omdat ik zo van theater houd. Vooral als het gemakzucht is. Of als er een over het paard getilde, ijdele acteur in zit.’ Ze grinnikt. ‘Ik noem geen namen. Of een grote titel waar dan iets liefdeloos mee is gedaan. De meeste mensen in dit vak werken keihard, dus het gebeurt niet vaak.’ Resoluut: ‘Maar als het gebeurt, moet het gewoon hard afgestraft worden.’

Tegelijkertijd: het is ook subjectief. ‘Er zijn bepaalde kwaliteitsnormen, maar ik kan soms ook recensies van collega’s lezen en denken: Waarom vond je dit goed? Waarom? Wáárom? Ook met mijn eigen collega’s, met Hein Janssen verschil ik wel van mening.’ Onlangs gaf Janssen een interpretatie van De Thuiskomst van Pinter vier sterren. Wensink was zelf ook gaan kijken. ‘Ik dacht echt: wat staan die mensen daar te doén?’

Het ligt ook aan de thematiek, zegt ze. ‘Een onderwerp kan de een enorm raken, terwijl het de ander koud laat. Ik denk dat het belangrijk is om daar transparant over te zijn. En tegelijkertijd overtuigend en meeslepend te beargumenteren dat wat ik vind, waar is. Want dat is natuurlijk wel zo.’ Ze lacht. ‘Mijn mening is particulier, maar ik heb wel gelijk.’

Keja Klaasje Kwestro en Jacqueline Blom zijn allebei hilarisch in The Beauty Queen of Leenane ★★★★☆

Het stuk van Martin McDonagh is snoeihard, maar regisseur Bjørseth voegt er humor en lichtheid aan toe

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden