BoekrecensieSelf-Portrait

De memoires van Celia Paul zijn subliem gedweep over het kunstenaarschap ★★★★☆

Tien jaar was ze de muze van Lucian Freud, tot Celia Paul radicaal haar eigen roeping volgde. De memoires van deze kunstenaar verdienen een cultstatus.

Beeld Olivier Heiligers

Ze is bloot. Daglicht botst op haar lichaam. Ze ligt op een smal bed, haar knieën iets zijwaarts opgetrokken, een hand dicht bij het gezicht, de ander op een van haar borsten: ze lijkt geneigd zich te beschermen. Haar beschaamde lichaam ligt onverhuld, haar buik, borsten, dijen, het intiemste, meest verborgene vol in zicht.

Scrupuleus bestudeert Lucian Freud de kleuren, oneffenheden, details en vormen van haar huidzak. Zij is het aas. Hij geniet de macht. Zijn ogen pikken wat hij wil, vervormen zo hem belieft. Nog is hij ontevreden: haar pose is niet goed. Het moet anders. Ze duwt een borst iets omhoog. Dát is het, roept hij. Stilliggen.

Ik wist, schrijft Celia Paul in haar memoires, dat de rimpeling van de huid van mijn borst hem verleidde. Ze weet hoe haar oudere minnaar haar lichaam graag gebruikt en reduceert Freuds schilderkunst even tot een trucje: vervormingen plus oneffenheden op vlees en joepla!

Ze schikt zich niettemin. Het is alsof ze in een mortuarium ligt. Gedurende de poseersessies moet ze huilen.

Toch schildert hij haar met de ogen neergeslagen. Het huilen, haar blik, ze zijn niet nodig. Hij schildert het lichaam, niet de geest. Er verschijnen twee halve eitjes op het schilderij: daaraan doen haar borsten hem denken. Het bed wordt zwart, opdat haar bleke ‘vlees’ beter uitkomt.

Celia Paul is volkomen object geworden.

Muze en schilder

De carrière van schilder Celia Paul (60) begint met een misverstand: tien jaar lang is ze de muze van Lucian Freud en overschaduwt dit muze-zijn haar kunstenaarschap. Dat moet maar eens afgelopen zijn. Celia Pauls schilderijen overtuigen van zichzelf. Haar memoires, Self-Portrait, behandelen een ijzingwekkend toegewijd kunstenaarschap. Toch rijzen er vragen: waarom hing ze zo lang aan Freud? Hij trekt haar aan, stoot haar af, laat haar dagen wachten aan de telefoon, wordt boos als ze even weg is, onderhoudt andere scharrels. Andere kwestie: kan een vrouw zich volledig wijden aan de kunsten als ze ook moeder, verzorger en geliefde moet zijn?

Als ze 18 jaar is, spot Lucian Freud haar op de academie. Vrijwel direct beroert zijn hand haar rug en begint de bezetting. Nog dezelfde middag heeft de vijftiger de 18-jarige in een taxi op weg naar zijn huis. De komende tien jaar zal Freud haar vaker portretteren. Altijd met neergeslagen ogen. Als Celia Paul zijn kind heeft gebaard, schildert hij haar toch weer als een slapend meisje. Krijgt ze zelf succes, dan schildert hij haar als schilder die een blote man portretteert. Zijn fantasie, niet de hare. Ze blijft object.

Hoe anders schildert ze zelf! Of het landschappen, stillevens of portretten zijn, ze beeldt alleen af wie of wat ze goed kent. Zitten voor haar is een urenlange seance. Veel schildert ze haar moeder en vier zussen. Hun contouren kent ze zo goed dat ze die nauwelijks hoeft te onderzoeken. In de stilte worden onzegbare ladingen gevoelens en gedachten overgedragen naar zware streken en kleuren op doek.

Paul vertelt dat ze veel alleen moet zijn en contemplatie nodig heeft om tot haar werk te komen. Ze leeft als een monnik in een functioneel en kaal appartement, waarvan haar geliefde geen sleutel mag bezitten.

Opgaan in de kunst

Kun je de toewijding aan een ander (geliefde, kind) combineren met het kunstenaarschap? Als Celia Paul een kind krijgt van Lucian Freud, is hij niet aanwezig. Haar zoon wordt een van de vele kinderen die deze lul van een vader bij zijn vele vrouwen achterlaat. Maar ook zij kan er niet constant voor haar zoon zijn. Ze treft een arrangement met haar moeder, die ‘de eerste verzorger’ wordt. Wekelijks vertrekt Celia voor enkele nachten om zich alleen in haar appartement aan haar kunst te wijden. De liefde voor haar zoon is zo overweldigend, schrijft ze, dat ze in zijn buurt volkomen door hém in beslag wordt genomen.

Paul is in haar memoires eerst lijdend kostschoolmeisje, dan lijdende geliefde en later lijdende kunstenaar. Ze dicht al jong over haar verlangen naar afwijzing en verhuist later van studentenkamer naar studentenkamer met een gekooid vogeltje onder de arm (hoe Freud wil je het hebben).

Het idee van opgaan in de kunst, je zorgtaken negeren, je omgeving verwaarlozen en je hoofd slechts in de wolken van de muzen steken, zal mannelijke kunstenaars lang goed van pas zijn gekomen. Kunst refereerde aan verhevenheid boven het banale alledaagse, weg van het burgerlijke; de kunst als equivalent van het magistrale, het mystieke, het goddelijke! Celia Paul doet net zo. Niks mis mee, hoor. Haar memoires zijn subliem gedweep over het kunstenaarschap als levensvervulling. Dit kunstenaarsboek verdient een cultstatus. Bovendien leidt haar houding tot sterk werk: kennelijk gedijt Celia Paul in haar modus van het absolute kunstenaarschap. Ik waag te betwijfelen of er na de verschrompeling van het patriarchaat een keiharde kloof zal bestaan tussen mannelijke en vrouwelijke kunstenaars.

Celia Paul: Self-Portrait

Jonathan Cape; 212 pagina’s; € 21,99.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden