Interviewde makers van The Whale

‘De meeste portretten van mensen met obesitas zitten vol spot of walging. Daar wilde ik iets tegenover zetten’

The Whale, over een man van 300 kilo, leverde filmmaker Darren Aronofsky veel lof op, maar ook kritiek: doet de tragikomedie niet tóch aan fatshaming?

Bor Beekman
Brendan Fraser als hoofdpersoon Charlie in ‘The Whale’. Beeld
Brendan Fraser als hoofdpersoon Charlie in ‘The Whale’.

‘Ik weet hoe het is om rond te lopen met overgewicht. En ik weet óók hoe de wereld om me heen veranderde toen ik veel van dat gewicht verloor. Dat was verbazingwekkend, werkelijk verbazingwekkend. Caissières waren plots aardig tegen me, op straat werd ik niet meer uitgescholden. Het voelde alsof ik op een heel andere manier toegang had tot de wereld.’

Het is even niet Darren Aronofsky die spreekt. De 53-jarige regisseur – smal gezicht, gemillimeterde schedel – luistert aandachtig naar Samuel D. Hunter, die naast hem aan tafel zit tegenover een paar journalisten. En spoort zijn scenarist aan: praat vooral verder. Hij schreef The Whale – het toneelstuk – ooit als reactie op het sociale stigma, vervolgt Hunter met zachte stem. ‘De meeste portretten van mensen met obesitas zitten vol spot of walging. Daar wilde ik iets tegenover zetten, als iemand die er zelf mee te maken heeft gehad.’

Aronofsky: ‘Wat je vooral ziet als je research doet naar de manier waarop overgewicht inbeeld komt, zijn realityshows. Afgrijselijke televisieshows over mensen met obesitas die in enorme armoede leven. Maar met deze ziekte leven allerlei mensen. Dat vond ik belangrijk om te laten zien. Charlie, het hoofdpersonage van The Whale, is een ontwikkelde man met een masterdiploma. En we spraken ook uitvoerig met mensen van de AOC, de Obesity Action Coalition. Ik denk dat de ziekte klasseblind is: 43 procent van de Amerikanen heeft ermee te maken. En ze verspreidt zich door Europa en de rest van de wereld.’

Hunter: ‘Toen ik The Whale schreef was het heel belangrijk voor me dat we nooit lachen om Charlie. Als we lachen in de film is dat mét Charlie.’

Geen risicocalculatie vooraf

In september, een dag na de wereldpremière op het filmfestival van Venetië, is al duidelijk dat de ontvangst van The Whale zich op twee sporen begeeft. Eentje is overladen met lof, vanwege die zo uitzonderlijk innemende comebackrol van Brendan Fraser; de acteur is een geheide Oscarfavoriet als Charlie, een aan huis gekluisterde, 300 kilo zware homoseksuele schrijfdocent die bezig is zich dood te eten en onderwijl het contact met zijn tienerdochter poogt te herstellen (Sadie Sink uit Stranger Things). Het andere, kritische spoor, dat met name de Amerikaanse pers bezighoudt, betreft de vraag of de tragikomedie met deze verbeelding van een excessief zwaarlijvige man, alhoewel met de beste bedoelingen, niet tóch aan fatshaming doet. En of je een acteur überhaupt nog wel zo’n fatsuit kunt aantrekken.

Had Aronofsky het idee dat hij een risico nam met The Whale?

‘Hm, voor mijn gevoel niet. Iets is pas riskant als je personages onwaarachtig zijn in plaats van menselijk en complex. Ik geloof dat ik sowieso niet echt stilsta bij de risico’s als ik aan een filmproject begin. Ik moet gefascineerd zijn door iets of iemand. En bereid zijn daar meerdere jaren – bij The Whale zelfs tien jaar – aan te spenderen. Maar ik maak geen risicocalculatie vooraf.’ Tegen scenarioschrijver Hunter: ‘Hoe zit dat bij jou? Dacht jij aan het risico toen je begon met schrijven?’

Hunter knikt. ‘Het voelde op elk persoonlijk niveau riskant voor mij toen ik begon met schrijven aan het toneelstuk (uit 2012, red.). Ik had een verhaal in gedachten over een docent essayschrijven die moeilijk contact maakt met zijn studenten, want ik wás in die tijd een schrijfdocent die moeilijk contact maakte. Ik stopte allerlei elementen van mezelf in dat stuk, zaken die me zwaar vallen om over te praten, zelfs nu nog. Ik was ruim 60 kilo zwaarder toen ik begin twintig was. Eten was mijn vorm van zelfmedicatie. Er zijn ook mensen van die omvang die zich er prima bij voelen en gelukkig zijn. Maar voor mij gold dat niet. Ik was een gay kind dat naar een streng christelijke school ging. Daar werd ik door iemand geout en vervolgens moest ik die school verlaten. Dus ja, het voelde heel riskant om The Whale te schrijven. Ik wist niet of ik wel zo diep in mezelf wilde graven. Maar ik ben blij dat ik het heb gedaan.’

Voor de transformatie van Brendan Fraser tot Charlie werd geen gewoon dikmaakpak gebruikt. Niet zo’n ordinair pak uit de feestartikelenwinkel, of zoals Eddie Murphy meermaals aantrok in komedies als Norbit en The Nutty Professor. ‘Bij zo’n soort pak krijg je idiote lichaamsvormen', zegt Aronofsky, ‘die niets te maken hebben met de werkelijkheid en hoe het voelt om al dat gewicht mee te dragen. Prothesekunstenaar Adrian Morot, die ik al ken sinds mijn film The Fountain, is een erkend genie in zijn veld. Ik belde hem op voor The Whale: kan dit? Kunnen we Charlie laten bewegen zoals hij dat écht zou doen? En Brendan moest elke afzonderlijke spier in zijn gezicht kunnen gebruiken, want dat is zijn instrument.’

Enorm castingprobleem

In de films van Aronofsky, die sociale antropologie en film studeerde aan Harvard, lijkt de mens door de schijnbare limieten van het eigen lichaam (en de geest) te willen breken. Zoals de balletdanseres Nina in Black Swan, worstelaar Randy in The Wrestler en wiskundige Max in zijn debuutfilm Pi. ‘The Whale heb ik niet zelf geschreven, maar ik herkende me wel in de thematiek van Sam. Elk hoofdpersonage in mijn films sterft aan het slot. Echt! Behalve in Noah, die ene andere film waarvoor ik het bronmateriaal niet zelf heb geschreven (zijn Bijbelse blockbuster met Russell Crowe in de titelrol, red.) Geloof me: ik had Noah gráág omgebracht. Maar de Bijbel kun je nou eenmaal niet herschrijven.’

Sadie Sink in ‘The Whale’. Beeld
Sadie Sink in ‘The Whale’.

The Whale beperkt zicht tot één ruimte: de woonkamer van de nauwelijks nog mobiele Charlie. Die krijgt geregeld bezoek aan de deur, van de fastfoodbezorger en zijn bozige dochter Ellie tot een jonge evangelist van de New Life-kerk. Dat het tien jaar duurde voor de transformatie van toneelstuk tot film lag allereerst aan die hoofdrol. ‘Een enorm castingprobleem’, zegt Aronofsky. ‘Ik heb zo’n beetje elke acteur in mijn hoofd gehad, iedere filmster, uiteenlopende types. Op zoek naar iemand die alles bezat waar de rol van Charlie om vroeg. En niets wond me echt op, niets maakte me ooit enthousiast. Het kan een belangrijke reden zijn voor mij om een film te maken: dat er één acteur bestaat die perfect is voor de rol. Niet altijd, maar wel vaak. Zoals met Mickey Rourke in The Wrestler of Natalie Portman in Black Swan. Het moet net kloppen, net passen bij het moment in zijn of haar carrière.

‘Toen stuitte ik dus zomaar op een trailer van een film waarin Brendan een kleine bijrol speelde (de geflopte thriller Journey to the End of the Night uit 2006, red.). Toen ging er een lamp aan: dat gevoel van binnen dat je iets moet dóén. Ik had op dat moment nog echt geen idee van alle nostalgische gevoelens die Brendan Fraser als acteur oproept bij het publiek. Om eerlijk te zijn: bij Mickey wist ik dat wél. Zoveel acteurs in de wereld keken op naar Mickey, hij was als een icoon voor ze. Maar dat de liefde voor Brendan zó groot was, wist ik niet. Maar je zag en voelde het bij de première op het filmfestival van Venetië.’

Scheiding, depressie, aanranding

Fraser, in tranen, werd na afloop vele minuten lang toegejuicht in het festivalpaleis op het Lido-eiland. Wie aan hem denkt, ziet vermoedelijk meteen die knappe en gespierde avonturier voor zich uit The Mummy, geregeld nog te zien bij RTL of SBS. Maar de tijd kreeg vat op de ster. Zoals veel collega’s met een groot commercieel succes op zak hoopte de inmiddels 54-jarige Fraser een solide brug te slaan naar betere rollen en films, maar dat lukte almaar niet. Ook op persoonlijk vlak zat het tegen: een scheiding, fysiek ongemak, een depressie, een aanranding (Fraser zou zijn betast door toenmalig Golden Globes-voorzitter Philip Berk).

Scenarist Hunter: ‘Darren belde me op: wat zeg je van Brendan Fraser? We deden een scriptlezing in een theater in New York. Brendan was ongelofelijk, meteen al.’

Aronofsky: ‘Mensen waren Brendan zo ongeveer vergeten. Charlie, zijn personage, is iemand met een innerlijk licht. Het komt uit zijn hart, niets kan het tegenhouden. Om dat over te laten komen op het filmdoek heb je een filmster nodig. Filmsterren hébben dat filmsterrenlicht. Maar er was gewoon nooit een andere filmster geïnteresseerd in deze rol. Brendan wel. Hij bezat filmsterrenflair op een eerder moment in zijn carrière. En het was er nog, dat licht van hem. Overduidelijk.’

Twaalf dagen IFFR

De 52e editie van International Film Festival Rotterdam opent woensdag 25 januari met de Noorse film Munch. In het in vieren geknipte biografische drama van regisseur Henrik Martin Dahlsbakken vertolken vier acteurs de Noorse kunstenaar Edvard Munch (1863-1944) in cruciale periodes van zijn leven én in de toekomst. Het Rotterdamse festival duurt twaalf dagen en sluit zondag 5 februari af met de Volkskrantdag.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden