'De meeste mannen vind ik dodelijk saai'

Een huis met een tuin en kunnen leven van het schrijven, dat waren de doelen die Marion Pauw (37) zich stelde toen ze na haar scheiding vanuit de Antillen naar Nederland verhuisde....

Hoe zag je leven er vijf jaar geleden uit? ‘O jee, ik ben altijd veel meer gericht op hoe mijn leven er over vijf jaar uitziet. Vijf jaar geleden was ik net in Nederland komen wonen na mijn scheiding en alles was een chaos. Ik had sterk mijn doelen voor ogen: ik moet zorgen voor financiële stabiliteit voor mijn kinderen, ik wil kunnen leven van het schrijven en ik wil een huis met een tuin.’

Dat is allemaal gelukt, maar hoe zag je leven er tóén uit? ‘Ik kwam uit Aruba met niks. Mijn zoon Jiri was daar bij zijn vader gebleven, ik ging met mijn dochter van 7 driehoog achter wonen in Amsterdam. Ik werkte vier dagen bij een reclamebureau en in mijn vrije tijd schreef ik boeken. Die combinatie was zwaar. Ook omdat ik dacht: ik mag nu geen fouten meer maken, ik draag alle verantwoordelijkheid. Als ik erop terugkijk, denk ik: wat heb ik toen hard gewerkt. Ik had het gevoel dat ik alles half deed. Je kunt je nooit echt op dat boek concentreren, nooit echt op je werk en ook niet op je kind.' Ze lacht: ‘Op vrijdagmiddag tussen 1 en 3, vóór de school uitging, had ik de enige twee uur in de week dat niemand iets van me moest.’

Wat deed je in die twee uur? ‘Niet veel. Op de bank zitten en hyperventileren, denk ik.’

In haar achtertuin in Amsterdam-Zuid hangen nog de lampionnen van gisteravond, van het feestje voor haar 37ste verjaardag. Marion Pauw serveert de cheesecake die is overgebleven, op de tuintafel ligt een stapel kookboeken. ‘In de voetsporen van Johannes van Dam, dat zou ik nog wel eens willen doen voor een boek. Gaan eten bij al die restaurants waar hij zo lovend over is. Halló, hij is Johannes van Dam, hij krijgt de v-i-p-treatment. Als ik bij zo’n restaurant met allemaal van die liflafjes eet, denk ik vaak: er liggen tien dingen op mijn bord, maar wat is hier nou echt lekker?’

Een huis met een tuin heeft ze, en ze kan goed leven van haar thrillers. In 2009 won ze de Gouden Strop voor Daglicht; in oktober verschijnt haar vijfde boek, Jetset. Ze bewerkte ook het van oorsprong Israëlische scenario van de tv-serie In therapie. ‘Het schrijversleven geeft zo veel vrijheid. Nu Jetset bijna af is kan ik denken: wat zal ik nu eens doen? Ik kan een scenario schrijven, ik kan een kookboek schrijven, een zelfhulpboek– daar heb ik ook stof genoeg voor. Ik kan doen wat ik wil, niemand die me aanstuurt. Niemand die zegt: doe dit of doe dat.’

Op In therapie was kritiek uit de beroepspraktijk. Zo zou het er in therapie niet aan toegaan. ‘Je reinste bullshit. Mijn beste vriend is psychiater, zijn vrouw is psycholoog, een andere vriend ook en ze zeggen allemaal: ‘Ja, dat gebeurt in therapie.’ Misschien niet in het korte tijdsbestek van één sessie, maar dat is logisch, want het is drama. Waarom zouden we in godsnaam naar saaie tv gaan zitten kijken?

‘Ik heb een verschrikkelijke hekel aan recensenten. Het is maar de mening van één persoon hoor, en niet eens van een normaal iemand, maar van een enorme azijnpisser die even gaat vertellen wat hij van jouw werk vindt.’

Vind jij recensenten a priori een naarder slag mensen dan andere mensen? ‘Ja, natuurlijk! Een negatieve recensie is veel leuker om te schrijven dan een positieve, veel smeuïger, dat snap ik ook wel. Zo iemand leest mijn boeken niet ter ontspanning, maar om mij op fouten te betrappen.’

‘Het stilistisch gebrek deed Pauws boek Drift bij ons thuis op de stapel flutromannetjes belanden’, schreef een recensent. Raakt dat je? ‘Weet je: een goeie of een slechte recensie, dat maakt eigenlijk niet uit. Het is in elk geval publiciteit. Jetset zal waarschijnlijk ook geen hoge ogen gooien bij de heren recensenten. Dat is prima, ik heb het ook niet voor hen geschreven. Ik wilde het vetste, smeuïgste boek schrijven dat ik kon bedenken. Het resultaat is een whodunnit in de geest van Agatha Christie, maar dan met seks en bloed.

‘Ik heb wel eens gelezen dat het enige interessante aan mijn boek de foto op de achterkant was, en de manier waarop mijn hand om een tuinstoel zat gedrapeerd. Pfff. Ik denk niet dat mensen boeken kopen vanwege de foto op de achterkant.’

Je bent, zeker aan het begin, hard aangepakt door critici. Nooit de neiging gehad het bijltje erbij neer te gooien? ‘Nou nee hoor, dan ben je geen echte schrijver. Wat een bullshit zeg, kom op. Ja, het kan me boos maken, maar dat is goed. Boosheid is een goede emotie. Dat denk ik: ik zal jullie nog wel eens wat laten zien.’

Heb je er altijd vertrouwen in gehad dat het zou lukken? ‘Net genoeg vertrouwen om die doelen te stellen, maar ook genoeg niet-vertrouwen om heel scherp te zijn en er heel hard voor te werken. Te veel vertrouwen is nooit goed. Ik spaarde steeds om onbetaald verlof op te nemen om te kunnen schrijven. Dat heb ik superslim aangepakt.’

Je was copywriter bij een reclamebureau. Wat deed je daar? ‘Ik deed arbeidsmarktcommunicatie, campagnes om bijvoorbeeld dertig junior-accountants te werven. Al die blabla, ik vond het allang niet leuk meer. Ik werkte in een kantoortuin en elke keer dat ik naar de wc ging, zag ik mijn hoofd paarser worden. De ramen konden er niet open. Het was in de zomer altijd te koud in de winter te warm – zo’n gebouw. Ik verpieterde er helemaal.’

Op een dag heb je je baan opgezegd. ‘Ik was op vakantie geweest met mijn kinderen, kwam op maandagochtend dat kantoor weer in en dacht: nee. Neeneeneeneenee. Ik ben meteen doorgelopen naar mijn baas en ik zei: ‘Luister, ik wil hier zo snel mogelijk weg.’ Die ochtend wist ik nog niet dat ik mijn baan ging opzeggen. En twee dagen later was ik daar weg.’

En met wat voor een gevoel liep je toen dat gebouw uit? ‘Toen dacht ik wel: oeps. Want ik kon nog niet leven van mijn boeken. Maar ik voelde ook triomf.’

Waar haalde je die maandagochtend het lef vandaan? ‘O, maar ik heb gewoon veel lef. Ik ben niet bang voor dat soort dingen. Of laat ik het zo zeggen: ik heb een goed gevoel voor timing.’

Een paar jaar eerder had je je huwelijk opgebroken. Waarom ben je gescheiden? ‘Ik was gewoon te jong toen ik mijn man ontmoette. Ik was 22, hij was 44. Ik las laatst ergens dat 75 procent van de mensen die onder de 26 trouwt, gaat scheiden, en dat snap ik helemaal. Je moet zo jong niet al zulke grote beslissingen nemen. Ik heb het zelf ook ervaren: je maakt daarna nog zo’n enorme ontwikkeling door, de kans dat je op je 22ste goed hebt gegokt, is klein.’

Waarom ben je zo jong getrouwd? ‘Omdat ik heel verliefd was. Ik heb hem op Curaçao leren kennen, waarheen ik verhuisd was omdat ik er een baan kon krijgen bij een reclamebureau.’

Was hij een collega? ‘Nog erger: hij was mijn baas. Ik heb alle clichés gehad, hoor: ook de skileraren, de buurman, de mooie neger, noem maar op.

‘Hij was de eerste persoon in mijn leven die echt in me geloofde. Die me niet wegzette als een leuk, blond, springerig meisje, maar vanaf dag één zei: ‘Jij gaat het helemaal maken.’ Ze lacht: ‘Ik werd in die tijd nooit door anderen geprezen om mijn intellect.

‘Hij was mijn mentor, de eerste jaren. Hij heeft me alles geleerd. Als 22-jarige kijk je als een kip naar het onweer, dingen komen uit de lucht vallen. Was iemand boos op me, of liet iemand niets meer van zich horen, dan legde hij me uit waarom. Basispsychologie, menselijke verhoudingen – hij wist er zo veel meer van dan ik, hij had een enorme voorsprong. Hij gaf mij advies en ik volgde het op. Op een gegeven moment dacht ik: ik wil niet altijd jouw advies en bemoeienis, ik wil het zelf doen. Ik vond dat hij me te veel claimde, alles moest op zijn manier. Het was alsof hij de vader was en ik het kind dat in de puberteit kwam. Ik ging me tegen hem afzetten. Ik wilde meer ruimte, ik had het benauwd. ’

Het leeftijdsverschil brak jullie op. ‘Toen ik 30 was, was hij 52. Dan kijk je naar je man en denk je: goh, je bent eigenlijk best oud. Maar dat was niet de reden van de scheiding hoor, ik was hem ontgroeid. In het begin werkte het, maar ik maakte daarna een enorme ontwikkeling door. En het lullige was dat die ontwikkeling zich tegen hem ging keren.’

En net als met je baan had je het lef er een streep onder te zetten. ‘Welnee, dat was helemaal geen kwestie van lef. Ik ging gewoon vreemd. Het is het meest klassieke, foute verhaal dat je maar kunt bedenken: ik werd verliefd op iemand anders, iemand uit onze eigen vriendenkring op Curaçao note bene, en we kregen een affaire. En die kwam na twee jaar uit en toen was iedereen woedend en hysterisch en het was één groot drama.’

Want zijn vrouw maakte ook deel uit van jullie vriendenkring? ‘Ja, het was echt heel erg. Zijn vrouw en mijn man zijn er tijdens een kerstdiner achter gekomen. Ze zaten naast elkaar en ze gingen gegevens vergelijken. Ze hadden zeer sterke vermoedens. Zij zijn erover gaan praten en ze concludeerden: het moet gewoon zo zijn. Iedereen wist het eigenlijk wel. Het is natuurlijk een klein eiland.

‘Ik ben er niet trots op. Het is een goede beslissing geweest om te gaan scheiden, maar ik heb het op een enorm laffe manier gedaan. Moedig was geweest als ik had gezegd: ‘Ik ben verliefd op iemand anders. Niet dat ik denk dat het wat wordt met die man, maar het maakt me wel duidelijk dat het over is tussen ons.’ Maar ik heb het gewoon verneukt, iets anders kun je er niet van maken. Ik heb veel mensen pijn gedaan en daar heb ik me jaren kut over gevoeld. Het duurt veel langer om over dingen heen te komen die je zelf verkeerd hebt gedaan dan over dingen die anderen je aandoen. Dat vind ik echt. Ik vind het moeilijker om mezelf te vergeven dan om anderen te vergeven.’

En: is het niks geworden met die man? ‘Nee. Hij was helemaal niet goed voor mij, maar ik kwam niet los van hem. Hij was zo’n charmeur, ik kon hem niet weerstaan. Nu zie ik hem nooit meer. Prima, blijf maar bij mij vandaan. Ik denk niet ik weer voor de bijl zou gaan, maar ik wil het risico niet nemen. Een ex-alcoholist moet ook geen wijntje nemen.

‘Het was een verslaving, echt. Het is voor honderd procent te vergelijken met een drugsverslaving die alles kapot maakt. Ik ging er helemaal aan onderdoor. Het was wel geweldig voor mijn lijn.’

Hoe ben je afgekickt? ‘Je moet cold turkey gaan. Ik ben op een gegeven moment gewoon naar Aruba verhuisd. Ik weet nog dat hij me belde vlak voor ik vertrok en dat ik naar zijn nummer keek op het schermpje en dacht: jij hebt niet mijn adres op Aruba, jij hebt niet mijn telefoonnummer op Aruba, als ik nu niet opneem, ben ik weg.’

Waarom Aruba? ‘Daar woonde mijn ex-man inmiddels al, en het leek me beter voor de kinderen om beide ouders in de buurt te hebben. Daarbij: iedereen haatte me op Curaçao. Ik moest aan gecontroleerde ademhaling doen voordat ik de supermarkt in ging, want iedereen fluisterde : ‘Oh, daar heb je háár.’ Dus het was: schouders recht, kin omhoog, borst vooruit, daar gaan we.

‘Het is afschuwelijk, een buitenechtelijke relatie. Ik moet er echt niet meer aan denken. Maar ik denk dat het me ook niet zo snel zal meer overkomen: ik ben gelukkig met mijn vriend en los daarvan kom ik heel weinig leuke mannen tegen. Ik ken verschrikkelijk veel leuke vrouwen, maar de meeste mannen vind ik dodelijk saai.’

Toen je daarna naar Nederland verhuisde, bleef je zoon Jiri bij je ex-man wonen, vertelde je net. Waarom? ‘Jiri wilde daar liever blijven. Later zijn ze naar Nederland gekomen, maar nu wonen ze weer op Aruba.’

Hoe is dat dat, dat je zoon van 11 niet bij je woont? ‘Hij is daar op zijn plek. We hebben hier zo’n ellendig traject met hem meegemaakt. Hij heeft asperger, een vorm van autisme. Je hebt autistische kinderen die depressief of introvert zijn, maar Jiri ontploft gewoon als hij boos wordt of bang. Dan gaat hij meppen, of hij trapt een ruit in.

‘Hij kwam hier in Nederland in eerste instantie op een gewone school. Dat ging goed, tot zijn geweldige juffrouw wegging. Daarna ging het mis. In de pauze werd daar altijd gevoetbald, en dat ging gepaard met ruzie en gedoe. Jiri mocht niet meer meedoen met voetbal. Dat vond hij natuurlijk niet leuk. ‘Laat hem dan de planten water geven in de pauze’, zei ik, ‘of de vissen verzorgen, dat vindt hij leuk.’ Goed, dat werd afgesproken. Maar op dag dat dat zou ingaan was er een invaller die niets van die afspraak wist, Jiri gaat toch naar buiten om te voetballen, krijgt weer ruzie en flipt helemaal de pan uit. Ze moesten hem met twee man tegen de grond aan duwen, geloof ik. Dus Jiri wordt van school geschopt.

‘Daarna kwam hij in het speciaal onderwijs terecht. Daar ging het ook mis. Kijk, Jiri heeft jarenlang therapie achter de rug, dus hij kan heel goed zeggen: ik voel me gestrest, ik wil niet naar buiten in de pauze. Wat ongelooflijk knap is voor een kind van 9; er zijn volwassenen genoeg die dat niet zo goed duidelijk kunnen maken. Als-ie thuis zegt: ‘Ik voel me gestrest, ik ga naar mijn kamer’, zeg ik: ‘Wat goed van je, ga maar lekker doen. Zal ik je een kopje thee brengen?’ Maar op school werkt dat niet zo. Hij moest naar buiten in de pauze – weer ruzie, weer flipt hij, hij schopt een ruit in en wordt ook daar van school gestuurd. Thuis functioneert hij prima, wij hebben de gebruiksaanwijzing nu wel door. Maar hoe het op school loopt heb je niet in de hand.’

Je zit thuis altijd je hart vast te houden. ‘Ik kan je niet vertellen hoe stressvol dat is. Als de telefoon gaat en je ziet ‘school’ in dat schermpje – het is altijd één minuut voor twaalf.

‘Opeens zat Jiri thuis. Ik zat midden in een boek, tegen een deadline, en opeens zit mijn kind weer thuis, maandenlang. En zo schijnen er in Nederland duizenden kinderen thuis te zitten omdat er nergens een plek voor ze is. Ja, Jiri moest naar het zmok (onderwijs voor zeer moeilijk opvoedbare kinderen – EvV), maar ik zei: ‘Hij gaat níét naar het zmok.’ Ik zag hem alleen maar afdalen.

‘Thuisonderwijs mag in Nederland niet. Mijn ex wilde graag terug naar Aruba en Jiri wilde dat ook verschrikkelijk graag, dus dat was de oplossing. Daar konden we hem inschrijven op de Wereldschool. Hij krijgt nu vier ochtenden per week thuis les en ’s middags gaat hij op blote voeten de wildernis is. Jiri is een soort blanke bosneger, een buitenkind dat boa constrictors en hagedissen vangt en altijd aan het vissen is.’

Vond je het niet hartverscheurend om hem te laten gaan? ‘Ja, maar hoe hartverscheurend is het om een kind te hebben dat doodongelukkig is en woedend, dat elke dag met een strak, wit gezicht uit school komt? Als ik hem nu aan de telefoon heb vertelt hij honderden verhalen over wat hij heeft meegemaakt. Hij is daar supergelukkig. En mijn ex is een geweldige vader voor hem.

‘Natuurlijk mis ik hem. Als ik in het vliegtuig stap nadat ik daar ben geweest, voel ik me echt rot. Maar het heeft geen zin in dat missen te blijven hangen. Ik ben ervan overtuigd dat dit het beste is, dan moet ik niet voortdurend roepen: ‘O, wat mis ik hem.’ Dan heb je geen leven. En ik zie hem zo vaak mogelijk; bijna al mijn geld gaat in vliegtickets zitten.’

Vlak na je scheiding bleef Jiri ook op Aruba. Niet veel moeders maken die keus. ‘Ja, en bij vaders kijkt niemand ervan op. Dat is zo inconsequent. Je wordt er als moeder enorm om veroordeeld. Mensen begrijpen er geen zak van, ze zeggen: ‘Ik zou dat nooit kunnen’, met zo’n verwijtende ondertoon. Je moet er echt een dikke huid voor kweken. Als mensen net iets te verwijtend doorvragen, draai ik tegenwoordig de vraag om, ik zeg: ‘Maak je je zorgen om zijn welzijn?’ Dan snappen ze het wel. ‘Ach, mensen oordelen zo snel. Als opvoeder van een autistisch kind zul je ook wel van alles fout doen. Je moet ’m wat vaker in de naughty corner zetten – dat soort kritiek krijg je dan. Alsof een kind zo maakbaar is. Ik was heel jong toen ik moeder werd, 24, en ik woonde toen op Curaçao, waar ik graag een wijntje op het strand dronk. Dus het was al gauw: ja, zij drinkt wijntjes op het strand en die kinderen dóén maar. Terwijl: mijn dochter is een heel makkelijk, lief kind, een zonnetje, als zij van school belt is het hoogstens omdat ze haar gymtas is vergeten. Als je alleen naar haar kijkt, zou je denken dat ik Supernanny ben. Het is zo makkelijk te zeggen dat het allemaal aan de ouders ligt. Ik werd zo moe van dat onbegrip. Nooit eens iemand die gewoon zei: jee, wat zwaar voor je, wat moeilijk.

‘Maar ik ben altijd vrolijk gebleven. Zelfs tijdens mijn scheiding was ik nog vrolijk. Ik veegde alle shit onder het tapijt en ging er gewoon op staan dansen. Pas de laatste jaren ben ik serieuzer geworden. Toen ben ik extreem doelgericht te werk gegaan. En nu ik een groot deel van mijn doelen heb bereikt, betrap ik mezelf erop dat ik soms denk: wat nu?’

Succes is de beste wraak, zei je in een interview. Op wie? ‘Op iedereen die niet in mij geloofde.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden