'De meeste huwelijken duren korter'

'Een criticus als ik past niet meer bij HP/De Tijd.' Hij overleefde vier hoofdredacteuren, en struikelde over de vijfde, Bert Vuijsje....

'IK BEN EEN beetje nuffig. Heb een hoog neusje. Voel me voor bepaalde dingen te goed. Ik had graag zelf willen zeggen wanneer ik ermee ophield. En vond het dus minder elegant van Bert Vuijsje dat hij me voor een voldongen feit stelde. Hij had me ontboden op vrijdag 24 juli. Wilde even praten. Waarover? Dat vertelde hij wel als ik er was. Toen wist ik het. Hij zei: Je zit er al zeventien jaar; de meeste huwelijken duren korter.'

Jaap Goedegebuure, hoogleraar in Tilburg, is een vooraanstaand criticus. Tikje professoraal misschien, en zelden belust op een rel die zo nuttig is voor de verkoop van een hypend boek, én de oplage van zijn broodheer, HP/De Tijd. Saai is hij niet, vindt Goedegebuure. 'Dat klinkt denigrerend. Doorwrocht ligt me beter. Maar ik ben inderdaad te degelijk voor dit magazine.'

Het geknor bij HP/De Tijd kende hij wel. Al kort nadat de criticus in april 1981 Aad Nuis opvolgde bij de toenmalige Haagse Post, moest hij opdraven bij een redactievergadering 'waar ze mijn nieren wilden proeven'. Daarna ving hij soms op te droog te zijn, of ongevoelig voor modieuze boeken, en ooit trachtte een kunstredacteur hem steviger 'bij de teugels te nemen, te dwingen tot flitsender bijdragen. 'Ik heb dat allemaal overleefd en doorstaan. Ik hield voldoende backing.'

Goedegebuure is tot de huisraad van het weekblad gaan behoren. Hij zit er langer dan enig redacteur, op één na. 'Ik heb vijf hoofdredacteuren meegemaakt. Ron Kaal, John Jansen van Galen, Ad 's Gravenzande, Gerard Driehuis en Vuijsje. Met de eerste vier, en zelfs met Vuijsje tot eind juli, kon ik lezen en schrijven. Ik was eigen baas. Maar besefte dat de stemming zich tegen mij kon keren. Ik heb zeventien jaar geleefd in de vaste overtuiging dat iedere maand de laatste kon zijn. De klap kwam niet heel hard aan.'

Hoewel HP telkens 'van kleur verschoot', bleef Goedegebuure 'onbeweeglijk'. 'Ik heb me niet aangepast. De human interest is, speciaal waar het om literatuur gaat, uitgevonden in de HP. Dat is almaar toegenomen, en andere dag- en weekbladen hebben er driftig aan meegedaan. Dat soort trends zal mij worst zijn. Het gaat om het boek. Als aankomend criticus werd ik aangezien voor een personalist. De Forum-lijn. De mens achter de schrijver. Maar ik ben daarin alleen geïnteresseerd voor zover die zich manifesteert in dat boek.'

Dat hij een podium had, vond hij aangenaam, zegt Goedegebuure. De invloed die hij allicht had, liet hem koud. 'Ik ben niet zo iemand die zegt: Frans Pointl is groot geworden omdat ik als een van de eersten over hem schreef. Pointl stond paginagroot in het Cultureel Supplement, kwam bij Van Dis. Die impact was veel groter. Ik ben er niet op uit geweest schrijvers te ontdekken en te promoten. Ben geen marktkoopman. Daar gruw ik van. En ijdelheid? Misschien ben ik wel blind voor mijn eigen ijdelheid, maar ik hou van het schrijven. Je vindt pas echt iets als je het opschrijft.'

Rouwig is Goedegebuure niet om zijn vertrek. HP/De Tijd is HP niet meer, niet het blad met boekenspecials of de grote schrijversportretten van Jan Brokken. 'Het is een blad geworden met een heel ander publiek. Vuijsje voelt aan dat een criticus van mijn type daar niet in past. We zijn uit elkaar gegroeid. Er was een mismatch. Waarom ik er niet eerder mee ophield? Het gaf me plezier. Ik had een podium, en als dat staat op een plek die vloekt met mijn kleur - so be it. Ik heb dat weggewimpeld, totdat de discrepantie kennelijk te groot werd. De keuze van mijn opvolger, Max Pam, geeft het al aan. Dat is geen echte literatuur-criticus, maar een columnist. Hij moet wat meer vertier brengen.'

Voor amusement of buiten-literaire nieuwsgierigheid - hoe zat dat nou echt tussen Conny Palmen en Ischa Meyer? - moet HP/De Tijd niet bij Goedegebuure zijn, al is hij er niet vies van een boek te kraken. 'Af en toe moet je er gewoon één executeren, laten zien wat de standaard is. Maar ik maak er geen wekelijkse gewoonte van. Dat hou je niet vol. Komrij heeft het een jaar gedaan, niet langer. Ook de laatste jaren heb ik nog wel uitgehaald. De schaarse keren dat men bij HP zei: dat was nou leuk, was wanneer er flink werd geknokt.

'Vijanden? Leon de Winter haat me. Jan Wolkers zegt iets lelijks als je mijn naam noemt. En Adriaan van Dis is een vijand geworden, omdat ik tot zijn innige woede schreef dat hij zijn commerciële succes in hoge mate te danken had aan zijn succes als televisie-presentator. Criticus is een ongezellig beroep. Je moet je vrienden niet in de literatuur zoeken. Schrijvers hebben een groot ego. Een kleurloze man schrijft geen boeken. Daar horen kleinigheden bij. Dat ze jaloers zijn, en hunkeren naar liefde en aandacht.

'Ik heb niet het imago van gevreesd criticus. Maar wie wel? Een schrijver hoeft een criticus niet meer te vrezen. Een slecht stuk, zei Geert van Oorschot, scheelt honderd tot honderdvijftig exemplaren. Dat is tegenwoordig peanuts. Een uitgever maakt nog wel boeken in de standaardoplage van tweeduizend, maar het echte geld wordt verdiend als je boven de vijftig- of zestigduizend gaat. Elke uitgever weet dat je daarvoor een ander kanaal moet aanboren. Grunberg moet het hebben van een uur bij Hanneke Groenteman.'

Goedegebuure kan nu gaan werken aan zijn biografie over H. Marsman. 'En ik hoef niet meer de hele week te zoeken naar dat ene boek. Niet dat het allemaal kommer en kwel is, maar het peil is de laatste jaren bedroevend. Al die Zwagermannen en Gipharts. Ik maak een tamelijk geblaseerde indruk; er is een zekere metaalmoeheid ingetreden in mijn smaak.'

De criticus kan zich wel voorstellen dat HP/De Tijd behoefte heeft aan 'een frisse wind'. 'Niet dat je het slecht doet, zei Vuijsje, maar een zekere sleet zit er wel op: wat jij van de nieuwe Leon de Winter vindt, valt te voorspellen. Dat is eigenaardig, want De Winter is nou net een schrijver die ik principieel niet meer volg. Daarin ben ik altijd gesteund. Tot en met Gerard Driehuis waren de hoofdredacteuren mensen met smaak, lezers met een vrij geprononceerd oordeel over literatuur. Ik geloof niet dat Bert een groot lezer is.'

Henk Blanken

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden