Interview

'De meeste gedichten pleur ik weg, kan mij het schelen'

Dichter en Rotterdamse legende Frans Vogel is 80. Hij wordt in zijn stad in het zonnetje gezet. Over verbaal kabaal en de toevallige ontdekking.

Beeld Zahra Reijs

Er wordt een zwaar sjekkie gebouwd en dat is wat voor Frans Vogel nu effe telt. Het sjekkie is al gerold en er ligt nog een oud sjekkie uit te fikken, voor z'n neus, in een asbak, maar het sjekkie dient nog te worden dichtgelikt. Hij heeft zicht op zijn eigen goddelijke verschijning, in de vorm van de jongere Frans als fotomodel, alhier hangend in Galerie Wind in Rotterdam, waar een imposant eerbetoon aan hem is uitgevent.

Ze zeggen dat hij 80 is, maar dat zegt de legendarische Rotterdamse dichter en kunstenaar geen ene teringmoer. 'Mijn benen hangen er maar een beetje bij' - tot zover de door hem uitgesproken ongemakken. Het is goed dat Hansje de Reuver erbij zit, om als Frans Vogel-fluisteraar en schatbewaker zijn verhaal van de nodige kanttekeningen te voorzien.

Net als je een nanoseconde jezelf betrapt op de gedachte: hé Frans, doe je nog mee?, gooit-ie opeens zijn luik open en zegt met welluidende stem:

'Meubels!'

Vervolgens kijkt-ie met grote ogen van onder de zeemanspet baldadig de ruimte in, zet-ie zijn mond op de kwajongensachtige grijnsstand en gaat fullspeed ahead met nog een klassieke Frans Vogel-roeptoeter:

'Neuke!'

En zie dan maar eens stil en aandachtig te blijven, dat gaat gewoon niet.

Frans Vogel-mythologie 

Dat verbaal kabaal is een belangrijk onderdeel van de lokale Frans Vogel- mythologie. Er staat dan wel een dichtregel van hem op een Rotterdamse poepzuiger ('jong begeerd, oud afgedaan'), hij heeft ook al drie bundels en diverse boeken gevuld. Maar zijn provocerende manieren om doodse stiltes te doorbreken, zijn in de lucht zwevende meesterwerken.

Het zit zo: vroeger kwamen mensen ergens binnen, een winkel of een huis, en als er niemand was, werd er 'volluk' geroepen. Frans wilde dat veranderen, hij vond dat ouwerwets, zegt hij, en riep daarom, meestal onder invloed van overvloedig ingenomen hoeveelheden drank en speed: 'Neuke'. Of: 'Met je grote kut'.

Nu we toch bezig zijn, is het van belang hier nog twee universele uitingen van orale ophef naar voren te brengen, zodat het nu voor eens en voor altijd is opgenoteerd - ja toch Frans?

1. In een volle bioscoop waar hij te laat naar binnen lazerde, wist hij de aandacht op zich te vestigen door tijdens een spannende scène in de film Blue Velvet te roepen: 'Kijk uit, achter je!'

2. Tijdens Poetry International waren voor het eerst zeldzaam geachte Chinese dichters uitgenodigd. In een volle zaal vol poëzieliefhebbers, en iedereen doodstil luisterend naar een Chinees, riep hij uit volle borst: 'Harder!' Commentaar van Vogel nu: 'Ja, ik kon ze gewoon niet verstaan.'

Drinken doet hij nu niet meer, sinds hij drie jaar geleden out ging. Jenever en medicijnen willen niet samen, zeker niet in combinatie met suikerziekte en te weinig eten. Maar laten we er niet te veel over blèren, want je moet weten dat Robert De Niro ook weleens flauwviel - dus waar heb je het over dan.

Beeld Zahra Reijs

Paardendrollengesticht 

Ze denken altijd dat hij een geboren en getogen Rotterdammer is, dat is hij vooral by heart. Zijn moeder kwam uit Haarlem. Nadat ze zich had laten neuken door een gozer die Werner Maas heette, kwam ze erachter dat hij een NSB'er was. Weg met die vent. Zijn moeder kwam daarna aan een andere kerel en Geert Franciscus de Vogel werd in een 'paardendrollengesticht' in Haarlem geduwd. Toen hij 14 was, ging hij naar een Rotterdams tehuis, in 1949. Hij zou de stad nooit meer verlaten.

Een schitterende jour-na-list wilde hij worden, en hij spreekt het zo voornaam mogelijk uit. Zijn naam had hij al ingekort tot Frans Vogel, makkelijker te onthouden, weet je wel. Als corrector bij de krant De Maasbode werd hij ook weleens op pad gestuurd, om verslag te doen van literaire aangelegenheden rond Armando en zo, en dat was het.

Van nog groter belang was zijn ontmoeting in de jaren vijftig met dichters Hans Sleutelaar en Cornelis Vaandrager. Later zouden daar Armando en Hans Verhagen nog bijkomen. Zij maakten samen de literaire tijdschriften Gard Sivik en De Nieuwe Stijl en Frans leefde aan de zijlijn als geestverwant mee. Literatuur moest rauwer en journalistieker, volgens deze 'Rotterdamse school'. Niet dat geëmmer over je eigen ik (inclusief navel), maar opschrijven wat er gebeurt, om je heen, middels readymades en straattaal.

Op een reclamebureau leerden hij en zijn kompanen om zuinig te schrijven, om je met een tekst te richten op één persoon en esthetisch en particulier geouwehoer achterwege te laten. In Vogels poëzie kwam het later terug, zoals in het gedicht Kunstenaarsbegrafenis:

Als de kist daalt, stijgen de prijzen.

Beeld Zahra Reijs

Jazz & zwarte coltruien 

Hij steekt de brand in zijn dichtgelikte sjekkie en kijkt vooruit. Op zijn revers (links) een minimicrofoon en rechts een gebroken geweertje. Wonderlijk toch, die foto's van hem als dressman, met een uitgestreken smoelwerk, in een deftige lange jas of klassieke pantalon. Het is toch iets wat hij gedaan heeft, zegt-ie. Het was hem ook maar overkomen, nadat hij tegen een prachtig fotomodel was aangelopen, midden jaren zestig in de sien van café De Fles, van jazz & zwarte coltruien. Tussendoor had hij trouwens nog effe in de bak gezeten voor een gevalletje drugs die niet mogen.

Maar hij dus mee naar Parijs met Andrea (zijn toenmalige vrouw), wilde zo'n fotograaf hem ook op de kiek. Hij hoefde er niks voor te doen. Jas aan, kijken naar het vogeltje en Vogel was klaar. De toevallige ontdekking - kunst die je opraapt, of waar je tegenaan loopt - hangt nou eenmaal aan zijn reet, en nu was het hem in positieve zin overkomen. Scheiding, baan kwijt, WW, drank en speed, vechtpartijen, de goot - dat zou daarna ook allemaal aan komen waaien, alsof het niks kost. Frans: 'Het leven is nou eenmaal geen vooropgezet plan.'

Die leeft niet lang meer - stond jarenlang op zijn voorhoofd geschreven. Wat ook niet zo gek was, gezien zijn alcoholische levenswandel. En dan hebben we het nog niet eens over die keer dat hij verliefd was geworden op een heroïnehoer en dus ook maar aan de heroïne ging, om de liefde te verstevigen. Joh, zijn moeder werd 91 en die doopte d'r neus in de sherry en stoomde een pakkie Bastos erdoorheen. Die van Vogels kunnen wat hebben. Frans: 'Destructie gaat aan creatie vooraf.'

Ken zó in Boijmans

Frans Vogel (80), teksten en afbeeldingen samengesteld door Hansje de Reuver, Erik Brus en Pieter Kers. Met medewerking van onder meer Jules Deelder, Wim de Jong, Wilfried de Jong en Elfie Tromp. Tentoonstelling in Galerie Wind in Rotterdam, van maart tot eind april 2015.

Gevoelige jongen

Hij mag graag zeggen dat hij ondanks alle middelen gezond is gebleven, hij is geen zeikerd. Maar dan steekt fotografe Hansje de Reuver d'r vinger op: of-ie soms was vergeten dat-ie bijna kassiewijle ging na een hartaanval en laten we ook de hersenbloeding niet vergeten. Frans: 'Dat de hele avond kopstoten drinken maakt weleens een zuiplap van een mens.'

Echt eerlijk: Hansje heeft 'm geresocialiseerd, feitelijk gered, want het is in zijn hart ook een lieve en gevoelige jongen. Eerst hadden ze stevige verkering, maar zelfs nadat het was uitgegaan, bleef ze zich om hem bekommeren. Hij heeft verder niemand, behalve dan een halfzus en de dochter van de halfzus, maar die ziet hij nooit. Hoe het toch afliep met zijn verwekker, de NSB'er, is hem onbekend. Frans: 'Ik voel me geen lid van een misjpoge.'

Hansje is ook een van de samenstellers van Ken zó in Boijmans, het boek en de tentoonstelling over Vogel. Als ze samen een hele avond hadden gezopen en geblowd en daarna langs de straten schuimden, zag Frans weleens 'een object' - en dat kon van alles zijn, van een hondendrol tot een aan de weg gezette wasmachine. En dan zei hij: ken zo in Boijmans.

De tijd vliegt

Alleen het Rotterdamse museum zelf wilde Frans Vogel niet, vertelt Hansje, terwijl ze toch echt heeft aangedrongen. Maar ja, dan kwam een tuttige conservatrice van het museum kijken en die voelde wel veel voor een weirdo uit Italië, maar voor Rotterdamse Frans had ze geen plek in haar artistieke inborst. Dan niet!

De tijd vliegt,

als ie niet kruipt.

Het zou mooi zijn, als-ie op het nippertje van zijn leven nog een vierde dichtbundel zou kunnen afmaken. Alleen moet Frans dan wel een nieuwe typemachine halen bij de kringloopwinkel, want alle zeven in zijn huis hebben het nu begeven. Hij is ook niet wat je zegt een productieve dichter: er gaan maanden voorbij dat het 'm geen reet interesseert; dan komt er geen letter op papier. En als er dan eentje is, na veel vijven en zessen, dan vindt hij 'm niet goed. Frans: 'De meeste gedichten pleur ik weg. Joh, kan mij het schelen. D'r komt wel weer een andere.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.