GESCHIEDENIS

'De meeste dorpelingen kenden zwarten alleen van missieplaatjes'

Soldaat Jefferson Wiggins was een van de duizenden Afro-Amerikanen die in de Tweede Wereldoorlog naar Europa gingen en in Limburg belandden. Hun geschiedenis was vrijwel onbekend. Nu is er een boek waarin Wiggins verslag doet.

Grafdelvers van de 3136ste QMSC in Margraten. De foto is gemaakt door het Signal Corps van het Amerikaanse leger.Beeld SHOM

Er was tot dat moment één dode die op zijn netvlies stond. Dat was zijn zusje. Ze stierf, 11 jaar oud, aan een blindedarmontsteking. De familie van katoenplukkers uit Houston County, Alabama was straatarm, maar ze lag netjes opgebaard in een kist, ze droeg een nieuwe jurk. Nu is het 17 november 1944, Jefferson Wiggins is 19 jaar, sergeant in de 960ste Quarter Master Service Compagnie van het Amerikaanse leger, en hij kijkt uit over de modderige aardappel- en bietenakkers op het plateau van Margraten in Zuid-Limburg. Daar liggen, nog beschermd onder dekzeilen, honderden lijken. Het zijn gesneuvelden in de strijd om het Hürtgenwald, de Roer, de Rijn, de Siegfriedlinie. Wiggins denkt dat er weldra kisten zullen komen om ze te begraven. Die komen niet. Er liggen matrasovertrekken. Daar moeten de dikwijls zwaar verminkte stoffelijke overschotten in, voordat ze straks in de gaten zakken die de compagnie, 260 man sterk, vanaf vandaag in de plakkerige löss moeten graven: precies 6 foot diep, 6 foot lang, 2.5 foot breed. Schop en houweel liggen gereed.


Aan grafdelver Wiggins (1925-2013) is het boek Van Alabama naar Margraten gewijd, dat op 5 november in het bijzijn van zijn weduwe wordt gepresenteerd in het provinciehuis van Limburg. Mieke Kirkels, communicatie- en projectadviseur uit Cadier en Keer, tekende zijn herinneringen op toen ze hem in 2010 opzocht, thuis in Connecticut. Het is een eerbetoon geworden aan bevrijders wier aandeel onderbelicht bleef, en die eenmaal terug in Amerika net zoals vroeger weer achter in de bus moesten plaatsnemen: vrijwel alle soldaten van Wiggins' compagnie waren zwart. Alleen de officieren waren blank. Kirkels: 'Er waren 1,2 miljoen Afro-Amerikanen in dienst van het leger. Heb je Saving Private Ryan gezien? Er komt geen zwarte soldaat in voor.'

De begraafplaats in Margraten. Foto's National Archives, WashingtonBeeld National Archives, Washington

Ze had Wiggins eerder ontmoet. Kirkels werkte in 2008 met de lokale heemkundekring mee aan het vastleggen van ooggetuigenverklaringen over de aanleg van de militaire begraafplaats in Margaten, in een boek en een documentaire. Vrijwel iedereen zei hetzelfde: 'Och, die erme zwerte jónges.' Ze slaagden erin één van hen te achterhalen: Jefferson Wiggins. Hij reageerde eerst korzelig, hij had de weken van november en december in Margraten uit zijn geheugen gebannen - de aanblik van de doden, de stank, de blaren op de handen van het graven, de niet aflatende regen, de sneeuwbuien, de kuilen die maar bleven vollopen met water en modder.


Hij had zich na de oorlog ingespannen voor stemrecht voor Afro-Amerikanen, hij had Martin Luther King zien preken in een kerkje in Montgomery, hij was als leraar en schrijver betrokken bij projecten voor sociale integratie. Maar over Zuid-Limburg had zelfs zijn vrouw hem nooit gehoord. Hij draaide bij, in 2009 kwam hij zelfs naar Margraten, waar hij te gast was bij de herdenking van 65 jaar bevrijding in Limburg. Het was toen dat hij Kirkels aankeek en zei: 'We gaan een project doen, jij en ik.' Vijf jaar later is er het boek, waarvan hij alleen de eerste hoofdstukken had kunnen lezen, voordat hij begin 2013 stierf.


Wiggins trad als 16-jarige in dienst van het leger, hij had gezegd dat hij twee jaar ouder was. Hij wilde weg uit de streek waar hij van de stoep moest stappen om ruimte te maken voor de blanken, die hem aanspraken met boy of nigger, waar leden van de Ku Klux Klan op een avond voor de deur van zijn ouderlijk huis een kruis in brand hadden gestoken.

Ook het leger bestond uit gescheiden werelden. Blanke en zwarte militairen verbleven in aparte vertrekken, aten nooit samen, gingen uit in andere cafés. De Afro-Amerikanen kregen meestal geen taken aan het front, maar werden vooral ingedeeld in ondersteunende diensten, als chauffeur of in de bevoorrading. Toch wisten enkele gekleurde gevechtseenheden als het 761 ste tankbataljon en de Tuskegee Airmen zich later in Europa te onderscheiden. Wiggins bleef. Het eten was er goed, hij leerde lezen en schrijven in een bibliotheek op Staten Island. En in het leger noemde niemand hem boy. Kirkels: 'Net zoals de andere jongens, wilde hij gewoon een beter leven.'


De compagnie van Wiggins landde op D-day in Normandië, trok achter het front aan door Frankrijk en België en werd in november ingekwartierd in een school in Gronsveld, de officieren in een kasteel ernaast. Daar hoorden de manschappen welke taak ze enkele kilometers verderop te wachten stond.


De dienst gravenregistratie van het Amerikaanse leger had het plateau van Margraten uitgekozen. Er liep al een rijksweg langs, de bodem was niet te zanderig en het landschap glooide er fraai. De komst van de 960ste QMSC leidde tot enig opzien. Kirkels: 'De meeste dorpelingen kenden zwarten alleen van de missieplaatjes. En nu werkten die in uniform op hun akkers.'

Jefferson Wiggins tijdens een trainingskamp in 1942, op de voorste rij, derde van rechts.Beeld Familie Wiggins

De aanvoer van de gesneuvelden kwam snel op gang. De chauffeurs van de 2,5 tons GMC-trucks met gestapelde lijken in de bak en de aanhanger jakkerden op hoge snelheid door de dorpen om stankoverlast te voorkomen. Ze meldden zich bij het nonnenklooster in Margraten voor een eerste registratie. Als ze wegreden, goot een GI benzine op het asfalt om de plas van bloed en lijkvocht die zich onder het voertuig had gevormd, weg te branden. Op de begraafplaats zelf volgde de identificatie, aan de hand van het gebit, persoonlijke documenten en bezittingen. De dogtag werd gesplitst: een deel van het plaatje werd op het houten kruis gespijkerd, het andere verdween in de mondholte. Wiggins herinnerde zich nog het eerste lichaam dat hij begroef: een Duits meisje - er was ook plek voor de vijand in Margraten. Er waren ook lichamen bij in verregaande staat van ontbinding: piloten en boordschutters die jaren eerder boven Duitsland waren neergehaald en in een noodgraf hadden gelegen.


De opdracht was: drie graven per man per dag. Maar dat werd zelden gehaald. Regen en vrieskou bemoeilijkten beurtelings het werk. Wiggins vertelde Kirkels dat er soldaten bij waren die niet konden stoppen, zelfs niet om even te eten. 'Iemand zei: als ik stop met graven, lukt het me niet meer om weer aan de slag te gaan.' Later kwamen berichten dat de delvers tranquilizers gebruikten om de emoties te weerstaan. Kirkels heeft Wiggins er nooit over gehoord. 'Maar het zou me niet verbazen.'


Zijn eenheid vertrok op 18 december 1944 naar de Ardennen, de 3136ste QMSC nam het werk over en kreeg hulp van vrijwilligers onder de bevolking, het Duitse offensief in de Ardennen joeg de aanvoer van de doden op. In 1946 maakte een telling de erfenis van de erme zwerte jónges zichtbaar: op Margraten lagen 17.738 Amerikanen begraven, van wie 995 onbekend bleven, en bijna 5.000 doden met een andere nationaliteit, onder wie ruim 3.000 Duitsers. Een jaar later werden ruim 10 duizend doden gerepatrieerd naar de Verenigde Staten. Er zijn 8.301 graven over, de Muur der Vermisten vermeldt 1.722 namen.

Grafadoptie

Op de begraafplaats Margraten bestaat een mogelijkheid graven of namen op de Muur der Vermisten te adopteren. De adoptant verplicht zich enkele keren per jaar de plek te bezoeken en bloemen te leggen bij het graf. In uitzonderlijke gevallen kan er contact worden gelegd met de nabestaanden. Toen een Amerikaanse officier in 1945 een ambtenaar verzocht om met enige regelmaat het graf van een gesneuvelde kameraad te mogen bezoeken, werd het Burger Comité Margraten opgericht. Dat zette een adoptieactie op touw. Al tijdens Memorial Day in 1946 waren alle graven, toen nog zo’n achttienduizend, al toegekend. Volgend jaar bestaat de Stichting Adoptiegraven Margraten 70 jaar. adoptiegraven-margraten.nl

De terugkeer naar Amerika was voor Wiggins, inmiddels bevorderd tot tweede luitenant, een frustrerende ervaring. Mieke Kirkels: 'Al in Margraten worstelde hij ermee dat hij jongens begroef met wie hij in het leger niet eens in dezelfde ruimte mocht verblijven. In Amerika moest hij, die duizenden blanken had begraven, meteen weer plaatsnemen voor in de trein, in het smerigste gedeelte, vol roet. Hij zag in Alabama dat Duitse krijgsgevangenen een luxer leventje leidden dan de zwarte bevolking. Zij mochten wel de winkeltjes binnen waar whites only op stond.' Hij voelde zich weer boy.

Wiggins verliet het leger, studeerde geschiedenis en politieke wetenschappen en belandde in het onderwijs. Hij mocht de gruwel van Margraten hebben verdrongen, het vormde volgens Kirkels wel de voedingsbodem voor zijn latere engagement.

De begraafplaats, die jaarlijks tot 250 duizend bezoekers trekt, ligt er deze dag smetteloos bij. Marmeren kruizen staan in het gelid op het groene gazon, de zon schildert lichtvlekken op de Muur der Vermisten. Niets herinnert aan de zwerte jongens. Volgens beheerder Keith Stadler van de American Battle Monument Commission is er in de huidige opzet ook geen plek voor. 'We maken hier geen onderscheid, alleen degenen die de Medal of Honor ontvingen, de hoogste Amerikaanse legeronderscheiding, hebben een opschrift in gouden letters. Vergeet niet: dit is geen historische trekpleister, dit is een begraafplaats.' Mogelijk dat er in een nieuw bezoekerscentrum, waarvan al decennia sprake is, aandacht voor het ontstaan komt. Sinds enige tijd is wel bekend hoeveel zwarte soldaten hier liggen: 155. In de aktes van toen werd gevraagd naar ras: de Afro-Amerikanen kregen race code 2.

Beeld National Archives, Washington

In november is de presentatie van haar boek, maar haar mooiste moment in het project heeft Mieke Kirkels al gehad. Bij het bezoek aan Nederland in 2009, schudde Jefferson Wiggins de hand van Friedrich Laab, een voormalige krijsgevangene uit Duitsland die als 18-jarige had meegebouwd aan een noodkapel op de begraafplaats.

Van Alabama naar Margraten, door Mieke Kirkels.

bestellen via de site: vanalabamanaarmargraten.nl

Beeld Mieke Kirkels
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden