De meest traditionele nouvelle vague-filmer

‘In de meeste films wordt helemaal niet gediscussieerd. En als er wél gediscussieerd wordt, klinkt het niet als echt.’..

Dat zei de maandag op 89-jarige leeftijd overleden Franse filmer Eric Rohmer enkele jaren voor zijn dood nog in een gepassioneerd televisie-interview. En als hij iets had bijgedragen aan de mondiale auteurscinema, dan was dat het wel: het besef dat er in films ook gewoon flink geouwehoerd mocht worden.

Niet over niets, maar op niveau, lucide, en traag uitgesponnen. Twee, drie personages bij elkaar gebracht, vaak in een villa, of langs zee, de plaats waar het prototype van de Rohmer-man – hogere middenklasse, gewapend met boekenintellect – in monoloog of dialoog zijn gedachten uiteenzet over religie, filosofie en moraliteit. Gedachtebolwerken die Rohmer vervolgens met veel plezier liet ontregelen door het opvoeren van een verleidelijke jonge vrouw.

Humor lag bij Rohmer in de zelfdeceptie van zijn personages, die hij liet beredeneren wat uiteindelijk niet te beredeneren valt. Zoals in La Collectionneuse (1967), waarin het rondhuppelende meisje Haydee elke dag een andere man verleidt, en zo twee logerende vrienden van de kaart brengt. Contes moraux (morele verhalen) noemde Rohmer zijn eerste, zesdelige reeks films waarmee hij zich eind jaren zestig vestigde binnen de Franse en internationale filmwereld. Het met twee Oscarnominaties gewaardeerde Ma nuit chez Maud (1969) was daarbij zijn grote doorbraak.

Binnen de nouvelle vague, de golf Franse filmers die halverwege de vorige eeuw de regels van de oude cinema openbrak, gold Rohmer als de meer traditionele stem, met een hang naar klassiek drama. Minder provocatief en swingend dan Jean-Luc Godard en François Truffaut, die net als hij als criticus verbonden waren aan het legendarische filmtijdschrift Cahiers du cinéma. Rohmer schreef voor het blad over door hem bewonderde filmers als Alfred Hitchcock en Howard Hawks.

Eric Rohmer was zijn filmnaam (in 1920 werd hij in Nancy geboren als Jean-Marie Maurice Schérer), samengesteld uit die van filmgrootheid Erich von Stroheim en de 19de-eeuwse Britse schrijver Sax Rohmer.

Rohmer onttrok zich bij voorkeur aan de publiciteit. Filmfestivals bezocht hij liever niet, sterren probeerde hij te mijden. Zijn films waren begin jaren zeventig zeer populair in het Amerikaanse arthouse-circuit, en waren van invloed op het werk van filmers als Woody Allen.

Rohmer maakte in vijftig jaar 24 films. In 2007 verscheen zijn laatste, de kostuumfilm Les amours d’Astree et de Celadon. De Franse kranten schreven vandaag over het heengaan van een ‘legende van de auteursfilm’. President Sarkozy noemde Rohmer ‘klassiek en romantisch, licht en serieus, sentimenteel en moralistisch’. Hoewel hij weinig werd bekroond op het eigen festival van Cannes (in 1976 eenmaal de juryprijs, voor Die Marquise von o), ontving Rohmer in 2001 wel een Gouden Leeuw voor zijn hele carrière op het Filmfestival van Venetië.

Een vaak aangehaalde uitspraak over het werk van Rohmer is die van een filmpersonage: de detective (Gene Hackman) in Night Moves (1975), die zei: ‘ik heb één keer een film van Rohmer gezien, het was als kijken hoe verf droogt.’

Rohmer had er geen moeite mee, zo’n opmerking. Hij filmde voor fijnproevers, en ambieerde geen groot publiek. Dat hij nooit die ene film maakte die het eigen oeuvre ontsteeg, vond de regisseur vanzelfsprekend. ‘Beschouw mijn werk maar als een collectie. Er is me vaak gezegd dat ik altijd dezelfde film maak, wat ook zo is, maar dat acht ik slechts het volstrekt normale gevolg van compleet auteurschap.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden