De massa moet worden opgevoed

Per 1 januari 2001 vertrekt Hans Maarten van den Brink als hoofdredacteur televisie bij de VPRO. Zijn opvolger zou een 'warmvoelende, zwarte vrouw' moeten zijn....

HANS MAARTEN van den Brink (1956) heeft één week uitgetrokken voor het 'gezeur en gezeik' rond zijn afscheid, ofwel de interviews. En ook deze week vallen ze niet mee. Iedereen schudt dezelfde knipselmap leeg en komt op de proppen met dezelfde conflicten ('Ik kan het niet iedereen naar de zin maken'), dezelfde kritiek ('Steeds afkomstig van een handvol anonieme bronnen') en dezelfde karakteromschrijving ('Afstandelijk, altijd maar weer afstandelijk).

Terwijl de reden voor zijn vertrek als hoofdredacteur van de VPRO toch zo onafhankelijk is: Van den Brink wil meer tijd hebben voor zijn kinderen Pieter (3), Laura (0) en Jelle (ook 0). De opbrengst van zijn roman Over het water stelt hem in staat een sabbatical year te nemen. 'Dit leek mij de beste periode; Pieter gaat eind volgend jaar naar school.' Verder over de kinderen geen mededelingen: zij zijn niet voor de krant.

Tegen NRC Handelsblad, de krant waar hij 13 jaar werkte was, zei Van den Brink in juni 1998 dat zijn missie bij de VPRO geslaagd zou zijn als de omroep 'straks in een kader zit op Nederland 3 waar ze zich thuis voelt'. Maar de VPRO voelt zich helemaal niet thuis op drie. De netprofilering die deze week inging en die van Nederland 3 een grensverleggend net moet maken, is volgens Van den Brink zelfs totaal mislukt. 'Het profiel van Nederland 3 leek helder, maar is verzwakt. Een typisch Nederland 3-programma als het Uur van de Wolf staat ingeroosterd op zondagavond half acht, de Bermudadriehoek van de kijkcijfers: óf je brengt je kinderen naar bed, of je kijkt naar Studio Sport. De netprofilering had tot doel de kijkcijfers te verbeteren, maar ik voorspel je dat dit najaar het marktaandeel van de publieke omroep lager zal zijn dan vorig najaar.'

Het is niet de schuld van één man of vrouw, ook niet van de raad van bestuur van de NOS: daar zitten aardige, lieve mensen. 'Maar het zijn alledrie bestuurders, geen van hen heeft zijn sporen verdiend in de journalistiek. Erger: het zijn consensus-denkers. In die consensus houden we elkaar gevangen; het is de schuld van ons allemaal. Dit is Nederland, hier heerst de terreur van het poldermodel, het is waarom ik soms denk: was ik maar in Spanje. Daar schieten ze elkaar dood, maar het is wel zo helder.'

Toch is de kritiek van de VPRO op de netprofilering nooit zo helder doorgekomen als die van, bijvoorbeeld, de VARA. Van den Brink: 'De VARA heeft de netprofilering mee laten mislukken, juist door haar type protest.'

Eén keer verliet Van den Brink tijdens een overleg met NPS en VARA de vergadertafel. 'Het werkte wel. Gingen ze allemaal bellen en zeggen dat ze het zo niet bedoeld hadden.' Zijn opvolger moet dus meer overtuigingskracht hebben. En verder moet hij, of liever zij, haar eigen koers varen: 'De VPRO is toe aan een warmvoelende, zwarte vrouw.'

De publieke omroep verkeert volgens de vertrekkende hoofdredacteur in een permanente identiteitscrisis. 'Ze rukt op richting commercie terwijl de commerciëlen steeds beter worden. Onder de bezielende leiding van deze raad van bestuur is een misser als Huis van Oranje tot stand gekomen. Onze artiesten - Freek de Jonge, Kees Prins - gingen liever naar Barend en Van Dorp: die hebben meer stijl en zijn onafhankelijker dan iemand als Jack van Gelder.' Niet voor niets vroeg hij Barend en Van Dorp in december naar Nederland 3 te komen als de VARA commercieel zou gaan.

Publiek betekent niet dat je moet doen wat de mensen vragen, vindt Van den Brink, en ook niet dat je voor iedereen bent; het betekent dat je publieke taken moet verrichten. 'Het uitzenden van voetbal is geen publieke taak, onafhankelijke sportjournalistiek wel. Maar bij de onafhankelijkheid van het hele publieke bestel kan je vraagtekens zetten; de verenigingen zijn nog steeds schaamteloos verweven met de politiek. De NOS? Ik durf te zeggen dat de zogenaamde staatsomroep BBC veel onafhankelijker opereert ten opzichte van bijvoorbeeld het koninklijk huis dan de NOS. Het poldermodel, alweer: als de koningin zegt dat iets haar niet heeft behaagd, zegt Wolffensperger niet netjes dat ze het dak op kan, maar dan zegt hij: Majesteit, we gaan erover praten en we komen er wel uit.'

De tv lijdt niet aan algehele verloedering, meent Van den Brink; eerder is sprake van een 'trivialisering van alles'. 'En de publieke omroep werpt daar bepaald geen dam tegen op. Ik ben van mening dat een publieke omroep niet plat mag zijn. Je kan zeggen: het grote publiek is toch plat? Dan vind ik dat het grote publiek maar een beetje moet worden opgevoed. Dat is gevaarlijke elitaire taal, maar ik ben niet bang om elitair te zijn. De massa moet worden opgevoed, altijd. De publieke omroep heeft een stichtende taak. Niet met het vingertje, wel door een bepaalde stijl te ontwikkelen en die te laten zien. De massa wil ook geen opera, evenmin musea voor moderne kunst. Moet je ze daarom afschaffen?'

Het marktaandeel van de publieke omroep daalt; wie niemand meer bereikt kan ook niet stichten. 'Je maakt geen programma's voor niemand, natuurlijk niet. Maar krimpen is niet erg als je daarmee je kwaliteit overeind houdt: 25 procent marktaandeel lijkt me een zinniger streven dan 40. De Hilversumse redenering is nu 'het was niet zo goed, maar het scoorde wel'. Dat doet denken aan die nachtmerrie waarin je zonder kleren over straat loopt. Dan ben je toch gek als je zegt: ''Ik liep in mijn blote kont over het marktplein, maar er keken gelukkig wel heel veel mensen''. Het 'schuiven met miljoenen' en het maken van plannen voor de middellange termijn in een leidinggevende functie is Van den Brink goed bevallen. Het fenomeen televisie op zich ook, ondanks zijn beperkingen: 'Tv is veel emotioneler dan een krant; tegelijk is het een hard gegeven dat het aantal mensen dat zijn nieuws van televisie haalt, groeit ten koste van het aantal mensen dat nieuws uit de krant haalt. Serieuze journalistiek en televisie vormen een lastige combinatie omdat je zo weinig kan uitdiepen. Je kan op tv bijna niet analyseren. Daardoor lijkt het alsof nieuws almaar oppervlakkiger moet worden; het is de kunst daar weerstand tegen te bieden. Het grote voordeel van de krant boven televisie is dat je bij een krant greep hebt op wat je maakt. Televisie is daar te gecompliceerd voor. Bij tv blijf je een radertje; je kan een beetje sturen, maar er komt altijd iets anders uit dan je had gewild.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden